woensdag 5 augustus 2026

Lars VILLERS bij de éérstejaars in de rol van Stan JAMMAER


Lars Villers krijgt bij de eerstejaars dezelfde favorietenrol toebedeeld als Stan Jammaer bij de tweedejaars. Ook hij is de even gesolliciteerde als gewettigde kampioen. 



Tot overmaat van weelde mag hij dat doen in eigen Iddergem bewerkstelligen of zou dat des Guten zuviel zijn? Lars moest ultra langdurig op zijn openingszege wachten, tot 19 juli met de slotrit der Driedaagse van Limburg, met Alexander Dardenne als verrassende eindwinnaar. 



Villers compenseerde het zogezegde manco aan overwinningen met fraaie ereplaatsen in de nationale tijdritten van Borlo en Poperinge (telkens 4de), het Oost-Vlaamse PK in lijn en het BK tijdrijden (telkens 2de), het VK in Elverdinge en de Ardennenkoers in Herbeumont (ook telkens 2de), de Wapi Classic in Escanaffles (3de), de Driedaagse van Limburg (2de) en nu dus de GP Cobblestone (3de). 

Een bloemlezing van resultaten die met zich brengt dat net, als Stan Jammaer bij de tweedejaars, bij de eerstejaars niemand meer recht heeft op de driekleur als Lars Villers. De beide antagonisten zullen mekaar dit keer evenwel niet kunnen steunen noch voor de wielen rijden.

 

Met puntenkoning Stan JAMMAER als eyecatcher

 

Dakwerken Crabbé - Dstny

het jongste vincere insieme

 

Dakwerken Crabbe - Dstny heeft ook de tweedaagse GP Cobblestone gewonnen, meer zelfs ze hebben die onverkort gemonopoliseerd. Op de bergprijs na (die ging naar de even pechvolle als verdienstelijke Miel Heuninck) wonnen ze alles wat er te winnen viel: Mathiz Tielens de proloog naar de top van de Leberg, de ploegentijdrit en Stan Jammaer de afsluitende klimrit. Mathiz (de gele van het tijdklassement), Stan (de groene van de puntenstand) en last but not least Lars Villers (de rode van eerste jongere én de oranje van eerste Oost-Vlaming) veroverden ook vier van de vijf de truien.



Niet moeilijk met de beste coureurs in de rangen, zullen niet weinigen opwerpen. Inderdaad niet maar al evenmin evident om zo vèr te komen: die jongens geloofwaardig aanwerven én op één lijn krijgen. Ziedaar de hand van Jo Van Gossum. Ga er maar eens aan staan met even ambitieuze als getalenteerde beslagen tieners. Met de Tsjech František Hladik werd er (ook al in functie van 2027) een vreemde eend in de bijt bijgehaald. Hij verbaasde op de Leberg, waar hij (op enkele fracties na) dezelfde seconde liet afdrukken als Tielens. František kon zich op zijn beurt geroepen voelen voor de eindzege en dus waagde hij zich aan een vergeefse uitval op de Foreest. En dat mocht want wie er wint doet er niet toe als het maar in het collectief blijft. En er werd getriomfeerd want Crabbé-Dstny hield de rangen gesloten zodat in Zegelsem op de ruwe kasseien van de Teirlinckstraat met tientallen gespurt werd. Jammaer ging er, met Hladik in zijn spoor, van vrij vèr aan, won afgetekend en even leek dat hij ook de eindzege alsnog te pakken had.

