donderdag 18 juni 2020

Na de media-orkaan van de voorbije dagen 
wil ik daar vandaag dolgraag nog één en ander aan toevoegen.

Een menselijke God, een goddelijke Mens …

Eddy MERCKX:
over wie je nooit uitverteld bent

Eddy Merckx werd geboren samen met de naoorlogse wielerperiode waarvan hij de absolute grootmeester zou worden. Zijn meesterschap inzake palmares mag je trouwens doortrekken over de volledige wielergeschiedenis.
In mijn ‘eeuwige’ palmares ranking sprokkelt hij met 1158 punten (bijna) 85% punten van de som van zijn voornaamste accessieten (Alfredo Binda 688 en Gino Bartali 677).
In mijn naoorlogse ranking is zijn meesterschap nog iets uitgesprokener: hij komt uit op 825 punten, Sean Kelly (483) en Bernard Hinault (470) volgen op respectabele afstand.  
Volgens diezelfde berekening werd hij renner van het jaar 1967, 1968, 1969, 1970, 1971, 1972, 1973, 1974 en 1975. Al die jaren was hij de onweerlegbare kampioen van de wereld, niet van één maar van àlle namiddagen van die jaren. In eender welke andere sport zou hij negen keer als wereldkampioen geïnaugureerd zijn. Freddy Maertens stootte hem in 1976 van zijn sokkel. Een clash in Barcelona/Montjuich 1973 (waar ze mekaar de regenboogtrui niet gunden) had diepe wonden geslagen. Onherstelbare? Niet voor Eddy, die Freddy decennia later opzocht om het voorval uit te praten. Van dan af onderhielden de beide antagonisten een goed contact.
Freddy heeft moeilijke tijden gekend.
“In die periode was Eddy de enige die mij geregeld opbelde om te vernemen hoe het met mij was”, vertelt Freddy graag. “Toen mijn hart ondraaglijk sputterde, drong Eddy er bij hartchirurg Brugada aan om mij voor te nemen en dus werd ik binnen de kortste keren geopereerd en mijn gezondheid herstelde. Bij een latere ontmoeting overhandigde hij Carine een enveloppe te overhandigen waarin de premie die ik hem had uitgekeerd voor zijn assistentie bij mijn wereldtitel in Ostuni 1976. Eddy vond veertig jaar later dat hij er geen recht op had omdat hij er naar eigen zeggen niets had voor gedaan. Bij zoveel edelmoedigheid knijp je wel even in de wangen.” 

Merckx’ meest memorabele moment zal wel de Tour van 1969 wezen die hij als Belg dertig jaar na Sylveer Maes won. Bovenal was er de heroïsche manier waarop hij dat bewerkstelligde met acht dagzeges, waarvan de koninginnenrit der Pyreneeën van Luchon naar Mourenx de kroon spant en die hij won met acht minuten voorsprong op de eerste ‘achtervolgers’ en dubbel zoveel op de volgende. In die Tour van 1969 veroverde hij alle truien met aanzienlijke verschil.

Eddy aanziet zijn triomf in de Ronde van Vlaanderen van 1975 als zijn mooiste klassieke triomf die hij al inzette op de Oude Kwaremont op 104 km. van de finish in Meerbeke. Frans Verbeeck was de enige die kon aanklampen en die na afloop orakelde dat Eddy op de kop vijf per uur rapper reed als hij. Eddy dubbelde trouwens een respectabel aantal achtervolgers in de lokale ronde.
Persoonlijk vond ik Merckx’ solo (vanaf Vollezele met nog 73 km. voor de boeg) in 1969 (waarbij Lomme Driessens hem ‘zot’ verklaarde waarop Eddy replikeerde met ‘kus mijn kloten’) nòg stràffer.

De opsomming van wat hij nièt won is korter dan die van wat wel. Dat Paris-Tours hem ontglipte, is een voetnoot, waarmee hij hen, die “la classique des feuilles mortes” wèl wonnen, de gunst verleende om te verkondigen “Merckx en ik hebben samen àlle klassiekers gewonnen!”. Het was wijlen Noël Vantyghem die deze lanceerde na zijn overwinning in 1972.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten