woensdag 15 april 2026

 

Bij Hanne en Thomas van DIJK is het al koers en geneeskunde wat de klok slaat


Bij een eerste kennismaking niet zo lang geleden met de ultra minzame familie van Dijk vertelde papa Mark dat zijn zoon Thomas (°2010) renner of geneesheer wilde worden, waarop het twee jaar jongere zusje Hanne replikeerde dat ze de beide opties wilde waarmaken. Gezond mbitieus zijn, ze hebben het van géén vreemden!

 

Papa Mark (Nederlander van origine) is orthopedisch chirurg (specialist voet) in het AZ Delta Roeselare-Menen-Torhout.

Mama Nele Arnout (Zandvoorde-Oostende) orthopedisch chirurg (specialist knieletsels)  in het UZ Gent. 

 


Spraakmakend inzake uitslagen waren broer en dus (nog) niet, wel zijn het uitmuntende studenten en dat staat sowieso voorop.

 

Thomas kon destijds als pluimgewicht zelden op tegen overwegend meer doorgroeide concullegaatjes. Dat betekende incasseren naarmate de koers opschoot.

Zijn mentale veerkracht oversteeg de perceptie en in combinatie met zijn felle groeisprint beloofde 2025een milder seizoen te worden, al leek hij soms een magneet voor brute pech. 

De begrote ontwikkeling bleef toch niet uit. Thomas groeide in vier maanden acht centimeter en die voeren hem al naar een lengte van 1,81m die 54 kg verdelen, wat neerkomt op een BodyMassIndex van 16,48. Is dat wel gezond? Mark en Nele, zijn ouders zullen het als geneeskundigen wel weten zeker?! En je kunt je niet inbeelden hoeveel Thomas dagelijks verorbert maar vooral groenten en fruit, stelt mama Nele gerust en voegt eraan toe: voor Thomas komen er nog minstens tien centimeter bij samen met body en spiermassa. Aan appelbomen groeien geen peren, knipoogt Nele, verwijzend naar het feit dat Mark 86 kg over precies twee meter uitsmeert.  

 

Thomas deed het al best aardig als neo-nieuweling in zijn wedstrijden: 17de GP Mont Noir - St. Jans Cappel (Fr.), 9de Nandrin, 7de PK tijd-ijden, 23ste Tour de Himmelfart (Den.), 5de Edewalle, 3de Paal, …

Dit jaar mag het wat meer zijn en dat zal het tenslotte ook worden maar tijdens de eerste zes weken werd Thomas (val in Sint-Martens-Lierde terwijl hij in een gunstige uitgangspositie reed en op training daags vòòr Borlo) al te vaak gekweld door pech onderweg.

Eén en ander werd ruim overstegen door zijn spraakmakende passage in de Vuelta Costa Blanco (Sp.), waar zijn zesde eindplaats werd ingeleid door tiende plaatsen in de tijdrit en in de tweede rit, plus zijn achtste in de slotrit.


 


Of Hanne de groeisporen van haar broer drukt? Daar ziet het alvast naar uit: bijna 1,70 m en haar puberteit is nog niet eens begonnen.

 

De komende periode staat voor Thomas nadrukkelijk in het teken van het tijdrijden: het PK in Ruddervoorde (16 april), de nationale test in Poperinge (18 april) en het zware BK in het met hoogtemeters bezwangerde Maarke-Kerkem. Hanne is er op die laatste locatie ook bij. Tegen de klok kunnen beiden enkel verrassen, nooit teleurstellen.


dinsdag 14 april 2026

Cedric VAN GIJSEL:

tijdrijden was al langer zijn ding maar

hij wil nog liever een allrounder zijn


Cedric Van Gijsel (Beveren-Waas) had eind 2023 nog nooit gewonnen en dus werd het tijd om daar verandering in te brengen. Dat realiseerde hij aan de Blaarmeersen met de titel in de scratch waarbij hij ootmoedig toegaf dat hij die mede te danken had aan het feit dat Sune De Valck, zijn nogal gevsiseerde kompaan, als bliksemafleider fungeerde. Toch moet je het nog altijd zèlf doen en dat deed Cedric met bravoure.

