zaterdag 23 januari 2021

Tourzege in 1956 bleek ‘n vergiftigd geschenk

 

Roger WALKOWIAK

bitter weinigen die hem 

zijn toevalstreffer gunden

 

Dat hij volkomen vanuit het niets opdoemde, is pertinent onwaar maar indien je op zijn eindzegekansen in de Tour van 1956 had gewed, dan had je hem allicht aan honderdduizend tegen één kunnen spelen. 

Met een tweede plaats (na Ugo Anzile) in de Tour de l’Ouest 1952, een tweede (na Jean-Pierre Munch) in Paris-Nice en een achtste in Milano-Sanremo in 1953, een derde in de Tour de l’Ouest 1954 en een tweede (na Louison Bobet) in het Critérium du Dauphiné 1955 en een dagzege in de Vuelta 1956 was de oorspronkelijke Pool bij momenten een subtopper.

De Tour had hij driemaal als régional gereden: 57ste in 1952, 47ste in 1953 en opgave in 1955. Van een vierde deelname leek hij in 1956 uitgesloten tot Gilbert Bauvin door de Franse nationale ploeg werd opgevorderd zodat er bij Nord-Est - Centre een plaatsje vrijkwam waardoor Walko alsnog kon starten. Deze twee die ter elfder ure stuivertje wisselden zou één en twee worden in de 43ste Tour. 

Fausto Coppi, Hugo Koblet en Ferdi Kübler hadden definitief afscheid genomen van de Tour. Ook titelverdediger Louison Bobet ontbrak en dus zouden (in alfabetische orde) Federico Bahamontes, Jean Brankart, Pasquale Fornara, Charly Gaul, Raphaël Geminiani, Gastone Nencini of wereldkampioen Stan Ockers hem opvolgen. In een knotsgekke Tour was dat evenwel zonder de waard-Walkowiak gerekend. 

Wie niet (even) sterk is, moet dus slim zijn al was het niet voor de eind- maar voor een dagzege dat hij tweemaal meeschoof in een échappée-bidon die het tot aan de finish uitzong. In Lorient waren de tijdsverschillen nog begrensd maar ’s anderendaags arriveerde Walko met dertig anderen in Angers negentien minuten eerder dan de ingedommelde favorietengroep. Alessandro Fantini, die vijf jaar later op zijn 29ste zou verongelukken op het eind van de zesde rit der Deutschland Tour, won de rit en Walkowiak (19de in de daguitslag) kwam afgetekend in het bezit van le maillot jaune maar er werd verondersteld dat ze hem naderhand wel in één of andere berm van het hooggebergte total loss zouden terugvinden. Niet dus want petit Roger overleefde de Pyreneeën en kwam nòg béter uit de hoek in de Alpen met zowaar een aanval op de hypersteile Croix de Fer. Hij bereikte Grenoble in het gezelschap van Bahamontes en Nencini en heroverde de gele trui. Ook in de twee overige Alpenritten hield hij kloek stand en zelfs de 73 km. tijdrit naar Lyon haalde hem (24ste) niet van zijn sokkel.

De meeste media accepteerden wel maar apprecieerden niet dat un régional de belangrijkste koers van het jaar had gewonnen met als schampere voetnoot dat hij géén dagzege had behaald. Men had er beter bijgeplaatst dat hij zelfs voor de bergprijs uitkwam op een knappe zesde plaats.

De beste Roger Walkowiak zag men niet meer terug. Als titelverdediger moest hij, in een diep verloren positie, op vier dagen van het einde, met dysenterie (chronische diarree met bloedafscheiding) opgeven en in 1958 werd hij anoniem 75ste.

Het werd een hype om Walko te demoniseren, zelfs Tourdirecteur Jacques Goddet deed eraan mee alsof de oorspronkelijke Pool een hold up had gepleegd. Hij sprak de bitter gevleugelde woorden “het applaus van de toeschouwers klonk als een klaaglied dat wreed neerviel op het moreel van de winnaar”. 

Roger Walkowiak werd in zijn beste gedaante aanzien als een trait d’union tussen Louison Bobet en Jacques Anquetil. Goddet had die giftige pijlen beter gericht op de schaamteloos falende favorieten. Zelfs een absolute ééndagsvlieg als Harm Ottenbros, die in 1970 totaal ongepast het allermooiste rennershirt mocht showen, genoot meer respect.

