woensdag 2 april 2025

Sander WILLEMS moet even verder zonder zijn compagnon de route Vic DE SMET

 

Ook voor de nieuwelingen zit de eerste voldragen maand erop, waarin ze een beperkte agenda kregen af te werken.

Moos Mevissen (een voor Isorex uitkomende Nederlander) is de lijstaanvoerder aan dankzij winst in de GP Monseré en de dichtste ereplaats (na zijn kompaan) Tobias Flajs in de Halluinberg Classic (Fr.). Jammer dat hij als Isorexiaan niet mocht deelnemen aan de Chrono Challenge in Borlo, waar Sander Willems bij afwezigheid van Vic De Smet weinig tegenstand ondervond. Enkel Tristan Depoorter (+24”), Stan Jammaer (+26”), Timothy Verhulst (+28”) en Daan Van Raemdonck konden het verschil onder de halve minuut houden.

 

Dat zou ongetwijfeld ook Vic De Smet gedaan hebben (of wie weet?) maar na zijn demonstratie op de openingsdag in Staden bleef hij spoorloos in de uitslagen. 

Op de krokusstage met Avia-Rudyco voelde hij zich zo zen dat hij zich, in weerwil van een opstekende groeispurt (6 cm. in twee weken) aan overacting bezondigde. Hij stak er alle junioren naar de kroon maar betaalde daar een prijs voor: een knie die het helemaal liet afweten en om rust en behandeling smeekte. Zijn groeischijven zijn nog steeds in volle actie en pushen hem straks boven de 1,80m, een (on)genoegen dat hij met zijn tweelingbroer deelt maar waaruit hij sterker en bezadigder zal komen. De jongste signalen zijn geruststellend: de specialist gaf hem maandag een inspuiting die hem toelaat om vanaf morgen zijn fietstraining behoedzaam te hernemen. Indien pijnvrij mag hij komend weekend zelfs koersen maar normaliter zal zelfs het PK tijdrijden van donderdag 10 april in Herzele te vroeg komen in tegenstelling tot de Chrono Challenge van Poperinge op 26 april en bovenal de Ronde van Vlaanderen op Hemelvaartdag 25 mei in Oudenaarde.

Michel Geerinck en Johan Molly houden Vic nauwlettend in de gaten dat hij niet opnieuw buiten zijn oevers treedt. Johan heeft trouwens voor deze namiddag een bikefit geregeld om zijn fietspositie te optimaliseren.

 

Enkele éérstejaars deden het uitstekend in maart, inzonderheid Stan Jammaer, die in Lierde een pittige koers won en met enkele dichte ereplaatsen omkranste, vooral de derde in de tijdrit van Borlo, waar wegkampioen Timothy Verhulst bevestigde dat hij van deze discipline een voornaam werkpunt heeft gemaakt.

Mathis Vandenheede, Flynn Delanghe, Alexander Bastiaens, Miel Heuninck, Brent Biesbroeck, Jelle Vanhove en Gust Van Welde mogen het als een compliment interpreteren dat ik hen in Borlo dichter had verwacht. Dat moet beter op hun respectief PK en in Poperinge.

 

Mathiz Tielens boekte als eerstejaars twee overwinningen, opgelijst met een zevende plaats in Borlo waar hij het als titelverdediger van het bouwjaar2010 weliswaar moest afleggen tegen Stan Jammaer.

 

Ook Robrecht Viaene en Jules Vydt lieten zich van hun beste zijde zien met fraaie ereplaatsen én een mooie overwinning. Zij haalden al evenmin de neus op voor de tijdrit in Borlo, waar ze 8ste respectievelijk 17de werden.

 

dinsdag 1 april 2025

Edouard CLAISSE en Vos COLEMAN

de meest spraakmakende junioren

 

Voor de wielerjeugd zit de eerste voldragen maand erop. De junioren hadden, niet in het minst in eigen land, wel al aardig wat werk aan de winkel maar ook over de grenzen was er beweging.

Edouard Claisse was in de eerste lentemaand de meest spraakmakende junior. In het openingsweekend werd hij op zaterdag vijfde in de tijdrit en won hij op zondag de rit-in-lijn van de GP San Vicente - Costa Blanca (Sp.). De zondag daarop werd hij twaalfde in de GP Les Franqueses (Sp.) en vierde hij zijn terugkeer in eigen land (het Henegouwse Vaudignies nabij Chièvres) met winst in Orroir - Mont de l’Enclus. 

But we ain’t seen nothing yet: na Spanje veroverde hij ook Frankrijk met eclatante winst (grote voorsprong) in La Bernaudeau (Fr., Vendée) en in de tweedaagse Tour du Bocage et de l’Ermée. Daar moest hij het nochtans eerst tweemaal afleggen tegen Thibaut Van Damme: op zaterdag in Montenay en op zondagmorgen in de tijdrit in Ambrières-les-Vallées. In de tussenstand telde Claisse vier seconden mali op de Kruisemnaar, die zich in de namiddagrit als een nieuweling liet verrassen door de blitzstart die hij niet meer kon rechtzetten. Het had meer dan wat te maken met een recente ziektetoestand en het daardoor innemen van antibiotica die hem in de derde rit parten speelde maar hem het vertrouwen naar de volgende koersen geenszins ontneemt. 

Voor Claisse lag het zegepad wijdopen om zich alle klassementen toe te eigenen: de tijd, de punten en de bergprijs. Edouard mocht bovendien geamuseerd toekijken hoe zijn jonge kompaan (CC Chevigny) Emil Siegers de slotrit won en in het eindklassement klom naar de tweede plaats.  

 

Edouard is niet de kleinzoon maar wel de zoon van de bescheiden ex-renner Joël Claisse (60), die 37 jaar geleden zijn voornaamste overwinning behaalde op de Mont de l’Enclus, terminus van de tweede rit van de franco-belge 1988.

Insiders beweren dat Edouard met overdreven trainingsijver nu al (té) fanatiek voor zijn vak leeft. Vorig jaar kon hij als eerstejaars tijdens een sterke nazomer alsnog een selectie afdwingen voor het WK in Zürich, waar de beste Belg werd met een elfde plaats. Dit jaar wil hij in het algemeen nog beter doen, al moet hij zich daar eigenlijk niet druk meer over maken want hij heeft zich voor 2026 al verzekerd van een plaats in Wanty-Nippo-ReUz, het Devo Team van Intermarché-Wanty.

 

Edouard Claisse werd als maatstaf gemist in Kuurne, Nokere Koerse, de Guido Reybrouck Classic (Damme), de E3 Harelbeke en de Chrono Challenge in Borlo, waarin hij zou geconfronteerd worden met onder anderen Vos Coleman, de veropenbaring van het seizoenbegin. 

 

Coleman werd als topper veel minder verwacht dan Claisse maar dat belette de goedlachse Merelbekenaar niet om te excelleren én te winnen in Damme en in de tijdrit van Borlo. Zien we die twee antagnonisten de komende weken een duel aangaan in bijvoorbeeld Paris-Roubaix of in de Ster van Zuid-Limburg?

 

Derde uitblinker van maart 2025 is de onvolprezen Thor Michielsen, een vat vol strijdlust die in Nokere Koerse ondanks een nadelige uitgangspositie door een pijnlijke val en met een bloedende rechterhand als primus door de finish reed na een pittige finale. Thor bevestigde zijn strijdlust in Damme en in Harelbeke en illustreerde in Borlo (9de) dat hij, zoals beloofd, van het tijdrijden een voornaam werkpunt had gemaakt. 

 

Tuur Verbeeck zorgde er met een sterk nummer in Kuurne voor dat de lente van het R.EV Cycling Team nu al grotendeels geslaagd is.

 

Minstens even straf was wat Mikita Babovich in Harelbeke neerzette. Hij werd al in 2024 door Francis Van Mechelen als célèbre inconnu in bescherming genomen en in diens Cannibal B Victorious geïntegreerd. Mikita behaalde, als de dubbele kampioen van zijn land, vanaf de zomervakantie de ene overwinning na de andere. Toch kostte het hem alle moeite van de wereld om voor de hardvochtige UCI-commissarissen administratief in orde te zijn voor het EK in Limburg, waar hij door de voorafgaande heisa niets kon forceren. 