 

Cedric had nog geen rijkgevuld verleden als jonge coureur, al werd hij op 1 mei 2023 in Ruddervoorde tweede na Tille Vergalle maar die ene zwaluw maakte zijn lente en al zeker zijn seizoen niet. Het weekend daarop werd hij tiende werd in Sinaai en ’s anderendaags veertiende in het Oost-Vlaamse PK in Munte, waarop nog weinig volgde. Na zijn terugkeer van een klimstage in de Vogezen kon geen deuk in een pakje boter duwen. Niettemin blijven de hoogtemeters een uitdaging omdat ze het fijnste koersgevoel opwekken.



Cedric is inmiddels ontwikkeld tot een niet-klimmer die 
66 kg verdeelt over 1,84 m, of een aardige BodyMassIndex van 19,49. Daar mag best nog wat spiermassa bij.

 

Bij de aspiranten was Cédric een figurant voor wie zelfs de top vijf te hooggegrepen was maar in de kampioenschappen zag je toen al dat er meer inzat dan eruitkwam. 

Als nieuweling kwam dat vooral tot zijn recht in tijdritten: 4de in het Oost-Vlaams PK, 10de in Poperinge, 8ste in het zware BK te Geraardsbergen en in de Memorial Decraene. Ook enkele niet van de minste wegritten plaatste hij statements: 18de in Herbeumont, tweede na Emile Beertens en vòòr Stan Vernaillen in de Wapi Classic te Escanaffles.

Als neo-junior was hij minder spraakmakend. Enkel in het PK in zijn Steenhuize-Wijnhuize schoof hij een plaatsje dichterbij maar in de overige tijdritten viel hij terug: 16de in Poperinge, 19de in Axel (Ned.) en 10de in Lendelede. 2025 werd gekenmerkt door meer downs dan ups.

 

Mentale veerkracht deed ook bij hem wonderen. Tijdens een geweldige winter 2025-2026 op de piste weliswaar zonder titel maar met vijf podia en winst in de beide manches der Beker van België werd hij tot primus-inter-pares van deze sector uitgeroepen, wat veel zegt over de actieradius van de Waaslander. 

 

Het wegseizoen begon in mineur. Zowel in Kuurne als in Nokere parkeerde hij op de 77ste plaats. In de tijdrit der Guido Reybrouck Classic werd hij toch nog altijd aan 49,104 per uur matig 34ste. Cédric revancheerde zich daarop in de nationale tijdrit (29 km.) van Borlo, waarin hij aan 46,359 per uur vierde werd met slechts 35” meer dan Vic De Smet. In de (voor hem te?) korte tijdrit in Sint-Truiden werd hij dichter verwacht dan de 18de plaats. Een halve week later vlakte hij dat weg met een eclatante triomf in het PK in zijn Steenhuize-Wijnhuize, waar hij keer op keer zijn limieten verlegt. Aan bijna 47 per uur vlamde hij de gouwgenoten op respectabele afstand. Het was ook zijn D-day want de allereerste overwinning op de weg. 

Ik was benieuwd hoe hij zijn opgelijste status zou waarmaken in de nationale tijdrit (17 km) van Poperinge, waar hij de vorige jaren 10de respectievelijk 16de werd. Hij zou er zijn voetafdruk gezet hebben maar het zal niet zijn want Cedric heeft op dat moment andere besognes: de International Belgian Track Meeting aan de Blaarmeersen. Op vrijdag komt hij er uit in het omnium, op zaterdag met Jannes Opstaele in de madison

 

Ook op het vlak van studies koos Van Gijsel niet voor het traject met de geringste weerstand, wel integendeel! Aan de Sint-Maarten Campus te Beveren volgt hij de richting wetenschappen-wiskunde (8u). Zoals voor meer anderen is ook voor Cedric de ideale combinatie om zijn jonge leven boeiend en zinvol in te kleuren. Zijn mentor Lennert Vandevoorde (Antwerpen) waakt erover dat Cedric alles optimaal in balans houdt.  

 

Wiebe KIMPE zet almaar mooiere stappen


Wiebe Kimpe (Tessenderlo) is één van de laatste betere Mohikanen op twee wielen van Sport en Steun Leopoldsburg, dat volgend jaar een eeuw bestaat en een revival zal kennen onder de koepel Sport en Steun Cycling Team. Wiebe en zijn mooie familie zijn meer dan een beetje de scharnier van het voortbestaan van deze traditionele wielerclub. Erevoorzitter Jos Mondelaers is hemels blij met de continuïteit van zijn geliefde vereniging. Papa Philippe heeft ver(re)wantschap met Hélène Kimpe (de mama van Jempi Monseré en roots in diverse regio: Oostende, Roubaix, Mouscron, … maar de liefde lokte hem tenslotte naar Limburg.