Het bleef de zachtmoedige Roger Walkowiak al te langdurig achtervolgen, tot in zijn horecazaak ‘Les Tartasses’ in Montluçon toe. Hoe wreed kunnen jaloerse lui doen tegen een mazzel hebbende medemens? Roger werd er tijdelijk verbitterd door maar vermande zich tenslotte, vond rust als kunstschilder om bijna negentig jaar te worden.

vrijdag 22 januari 2021

 Wout VAN AERT verlengde,

Marc HIRSCHI verkaste

 

Wout Van Aert heeft zijn (aflopend) contract bij Jumbo-Visma met drie seizoenen verlengd. Over het bedrag dat eraan vastzit wens ik mij niet uit te laten, je kunt dat nooit zeker weten en het zijn mijn zaken niet. Hoeveel het ook weze, het zal voor de véélzijdigste coureur van het peloton altijd te weinig zijn in vergelijking met wat de goudenhanddrukkers Philippe Gilbert en Peter Sagan nog altijd incasseren. Misschien had Wout dat ook kunnen zijn door in te gaan op de evidente interesse van onder meer Ineos, maar waarom ergens weggaan waar je het goed hebt? Geld is héél véél maar toch nog nièt àlles, mindset en koersvreugde zijn ook een kapitaal, vraag het maar aan Mark Cavendish en aan zoveel anderen die lichtzinnig dachten dat het gras aan de overkant groener was.

 

De bemoeizieke Wim Vos van ‘de koers is van ons’ hoopt dat er in Wouts contract een extra paragraaf is voorzien “die van de droomvilla een paleis maakt”. Daarin zet het vroegere voetbaladept de groene trui centraal. Je merkt dat hij wat betreft de koers nog steeds een leek is wanneer hij de Tour 2020 van Wout Van Aert en Jumbo-Visma monstert “… dat knechtenwerk in de Tour. Mocht het finaal de gele trui opgeleverd hebben, tot daaraan toe. Maar nu bleef de buit voor Jumbo-Visma in Parijs beperkt tot een tweede plek en drie ritzeges, waarvan twee nota bene dankzij Van Aert. Intussen ging Bennett aan de haal met de groene trui die Van Aert zo goed had gestaan, maar die hij welwillend had opgeofferd voor de gele plannen van zijn ploeg. Wrang”.

 

Ach, die groene trui, een opgesjord marcelleke dat mede door de onnozele tussenspurten wordt bepaald. Wout is eigenlijk te klasrijk om zich daar à la Sagan mee te beredderen. Dagzeges zijn zoveel precieuzer in combinatie met bijdragen tot de gele trui van Primoz Roglic. Het zal vooral daarvoor zijn dat men Wout, behalve voor de meeste klassiekers, drie jaar langer wenste te houden, niet voor de groene troostprijs.

Wout zal wel véél méér tuk zijn op de hagelwitte trui met de brede horizontale blauwe, rode, zwarte, gele en groene streep. Totaal uitgesloten is het niet dat hij zich tijdens de voorlaatste week van september niet één maar twee regenboogtruien toeëigent: die van de tijdrit van Knokke naar Brugge, die van de wegrit van Antwerpen naar Leuven. Dat zou wat geven indien hij op die manier een cyclopedische diagonaal door Vlaanderen kon trekken. Jumbo, de Nederlandse keten van supermarkten, zou zijn huidige acht winkels in Vlaanderen op slag kunnen verveelvoudigen. Ik hoop meer voor Van Aert dan voor Jumbo dat dit op een welslagen uitdraait maar misschien heeft Wout de wk’s niet eens nodig om dé renner van 2021 te worden. 

 

