woensdag 30 april 2014

Michael Barry weet ook wel dat winnen een onderneming is
Michael Barry verzorgt de publiciteit rond zijn op 1 mei te verschijnen autobiografie uitstekend. Eerder getuigde hij tegen Lance Armstrong en deed hij een boekje open over het gebruik van Tramadol bij Team Sky, nu refereert hij naar een passage aan de Ronde van Vlaanderen van 2006.
Barry was in 2006 een teamgenoot van Leif Hoste, die dat jaar na Tom Boonen tweede werd in Vlaanderens Mooiste. Zelf moest de renner van Discovery Channel die koers al snel verlaten na een val. Barry volgde de finale vanuit het ziekenhuis in Roeselare, maar wat hij daar zag deed zogezegd zijn wenkbrauwen fronsen. Leif Hoste viel aan en kreeg Tom Boonen als gezel.De twee werkten uitstekend samen en praatten even met elkaar en met hun respectieve ploegleider. Barry leidt daar een deal uit af, waarmee George Hincapie buitenspel gezet werd. Het is evenwel niet abnormaal dat er in die situatie gesproken wordt. De afspraak was dat Hoste niet zou meewerken indien Hincapie "op komst" zou zijn, maar dat was niet het geval. De dichtste ereplaats was dus het hoogst haalbare plaats voor Discovery Channel, dat maar al te graag visibiliteit op het podium wilde. Heel normaal dus dat Leif Hoste met Tom Boonen meewerkte en dat er gesproken werd. Of het ook over geld ging? Dat kan. Het is toch normaal dat Hoste tegemoetgekomen werd voor zijn steun aan Boonen, die als betere finisher vrijwel zegezeker was. Hij had evenwel de steun van Leif nodig om uit de greep van de achtervolgers te blijven. Mocht Hoste dan niet de lachende tweede zijn?
Het is een geplogenheid in elke ontsnapping dat de meest kansrijke coureur steun zoekt bij een medevluchter die nagenoeg kansloos is. In een ontsnapping met twee is de afspraak nog simpeler: de winnaar betaalt de verliezer zoveel wat includeert dat beiden vrijuit mogen spurten voor de overwinning.
In die optiek vond ik de analyse van de Olympische wegrit in Londen 2012 zo onnozel als maar kon. Denk je dat Rigoberto Uran, indien hij de Olympische titel kon pakken, voor veel geld zou hebben laten liggen door de andere kant op te kijken? Alexandre Vinokourov had gewoon meer reserves en Uran was compensaties beloofd voor zijn medewerking in de ontsnapping. Zoals Hoste in de Ronde van Vlaanderen 2006. Behalve in een tijdrit doe je winnen nooit alleen, winnen is een ... onderneming. En dat weet Michael Barry ook wel maar die "wetenschap" zou de verkoop van zijn autobiografie niet gediend hebben.

zondag 27 april 2014

Alejandro Valverde schuift door naar rang drie in de allertijdse ranking van Liège-Bastogne-Liège

Ranking op basis van 125 75 50 40 30 25 20 15 10 5 ptn. aan de respectieve eerste 10 van elk jaar:

• Eddy Merckx 815 p. 
(8. in 1966, 2. in 1967, 1. in 1969, 3. in 1970, 1. in 1971, 1. in 1972, 1. in 1973, 1. in 1974, 6. in 1976, 6. in 1977);
• Moreno Argentin 555 p. 
(1. in 1985, 1. in 1986, 1. in 1987, 6. in 1990, 1. in 1991, 5. in 1993);
• Alejandro Valverde 500 p. (1. in 2006, 2. in 2007, 1. in 2008, 3. in 2010, 3. in 2013, 2. in 2014);
• Paolo Bettini 445 p. 
(5. in 1999, 1. in 2000, 1. in 2002, 4. in 2005, 2. in 2006, 4. in 2007, 9. in 2008); 
• Davide Rebellin 415 p. 
(3. in 2000, 2. in 2001, 9. in 2002, 1. in 2004, 5. in 2007, 2. in 2008, 3. in 2009);
• Steven Rooks 385 p. 
(1. in 1983, 4. in 1984, 10. in 1985, 5. in 1986, 4. in 1988, 6. in 1989, 3. in 1990, 2. in 1992, 10. in 1993);
• Fred De Bruyne 375 p. (1. in 1956, 1. in 1958, 1. in 1959); 
• Michael Boogerd 365 p. 
(5. in 1998, 2. in 1999, 5. in 2001, 3. in 2003, 2. in 2004, 3. in 2005, 5. in 2006, 6. in 2007);
• Michele Bartoli 340 p. (3. in 1995, 1. in 1997, 1. in 1998, 4. in 1999);
• Walter Godefroot 340 p. (4. in 1966, 1. in 1967, 2 in 1968, 3. in 1973, 3. in 1975);
• Raymond Impanis 335 p. (2. in 1947, 2. in 1948, 10. in 1953, 2. in 1954, 2. in 1955, 5. in 1958);
• Frans Verbeeck 330 p. 
(8. in 1969, 2. in 1970, 3. in 1971, 2. in 1973, 10. in 1974, 4. in 1975, 3. in 1976, 7. in 1977);
• Bernard Hinault 325 p. (1. in 1977, 2. in 1979, 1. in 1980);
• Sean Kelly 325 p. (10. in 1982, 1. in 1984, 4. in 1985, 5. in 1988, 1. in 1989);
• Alexandre Vinokourov 325 p. (7. in 2000, 10. in 2002, 3. in 2004, 1. in 2005, 1. in 2010);
• Claude Criqiuielion 300 p. (4. in 1982, 7. in 1984, 2. in 1985, 4. in 1986, 3. in 1987, 2. in 1991);
• Ferdi Kübler 300 p. (1. in 1951, 1. in 1952, 3. in 1954);
• Joseph Bruyère 275 p. (7. in 1971, 1. in 1976, 10. in 1977, 1. in 1978);
• Louis Mottiat 275 p. (6. in 1912, 1. in 1921, 1. in 1922);
• Georges Pintens 275 p. (5. in 1970, 2. in 1971, 5. in 1972, 8. in 1973, 1. in 1974);
• Prosper Depredomme 265 p. (8. in 1943, 1. in 1946, 1. in 1925);
• François Gardier 255 p. (3. in 1930, 1. in 1933, 4. in 1934, 4. in 1935);
• Richard Depoorter 250 p. (1. in 1943, 1. in 1947);
• Jef Planckaert 250 p. (5. in 1957, 3. in 1960, 10. in 1961, 1. in 1962, 4. in 1964);
• Alfons Schepers 250 p. (1. in 1931, 1. in 1935);
• Didi Thurau 250 p. (3. in 1977, 2. in 1978, 1. in 1979);
• René Vermandel 250 p. (1. in 1923, 1. in 1924);
• Philippe Gilbert 240 p. (4. in 2009, 4. in 2010, 1. in 2011, 7. in 2013, 8. in 2014);
• Andy Schleck 240 p. (4. in 2008, 1. in 2009, 6. i 2010, 3. in 2011);
• Adrie van der Poel 220 p. (7. in 1983, 2. in 1986, 1. in 1988);
• Rik Van Looy 215 p. (5. in 1956, 10. in 1958, 4. in 1960, 1. in 1961, 8. in 1962).

vrijdag 25 april 2014

Alejandro Valverde stoot door naar rang negen
in allertijdse ranking La Flèche Wallonne

Ranking op basis van 75 45 30 24 18 15 12 9 6 3 punten aan de respectieve eerste 10 van elk jaar:

• Eddy Merckx 342 p.
(5. in 1969, 1. in 1967, 1. in 1970, 1. in 1972, 2. in 1973, 3. in 1975, 4. in 1976);
• Moreno Argentin 324 p.
(2. in 1985, 10. in 1987, 2. in 1988, 1. in 1990, 1. in 1991, 9. in 1992, 1. in 1975);
• Davide Rebellin 321 p.
(6. in 1995, 10. in 1996, 4. in 2000, 8. in 2001, 1. in 2004, 3. in 2005, 1. in 2007, 6. in 2008, 1. in 2009);
• Marcel Kint 282 p. (2. in 1937, 1. in 1943, 1. in 1944, 1. in 1945, 7. in 1951);
• Claude Criquielion 273 p. (10. in 1981, 1. in 1985, 3. in 1986, 2. in 1987, 1. in 1989, 2. in 1991);
• Frans Verbeeck 261 p. (6. in 1970, 2. in 1971, 3. in 1973, 1. in 1974, 2. in 1975, 2. in 1976);
• Stan Ockers 243 p. (4. in 1947, 2. in 1952, 1. in 1953, 1. in 1955, 4. in 1956, 9. in 1977);
• Ferdi Kübler 240 p.(1. in 1951, 1. in 1952, 1. in 1953, 1. in 1954);
• Alejandro Valverde 141 p. (1. in 2006, 2. in 2007, 7. in 2009, 8. in 2010, 7. in 2013, 1. in 2014);
• Raymond Impanis 198 p.
(2. in 1950, 10. in 1951, 3. in 1952, 5. in 1953, 7. in 1954, 1. in 1957, 6. in 1958);
• Joaquin Rodriguez 189 p. (8. in 2008, 2. in 2010, 2. in 2011, 1. in 2012, 6. in 2013);
• Bernard Hinault 180 p. (1. in 1979, 3. in 1980, 1. in 1983);
• Laurent Jalabert 180 p. (1. in 1992, 1. in 1997, 3. in 2000);
• Giuseppe Saronni 177 p. (2. in 1977, 2. in 1979, 1. in 1980, 7. in 1982);
• André Dierickx 171 p. (9. in 1970, 1. in 1973, 9. in 1974, 1. in 1975, 8. in 1976);
• Pino Cerami 168 p. (9. in 1948, 4. in 1949, 10. in 1956, 1. in 1960, 2. in 1962, 6. in 1963);
• Danilo Di Luca 165 p. (2. in 2004, 1. in 2005, 6. in 2006, 3. in 2007);
• Jean-Claude Leclercq 165 p. (2. in 1986, 2. in 1990, 1. in 1987);
• Joop Zoetemelk 162 p. (4. in 1971, 8. in 1975, 1. in 1976, 7. in 1978, 7. in 1979, 10. in 1980);
• Michele Bartoli 159 p. (7. in 1993, 4. in 1997, 5. in 1998, 1. in 1999, 3. in 2002);
• Rik Van Steenbergen 153 p. (10. in 1955, 1. in 1949, 1. in 1958);
• Maurizio Fondriest 150 p. (1. in 1993, 2. in 1995, 3. in 1996);
• Roger De Vlaeminck 144 p. (6. in 1969, 1. in 1971, 2. in 1974, 9. in 1975, 10. in 1977);
• Cadel Evans 144 p. (9. in 2005, 2. in 2008, 5. in 2009, 1. in 2010);
• Jan Janssen 144 p.  (2. in 1963, 2. in 1964, 4. in 1966, 3. in 1968).
Philippe Gilbert reeds op rang drie 
in de absolute sterren van de Amstel Gold Raas

Ranking op basis van 75 45 30 24 18 15 12 9 6 3 punten aan de respectieve eerste 10 van elk jaar:

• Jan Raas 468 p. 
(2. in 1976, 1. in 1977, 1. in 1978, 1. in 1979, 1. in 1980, 5. in 1981, 1. in 1982, 3. in 1983);
• Michael Boogerd 363 p. 
(4. in 1998, 1. in 1999, 2. in 2000, 9. in 2001, 3. in 2002, 2. in 2003, 2. in 2004, 2. in 2005, 3. in 2006);
• Philippe Gilbert 282 p. (4. in 2009, 1. in 2010, 1. in 2011, 6. in 2012, 5. in 2013, 1. in 2014);
• Joop Zoetemelk 237 p. 
(3. in 1972, 4. in 1973, 6. in 1976, 3. in 1978, 5. in 1979, 2. in 1986, 1. in 1987);
• Davide Rebellin 234 p. 
(5. in 1994, 8. in 2001, 4. in 2003, 1. in 2004, 4. in 2005, 6. in 2006, 2. in 2007, 4. in 2008);
• Gerrie Knetemann 222 p. 
(1. in 1972, 7. in 1975, 2. in 1977, 6. in 1978, 1. in 1985);
• Freddy Maertens 195 p. 
(8. in 1973, 4. in 1974, 2. in 1975, 1. in 1976, 5. in 1977, 4. in 1978);
• Eddy Merckx 195 p. 
(3. in 1969, 8. in 1970, 1. in 1973, 1. in 1975, 9. in 1977);
• Steven Rooks 192 p. 
(10. in 1983, 1. in 1986, 2. in 1987, 2. in 1988, 6. in 1994, 8. in 1995);
• Johan Museeuw 189 p. 
(9. in 1990, 10. in 1991, 2. in 1992, 1. in 1994, 7. in 1995, 3. in 1996, 5. in 2001);
• Danilo Di Luca 159 p. (3. in 2003, 4. in 2004, 1. in 2005, 3. in 2007);
• Frans Verbeeck 153 p. (6. in 1970, 1. in 1971, 7. in 1972, 2. in 1973, 9. in 1976);
• Rolf Järmann 150 p. (1. in 1993, 1. in 1998);
• Sergei Ivanov 144 p. (2. in 2002, 8. in 2004, 10. in 2006, 7. in 2008, 1. in 2009);
• Phil Anderson 141 p. (7. in 1981, 5. in 1982, 1. in 1983, 5. in 1985, 6. in 1987, 10. in 1990);
• Michele Bartoli 135 p. (10. in 1995, 6. in 1997, 3. in 1998, 7. in 2001, 1. in 2002);
• Fränk Schleck 135 p. (2. in 2006, 10. in 2007, 2. in 2008, 7. in 2010);
• Lance Armstrong 123 p. (2. in 1999, 2. in 2001, 4. in 2002, 8. in 2003);
• Adrie van der Poel 123 p. (8. in 1982, 6. in 1986, 9. in 1987, 10. in 1989, 1. in 1990, 6. in 1993)
• Enrico Gasparotto 120 p. (3. in 2010, 1. in 2012, 9. in 2013, 8. in 2014);
• Walter Planckaert 120 p. (1. in 1972, 2. in 1974);