 

Het mocht in deze evenwel vooral gaan over de jonge coureur Wiebe, een late(re) roepingdie eerst zes seizoenen met bijval voetbalde bij KFC Excelsior Vorst (Laakdal) tot hij het er in 2022 op waagde bij de 14-jarige aspiranten. Geen lachertje (of juist wel) want half mei werd hij in Vlezenbeek op vier rondjes gereden door Jinze Joris. Dat overkwam in hun jonge tijd ook onder anderen Rik Van Looy en Michel Pollentier

 

Wiebe zette op zijn beurt door en als nieuweling verging het hem al beduidend beter in 2023, dat hij afsloot met een derde plaats in Kontich.

In 2024 was er de doorstoot met een mooie overwinning in het verre Veldegem op 14 april, zowat twee jaar geleden dus. Ruim twee maanden later won hij ook in Binderveld maar het waren vooral de ereplaatsen in de PK’s (2de in de weg- en 4de in de tijdrit) en bovenal in de Wapi Classic (4de) die ertoe deden om door Cycling Vlaanderen geselecteerd te worden voor de Radjugend Tour (Oost.).



Als neo-junior wilde hij het beter doen dan als neo-nieuweling maar het was hem niet gegund. Tijdens het BK in Hoogstraten knalde hij vol op een volgwagen en de naweeën zinderden langdurig na. Toch kon hij, typisch Wiebe, opnieuw wat rechtzetten met een late tweede plaats (na Wout Bosmans) in Donk - Herk-de-Stad zodat hij met een goede mindset aan het winterreces begon.

 

Wiebe verbeterde dus beetje per beetje en zoals in het algemene maken vele kleintjes een grote(re) en dat is wat Wiebe uit Tessenderlo te beurt viel tijdens de eerste zes weken van dit seizoen. Hij opende met een achtste plaats op 117 starters in Rijkevorsel, werd 22ste in de BZ Fruitroute te Zepperen, won in Budingen, kwam de week daarop in Strijpen opnieuw dicht bij winst (na zijn enige medevluchter Xibe Bralbut we ain’t seen nothing yet in zijn thuisprovincie. 

 

Eerst was er aan 46,359 per uur een knappe vijfde plaats in de nationale tijdrit te Borlo, die hij de week daarop bevestigde als zevende aan 46,61 per uur in de korte Truiense tijdrit der Ster van Zuid-Limburg, daar meerdere ronkende (ook internationele) namen achter zich latend. Voor het klassement was hij dan helaas al uitgeteld na lekke banden terwijl hij van de kopgroep deel uitmaakte;

De bekroning van die campagne viel hem te beurt in het PK te Zolder, waar hij aan 46,453 per uur een fractie van een seconde eerder dan specialist Yasu Vervoort werd afgedrukt.

 

De optelling van één en ander ontketende een boost van jewelste met als conclusie: wat kan die Looise kerel hard fietsen en bovenal: er zit nog rek op ook. Dat gegeven werd nog opgelijst door een selectie voor Paris-Roubaix, waarin hij 53ste werd omdat hij aan de slechte kant zat van de ook voor anderen inherente  materiaalpech en valpartijen.


Zijn mentale veerkracht wordt er enkel maar sterker door voor wat volgt: de nationale tijdrit van Poperinge (zaterdag) en de GP Ferdinand Bracke in Walcourt, de tweede manche van de Coupe de Belgique. En daarna zijn we al gauw bij het zware BK tijdrijden van 1 mei in het met hoogtemeters bezwangerde Maarkedal. Meer dan een tijdrijder hoopt Wiebe een allrounder te worden.

 

Wiebe heeft overigens de langdurige jeugd in pacht want hij verjaart slechts om de vier jaar op 29 februari. Hij is bij het Sport en Steun Cycling Team bijzonder goed omringd met twee trainers die naar Wiebe toe de trainingen en verantwoordelijkheden onderling verdelen: Bert Kimpen en Rodney Vanderhoydonck. Coach is Stefan Deckx.


maandag 13 april 2026

Rochefort mag voor Rune MANNAERTS de smaak van de overwinning hebben

 

De GP de Rochefort, de openingsmanche van de Topcompetitie, met bijna 900hoogtemeters draaide zowaar uit op een groepssprint met ruim veertig renners. Hoe bestaat het?