 

Je mag in Crabbé-Dstny best een jeugdige versie zien van het UAE Team Emirates maar dan nièt met Jammaer in de rol van Tadej Pogačar die vooral zelf wint wat Stan niet overdreven doet. De zoon van de fiere vader Bert heeft volgens zijn puntentotaal met vijf zegestreepjes achter zijn naam relatief weinig gewonnen. Op zijn openingszege moest hij zelfs tot 3 mei wachten, het PK in Arendonk. Daarop won hij met de Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde en de GP Suffys in Dikkebus twee manches in de Topcompetitie, waarvan de eindzege hem nog moeilijk kan ontglippen. Tussendoor won Stan de tweede manche van het Vermarc Project, waarin de eindzege verrassend naar Kay’Ren Bonnet ging. Crabbé-Dstny doet vooral denken aan het Mapei, de squadra azzurra van de eeuwwisseling dat vincere insieme als lijfspreuk hoog in zijn vaandel voerde.

 


Niemand heeft komende zondag in Iddergem meer theoretisch recht op de driekleur als Stan Jammaer maar zo werkt het dus niet. In zijn plaats kan er zelfs één winnen van wie nog maar weinig gehoord werd zoals in Brasschaat vier jaar geleden met eerstejaars Jasper Christiaens en tweedejaars Bern Zimmermann.

Stan Jammaer is nu al de kampioen van het hele seizoen 2026 want in mijn ranking heeft hij een onoverbrugbare voorsprong van ruim 170 punten. Daarin staan zijn kompanen Lars Villers en Mathiz Tielens tweede respectievelijk vierde.

donderdag 30 juli 2026

Vandaag en morgen in Zegelsem - Horebeke ... 

De GP Cobblestone, een waar festijn voor de nieuwelingen 

Een machtig idee van Wielerclub Horebeke om de eerste vakantiemaand af te sluiten en de tweede aan te vangen met de GP Cobblestone, een tweedaagse interclub voor nieuwelingen met Guy Glorieux en Jon Wiggins als bedenkers en uitvoerders.

Het spektakel begint vandaag in de vooravond (vanaf 17 uur) met een individuele klimtijdrit (1,9 km) naar de top van de Leberg.

Morgen zaterdag 1 augustus is er een dubbele missie met vanaf 10 uur een ploegentijdrit (5,5 km) in Horebeke en in de vooravond (vanaf 16 uur) een klimrit over 60 km in Horebeke.

Het worden ongetwijfeld drie kijkstukken waarvan ik de ploegentijdrit weliswaar sportief te ingrijpend acht omdat de collectieve tijden individueel worden doorgerekend, wat de beteren nog kansrijker maakt dan ze al bij voorbaat zijn. 

Daarbij denk ik in de eerste plaats aan het ijzersterke vijftal van Crabbé-Dstny, dat op 12 juli in Montenaken het BK ploegentijdrijden won met onder anderen Stan Jammaer, Mathiz Tielens en Lars Villers die ook individueel de kroon spannen en geflankeerd worden door Kobe Cretskens en de Tsjech František Hladik. Eén van hen zal moeilijk van de eindzege te houden zijn.

Vooral Onder Ons Parike (aangevoerd door Robin Dooms en Miel Heuninck), Avia-Rudyco (Brent Biesbroeck, Lex Lambrecht en Thor Van Bulck), Acrog-Tormans (Mats Becqué, Senne Cami en Thibe Vandenheede), Fruit at Work - Argenta (Finn Boes en Kay’Ren Bonnet), de Golazo Young Lions (Andreas Aerts, Joppe Ombelets en Bas Van den Boer) zullen er alles aan doen om die in uitzicht gestelde suprematie te reduceren.

Senne Cami (Acrog-Tormans) en Robin Dooms (Onder Ons Parike), twee vrijbuiters om het ijzersterke Dakwerken Crabbé - Dstny te bekampen.

De buitenlandse clubs Tacc Team Israel en vooral Hot Tubes Ineos Devo zijn vraagtekens die misschien tot uitroeptekens worden omgebogen.

Er staan vijf leiderstruien op het spel: de gele (tijdklassement), de groene (puntenklassement), de bolletjes (bergklassement), de rode voor de beste Oost-Vlaming en de oranje (voor de bestgeklasseerde van het bouwjaar 2011). 

De duurzaamste winnaars zullen uiteindelijk de toeschouwers zijn die hopelijk in grote getalle hun opwachting maken. Ik word een beetje ongemakkelijk wanneer ik verneem dat de criteriums van Aalst, Roeselare en Herentals door vele tienduizenden werden bijgewoond terwijl zelfs de meest interessante jeugdkoersen het hooguit met enkele honderden moeten stellen. Les absents ont tort! In één en ander dragen de media een verpletterende verantwoordelijkheid. Goed dat vooral Hans Fruyt, Michel Vanden Heede en Lieven Verheyen er zijn om de permanentie te garanderen. De meest beslagen Freddy De Geest is intussen door de 'koers is van ons' weggepest maar intussen met open armen gerehabiliteerd door Team Flanders - Baloise dat er een verrijkte website aan overhield.

En al zeker Cycling Vlaanderen schiet redactioneel schromelijk tekort. Ze verfoeiden het zelfs om de ploegentijdrit van Horebeke in hun wedstrijdkalender op te nemen, hoe hardvochtig kun je ten opzichte van dergelijke toporganisatie zijn?! Foei, wat mag daar de schimmige reden van zijn? Ook de koersen onder de taalgrens worden gedesavoueerd

Zou het te maken hebben met de persoon van Jon Wiggins, de sportcoach die ook ondernemer is en met zijn Flanders Cobblestone Paradise, een aparthotel in de Vlaamse Ardennen runt. 

Binnen het Flanders Cobblestone Paradise wordt een sportinstituut ontwikkeld voor sporters van alle niveaus, met de focus op: 

  • Inspanningstesten
  • Research, recuperatie, muscle, gut health, cooling 
  • Sportwetenschappelijke begeleiding 
  • Health & Performance ondersteuning 

Jon Wiggins is docent, beheert binnen Flanders Cobblestone een inspanningslab en sportwetenschappelijke onderzoeks-activiteiten in samenwerking met UCL , KU Leuven, Universiteit Gent en VIVES Hogeschool. 

 The Lead Out Academy 

verjongt zijn accenten

The Lead Out Cycling Academy voert met het oog op 2027 een drastische wijziging door om nog meer en beter te kunnen focussen op zijn koersende tieners. 

In functie daarvan zal geen competitieprogramma meer aangeboden worden voor de beloften (bouwjaren 2005, 2006, 2007 en 2008) die wel de mogelijkheid behouden tot lidmaatschap van de club, weliswaar zonder deelname aan selectiewedstrijden.

 

Wat betreft de jongere categorieën verandert er niks en zal de werking van The Lead Out Academy zo kwalitatief mogelijk voortgezet worden volgens deze twee pijlers: tieners de kans geven om hun sport te blijven beoefenen én hun ambities te bevorderen.

 

Algemeen coördinator Arne Houtekier beklemtoont dat deze restrictie een aartsmoeilijke oefening was, in eerste instantie omwille van het menselijke aspect, waarbij de club zich drommels goed bewust is van de impact van deze beslissing voor de betrokken renners.

 

Het landschap binnen de u23 is het voorbije decennium ingrijpend veranderd en de inspanningen op het vlak van budget, medewerkers en wagenpark voor een kwalitatieve werking zijn gigantisch toegenomen. Er is ook het opbod om kennelijk betere 19-plussers aan te werven.

Momenteel is The Lead Out Academy een zeldzame Belgische club die in alle categorieën een dermate competitief programma aanbiedt. Dit is onhoudbaar. De meeste andere clubs opteren al langer voor een beloften- OF een jeugdwerking. 

The Lead Out Academy nam deze wijze beslissing die de kwalitatieve werking door en voor hun koersende tieners ongetwijfeld op diverse vlakken zal ten goede komen. 