donderdag 10 april 2014

Roger De Vlaeminck eeuwig onbedreigd 
in de allertijdse ranking van Paris-Roubaix 

Ranking op basis van 125 75 50 40 30 25 20 15 10 5 punten aan de respectieve eerste 10 van elk jaar:

• Roger De Vlaeminck 945 p.
(5. in 1969, 2. in 1970, 7. in 1971, 1. in 1972, 7. in 1973, 1. in 1974, 1. in 1975, 3. in 1976, 1. in 1977, 2. in 1978, 2. in 1979, 2. in 1981, 6. in 1982);
• Tom Boonen 690 p.
(3. in 2002, 9. in 2004, 1. in 2005, 2. in 2006, 6. in 2007, 1. in 2008, 1. in 2009, 5. in 2010, 1. in 2012);
• Francesco Moser 675 p.
(2. in 1974, 5. in 1975, 2. in 1976, 1. in 1978, 1. in 1979, 1. in 1980, 3. in 1981, 10. in 1982, 3. in 1983, 8. in 1986);
• Eddy Merckx 655 p.
(8. in 1967, 1. in 1968, 2. in 1969, 1. in 1970, 5. in 1971, 7. in 1972, 1. in 1973, 4. in 1974, 2. in 1975, 6. in 1976);
• Johan Museeuw 650 p.
(8. in 1992, 4. in 1993, 3. in 1995, 1. in 1996, 3. in 1997, 9. in 1999, 1. in 2000, 2. in 2001, 1. in 2002, 5. in 2004);
• Rik Van Looy 625 p.
(3. in 1958, 4. in 1959, 1. in 1961, 1. in 1962, 2. in 1963, 1. in 1965, 9. in 1966, 2. in 1967);
• Fabian Cancellara 580 p.
(4. in 2004, 8. in 2005, 1. in 2006, 2. in 2008, 1. in 2010, 2. in 2011, 1. in 2013);
• Gaston Rebry 565 p.
(3. in 1926, 4. in 1928, 5. in 1929, 1. in 1931, 7. in 1933, 1. in 1934, 1. in 1935, 3. in 1936);
• Gilbert Duclos-Lassalle 485 p.
(2. in 1980, 2. in 1983, 4. in 1989, 6. in 1990, 1. in 1992, 1. in 1993, 7. in 1994);
• Rik Van Steenbergen 455 p.
(1. in 1948, 3. in 1951, 1. in 1952, 4. in 1956, 2. in 1957, 4. in 1958);
• Franco Ballerini 450 p.
(5. in 1991, 2. in 1993, 3. in 1994, 1. in 1995, 5. in 1996, 1. in 1998, 8. in 2000);
• Octave Lapize 415 p.
(1. in 1909, 1. in 1910, 1. in 1911, 4. in 1912);
• Georges Ronsse 394 p.
(1. in 1927, 2. in 1928, 2. in 1929, 6*. in 1930, 4. in 1931, 2. in 1932);
• Cyrille Van Hauwaert 390 p.
(2. in 1907, 1. in 1908, 4. in 1909, 2. in 1910, 3. in 1911; 6. in 1914);
• Louis Trousselier 370 p.
(3. in 1903, 1. in 1905, 4. in 1906, 3. in 1907, 5. in 1908, 2. in 1909);
• Georges Claes sr. 340 p.
(5. in 1944, 1. in 1946, 1. in 1947, 3. in 1948, 9. in 1950);
• Jan Janssen 340 p.
(3. in 1963, 8. in 1964, 2. in 1966, 1. in 1967, 8. in 1968, 7. in 1970, 4. in 1971);
• Henri Pelissier 338 p.
(1. in 1919, 6. in 1920, 1. in 1921, 10. in 1922, 4. in 1924, 6*. in 1925, 6. in 1926);
• Charles Crupelandt 330 p.
(5. in 1910, 1. in 1912, 3. in 1913, 1. in 1914);
• Walter Godefroot 325 p.(3. in 1968, 1. in 1969, 5. in 1970, 2. in 1973, 8. in 1975, 5. in 1976).

zondag 6 april 2014

Fabian Cancellara, de nummer vijf tussen
de absolute sterren van de Ronde van Vlaanderen

... op basis van 125 75 50 40 30 25 20 15 10 5 punten aan de respectieve eerste 10 van elk jaar:

• Johan Museeuw 650 p.
(2. in 1991, 1. in 1993, 2. in 1994, 1. in 1995, 1. in 1998, 3. in 1999, 2. in 2002);
• Briek Schotte 640 p.
(3. in 1940, 1. in 1942, 2. in 1944, 3. in 1946, 1. in 1948, 3. in 1949, 2. in 1950, 3. in 1952, 
8. in 1956, 6. in 1958);
• Tom Boonen 4510 p. (1. in 2005, 1. in 2006, 2. in 2010, 4. in 2011, 1. in 2012, 7. in 2014); 
• Fabian Cancellara 450 p. (6. in 2006, 1. in 2010, 3. in 2011, 1. in 2013, 1. in 2014); 
• Eddy Merckx 470 p.
(3. in 1967, 9. in 1968, 1. in 1969, 3. in 1970, 7. in 1972, 3. in 1973, 4. in 1974, 1. in 1975);
• Peter Van Petegem 445 p.
(9. in 1997, 5. in 1998, 1. in 1999, 8. in 2000, 3. in 2002, 1. in 2003, 3. in 2005, 4. in 2006);
• Eric Leman 425 p. (1. in 1970, 1. in 1972, 1. in 1973, 5. in 1974, 7. in 1976); 
• Walter Godefroot 420 p.
(1. in 1968, 2. in 1970, 6. in 1973, 8. in 1976, 4. in 1977, 1. in 1978, 8. in 1979);
• Jan Raas 380 p. (5. in 1977, 1. in 1979, 3. in 1980, 3. in 1981, 1. in 1983);
• Achiel Buysse 375 p. (1. in 1940, 1. in 1941, 1. in 1943); 
• Fiorenzo Magni 375 p. (1. in 1949, 1. in 1950, 1. in 1951);
• Rik Van Steenbergen 365 p. (1. in 1944, 1. in 1946, 6. in 1951, 3. in 1950, 4. in 1956);
• Rik Van Looy 355 p. (1. in 1959, 3. in 1960, 1. in 1962, 6. in 1963, 10. in 1964, 6. in 1965); 
• Andrei Tchmil 345 p. (3. in 1994, 3. in 1995, 4. in 1997, 3. in 1998, 7. in 1999, 1. in 2000, 
9. in 2001);
• Edwig Van Hooydonck 330 p. (1. in 1989, 1. in 1991, 3. in 1992, 7. in 1993, 9. in 1994);
• Jules Van Hevel 320 p. (3. in 1919, 1. in 1920, 2. in 1921, 4. in 1923, 5. in 1924); 
• Romain Gijssels 315 p. (1. in 1931, 1. in 1932, 3. In 1933, 8. in 1938);
• Frans Verbeeck 300 p. (8. in 1969, 4. in 1970, 3. in 1972, 7. in 1973, 2. in 1974, 2. in 1975, 9. in 1976, 8. in 1977);
• Sean Kelly 280 p. (8. in 1981, 2. in 1984, 2. in 1986, 2. in 1987, 4. in 1988);
• Michel Pollentier 280 p. (7. in 1977, 2. in 1978, 1. in 1980, 4. in 1982, 7. in 1983);
• Rolf Sörensen 280 p. (4. in 1989, 3. in 1991, 1. in 1997, 4. in 2001, 7. in 2002);
• Alessandro Ballan 270 p. (6. in 2005, 5. in 2006, 1. in 2007, 4. in 2008, 3. in 2012);
• Sylvain Grysolle 255 p. (7. in 1939, 4. in 1942, 4. in 1943, 1. in 1945, 5. in 1946);
• Gérard Debaets 250 p. (1. in 1924, 1. in 1927); 
• Stijn Devolder 250 p. (1. in 2008, 1. in 2009).                                              