Scout Johan Molly meent dat we te maken hebben met een genvilleerde lichting met weinig hoogvliegers om het niveau op te trekken. De beteren zullen het niet graag vernemen en dus aan hen om Johan in het ongelijk te stellen. Rune Mannaerts is daar alvast aan bezig.

 


Thor Van Bulck maakte met een eclatante sprintzege (foto brgi61) duidelijk dat hij niet zomaar de puntenkoning van maart was. Rune Mannaerts benaderde hem in de provincie Luxemburg het dichtst. Hij was zo vermetel als eerste uit de laatste bocht te komen en dacht te winnen maar de explosievere Thor Van Bulck remonteerde hem.

 

Rune was een bescheiden aspirant maar je voelde zo aan dat er behoorlijk wat rek op zat. Met de 12-jarigen haalde hij tweemaal het podium en werd achtste in het Antwerps weekend. Dat laatste herhaalde hij het jaar daarop en in 2024 werd hij vierde in het West-Vlaams weekend. Meerdaagse inspanningen zijn dus goed aan hem besteed.  

Winnen deed Rune in Huy op 21 juli 2023 en op 25 augustus 2024 in Haaltert of intussen reeds 600 dagen geleden. Het is minder erg dan het klinkt want Rune is als nieuweling aardig aan het doorgroeien. Als eerstejaars eindigde hij vijfmaal tussen de vijfde en de tiende plaats. Dit jaar opende hij met een tiende plaats in Brustem, werd achtste in GP Mont Noir - St. Jans Cappel (Fr.), negende in Sint-Martens-Lierde en zesde in Temse. Hij nam ook deel aan de nationale tijdrit in Borlo maar op een totale offday werd hij pas veertigste. Het maakt van hem een nog koelere minnaar van deze discipline. 

Ook voor het veldrijden haalt hij de neus niet op want het is de competitieve oplijster van de winterconditie. In die sector won hij tweemaal in Wallonië maar het BK werd een afknapper.


zaterdag 11 april 2026

Even afhaken wegens een lastig probleem met de ogen, wat u de gelegenheid biedt om te schakelen naar:

Gemiste bijdragen die u graag alsnog had gelezen 


Indien u bepaalde bijdragen zou gemist hebben en u wenst die alsnog door te nemen dan kun je die opvragen door de naam of het begrip in te tikken in het 
rechthoekje in de linkerbovenhoek.

Zo is er bijvoorbeeld de Inventaris 2025 van het nationale tienerwielrennen (junioren, nieuwelingen, aspiranten), waarvan je de vijf  PDF’s kunt opvragen en openen.

donderdag 9 april 2026

Vincere insieme is zeker voor 
Johan Molly géén ijdel begrip

 

De Ster van Zuid-Limburg, ’s lands unieke vierdaagse voor junioren over vijf ritten prettig uitgesmeerd, is ook in de 47ste editie een groot succes geworden met een erelijst om U tegen te zeggen en waarop vooral prijken: Eric Vanderaerden (1980), Bruno Geuens (1981), Stijn Devolder (1996), Wim De Vocht (2000), Pieter Vanspeybrouck (2005), Jan Ghyselinck (2006), Dylan van Baarle (2009), Jasper Philipsen (2016), Fred Wright (2017), Jonathan Vervenne (2021), Patrick Boje Frydkjær (2024) en Cedric Keppens (2025).

 

De Ster werd vanaf 2022 van het nationale 2.14 opgewaardeerd naar uci 2.1 en dat was vooral de verdienste van ex-renner Erik Stevens met Trixxo (een gigantisch bedrijf, sterk in huishoudhulp en uitzendwerk) als drijfstang maar zonder Omer Beatle Bovy, de créateur-fondateur, zou dat niet mogelijk geweest zijn. In het huidige tijdvak hebben we het over een kolossal budget, waarbij nogal wat sponsors waar voor hun vele euro's hebben gekregen. 