 

woensdag 15 juli 2026

Menen-(Kemmel)-Menen handhaaft zijn status

Menen-(Kemmel)-Menen kreeg met 129 starters een kwantitatief sterke bezetting maar de autochtone inbreng ging zwaar gebukt onder het samenvallen met het BK ploegentijdrijden in Montenaken. De allochtonen waren met 75 vertegenwoordigers (of 3/5) in de meerderheid. Goed dat het een 1.1 was want met een 1.14 zou het, met een beperkt aantal buitenlandse teams, een schraal deelnemersveld zijn geweest. 

Sterkhouder Dirk Expeel (die voor een aanzienlijke prijzenpot zorgde) wil die formule handhaven en droomt ervan de doorsteek naar Kemmel asap te hernemen. Kennelijk is het begin juli moeilijk om de concurrentie van andere meerwaardige koersen te ontlopen. Een weekje opschuiven en zo korter bij de Trofee van Vlaanderen in Reningelst komen biedt ook geen onverdeelde oplossing want dan is er het driedaagse Vermarc Project. Het laatste weekend van juli is wel concurrentievrij maar vraag is of Dirk zo vèr wil uitwijken van de gebruikelijke periode rond 11 juli. 

 

De 129 die er onverschrokken wel bij waren maakten er in een verzengende hitte een kei van een onverkorte (128 km!) koers van, afgehaspeld aan een uurgemiddelde van 44,5 km. Dat op het podium de voorlopig onbekende Let Helvijs Kancers en de Est Niklas Lond werden geroepen samen Thur-Emiel David (Aalbeke) was een verrijking voor de erelijst.  

 


Er was slechts één ontsnapping die ertoedeed. 21 namen in twee fasen de vlucht vooruit van de honderd anderen. Acht Vlamingen waren op die afspraak: Robbe Maesschalck (Avia), Xibe Bral, Matteo Declercq en Bo Meirhaeghe (trio van Onder Ons Parike), Lothar Vannoote en Tille Vergalle (duo van The Lead Out Academy) en Thur-Emiel David (Pierre & Sol - OG Cycles). 

De Brit Harry Speak leek met een late uitval zijn slag thuis te halen maar hij schoof uit in de nochtans wijde voorlaatste bocht zodat de twintig anderen spurtten voor het podium. Thur-Emiel zette die in maar werd alsnog gepasseerd door de Let Helvijs Kancers en de Est Niklas Lond.


Thur-Emiel David voelde zich met zijn eerste uci-podium meer winnaar dan verliezer. De Aalbekenaar die, deel uitmakend van Pierre & Sol - OG Cycles kampioen van Wallonië kon worden, heeft dit seizoen mooie stappen gezet. Hij focuste zich de vorige jaren op het regionale circuit maar zijn overstap naar die expansieve Waalse club inspireerde hem voor meer en beter. In Menen gooide hij er meteen de beuk in maar hij kreeg geen bijstand. Van dan af hield hij zich gedeisder voor een spraakmakend slotakkoord. Na de slipper van Speak ging Thur-Emiel op 250 meter van de finish vol aan en werd beloond met een eerste UCI-podium dat hem verblijdde. Tijdens de resterende drie maanden van 2026 wil hij meer van dat.

De hoogst denkbare overwinning heeft Thur-Emiel inmiddels al behaald: geslaagd in zijn ijkingstoets voor burgerlijk ingenieur. Hoe hij dat vanaf 2027 kan verenigen met zijn debuut bij de beloften, dat ziet hij dan nog wel als tien vogels in de hoge lucht terwijl hij de  betere vogel al in de hand houdt.

 

woensdag 8 juli 2026

Naast die van Lucien was 

de zomer van 1976 

evenzeer die van Freddy

 

Omdat het eind deze maand al een halve eeuw geleden zal zijn dat er nog eens landgenoot de Tour de France won krijgt Lucien Van Impe – en hoe terecht – alle mogelijke honneurs toebedacht. Het is onlosmakelijk verbonden met de mooiste zomer die de ouderen onder ons gekend hebben. Die zullen zich evenzeer herinneren dat 1976 niet enkel de zomer maar het hele jaar van Freddy Maertens was.