Marc Hirschi, dé rookie van 2020, veranderde wel van uitvalsbasis. Reeds na één seizoen hield hij het voor bekeken bij Team Sunweb dat voortaan Team DSM heet. Over die demarche mag hij niet eens communiceren. Volgens welingelichte bronnen had hij bij Sunweb slechts het minimumcontract. Hoe onredelijk was dat? Dat hij na wat hij bracht in 2020 onderbetaald was, kan kloppen. Stel evenwel dat ze van meet af aan blindelings in hem hadden geloofd en hem 100.000 euro hadden voorbehouden maar hij realiseerde een seizoen zoals (door omstandigheden) zijn kompaan Ilan Van Wilder zou hij dan naar de ploegleiding gestapt zijn om ootmoedig te bekennen dat hij overbetaald was en dat hij een neerwaartse contractaanpassing zou aanvaarden? Ik dacht van niet. In het voorkomende geval zal Hirschi’s lopende contract wel een upgrade hebben bekomen maar misschien nog niet binnen het kader van zijn stoutste dromen, die nog opgejut werden door zijn wijdgapende mentor Fabian Cancellara, die in werkelijkheid een totaal ander personnage zou zijn dan de perceptie laat uitschijnen. Ik heb mijn twijfels of Hirschi’s lastminutedemarche aan de vooravond van zijn moeilijke jaar van de bevestiging hem veel goed zal doen.

 

Ook Wout Van Aert stapte eind 2018 ook voortijdig op bij zijn opdrachtgever Nick Nuyens maar daar zou hij zijn goede dringende redenen voor gehad hebben en waarin de rechtbank van Mechelen hem volgde. Nuyens ging daartegen in beroep. Verwonderlijk dat we daar, inmiddels veertien maanden later, niets meer van gehoord hebben.

woensdag 20 januari 2021

 Niet mijn grote gelijk maar mijn bescheiden mening

Champions League 

van de Koers moet zich dringend herbronnen


De World Tour, de zelfverklaarde Champions League van de Koers, telt te veel koersdagen (zowat 180) al zullen er dat in 2021 Covid-19 gewijs een pak minder zijn. Tour Down Under en de Cadel Evans Race zijn er reeds van tussen, een lot dat misschien ook de UAE Tour (21-27 februari) en nog meer manches wacht.

Voorts blijft alles bij het oude, ook de 21 dagen van de Giro, de Tour en de Vuelta. Waarom er, in plaats van driemaal zeven, niet driemaal vijf dagen van maken? Dat zou een winst van achttien dagen betekenen en meer klassementrenners inspireren om aan drie in plaats van twee grote ronden deel te nemen. Ook het aantal, overbodige en vervélende ritten zou daarmee afgevlakt worden.


En dan is de truienkwestie die voortvloeit uit de ééndaagse kampioenschappen. Indien men dat in het voetbal toepaste dan zou men bijvoorbeeld de winnaar van S.C. Charleroi - Racing Genk tot de Belgische landskampioen kunnen uitroepen en de winnaar van bijvoorbeeld Borussia Mönchengladbach - Paris Saint-Germain tot tot kampioen van de Champions League. Een utopie?! Inderdaad, maar wel één die in het wielrennen van toepassing is.


Ach, het ééndaagse wereldkampioenschap wielrennen, een gedrocht dat wel eens (met Heinz Müller in 1953, Harm Ottenbros in 1969, Romans Vainsteins in 2000, Igor Astarloa in 2003,…) rare capriolen maakte. Het wereldkampioen-schap? What’s in a name?! Kampioen van de wereld op één namiddag? Komaan zeg! Toch kregen ook die accidentele winnaars de fonkelende regenboogtrui over de schouders getrokken terwijl dé échte renner van dat jaar verder moet in zijn dagdagelijkse merkentrui net als winnaar van de Giro, de Tour en de Vuelta. 


Maak er toch de G.P. van de UCI van als apotheose op de slotdag van het seizoen met een dag- en dé eindwinnaar van de World Tour. Dat zou ook meer perspectief bieden voor de gedevalueerde Giro di Lombardia, die ook op 9 oktober 2021 dertien dagen nà het wereldkampioenschap op de kalender, als “vijgen na Pasen” zal aanvoelen want waarvoor nogal wat toppers de neus ophalen.


Om het peloton nòg béter in te kleuren zou ik de leider in de tussenstand van de World Tour laten opdraven in de regenboogtrui, de laatste winnaar van de Giro in la maglia rosa, van de Tour in le maillot jaune en van de Vuelta de maillot rojo.

De nationale truien zou ik uitreiken aan en laten dragen door elke eerste geklasseerde van zijn land in de tussenstand van diezelfde World Tour. Volgens het verloop van het seizoen 2020 zouden dat begin 2021 zijn: Wout Van Aert (België), Julian Alaphilippe (Frankrijk), Diego Ulissi (Italië), Mathieu van der Poel (Nederland), Jakob Fuglsang (Denemarken), Maximilian Schachmann (Duitsland), Marc Hirschi (Zwitserland), Joao Almeida (Portugal), Richie Porte (Australië), Peter Sagan (Slovakije), Primoz Roglic (Slovenië), … 

Démare en van der Poel werden in 2020 ook de officiële kampioenen van hun land.