Eén en ander zal hij dit jaar dubbel en dik ophalen. Na een schoorvoetend seizoenbegin hebben ze dat een eerste keer stevig ondervonden in de loodzware (want identieke finale als de profs) E3 Harelbeke, de eerste manche der Nations Cup, waarin hij als één van de eerste aanvallers alsnog wegreed uit de compacte groep der favorieten waarin onder anderen Jasper Verbrugge, die op advies van zijn mentor Patrick Huyghe, de weg van de gestage maar duurzame progressie bewandelt, werd eerste Vlaming niettegenstaande ook hij al van een vroeg offensief deel uitmaakte.


vrijdag 28 maart 2025

Tadej POGAčAR zal gemist worden maar is niet onmisbaar in de

 

E3 Saxo Classic HARELBEKE

Vlaanderens spectaculairste

 

De E3 Saxo Classic Harelbeke is voor mij een mix van jeugdsentiment en spitsvondige innovatie. Zoveel Bourgondische belévenissen destijds op gang getrokken door wijlen Nesten die in de publiekstent tot groot vermaak van velen stond te karikaturen. Rik Delneste was ook de gangmaker van de après-course, het verlengstuk van een waar volksfeest.  

 

Misschien wel de meest beklijvende momentopname was op 1 april 1978, de huwelijksdag van wijlen Pierre Lano, medesponsor van Freddy Maertens, die dankte met een overwinning en door de kersverse bruid Myriam Deryckere gefeteerd werd.

 

De grote koers van Harelbeke werd in 1958 gekerstend onder de noemer Harelbeke-Antwerpen-Harelbeke. Het begroette de regional hero Armand Desmet als opener van de erelijst. De Waregemnaar, die op het eindpodium van de drie grote ronden had kunnen staan, was een passende lijsttrekker.



Het epitheton E3 had er op dat moment nog geen uitstaans mee maar was wel al een autosnelweg tussen Harelbeke en Antwerpen en dus achtte de organisatie het gepast om vanaf 1970 uit te pakken met ‘E3 Prijs Harelbeke’.

Rik Van Looy had dan al viermaal zijn welluidende naam neergeplant op de uitpuilende erelijst, hij was er zowat het vlaggenschip van. 

De tsunami van ronkende winnaarsnamen zette zich voort met Roger De Vlaeminck in 1971 (11 jaar later geklopt door Jan Bogaert!), Herman Vanspringel in 1974, Frans Verbeeck in 1975, Walter Planckaert in 1976, Didi Thurau in 1977, Freddy Maertens in 1978, Jan Raas (loepzuivere hattrick vanaf 1979), Eric Vanderaerden in 1986, Eddy Planckaert in 1987 en 1989, Guido Bontempi in 1988, Johan Museeuw in 1992 en 1998, Peter Van Petegem in 1999, Andrei Tchmil in 2001, Filippo Pozzato in 2009, Fabian Cancellara een bijna hattrick vanaf 2010, Peter Sagan in 2014, Geraint Thomas in 2015, Michal Kwiatkowski in 2016, Greg Van Avermaet in 2017 en Wout van Aert in 2022 & 2023, Mathieu van der Poel in 2024.

De excellenties Eddy Merckx  en Walter Godefroot ontbreken in die bloemlezing, daar stak ene Hubert Hutsebaut een stokje voor op die voorzomerse zaterdag 25 maart 1972.


Weinigen die het voor mogelijk hielden dat iemand ooit de loepzuivere hattrick (plus één) van Rik Van Looy zou kunnen evenaren, laat staan overtreffen. Dat was dan zonder de waard - Boonen gerekend, die vanaf 2004 zelfs een vierslager realiseerde en in 2012 (na twee dichtste ereplaatsen op rij) nog een vijfde keer won. Tom Boonen is de ontegensprekelijke monsieur E3.