 

Suspens bleef tot en met de slotdag troef maar toen was het al duidelijk dat Soudal-Quick.Step veel naar zijn pedalen zou zetten. Het was met drie renners vertegenwoordigd in de top zes. Vic De Smet, die op zaterdag de massasprint in Lanaken had gewonnen en op zondag in de korte tijdrit te Sint-Truiden met een fractie seconde werd verslagen door Lars Franken (Ned.) maar toch in het bezit kwam van de gele leiderstrui, was de gesolliciteerde eindwinnaar. Hij kwam evenwel tijdens de slotrit ten val maar hernam snel zijn plaats in de hoofdgroep. Op adrenaline moet dat geweest zijn want na afloop had hij medische bijstand nodig. Hij zou de eindzege ook dik verdiend hebben want al in de openingsrit reed hij langdurig in de aanval met Nand De Bois, om in Riemst alsnog zesde te worden. 

 

Vic verheelde niet dat hij liever zelf had gewonnen maar het beste alternatieve scenario was een winnende kompaan. Toen de cruciale ontsnapping zich voltrok kon Simon Defrance als één der laatsten aansluiten. Het zal wel niet gericht zijn intentie geweest zijn om Vic zomaar van zijn sokkel te stoten maar het gebeurde want het dozijn vluchters reed almaar verder weg en hield stand. 



Voor Soudal-Quick.Step werd de euforie enkel maar verlegd want Defrance nam de gele trui over van De Smet, die het groene gewaad van de puntenstand wel kon vrijwaren. Finn Tanghe, één der jongste éérstejaars, won in Mopertingen en maakte een kangoeroesprong van de rang 17 in de tussenstand naar de tweede eindplaats. Een matige tijdrit (26ste met 17” meer dan Defrance) onthield hem van mogelijk meer maar in dat geval zou de regie van Johan Molly en Steven De Landtsheer het wellicht anders aangepakt hebben. 

Vincere insieme is zeker voor beiden géén ijdel begrip.

 

Simon Defrance reeg, na Kuurne en Nokere, dus ook de begeerde Ster van Zuid-Limburg aan zijn scalp. Het voert hem meteen afgetekend naar de pole position van de uci-ranking.

Karl Herzog, die als 16-jarige éérstejaars het EK 2025 won, kreeg op zijn beurt veel lof toegezwaaid maar moest wijken voor het granieten blok van Soudal-Quick.Step, wat de Duitser verbande naar de tiende eindplaats.

 


Simon Defrance (foto 1) en Vic De Smet (foto 2) waren dus (in een wisselend rollenpatroon) de tenoren en het zal lang niet de laatste keer zijn dat dit geschiedt.

 

Benieuwd wat één en ander met zich brengt in Paris-Roubaix van komende zondag, een totaal ander gegeven want na de E3 Saxo Classic Harelbeke de tweede manche van de Nations Cup met dus overwegend nationale teams. 


woensdag 8 april 2026

Kyano COTTIGNIES:

op termijn lukt het allemaal wel!


Kyano Cottignies (Izegem) behoorde als aspirant en als nieuweling, hoewel één van de jongsten (°21 oktober), steevast tot de besten van het bouwjaar2008. Vorig seizoen was dat als neo-junior niet anders. Ik moest hem verrassend vaak intikken op mijn uitslagenbestand. Tijdens due bedrijvigheid bleef hij nochtans gespaard van tegenslagen die nog meer en beter in de weg stonden. De optelsom is niettemin fraai, opgelijst met vier overwinningen waaronder de West-Vlaamse titel en een dagzege in het Vermarc Project plus een resem dichte ereplaatasen in andere mooie koersen: 3de Sint-Maria-Lierde; 2de PK tijdrijden, 2de GP OG Cycles – Mouscron, 5de BK - Hoogstraten, 9de Vermarc Project, 20ste Boucles de l’Oise (Fr.), 9de GP Jef Leonard – Wuustwezel, … 

Wat het nog straffer maakte, was dat het hem te beurt viel na een knieblessure opgelopen in een strandrace, die zijn winterse voorbereiding helemaal overhoop haalde. Tot overmaat van doffe ellende werd hij in februari 2025 gekweld door mycoplasma, die al langer in zijn lichaam moet geslumerd hebben aangezien die pas ontdekt na tegenvallende tijdritten. Pas eind juni kwam de kentering zodat hij klaar was voor een mooie zomervakantie die niet uitbleef.