In die gevallen zou de kampioenentrui de vlag zijn die de lading dekt, zoals nièt (sorry) Dries De Bondt (België), Kasper Asgreen (Denemarken), Stefan Küng (Zwitserland), godbetert Marcel Meisen (Duitsland), Giacomo Nizzolo (Italië), Rui Costa (Portugal), Luis Leon Sanchez (Spanje), Cameron Meyer (Australië), Juraj Sagan (Slovakije), … Zouden zij (h)erkend worden als kampioenen van hun land?

De truien in de grote ronden dan. Zowel die van de puntenstand als van de bergprijs thans toegekend worden is het meestal geen exacte weergave.

Naar mijn gevoelen zou men de paarse (Giro), de groene (Tour) en de blauwe stippen (Vuelta) trui moeten toekennen op basis van optelling plaatsen (één plaats voor de eerste, …, vijftig plaatsen voor de vijftigste) zoals in de jaren vijftig en zonder misplaatste tussenspurten. In dat geval zou, zoals elke seconde voor het tijdklassement, elke plaats tellen. 

De trui van de bergprijs zou men volgens moeten toekennen op basis van de gerealiseerde tijden van de voet naar de top van elke col. Dat zou de ware bergkoning belonen in de plaats van de toevallige zoals in de Tour Bernard Vallet (1982), Thierry Claveyrolat (1980), Christophe Rineiro (1998), Franco Pellizotti (2009), Anthony Charteau (2010),… 

Ook de Giro en de Vuelta zaten met dat soort dissonanten opgezadeld: verdienstelijke coureurs maar hoégenaamd géén bergkoningen. 

De Giro van vorig jaar produceerde ook zo’n iemand: Ruben Guerreiro, 33ste op zowat twee uur van zijn landgenoot Joao Almeida

De bergprijs van de Tour was met eindwinnaar Tadej Pogacar (Tour) en van de Vuelta met Guillaume Martin (veertiende op een kwartier van Primoz Roglic) beter af.

Ik maak mij géén illusies: van deze (nochtans niet gratuite) ideeën zal weinig of niets in huis komen. So be it!

dinsdag 19 januari 2021

Jan RAAS en Hennie KUIPER 

verdrongen hem vanaf 1976 …

Jo de ROO

de éérste Nederlandse

koning van de klassiekers

 

Na de eerste helft der jaren zestig van vorige eeuw leek hij voor ééns én voor àltijd de Nederlandse koning der klassiekers tot Hennie Kuiper en Jan Raas, die bovendien wereldkampioen werden, hem een kleine twintig jaar later verdrongen.

Raas en de Roo zijn allebei Zeeuwen die van alle Nederlanders het meest op Vlamingen lijken.

Jo, afkomstig uit Schore (in Zeeland en dus niet te verwarren met de Middelkerkse deelgemeente), was een boerenzoon die door Piet Rentmeester, een twee jaar oudere streekgenoot, aangemoedigd werd. Jo kwam als tiener geregeld naar Vlaanderen om er koerswijsheid op te steken. 

Zo werd hij in 1957 als laatstejaarsamateur na Alfons (opa van Hendrik, Diether en Laurens) Sweeck tweede in Gent-Wevelgem en werd hij na twee dagzeges derde in de Ronde van West-Vlaanderen. Met nog meer waardevolle resultaten daarbovenop wenkte de beroepscategorie. 

Voor het bescheiden Magneet-Vredestein en Middelkamp beperkte hij zich tot de Nederlands criteriums en de Vlaamse kermiskoersen. Meer aanzien kreeg hij met winst in de slotrit der Ronde van Nederland 1958 die aankwam in het Olympisch Stadion van Amsterdam, waar hij het op zijn 21ste haalde van zijn beslagen gezellen Ab Geldermans, Gerrit Schulte, Jef Schils, Raymond Impanis, …

Dat was het scharniermoment om vanaf 1960 bij de Franse ploegen (Helyett-Fynsec en Saint-Raphael) rond Jacques Anquetil, een internationaal programma kreeg af te werken.

Een dag- en de eindzege in de Giro di Sardegna zette al meteen de hogere toon. Aansluitend werd hij achtste in Milano-Sanremo en vijfde in Gent-Wevelgem. Hij had zijn ware bestemming gevonden maar werd gelijk als kanonnenvlees voor de leeuwen gegooid én in de Giro én in de Tour. Hij overleefde er de cols niet en zwoer de dronkemanseed nooit nog naar die terreinen terug te keren.

Jo onderscheidde zich almaar meer in de belangrijkste ééndagkoersen, al brachten het voorjaar van 1961 en 1962 niet helemaal wat hij ervan verwacht had. 

In Bordeaux-Paris (een marathon van 600 km., waarvan de tweede helft gegangmaakt) vatte hij verse moed. Na zijn improvisatie in 1961 (toch zesde op minder dan twee minuten van de ex-winnaars Wim van Est en Louison Bobet maar ruim twee minuten voòr Raymond Poulidor) keerde hij beter voorbereid terug in 1962 en dat mondde uit in een triomf die Saint-Raphael - Helyett verblijdde en hem vrijstelde van de Tour. 

Tijdens een kabbelende zomer laadde hij zich helemaal op voor een eclatant najaar. at rendeerde met winst in Paris-Tours aan 45 km./u, een snelheidsrecord. De zaterdag daarop was zijn opmars in de Giro di Lombardia nòg stràffer. Als niet-klimmer bedwong hij met vallen en opstaan de roemruchte Muro di Sormano alvorens de Italiaanse runners up Adriano Durante en Michele Dancelli in Como te verslaan. 

Na afloop bleek Jo zich ook de eindwinst in de Super Prestige Pernod te hebben toegeëigend. Dat dankte hij aan de ondeskundige puntentoekenning. Zijn drie grote sterk uiteenlopende overwinningen leverden hem (50 + 60 + 60) 170 punten op. Jef Planckaert bleef op 148 eenheden steken: 50 van zijn gewonnen Paris-Nice, 8 van zijn zesde plaats in Vlaanderen, 20 van zijn vierde plaats in Roubaix en 70 van zijn tweede plaats in de Tour. Zijn gewonnen Liège-Bastogne-Liège (één van de vijf monumentale klassiekers) telde zowaar nièt méé zoals wel La Flèche Wallonne alsook godbetert Nice-Genua, de G.P. Stan Ockers en de Giro di Campania. Het is in die dagen dat ik eigen puntensystemen bedacht. 

Jo De Roo deed zijn ‘dubbelslag van de vallende bladeren’ het jaar daarop over. De Ronde van Vlaanderen, waarin hij twaalfde (1961) en tiende (1963) was geworden, werd zijn volgend doel. In 1964 schoof hij op naar de derde plaats. In een ijzige oostenwind verloor hij in Gentbrugge, ruim vier minuten na de triomferende Rudi Altig, de spurt voor de tweede plaats van wereldkampioen Benoni Beheyt. In 1965 was het aan hem. In de Nederlandse driekleur was hij op de verzopen zaterdag 17 april de enige die de losgeslagen Ward Sels (in de Belgische driekleur) na de Kruisberg en de Edelare kon remonteren om de nochtans intrinsiek snellere Kempenaar in een bizarre spurt te verslaan. 

Drie en een halve maand later verlengde de Roo zijn Nederlandse titel die een week de Tour werd uitgereikt zodat het een fabel was dat hij zijn dagzege in Perpignan dankte aan het feit dat de Fransen hem, in hun nationale kleuren, op de bergen geduwd hadden.

Johannes de Roo had na 1965 het beste gehad maar hij won in 1966 toch nog de Belgische openingskoers door zich, na een bandbreuk, met een late uitval uit de voeten te maken voor de vluggerds Walter Godefroot, (de gedeklasseerde) Rik Van Looy, Eddy Merckx en Willy Planckaert. In Vlaanderen en in Roubaix bleef hij steken op de 15de respectievelijk 12de plaats. 

Aansluitend lukte hij in zijn éénmalige Vuelta een voltreffer in Catalayud, waar hij voor Gerben Karstens de spurt zo krachtig aantrok dat die er - verbijsterd - niet meer over geraakte. 