 

De ‘grote koers’ van Harelbeke ondernam een gestage klim in de hierarchie van de ééndagskoersen (1.1 -> 1.HC -> 1.WT2). Indien de veel jongere Strade Bianche aanspraak maakt om het zesde monument te zijn, wat dan met de E3 Harelbeke met vier keer zoveel anciënniteit en een heterogener deelnemersveld, waarmee het veel oudere Gent-Wevelgem onmiskenbaar is bijgebeend. En foei zij die het riskeren om de E3 Harelbeke te decimeren tot een mini - Ronde van Vlaanderen. Het is blasfemie van de hoogste graad. 

 

De E3 Saxo Classic Harelbeke is Vlaanderens spectaculairste en mijn mooiste, maar 42 jaar jonger en een uur korter, het heeft geen extra gekruide finale nodig om te boeien. Deze organisatie blinkt liever uit in exposure en originaliteit maar bovenal draagt het de veiligheid torenhoog in het vaandel. 

Tycoon Jacques Coussens en zijn keurkorps blinken jaar na jaar uit qua inventiviteit en innovatie, vervat in hun E3 Gazet. Naar aanleiding van hun 60ste editie was er bovenal hun diamanten boek ‘E3 Harelbeke, excentrieke klassieker’.

 

Hand in Hand Harelbeke verdient ook dit jaar een laureaat die naadloos aansluit bij de coryfeeën van de vorige edities. Wout van Aert deed dat in 2022 en 2023, Mathieu van der Poel volgde hem op. Tadej Pogačar zal er dit jaar uiteindelijk niet bij zijn om de volgorde van het podium 2023 bij te sturen. Hij veronachtzaamt overmorgen ook aan Ieper-Wevelgem omdat hij voor Paris-Roubaix heeft gekozen, op 13 april zestien respectievelijk veertien dagen na Harelbeke respectievelijk Wevelgem. 

 

Een inrichter, die alles tot in de kleinste puntjes uitstippelde, wordt daar niet bepaald vrolijk van. Jacques Coussens al zeker niet, hij mag zijn 25.000 E3 gazetten als gedateerd opzij schuiven.

Ik ga mij, evenmin als Hand in Hand Harelbeke, verliezen in verwijten. Een valse noot is dit niet, laat staan een schuldig verzuim maar wat Tadej, al of niet opgedrongen door de ploegleiding, besliste is allesbehalve fraai. Hij had reeds zovelen lekker gemaakt om hem in zijn regenboogtrui te zien meedingen voor de primus van de 68ste E3.

 

Ik ga het Pogačar absoluut niet toewensen maar stel dat hij in de Hel van het Noorden al in de beginfase (wars van fysiek leed) door brute pech wordt uitgeschakeld dan zal hij misschien beseffen wat hij aan de koersgekke Leie liet liggen. Leedvermaak zal daarbij ongepast zijn maar karma of immanente gerechtigheid kun je niet tegenhouden.

Uiteraard zijn Tadej en de zijnen vrij om hun programma samen te stellen en aan te passen naar eigen bestwil maar empathie zal het hem niet opgeleverd hebben.



dinsdag 25 maart 2025

Vermeende Brit is een volbloed Merelbekenaar

 

Vos COLEMAN 

from Zero to Hero !

Na Duarte Marivoet in 2023 en Aldo Taillieu in 2024 is er opnieuw een junior out of the blue opgestaan die evenveel in zijn mars heeft als men vanuit divserse hoeken wilde laten uitschijnen. Zelfs Tom Van Damme sprak er mij in september over aan en dat kon geen verdachte bron zijn. 

Vos Coleman; eerst dacht ik, zoals zijn naam (met één o) insinueerde, aan een Britse passant want de voorgaande jaren kwam zijn naam amper in de uitslagen voor. Hij begon bij de aspiranten als laatstejaars met uitrijden als hoogste goed. Bij de nieuwelingen verging het hem al iets beter met Poeke tot tweemaal toe als highlight: halfweg juni 2023 werd hij er (na de snellere Bas Vandenbulcke) tweede en bijna drie maanden sloot hij er zijn seizoen af met een vierde plaats. 