Freddy had in 1973 als 21-jarige neoprof een wervelende intrede gemaakt in de beroepscategorie met vooral tweede plaatsen in de Ronde van Vlaanderen en het wereldkampioenschap in Montjuïc. In 1974 bleef de bevestiging uit, die kwam er in 1975. Freddy behaalde in Gent-Wevelgem in een ‘koninklijke’ spurt zijn bevrijdende overwinning, elf dagen nadat hij in de Amstel Gold Race de enige was die Eddy Merckx kon volgen. Hoewel intrinsiek beduidend sneller werd hij in hun rechtstreeks duel kansloos verslagen. Dat was zo frustrerend dat Lomme Driessens er tijdens de zomer werd bijgehaald voor een grondige herbronning. Die rendeerde want vijf en halve maand na de Amstel kwamen Merckx en Maertens mekaar weer tegen in Paris-Brussel. Dit keer haalde Freddy het overtuigend van Eddy, een scharniermoment. Naderhand won hij ook Paris-Tours en werd hij vijfde in zijn eerste Giro di Lombardia.

De declic had zich voltrokken. Na een Spartaanse winter 1975-1976 naar de harde hand van Lomme en met Michel Pollentier als compagnon d’entrainement in de duinen en in andere windvelden stond de kwikzilverenMaertens op. Onnoemelijke pech hield hem nog van de zege in een monumentale klassieker. Wel won hij opnieuw Gent-Wevelgem en naderhand ook de Amstel, waaraan hij in één weekend de Rund um den Henninger Turm Frankfurt en het Kampioenschap van Zürich toevoegde. Een derde eindoverwinning in de Quatre Jours de Dunkerque sloot zijn fabuleuze lente af.

Na een maandje relatieve rust hervatte hij in de Tour de Suisse, waarin hij behalve twee dagzeges en de overwinning op punten ook zevende werd in het tijdklassement, waarmee hij bewees de cols tot op mildere hoogte aan te kunnen. Hij was helemaal klaar voor zijn debuut in de Tour, waarin hij een kabinetstuk neerzette. Hij won de proloog, de eerste massaspurt en de 37 km. tijdrit in Le Touquet, waardoor hij in de gele trui België in- en uitreed. Pas op Alpe d’Huez moest hij het kleinood doorgeven aan Lucien Van Impe, waarna hij bleef ijveren voor een goed tijdklassement. Hij werd tenslotte achtste op een dik kwartier van Lucien maar er zat nòg méér in, tot de laagste plaats op het eindpodium toe. In de rit naar Pau had hij kunnen meespringen met de achtervolgers die jacht maakten op de uitgebroken Wladimiro Panizza. Michel Pollentier was hem daarin voor. Freddy won bijna zes minuten later de spurt voor de tiende plaats. In de voorlaatste rit naar Versailles reed hij met Ferdinand Bracke anderhalve minuut voorop tot hij uitschoof. Op eigen houtje werd de werelduurrecordhouder bijgehaald. Freddy behaalde dan maar in de spurt zijn zevende dagzege. ’s Anderendaags won hij ook de korte matinale tijdrit op de Champs Elysées, waar ’s namiddags zijn recordzege wenkte. De vermetele Gerben Karstens snoepte hem die af zodat Freddy het zegerecord bleef delen met Charles Pélissier (1930) en Eddy Merckx (1970 en 1974).

Die onvolkomenheden waren slechts voetnoten in vergelijking met het gigantische persoonlijk leed dat hem in die dagen trof. Pas de zondagavond mocht hij vernemen dat Giovanni (het zevenjarig zoontje van Jean-Pierre) Monseré aan het Sterrebos in Rumbeke, opgeschept door een auto, het leven had gelaten op zijn (zowaar van ‘nonkel’ Freddy gekregen) fietsje terwijl hij een mini replica van de regenboogtrui van zijn eveneens verongelukte papa droeg.