Twee maanden later behaalde hij in Aubenas voor de derde keer op een rij een dagzege in de Tour, op zijn 29ste verjaardag nog wel. Daarna kon hij het zich telkens veroorloven om vervroegd naar de heimat terug te keren. 

 

In 1967 en 1968 was hij bij Willem II, waarin onder anderen ook Peter Post en Rik Van Looy, aan welverdiend uitbollen toe.

Of de Zeeuwse Adonis alles uithaalde wat erin zat? De introverte stylist wilde niet het hele seizoen een vakidioot zijn. In dit tijdvak zou hij ongetwijfeld tot de euromiljonairs van de fiets behoren. 

zondag 17 januari 2021

 Verdwenen jeugdkoersen 

De voorbije decennia zijn er voor de jeugd onwaarschijnlijk veel méérwaardige koersen definitief van de kalender verdwenen. 

Bij de opsomming beperk ik mij tot de voornaamste, het zijn er dus nòg véél méér.

 

Eliten zonder contract & Beloften:

    G.P. Waregem

    Zesbergenprijs - Harelbeke

    Zellik-Galmaarden

    Omloop van de Vlaamse Gewesten - Kampenhout

    Hasselt-Spa-Hasselt

    Sterfinale in Aartselaar

    Vlaanderen Europa Classic / G.P. Geel

    Antwerpen-Tielen

    Ronde van de Kempen

    Naamse Pijl

    Vlaamse Pijl - Harelbeke

    Antwerpse Pijl - Schoten

    La Flèche des Barrages

    Seraing-Aachen-Seraing

    Tweedaagse van de Gaverstreek (Stasegem & Deerlijk)

    Ronde van Limburg

    Omloop van de Drie Zustersteden - Willebroek

    Ronde van Antwerpen

 

Junioren:

    Europaprijs Geraardsbergen

    Ledegem-Kemmel-Ledegem & Gent-Menen

            (gefuseerd tot Menen-Kemmel-Menen)

    Omloop van het Waalse Gewest - Sombreffe

    Driedaagse van de Noorderkempen

    Ster van de Vlaamse Ardennen

    Ronde van de Denderstreek

    Omloop Mandel-Leie-Schelde - Meulebeke

 

Nieuwelingen:

    Trofee Het Volk - Aspelare

    Gouden Fiets Eddy Merckx - Wolvertem

    Polleur-Stoumont-Polleur

    Omloop van Zuid-Oost Vlaanderen - Geraardsbergen

    Ronde van het Meetjesland

    Vlaanderen Ridley Tour

    Ardennenkoers Harzé.

 

Ook de provinciale kampioenschappen (weg- en tijdrit) hebben geen bestaanszekerheid meer. De provinciale afdelingen zouden daarin hun verantwoordelijkheid moeten opnemen maar sommige onder hen vangen dit liever op met een ‘open’ kampioenschap. Een ersatz-oplossing waarmee ze de correct handelende provinciale inrichters voor schut zetten.

Wallonië ging met dit gegeven beter mee om met het in leven roepen van een FCWB-kampioenschap met verschillende manches.

Ook de aspirantenenkalender 

2021 mag best gezien worden

 

Met vanaf april vrijwel elk weekend minstens één wedstrijd kunnen de 12-, de 13- en de 14-jarigen een mooi programma afwerken. Hopelijk komen er tijdens de kalmste weekends nog enkele organisaties bij.

Het zit er wel aan te komen dat de overgrote meerderheid van die koersen in twee reeksen zal opgesplitst worden en soms is het jammer dat de besten mekaar daardoor ontlopen. Zou het onbegonnen werk zijn om bij de samenstelling van die reeksen de beteren van de anderen te onderscheiden? 

Ik blijf het wel bizar vinden dat tijdens het weekend van 12-13 en van 19-20 juni een Vlaamse ‘examenstop’ wordt ingelast (alsof de aspiranten de enigen zijn die in die periode geacht worden te studeren) en dat het seizoen voor de aspiranten in Vlaanderen al eindigt tijdens het laatste weekend van september. Goed dat de Vlaamse aspiranten er in Bury en Baudour een verlengstukje kunnen aan breien. 

Ook jammer dat Maarkedal, dat de aspiranten ook al uitnodigt op zaterdag 7 augustus een organisatie heeft op 15 augustus de dag van het kampioenschap van België terwijl er op zaterdag 21 augustus nog geen aspirantenkoers voorzien is in Vlaanderen. Die dag kan Maarkedal (zestien hellingen op zijn grondgebied) één of meer kakelverse kampioenen van België begroeten.