Opgedeeld in natiën is dit de verdeelsleutel: België (68), Nederland (9), Italië (10), Frankrijk (3), Duitsland (2), Zwitserland (2), Denemarken (1), Groot-Brittannië (1).

woensdag 2 april 2014

Briek Schotte; 
we moeten hem al tien jaar missen ...
Op 4 april 2014 was het al tien jaar geleden dat Briek Schotte, zowaar in de late morgen (halftwaalf) van de 88ste Ronde van Vlaanderen, overleed. Voor mij voelde het aan alsof ik voor de tweede keer mijn vader verloor. Mijn koersvader was hij in ieder geval. Ik had het genoegen om tijdens zijn ultieme levensjaren, toen hij in Bredene woonde, geregeld met Briek op te trekken. De koerscirkel was rond.
Mijn eigen vader Albert had Briek altijd als boegbeeld opgevoerd om mij in te wijden in het alfabet van de koers. Over Ijzeren Briek kan ik tientallen anekdotes vertellen. Het is een hele opdracht om er de beste uit te halen. Ik doe een lovenswaardige poging.
Briek Schotte onderging in de vroege morgen van 24 maart 2001 een niertransplantatie. In de late namiddag kwam de dokter verifiëren of Briek al wakker was en alles oké met hem. De arts kreeg niet eens de kans om een vraag te stellen. Briek stelde ze zelf:
- “Meneer den doctoor, wie heeft er Milaan-Sanremo gewonnen?”. 
Meneer den doctoor bofte dat hij wist dat het Erik Zabel was, anders was hij in Brieks achting gedaald.
* * *
Briek werd in het najaar van 2003 in het H.Serruysziekenhuis opgenomen. Hij zou het helaas niet meer verlaten. Hij wisselde er goede en vooral minder goede dagen af. Tijdens een grauwe winterdag zag hij het helemaal niet meer zitten. Hij liep over van zelfbeklag.
- “Zie hem hier zitten, Briek Schotte de wielerkampioen. Wie denkt er nog aan hem?”.
Ik reageerde met:
- “Schotte, hier krijg je spijt van. Overmorgen kom ik weer langs en dan zul je anders piepen”.
Ik contacteerde Hugo Coorevits (“Het Nieuwsblad”) en Joeri De Knop (“Het Laatste Nieuws”) die in hun krant opriepen om de eenzame Briek Schotte een gele briefkaart te sturen. Twee dagen later zag ik hem op zijn nochtans ruime kamer niet zitten van de dozen. Eén voor één bekeek hij de zendingen. Ik vroeg hem:
- ”Awel, Schotte, is de facteur geweest?”.
Briek stoïcijns:
- “Ge peist gie toch nie zeker dat ik ze allemaal zal beantwoorden?”.
Briek deed niets liever dan je verbaal te overrulen, hij genoot ervan.


Ronde van Vlaanderen en Briek Schotte zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Briek nam maar liefst twintig keer deel aan Vlaanderens zelfverklaarde mooiste, een indrukwekkend record. In 1940 was hij als 20-jarige de jongste deelnemer, die Ronde van Vlaanderen was immers zijn eerste koers als beroepsrenner, in 1959 was hij de oudste. Briek won in 1942 en 1948, werd ook twee keer tweede en vier keer derde. In 1958 - Briek was toen 39 jaar oud - maakte hij deel uit van een kleine kopgroep, hij werd zesde. 
Briek Schotte moet de Ronde van Vlaanderen zowat vijftig keer van dichtbij hebben beleefd. Na zijn rennerscarrière werd hij immers ploegleider. Voor Flandria won hij de Ronde vier keer met Noël Foré (1963), Walter Godefroot (1968), Eric Leman (1970) en Evert Dolman (1971). Niemand die meer en geanimeerder kon vertellen over de Ronde, de wedstrijd die hem extreem nauw aan het hart lag.