Freddy zette zijn immens verdriet om in adrenaline om op 5 september in het Italiaanse Ostuni (Puglia) wereldkampioen te worden. Hij haalde het in een rechtstreeks duel van zijn medevluchter Francesco Moser. Freddy was niet de kampioen van de wereld van die ene namiddag maar van het hele seizoen. Dat zette hij drie weken later nog wat extra kracht bij door de GP des Nations, het officieuze WK tijdrijden, met afgetekend verschil te winnen. Zijn hegemonie in 1976 nam merckxiaanse proporties aan.

Freddy had bij die magistrale stand van zaken (zoals Roger De Vlaeminckde vlucht vooruit naar Italië moeten nemen, zijn palmares zou aan kwantiteit (en aantal koersdagen) hebben ingeboet maar aan kwaliteit en bovenal verloning gewonnen. Freddy bleef against all odds loyaal waar hij was maar kreeg stank voor dank. Vanaf 1977 werd hij archaïsch uitgeperst als een citroen. De loyauteit was niet wederkerig, niet enkel in die periode zelf maar ook nog decennia later. Ik krijg nog steeds zure oprispingen wanneer ik aan één en ander terugdenk, ook voor anderen kan er niet vaak genoeg aan herinnerd worden. Ik wens Freddy én Carine maximale levensvreugde toe.


maandag 6 juli 2026

 4de manche der Topcompetitie Nieuwelingen

DIKKEBUS is overmorgen woensdag

the very cycling place to be


Na succesvolle organisaties in Vlamertinge (1 maart), De Klijte (8 maart) en vooral de nationale tijdrit  (18 april) te Poperinge is Ertevoedekoers op woensdag 8 juli aan zijn sluitstuk toe van het wielerjaar 2026. Het betreft de GP Danny Suffys in Dikkebus, de vierde manche van de Topcompetitie voor nieuwelingen. 


Het betreft ’s lands besten van de bouwjaren 2010 en 2011 en dan hebben we het (in alfabetische orde) vooral over: Brent Biesbroeck, Finn Boes, Senne Cami, Aaron Coupé, Willem Decorte, Maico De Cremer, Sebastien Deprée, Wannes Descan, Robin Dooms, Theo Flamand, Benjamin Franchimont, Guillaume Goubert, Miel Heuninck, Stan Jammaer, Lex Lambrecht, Joren Loones, Basiel Loose, Rune Mannaerts, Thibault Marcelis, Jules Mathieux, Louis Meul, Trent Meuws, Finn Notebaert, Storm (zoon van Nick) Nuyens, Tibo Redant, Eliott Richard, Eliot Siegers, Mathiz Tielens, Adamou Van Bossche, Thor Van Bulck, Rhys Vancom, Lars Vandeborne, Kenzo Vandenabeele, Boyan Vandenbroucke, Midas Van den Eynde, Thibe Vandenheede, Tijl Vanhaverbeke, Jelle Vanhove, Remco Versieren, Lars Villers, Emile en Thibault Vuylsteke, …  
Zij hebben er rendez-vous voor een pittige wedstrijd, bezwangerd met nogal wat hoogtemeters, inzonderheid de Zavelaar (0.3 km lang, overbrugt 22 m stijging aan gemiddeld 7.2%, / de top bevindt zich 69 m boven zeeniveau), die zij in elk van de vijf ronden van 14,1 km aansnijden. Daarop volgt de apotheose met twee lokale ronden van telkens 5,6 km.


Na afloop is er de uitgebreide cérémonie protocolaire met de huldiging van het dagpodium en de respectieve aanvoerders van de klassementen: de gele trui voor de algemene leider, de witte trui voor de beste eerstejaars, de groene trui van de bergprijs en de rode trui van de rushes.