Voorts hoop ik dat het kampioenschap van Vlaanderen (zowaar op de ... Nationale Feestdag) in Mazenzele ook tijdritten gepland heeft. Dat was de voorbije jaren in Leopoldsburg en Deftinge helaas niet het geval.

Last but not least zijn er tijdens de zomervakantie enkele driedaagsen.

In de eerste hoop ik dat ook de International Belgian Youth Tour (IBYT) van duizendpoot Francis Van Mechelen begin juli de draad kan heropnemen maar door de betrokkenheid van veel buitenlandse tieners is dit hoogst onzeker.

De Antwerp Tour herneemt wel op 30 juli (tijdrit in Wuustwezel), 31 juli (Merksplas) en 1 augustus (Rijkevorsel).

Eind augustus is er de Driedaagse van West-Vlaanderen, die in 2020 al een eerste keer was voorzien. Nu hoopt men op meer sanitaire meeval voor de tijdrit in Leke (27 augustus) en voor de wegritten in Ruddervoorde (28 augustus) en in Schuiferskapelle (29 augustus).

zaterdag 16 januari 2021

Ook de regionale koersen zullen uitstekend bezet zijn

De nieuwelingenkalender

2021 is aardig gestoffeerd

 

Vooreerst is er de zelfverklaarde Topcompetitie. What’s in a name? Zou men het niet beter over de Interprovincie hebben voor deze amper vier manches:

• de G.P. de Vezin (25 april)

• Herman Vanspringels Diamond (Vorselaar, 16 mei)

• G.P. de Jemeppe (26 september)

• Affligem Classic (10 oktober)

Uiteraard mocht de (sic) in-con-tour-na-ble Beker van België niet ontbreken met deze vijf manches:

• Katjeskoers (Boezinge, 28 maart)

• G.P. Mazda - Schelkens (Borsbeek, 24 mei)

• G.P. de Frasnes-lez-Anvaing (11 juli)

• G.P. Nederhasselt (29 augustus)

• Keizer in Tielt (3 oktober).

Deze vijf koersen zouden véél beter af zijn met een interprovinciaal statuut waardoor de betere clubs méér dan amper vier van hun beste elementen kunnen inzetten. 

Er zijn verder de ‘losse’ interclubs (1.17): Hoboken (1 mei) en de Prins in Bonheiden (6 juni).

 

Er zijn vooral ook deze meerdaagsen (2.17):

        • de West-Vlaanderen Tour (19-22 augustus)

        • nieuwkomer Rotselaar (29 & 30 mei) 

          (hopelijk blijkt dit géén gemengd Vermarc-kampioenschap)

        • Tour de Basse-Meuse (Blegny op 1 & Oupeye op 2 mei) 

-> fernandlambertrlvb@hotmail.com

        • Triptyque Ardennais (31 juli & 1 augustus) 

-> christian.lebeau@cchawy.be

 

Vresse-sur-Semois (12 augustus) krijgt als Ardennenkoers het gezelschap van het terugkerende Herbeumont (6 juli) én van nieuwkomer Couvin (26 augustus).

 

Ook de nationale tijdritten zijn met hun drieën: Poperinge (nieuw) op 17 april, Borlo op 17 juli en de Memorial Igor Decraene in Waregem op 5 september.

 

Behalve de provinciale (weekend 8-9 mei), de Vlaamse (Laarne op Hemelvaart-donderdag 13 mei en de nationale kampioenschappen (tijdrijden op 1 mei in Koksijde en de wegrit per 25 juli op een nog niet gekende locatie) is er voor de 15- en de 16-jarigen ook een afzonderlijk kampioenschap van Vlaanderen op Hemelvaart(donder)dag 13 mei in Laarne en van Wallonië.


