donderdag 21 november 2019

Pittem, waar de West-Vlaamse beloften 
en de internationale juniores 
zich almaar meer thuisvoelen

Pittem Koerst mag nu reeds, niet zonder fierheid, aankondigen dat het kampioenschap van West-Vlaanderen voor het tweede jaar op rij in hun gemeente zal verreden worden. Op zondag 3 mei 2020 wordt het tevens de tweede Memorial Bjarne Vanacker.
Het podium van West-Vlaams kampioenschap voor beloften
met Wesley VERCAMST als de nieuwe kampioen.
 
Pittem wordt per zaterdag 19 september 2020 ook opnieuw het strijdtoneel van de koninginnenrit (alover enkele Vlaamse Ardennen) van de tweedaagse Keizer van Koksijde, die dit jaar een droompodium kreeg met de aanstaande wereldkampioen Quinn Simmons als tweede (na zijn landgenoot Magnus Sheffield) en mocht huldigen. Quinn won ’s anderendaags de korte matinale tijdrit in Wulpen en nam de blauwe leiderstrui over van Magnus. Aangezien die laatste éérstejaars was, kan hij er in 2020 opnieuw bij zijn. In dat geval start hij min of meer als titelverdediger, al zal hij van het veel betere bouwjaar 2003 meer weerstand ondervinden als van dat van 2002.

Het Amerikaans getinte podium van de eerste rit der Keizer der Junioren. 
Pittem zet dus vol in op de koersende jeugd en onderscheidt zich daarmee van enkele andere locaties die zich halsstarrig blijven vastklampen aan hun gedateerde organisatie voor contractrenners waarvoor de echte kenners zich niet meer kunnen opladen. 
Miguel Poblet, 
een beetje de Spaanse versie
van Roger De Vlaeminck

Rik Van Looy hield Miguel Poblet in 1958 van een loepzuivere hattrick in Milano-Sanremo. In de zelfbenoemde spurt van de eeuw haalde Van Looy het dus van Poblet, André DarrigadeAngelo Conterno en Fred De Bruyne, ontegensprekelijk de beste klassieke coureur uit die periode.
Het beduidt dat de kale Catalaan in 1957 (van Fred De Bruyne) en in 1959 (van Rik Van Steenbergen en Leon Van DaeleLa Primavera wèl won. Die gerateerde drieklapper had niemand hem voorgedaan en zou ook niemand hem ook nadoen. 
Frappant: Poblet werd geboren een week vòòr Milano-Sanremo van 1928, die door de die dag jarige Costante Girardengo (35) gewonnen werd. Ook Rudi Altig won in 1968 La Primavera daags vòòr zijn verjaardag (31). Zouden de astrologen daar een verklaring voor vinden?
Miguel Poblet was evenwel véél meer dan een coryfee van Milano-Sanremo. Ook in Paris-Roubaix en in de Giro di Lombardia kwam hij, na Leon Van Daele respectievelijk Nino Defilippis, uit op de dichtste ereplaats, telkens in dat vermaledijde 1958. In beide monumenten werd hij ook nog eens derde. In de Ronde van Vlaanderen noch in Liège-Bastogne-Liège daagde hij nooit op. Aan het wereldkampioenschap zette hij slechts tweemaal aan: elfde in 1958 en 24. in 1960.
De kale Catalaan was evenzeer een uitblinker in de grote ronden waarin hij voor de primeur zorgde als de éérste renner te zijn die in 1956 een dagzege behaalde in elk van de drie grote ronden, waarvan hij dan geen enkele voltooide. Pierino Baffi in 1958 en Alessandro Petacchi in 2003 waren de enigen die het hem nadeden. Poblet behaalde globaal zesentwintig dagzeges: drie in de Vuelta (toen nog in de lente), twintig in de Giro en drie in de Tour. In 1955 werd hij de éérste Spaanse suéter amarillo in de Tour. Toch was vooral de Giro zijn ding want behalve twintig dagzeges (en daarmee na de 25 van Eddy Merckx en de 22 van Roger De Vlaeminck de derde vaakst winnende buitenlander) werd hij vanaf 1957 driemaal op een rij zesde in het tijdklassement, waarin Roger nòg beter deed: na zevende in 1972 en elfde plaatsen in 1973 en 1974 werd hij in 1975 vierde. Poblets slotakkoord in de Giro kon evenwel tellen: de laatste rit van de 44. editie in 1961, van Bormio naar Milano. Miguel Poblet klopte op de iconische Velodromo Vigorelli de regérende wereldkampioen Rik Van Looy in de sprint. Hij werd gehuldigd door de beroemde actrice Joan (de nòg mooiere mama van CindyCrawford, die in 1977 op 73-jarige leeftijd overleed.
Ook een cruciale rol speelde zijn thuiskoers La Volta a Catalunya, die hij in 1952 en 1960 won, in 1949 tweede, in 1954 vierde, in 1947 vijfde en in 1948 zevende werd, opgelijst met niet minder dan 32 dagzeges. Geen wonder dat hij als voorzitter van de Catalaanse wielerbond de organisatie van die koers op zich nam. Miguel Poblet overleed in 2003 twintig dagen na zijn 85. verjaardag in Barcelona aan een nierfalen.
Siebe Deweirdt ligt voor 
op zijn stoutste schema 

Siebe Deweirdt, in 2018 zonder tegenspraak ’s lands beste nieuweling, heeft ook als neo-junior verbaasd.

Na een drukke winter aan de Blaarmeersen stond hij er (vijfde) meteen in de nationale tijdrit van Montenaken, weliswaar op verre afstand van Lars Van Ryckeghem. In de proloog der Ster van Zuid-Limburg (34.), het BK in Sint-Lievens-Houtem (17.) en de Memorial Igor Decraene (14.) bleef hij onder de verwachtingen zodat het tijdrijden zijn voornaamste werkpunt is.
Al de rest zat snor met een negende plaats in de Ronde van Vlaanderen, de jongerentrui in de Ster van Zuid-Limburg (ondanks de naweeën van een zware valpartij), de op imponerende wijze behaalde Oost-Vlaamse titel in Parike, die hij graag had uitgedragen in de Trophée Centre Morbihan (Fr.), waar de medicatie tegen hooikoorts evenwel niet aansloeg. 
Daarna werd de focus verlegd naar het EK op de baan met een twaalfde plaats in de scratch, waarna de puntenrit vervangen werd door de madison met Noah Vandenbranden, waarin Siebe niet goed was.
Eind juli nam hij de draad terug op met La Route des Géants (twaalfde) en Aubel - Thimister - Stavelot (waarin hij er de openingsrit uitkoos voor een vierde plaats en de tijdelijke bolletjestrui). Het inspireerde Siebe om, na het behalen van een regionale zege in Balegem, zijn zinnen te zetten op de G.P. A.R. Gilles in Jemeppe-sur-Sambre, de afsluitende manche van de Beker van België. De verkeerd gereden achtervolgers zouden de vluchters niet meer bijgehaald hebben, weet Siebe zeker. Hij haalde het in een rechtstreeks duel van Jago Willems, die geselecteerd werd voor het WK, waarvoor Siebe als invaller weerhouden aangeduid was.
In november waren er zijn totaal overwachte deelnames aan twee zesdaagsen. Zowel in Londen als in Gent was hij de benjamin die met Michael Steyaert uitkwam op de zesde plaats in dezelfde ronde (maar met een pak minder punten) als de Britse eindwinnaars Alfie George en Max Rushby, die ze nog op de slotdag probeerden te verrassen, wat hun prestatie nog verdienstelijker maakte dan ze al was. Misschien komt daar begin 2020 Rotterdam bij, afhankelijk van zijn conditie van het moment. 

Het zweemt toch meer dan een beetje naar overdaad, maar wees gerust: zijn mentor Kenny Terweduwe waakt als een kloek over Siebe en hij richt zich vooral op het cruciale 2020, waarin hij met prestaties en resultaten (inzonderheid in het dozijn 1.1 - en in één van de drie 2.1 - koersen in eigen land) een precieuze stek wil afdwingen bij één van de betere beloftenteams vanaf 2021. Pas dan begint het échte werk.


woensdag 20 november 2019


Het komt hélemààl 
goed met Cériel Desal 

Voor Cériel Desal werd 2019 een quasi nul jaar. Na Gullegem Koers (waarin hij 38. werd) bleef hij spoorloos in de uitslagen. Een podiumplaats in het kampioenschap van West-Vlaanderen was zowat het enige lichtpunt. De linkerknie speelde reeds in 2018 wat op maar toen kon hij nog aardig wat meubelen redden, in 2019 niet. Na Paris-Roubaix was de pijn niet langer te harden. Hij stond nochtans op scherp (- 7 kilo!) om zijn lente recht te zetten maar een stage in de Ardennen moest hij al na de eerste dag met helse pijnen verlaten en van dan af wist hij dat 2019 een maat voor niets zou worden. 
Het keerpunt ten goede is vijf maanden later bereikt. Op 16 oktober liet Cériel zich door dokter Toon Claes opereren en alles zou weer oké zijn, al moet het beproefde gewricht eerst nog zes weken volstrekte rust in acht nemen. Begin december mag Cériel de draad terug opnemen.

“Ik begin met een onmiskenbare achterstand”, geeft Cériel toe. “Dramatisch hoeft dat niet te zijn, zelfs al heeft dat een uitgesteld seizoenbegin voor gevolg.”
“Deze beproeving heeft mij mentaal sterker gemaakt. Mijn hogere studies (immobiliën & verzekeringen aan het Vives in Kortrijk) zijn de ideale buffer tegen momenten dat het in de koers minder goed gaat, zoals tijdens het voorbije halfjaar. Gelijk heb ik ondervonden hoe graag ik koers en hoe extra gedreven ik dus zal zijn om van deze passie mijn beroep zou maken.”
“2020 zal voor mij geslaagd zijn indien ik van ongemakken en andere tegenslagen gespaard blijf, dan kan ik mij tenminste weren om profwaardigheid af te dwingen.”
Het meest ideale scenario voor 2021 blijft overeind: aan het begin van de zomer een bachelor verworven hebben en enkele maanden later een volle kans als contractrenner. Dat laatste zou Cériel te beurt vallen zestig jaar na zijn opa Benoni Beheyt.
Kleinzoon van Armand …

Miguel Desmet is aan 
zijn groeispurt bezig

Miguel Desmet is de zoon van Tom (een bescheiden beroepsrenner in de jaren negentig van vorige eeuw) en de kleinzoon van wijlen Armand Desmet (een noeste uitblinker in de drie grote ronden en de eerste winnaar van de E3 Harelbeke).

Net als zijn papa (tot de Uefa's van S.V. Waregem) voetbalde Miguel (tot de u13 bij S.K. Beveren-Leie en S.C. Wielsbeke), waarna ook zijn koersgenen het voor het zeggen kregen. 
Miguel was als aspirant een freel ventje dat overruled werd door al meer doorgegroeide leeftijdsgenoten. Dat wilde hij niet zomaar aanvaarden en daar ging hij al té vol tegen in dat papa Tom hem meermaals moest intomen. Miguel werd vooral aangemoedigd door twee vierde en evenveel vijfde plaatsen. Bij de 14-jarigen schoof hij geleidelijk naar voor met een eerste podiumplaats in Baudour (daar ook vijfde in de korte inleidende tijdrit) als hoogste goed. Vijf andere top vijf plaatsen werden overstegen door een onverhoopte elfde plaats in het kampioenschap van Vlaanderen in Heppen. Ruim een maand later op het kampioenschap van België in Fernelmont wenkte zelfs een top vijf tot hij door een andere renner werd aangetikt met een kapot wiel voor gevolg.