Dat waren evenwel wedstrijdjes waarvan de kwantitatieve bezetting (telkens twee dozijn) te wensen overliet. Hij nipte ook even zonder bijval van het veldrijden en dus nam Vos zijn schaarse ereplaatsen op de weg mee in het winterreces maar toch vroeg de goegemeente zich af wat het met die vriendelijke jongen uit Merelbeke worden bij de junioren? Hij reed toen in de kleuren van Isorex, dat hem als meeloper verrassend veel aandacht schonk en hoe terecht want er zat inderdaad aardig wat rek op, daar had hij zelfs geen overwinning voor nodig. Het was zelfs JEGG - De Jonge Renner Academy niet ontgaan want hij maakt er dit seizoen als tweedejaarsjunior deel van uit van de onderste trap van Visma l Lease a Bike - piramide.

Vanwaar die abrupte ommekeer ten goede? Die nam als neo-junior een aanvang in het regionale circuit waarin hij enkele betere uitslagen liet optekenen. In het driedaagse Vermarc Project ging hij een stap verder: zesde in de eerste daguitslag én in het eindklassement. Zoiets geeft de burger moed en bij Vos was dat niet anders, al stelde hij teleur in Aubel-Thimister-Stavelot die hij niet eens uitreed.

Zijn vierde plaats in de sterk bezette regionale koers van Brakel-Elst halfoogst 2024 was een scharniermoment, dat hem oplaadde voor de Triptyque Ardennais, waarin hij uitpakte op de slotdag met een zesde plaats in de lastige rit van en naar Vielsalm en een zevende in het eindklassement. Begin september werd hij ook zesde in de GP du Haut-Pays van Montignies-sur-Roc. 

Met één en ander blaas je op verre na niet iedereen omver maar er was ook het klimproject van Belgian Cycling waarmee hij het wel deed. Zijn waarden waren verbazend. Vincent Laporte, scout voor Visma l Lease a Bike, kwam er achter en hield contact. Vos liet het zich welgevallig en Laporte werd zijn trainer. Vergeet bij één en ander ook niet dat Vos (°8 oktober 2007) het hele seizoen als 17-jarige doormaakte.

Vos Coleman belandde dus vanaf de winter 2024-2025 in een andere wereld, met de meer beslagen Senne Brys en Mauro Keppens als Vlaamse kompanen. Zijn prille seizoenbegin 2025 was behoorlijk maar niet overweldigend: 7de in de Gran Premi Les Franqueses del Vallès (Sp.), waarin Edouard Claisse het jaar voordien vierde werd als eerstejaars. In Nokere Koerse, waarvoor Vos pas te elfder ure werd opgeroepen, die, bleef hij steken op de 16de plaats omdat de koers niet echt openbrak. Hij was er desalniettemin de smaakmaker die tweemaal vooropreed en in de finale in dienst van de ploeg de kloof dichtte op een kopgroep vol sterke namen. 

Vos verkeerde dus in bloedvorm. Zijn uur, of juister uitgedrukt, zijn kwartier sloeg vorige zaterdag in de 11,4 km. tijdrit van de Guido Reybrouck die hij in 13’27” afvlamde op nog geen volle seconde van de verrassende Brit Dylan Sage en in identiek dezelfde tijd als de Amerikaan Ashlin Barry. In de Damse tweedaagse is de zaterdagse tijdrit meestal doorslaggevend voor de eindafrekening en wanneer je er ook daar zo dicht bij bent, ga je er toch voor? Vos liet het zich geen tweemaal zeggen.

De milde weersomstandigheden inspireerden niet meteen tot een heroïsche strijd op de kasseien van het Brugse Ommeland, die Coleman toch aanging. De notoire smaakmaker Thor Michielsen (na een matige tijdrit) lanceerde de koers met de Puurse (familie Dalving) Zuid-Afrikaan Gustav Roller en Håkon Eiksund Øksnes, de Noorse kompaan van Coleman, die op zijn beurt met Michiel Mouris (de EK tijdrijden 2024 en de NK veldrijden 2025) en Gijs Schoonvelde, de Nederlanders van Team Grenke - Auto Eder, aansloot. Allen waren even gretig gefocust op de dagzege en het optimaliseren van hun klassement. In verband met dat laatste stond Vos er het best voor want Dylan Sage en Ashlin Barry gaven niet thuis en werden met de hoofdmacht op driekwart minuut gezet zodat de Nederlanders het onderling konden uitmaken voor de dagzege, een duel waarop Coleman als eindwinnaar in spe geamuseerd toekeek. 

Quo vadis, Vos Coleman? Eerst werd hij getaxeerd als iemand voor de hoogtemeters, vorige zaterdag als tijdrijder en 's anderendaags leek ook het Vlaamse werk zijn ding te kunnen zijn. Laat het ons tot nader order bij potentiële allrounder houden en met deze embarras du choix waarmee hij nog meer dan even wil doorgaan. Op zijn 18de geboortedag per 8 oktober zal hij al veel meer te weten zijn gekomen maar uitsluitsel is ook dan nog niet aan de orde. 

Met de slechts twee jaar en twee maanden oudere Matthew Brennan had hij in 2023 alvast een inspirerende voorganger op de Damse erelijst en een trekkend voorbeeld binnen de Visma l Lease a Bike piramide. Voor Vos Coleman zal het (hopelijk) niet helemaal ten koste gaan van zijn studies aan de Gentse Freinetschool want voor Vos is trainen en koersen het beste dat er kan zijn maar zelfs hij moet nog iets anders achter de hand houden.

Zijn steile opmars heeft hem geen windeieren gelegd. Komende vrijdag behoort hij tot de nationale selectie voor de E3 Harelbeke, een kanjer bulkend van de pittigste Vlaamse hellingen, een traject dat hij intussen al verkend heeft. Nokere heeft hem geleerd dat hij van het Vlaamse reliëf niet al teveel schrik moet hebben.

maandag 24 maart 2025

Guido Reybrouck Classic

… where stars are born …

 

Drie nieuwe parels aan de rijke Damse kroon

 

Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid heeft de 18de editie van de Guido Reybrouck Classic meerdere nieuwe groeidiamanten opgeleverd na Dylan Groenewegen (2010), Taco van der Hoorn (2011), Jasper Philipsen (2016), Remco Evenepoel (2018), Samuel Watson (2019) en Vlad Van Mechelen (2022) als opeenvolgende winnaars. In 2023 was er zelfs een trio gelauwerden met een grote toekomst: Sente Sentjens (tijdrit), Steffen De Schuyteneer (wegrit) en bovenal de Brit Matthew Brennan (eindzege) die inmiddels als contractrenner voor Visma - Lease a Bike reeds vijf overwinningen behaalde waarvan de GP de Denain vorige donderdag de mooiste is. 

De Fransman Louis Chaleil (tijdrit en eindzege) en Hector Alvarez (wegrit) waren de winnaars van vorig jaar. De kloeke Spanjaard werd naderhand de Europese vice-kampioen en de zesde van het WK, dat op magistrale wijze gewonnen werd door de Italiaan Lorenzo Finn, die vorig jaar in Damme elfde werd in de tijdrit en zestiende in het eindklassement. Aldo Taillieu was toen de absolute veropenbaring die na een verrégende chaotische finale op zondag ei zo na nog eindwinnaar werd. 

2025 wilde niet onderdoen. Op zaterdag ijlden acht adepten van het bouwjaar 2007 en twee van 2008 de 11,4 km. tijdrit aan een gemiddelde van meer dan 50 km. per uur. Het dagpodium (de Brit Dylan Sage, de Amerikaan Ashlin Barry en Merelbekenaar Vos Coleman) eindigde binnen dezelfde seconde waarbij het flirtte met de 51 km./u. Dagwinnaar Sage deed er zeven seconden minder over dan vorig jaar Louis Chaleil, die het toen verrassend haalde van Jasper Schoofs (+5”). Zij waren toen de enigen die een gemiddelde haalden van ruim 50 km. per uur. Aldo Taillieu bleef daar net onder maar was niettemin dé verrassing van de vroege lente, die drie weken eerder Kuurne-(Brussel)-Kuurne had gewonnen. 

Dit jaar was het Vos Coleman die out of the blue opdoemde en op zondag zijn seconde achterstand in de tussenstand in een klinkende eindzege kon omzetten via een verwoede aanval met zijn Noorse kompaan Håkon Eiksund Øksnes. Michiel Mouris en Gijs Schoonvelde, de Nederlanders van Team Grenke - Auto Eder (het satellietteam van RedBull-BORA-hansgrohe), werkten er maar al te graag aan mee. Het leverde hen de dagzege én de accessieten van het eindpodium op. De Britten waren een beetje de losers van de zondag: leider Dylan Sage (Cannibal Victorious) schoot er het eindpodium zelfs helemaal bij in en Henry Hobbs (de WK individuele achtervolging), de 16-jarige Leon Atkins en Luca Bednarek van het sterke collectief van Fensham Howes - Mas Design kwamen er minder aan te pas dan ze voor ogen hadden.


zaterdag 22 maart 2025

Eddy MERCKX wist er 7x raad mee ...


MILANO-SANREMO

de gemakkelijkste om te rijden,

de moeilijkste om te winnen

 

Milano-Sanremo zou voor Eddy Merckx de moeilijkste klassieker zijn om te winnen want hij zou op de via Roma keer op keer door snellere concurrenten overruled worden. Dat heb ik, zoals niet weinig anderen, zestig jaar geleden abusievelijk ingeschat. De Primavera werd zowaar de grote koers die hij het vaakst won. 

Eddy liet er van meet af aan geen twijfel over bestaan: zijn eerste twee deelnames (in 1966 en 1967) zette hij in klinkende overwinningen om. 

Eddy ging bij zijn eerste deelname op 19 maart 1966, drie maanden vòòr zijn 22ste verjaardag, van vrij vèr aan. Van vrij vèr, was letterlijk te nemen = op 100 km. van de finish toen hij met ruime groep achtervolgers de vroege vluchter Guido Carlesi opraapte en dat gezelschap tot 15 eenheden uitdunde onder wie Lucien Aimar (die vier maanden later de Tour zou winnen), Franco Balmamion (winnaar van de Giro 1962 en 1963), Michele Dancelli (die zes weken later La Flèche Wallonne zou winnen en in 1970 de Italiaanse ban in Sanremo zou breken), Roberto Poggiali (winnaar van La Flèche Wallonne, waarin Merckx zijn profdebuut maakte), Raymond Poulidor (de winnaar van 1961), Herman Vanspringel, … Eddy lokte ze allemaal mee in een eerste groot offensief. Zoals hij vijf jaar eerder Rik Van Looy lapte, zo probeerde Poulidor zich ook voor Eddy Merckx uit de voeten te maken maar tevergeefs. In een langgerekte krachtspurt haalde Eddy het nipt van het duo Durante-Dancelli, waartussen Vanspringel zich wurmde voor een precieus plekje op het 57ste podium van de Primavera

Ook in 1967 koos Merckx voluit voor het offensief, dit keer vanaf de Capo Berta (op 50 km. van de finish) met Gianni Motta als enige compagnon de route. Het goed samenwerkende duo werd toch nog in de laatste kilometer achterhaald door Franco Bitossi en Felice Gimondi. Eddy moest vooral de intrinsiek snellere Franco vrezen maar na een koers van bijna 300 km. aan de recordsnelheid van 45 km./u. waren de restérende krachten bepalend.

Merckx won de eerste twee keer op atypische wijze.

Van dan af werd Eddy efficiënter door als puncher de slaagkansen van de sprinters te anticiperen, waarbij zijn behendigheid en zijn durf, met dank aan zijn opleiding als pistier, hem aardig van pas kwamen om de geslagen kloof op de Poggio in de afzink te consolideren of zelfs uit te bouwen. Op de duur was het verbazender als Eddy niet won dan wanneer wel.


Roger De Vlaeminck, volgens mij (ook qua palmares) de beste ééndagscoureur na Merckx, benaderde Eddy in Sanremo het dichtst. 

Rik Van Looy hield Miguel Poblet in 1958 van een loepzuivere hattrick. In 1954 had Rik Van Steenbergen in een massaspurt gewonnen.

Het laatste wat je mag doen is Milano-Sanremo laagdunkend tot een vluchtklassieker decimeren. La Primavera werd nooit gewonnen door Vlaamse vluggerds als Walter Godefroot, Freddy Maertens, Eddy-Jo-Walter-Willy Planckaert, Guido Reybrouck, Ward Sels, Patrick Sercu, Rik Van Linden, Willy Vannitsen, Frans Verbeeck, …..  

Zij haalden niet eens het podium zoals Tom Boonen, Eric Leman, Johan Museeuw, Leon Van Daele, Eric Vanderaerden, ….. wel deden.


Ook merkwaardig dat vier winnaars geboren werden op 18 maart daags vòòr de geijkte datum (Sint-Jozefsdag) van Milano-Sanremo: Costante Girardengo in 1898, Miguel Poblet in 1928, Rudi Altig in 1937 en Fabian Cancellara in 1981. 

Guido Reybrouck Classic

… where stars are born …

 

Tadej POGAčAR werd 23ste in 2016, 

Lorenzo FINN 16de in 2024

De Guido Reybrouck Classic werd in 2006 in leven geroepen als huldebetoon aan de toen zwaar zieke ex-toprenner, die evenwel door het aanwenden van propolis wonderbaarlijk genas. Het blééf de Classic in plaats van de Memorial te worden. 

De jonge erelijst spreekt al boekdelen met onder anderen Dylan Groenewegen (2010), Taco van der Hoorn (2011), Jasper Philipsen (2016), Remco Evenepoel (2018) en Samuel Watson (2019) en Vlad Van Mechelen (2022) als opeenvolgende winnaars. 

In 2023 was er zelfs een trio gelauwerden met een grote toekomst:  Sente Sentjens (tijdrit), Steffen De Schuyteneer (wegrit) en de Brit Matthew Brennan (eindzege). Laatstgenoemde heeft inmiddels voor Visma - Lease a Bike reeds vijf overwinningen als contractrenner behaald waarvan de GP de Denain vorige donderdag de mooiste is. 

De Fransman Louis Chaleil (tijdrit en eindzege) en Hector Alvarez (wegrit) wonnen vorig jaar. De kloeke Spanjaard werd naderhand de Europese vice-kampioen en de zesde van het WK, dat op magistrale wijze gewonnen werd door de Italiaan Lorenzo Finn, die vorig jaar in Damme elfde werd in de tijdrit en zestiende in het eindklassement werd. Aldo Taillieu was de absolute veropenbaring die ei zo na in de verrégende finale op zondag nog eindwinnaar werd. 

Ook dit jaar zullen het geen pannenkoeken zijn die op de diverse podia worden geroepen. Hou in dat verband vooral de uitstekende tijdrijder Yasu Vervoort van het R.EV. Brussels Cycling Team, Thor Michielsen (de energieke winnaar van Nokere Koerse) van Avia-Rudyco, de onvolprezen Mikita Babovich van Cannibal B Victorious, de Brit Henry Hobbs (de WK individuele achtervolging) van het Fensham Howes - Mas Design en de Amerikaan Barry Ashley van de JEGG-DJR Academy in de gaten evenals het internationale zestal van Soudal - Quick-Step. Last but very not least Jinze Joris (Acrog-Tormans), die vorig jaar de Damse prelude der nieuwelingen won vòòr Mauro Keppens

Nog meer aanstaande coryfeeën maakten indertijd hun opwachting in Damme maar konden dat niet in een triomf omzetten, in alfabetische orde zijn dat onder anderen: Ethan Hayter (2de in 2016), Olav Kooij (19de in 2019), Tom Pidcock (5de in 2017), Fred Wright (33ste in 2016) en zowaar ook Tadej Pogačar (23ste in 2016).