  REGIONALE KALENDER
februari26 
februari27Rijkevorsel
februari28 
maart1 
maart2 
maart3 
maart4 
maart5 
maart6Sint-Maria-Lierde
maart7Ursel, Zepperen
maart8 
maart9 
maart10 
maart11 
maart12 
maart13Ichtegem, Klein-Sinaai
maart14Edewalle, Heestert
maart15 
maart16 
maart17 
maart18 
maart19 
maart20Damme, Nieuwrode, Pommeroeul
maart21Damme, Essen
maart22 
maart23 
maart24 
maart25 
maart26 
maart27Rotselaar, Zutendaal
maart28 
maart29 
maart30 
maart31 
april1 
april2 
april3Mopertingen
april4Borgloon
april5Borlo, Pollare
april6 
april7 
april8 
april9 
april10Hakendover
april11Nandrin, Veldegem, Zoutleeuw
april12 
april13 
april14Dentergem
april15 
april16 
april17Geluveld
april18Haasrode
april19 
april20 
april21 
april22 
april23 
april24Dadizele, Harelbeke, Herenthout
april24 Sint-Joris-Weert, Vlezenbeek
april25Bachte-Maria-Leerne, Deux Acren
april26 
april27 
april28 
april29 
april30 
mei1Aalbeke, Lendelede, Neerwinden, Ramsel
mei2 
mei3 
mei4 
mei5 
mei6 
mei7 
mei8 
mei9 
mei10 
mei11 
mei12 
mei13Sleidinge, Sint-Martens-Bodegem, Zwevegem
mei14 
mei15 
mei16Krombeke
mei17 
mei18 
mei19 
mei20 
mei21 
mei22Lauwe, Oostnieuwkerke
mei23Elewijt, Temse
mei24Oosterzele
mei25 
mei26 
mei27 
mei28 
mei29Orroir, Rotselaar
mei30Kruisem, Neufvilles, Rotselaar
mei30 
mei31 
juni1 
juni2 
juni3 
juni4 
juni5Otegem
juni6Bierbeek, Meulebeke, Roosdaal-Pamel
juni7 
juni8 
juni9 
juni10 
juni11 
juni12Zedelgem
juni13 
juni14 
juni15 
juni16 
juni17 
juni18 
juni19Binderveld, Ploegsteert, Romsée
juni20Passendale, Poeke, Tielt-Winge
juni21 
juni22 
juni23 
juni24 
juni25 
juni26Bogaarden, Lichtervelde
juni27Bogaarden, Kuurne, Lommel, Merelbeke
juni28 
juni29 
juni30Kuurne
juli1 
juli2Merelbeke
juli3Slypskapelle
juli4Geetbets, Ekeren
juli5 
juli6 
juli7Dikkebus, Scheldewindeke
juli8 
juli9 
juli10 
juli11Borsbeke, Parike
juli12 
juli13 
juli14 
juli15 
juli16 
juli17Budingen, Kerniel
juli18Escanafles, Maarkedal
juli19 
juli20Roeselare
juli21Maarkedal
juli22 
juli23 
juli24 
juli25Geel-Stelen, Westrozebeke
juli26Sint-Maria-Lierde
juli27 
juli28Voortkapel
juli29 
juli30 
juli30Bambrugge
juli31 
augustus1Deftinge, Drieslinter
augustus2Kooigem
augustus3 
augustus4Heide-Linter
augustus5 
augustus6 
augustus7Erondegem, Heestert, Horrues
augustus8Bierbeek-Bremt, Egem, Meer, Nederzwalm
augustus9 
augustus10Brasschaat, Temse
augustus11 
augustus12 
augustus13 
augustus14Erpe-Mere
augustus15Loppem
augustus16 
augustus17 
augustus18 
augustus19 
augustus20 
augustus21Edewalle, Tollembeek
augustus22Vichte, Werchter
augustus23 
augustus24 
augustus25Ruiselede
augustus26 
augustus27 
augustus28Kortemark
augustus29Opgrimbie, Uitbergen, Waanrode
augustus30 
augustus31 
september1 
september2 
september3 
september4Hulste
september5Molenbeek-Wersbeek, Vollezele
september6 
september7 
september8 
september9 
september10 
september11Desselgem, Elverdinge, 
september12Dentergem, Kontich
september13 
september14 
september15 
september16 
september17 
september18Brakel
september19Meerle, Tiegem, Nieuwpoort
september20 
september21 
september22 
september23 
september24 
september25Maarkedal
september26Lichtervelde
september27 
september28 
september29 
september30 
oktober1 
oktober2 
oktober3Rumst
oktober4 
oktober5 
oktober6 
oktober7 
oktober8 
oktober9Sint-Denijs
oktober10 
oktober11 
oktober12 
oktober13 
oktober14 
oktober15