Miguel realiseerde het allemaal als een pluimgewicht, die hij intussen niet meer is want in minder dan een jaar tijd schoot hij dertien centimeter op en zijn stem heeft een bas gekregen. 
“Je zult hem niet meer herkennen”, waarschuwt Tom.
Dat belooft voor zijn debuut bij de nieuwelingen, waarnaar hij verder in de kleuren van S.V. Deerlijk - Gaverzicht - Be Okay en onder de bezielende leiding van Luc Schietgat reikhalzend uitziet.

dinsdag 19 november 2019

Kenji Coenen boekte 
aardig wat vooruitgang

Kenji uit Avelgem hield het als 12-jarige bij mountainbiken met een tweede plaats in het West-Vlaams kampioenschap als highlight. Toch switchte hij, net als Viggo Van Neste, als 13-jarige naar de weg en daar heeft hij allerminst spijt van met twee jaar op rij een overwinning in Zerkegem.
“Halfweg september had ik ook in Ledegem halfweg moeten winnen maar ik focuste mij op de eindstreep van de nieuwelingen, begon te vroeg te juichen en de beter uitkijkende Axel Vandamme jumpte mij nog voorbij”, zucht Kenji.
Kenji realiseerde als 14-jarige een bijzonder regelmatig seizoen met elke maand drie top vijf plaatsen. Hij stond er van meet af aan met als enige afknapper een 21. plaats in het BK tijdrijden op bijna honderd seconden van Yarno Van Herck en dat is véél te véél voor iemand van Kenji’s kunnen. Dat zal Eric (een neef van zijn mama Barbara) Van Lancker hem wel eens laten weten.
“Ik doe dat niet graag want ik kan dat niet goed”, bekent Kenji ootmoedig.
Hoezo: waarom zou hij dat nièt kunnen en anderen wel? Kenji is niet de enige bij wie dat meer tussen de oren zit dan in de benen. Een volgende keer dit proberen: de blik op oneindig, het verstand op nul en het gashendel geleidelijk opendraaien. Zo eindigt hij op het BK van 1 mei 2020 minstens tien plaatsen dichter dan hij dit jaar deed in Sint-Lievens-Houtem.
Kenji is aan zijn 3.TLOA sportwetenschappen aan de Sportschool van Oudenaarde bezig. Hij hoopt in de herfst van volgend jaar op een doorstart aan de Topsportschool in Gent.

Méér dan zéven verschillen 
tussen Raymond Poulidor 
en Jacques Anquetil

Raymond Poulidor werd vandaag ten grave gedragen, tweeëndertig jaar en één dag na de sterfdag van Jacques Anquetil. Zolang heeft de notoire verliezer zijn steevaste overwinnaar overlééfd, een duurzamere overwinning kun je niet behalen, al heb ik de even weergaloze als eminente Jan Wauters meer dan eens horen verklaren “tenslotte zijn wij allemaal verliezers”.
De overlévering wil dat Raymond bij zijn ultiem bezoek aan de stervende Jacques te horen kreeg: “Raymond, je zult weer twééde zijn”. Zou Raymond daarop hebben durven antwoorden “grààg, Jacques”?
Gisterenavond heb ik, zoals wellicht velen, de documentaire “Poulidor Premier” (her)bekeken. De meewarigheid droop ervan af. Soms kreeg je de indruk dat Anquetil ten overstaan van Poulidor meerdere hold ups had gepleegd. Die zitten er inderdaad wel eens tussen maar héél mééstal was het een verschil in klasse en … ondernemingszin. Anquetil, die achterop geraakte, zocht en vergoedde bondgenoten, het voorrecht van de grote kampioenen; Poulidor koos voor het (soms letterlijke) martelaarsschap van de notoire verliezer, een ongemak dat hij tot een deugd verhief. Hij en zijn al even conservatieve ploegleider Antonin Magne wilden autonoom winnen en ook aan medische begeleiding hadden ze géén doorgedreven boodschap. Dat veranderde vanaf 1972 toen de verzekeringsgigant Gan vanaf hoofdsponsor werd. Antonin Magne werd verdrongen door Louis Caput en ook ene Bernard Sainz werd in de hofhouding opgenomen. Docteur Mabuse zal de medische begeleiding wel op punt gesteld hebben want in plaats van te stoppen kwam Raymond Poulidor 2.0 tot leven. Zijn kille herfst als coureur werd een zwoele nazomer, die zelfs Eddy Merckx aan het schrikken bracht met twee overwinningen (1972 en 1973) op een rij in Paris-Nice. In 1974 werd hij op zijn acht-en-der-tig-ste zowel in de Tour als in het wereldkampioenschap tweede na Merckx, ongetwijfeld zijn leukste dichtste ereplaatsen uit het lange rijtje. Hij, Raymond Poulidor die tien jaar eerder, in zijn sterkste jaren, Jacques Anquetil amper in verlegenheid had kunnen brengen. En in 1976 besteeg hij op zijn véér-tig-ste een achtste en ultieme keer het eindpodium van de Tour. Wat zou dat geweest zijn indien hij zijn entourage zich beter aan de “moderne” noden had aangepast?
Vergis u niet: Raymond Poulidor is, qua palmares, één van de tien beste naoorlogse coureurs. Frappant dat hij Milano-Sanremo wel en Liège-Bastogne-Liège en de Giro di Lombardia niet won en al evenmin het wereldkampioenschap. In je dooie ééntje winnen, dat kun je uitsluitend in een tijdrit, weet je!
Poulidor leidde een gelukkiger après course leven dan Anquetil, zowel kwantitatief (32 jaar meer) als kwalitatief. Poupou handhaafde zich tot zijn laatste maanden als een adept van het wielrennen en bleef nauw betrokken waarbij hij het nuttige (in de Tour ambassadeur van Crédit Lyonnais, sponsor van de gele trui, die hij géén enkele dag droeg) koppelde aan het aangename: de opmars van zijn kleinzoon Mathieu van der Poel(idor), die hij zo graag in de Tour had zien debuteren, dat zou hem honderd gele truien waard geweest zijn. En Mathieu zelf: die wilde gewoon zoveel mogelijk winnen op de weg, in het veld en in het mountainbiken in de eerste plaats voor zichzelf en bijkomend om àlle tweede plaatsen van zijn pappie ongedaan wilde maken.
Zo’n uitgesponnen en monogaam bestaan was niet besteed aan Jacques Anquetil: hij koos voor een compact en flitsend bestaan boordevol climaxen en de excessen nam hij er niet ongaarne bij. De Normandiër was veel innemender dan velen vermoeden. Tijdens de Tour van 1985 kwam ik geregeld in contact met hem. Hij praatte graag over de koers van "in zijn tijd" en was hoogst verwonderd dat ik zoveel wist over hem. Dat schiep een band en toen ik hem voorstelde eens op bezoek te komen in Rouen reageerde hij verrassend met “Tu viens pour une semaine, on va faire la java.” Hij scheurde een hoekje af van een boekje en bezorgde me zijn coördinaten. Dat bezoek stelde ik al te lang uit want dikke twee jaar later was hij er niet meer. Op de openingsdag van de Tour van 1996 bezocht ik zijn graf in Rouen.
Anquetil had het “druk” als jonge vijftiger. Toen zijn negen jaar oudere echtgenote Jeanine (de ex van zijn dokter) haar zoon Alain en diens vrouw Dominique in huis nam, was ook maître Jacques daar heel blij om want zijn stiefschoondochter schonk hem in 1986 een zoon, Christopher. Weer een tegenstelling: Poulidor had géén zoon, wel twee dochters van wie de jongste, Corinne, hem twee kleinzonen schonk die nog coureur werden ook en van wie hij voor de jongste, Mathieu, hoopte dat hij ooit in de Tour voor pappie één en ander zou “rechtzetten”.
Over Raymond Poulidor kon je dat soort sensationele verhalen niet opdissen. Of we hem daarom als persoon hoger of minder hoog moeten inschatten? Toch niet! Elke mooie vogel zingt zoals hij gebekt is en in Poupou’s geval was dat de voorbeeldige onbesproken zuinige familieman, die ook als tachtiger door héél vélen in de armen werd gesloten en wiens koersgenen nog langdurig zullen voortleven via Mathieu van der Poel(idor). De rememberance aan pappie zal hem extra vooruitbranden.