 


De winter 2025-2026 was er één van rustige opbouw met slechts twee strandraces wars van het BK en ten voordele van de volle focus op de weg Het mocht evenwel weer niet helemaal zijn. De openingskoers in eigen Izegem was hij de smaakmaker én daardoor het mikpunt van de twee samenspannende Cannibal B – renners. De zondag daarop kwam hij van en naar Kuurne na 35 km zwaar ten val: fiets kapot, diepe schaafwonden en 100 seconden oponthoud. Hij werkte zich opnieuw in het peloton en werd alsnog vijftiende ondnks het moeten ontwijken van de zwaar vallende Bas Vandenbulcke.

De weken daarna speelden de hamstrings op, waardoor hij te weinig kracht kon zetten of hij verkrampte in de sprint. Zelfs dat stond behoorlijke resultaten in de BZ Fruitroute in Zepperen (8ste) en in Kortemark (2de na de Pool Igor Juszczak) niet in de weg. Hij stapte er als het ware kreupel en met zeurendehamstrings van de fiets.

 

Het ging van kwaad naar erger. In Nokere reed hij attent voorin tot hij bij het opdraaien van de Varent werd aangereden na een valpartij met een kapotte fiets en een opgave voor gevolg. Hij kon amper stappen. Een dierbare chiropractor verloste hem met meerdere behandelingen van zijn kwelling.

 

Vòòr de start van de tijdrit der Guido Reybrouck Classic had hij buikgriep en deed hij het lettelijk in de broek maar werd alsnog 20ste. Aan zijn conditionele paraatheid kon het dus niet liggen en dat bleek ook ’s anderendaags in de sprint van de eerste hoofdgroep waarbij hij helaas ingesloten werd om toch als vijfde te finishen. Voor één keer was hij ontsnapt aan de valpartijen.


In de E3 Saxo Classic van en naar Harelbeke werd hij door een andere renner aangetikt met de zoveelste materiaalpech voor gevolg. Toch sleepte hij er een twaalfde plaats uit de brand.

Het aantal koersen dat hij uitreed op de eigen fiets zijn een minderheid en de reservefiets zorgde technisch noch mentaal voor een meerwaarde. Ga er evenwel maar eens aan staan om je een tweede topfiets aan te schaffen. 

 

De Ster van Zuid-Limburg luidde de verhoopte kentering in. In de openingsrit schoof hij met Vic De Smet en een Cannibal mee in een late uitval. Kyano schoof uit met een lekke band en een wielbreuk als tol en dat oponthoud kostte hemtenslotte  1’36” en dus foetsie spraakmakend klassement, werd voortvarend gedacht. In rit 2 zat Kyano perfect voorin tot hij nogal brussk moest uitwijken voor een gebeurde valpartij, hij schoot uit een klikpedaal en verloor zijn positie maar sprintte alsnog naar de zesde plaats na en flitsende laatste 300 meter. In de derde etappe op zondag morgen maakte zijn jonge kompaan Flynn Delanghe deel uit van de goede ontsnapping. Het afstoppen van de Van Moers was zinvol want Flynn behaalde de dagzege en Kyano won luttele seconden later de massasprint voor de vijfde plaats.

 

In de korte tijdrit moest Kyano als 88ste in de tussenstand vroeg starten en aangezien hij kennelijk geen klassement meer moest verdedigen nam hij de bochten tamelijk behoedzaam maar werd niettemin tiende.

In de afsluitende rit naar Minsterbilzen maakte hij deel uit van de cruciale ontsnapping die het klassement helemaal overhoop haalde. In een sprint met acht moest hij enkel wijken voor de verbazende 16-jarige Finn Tanghe. In het eindklassement rukte Kyano zowaar nog op naar de tweede plaats met als duidelijke bijsluiter never give up, zelfs niet na een verlies van 100 seconden in de dramatische eerste rit.

 

Eén en ander voert hem naar de vierde plaats in de uci-ranking (www.procyclingstats.com/rankings/mj/individual), waarin Simon Defrance sowieso leidt. Zelfs dat volstond voor Kyano niet voor een nationale selectie voor Paris-Roubaix, zoals wel voor Mauro Keppens, Wiebe Kimpe, Emiel Siegers, Stan Vernaillen, Sander Willems  en Daan Wilmsen

 

Komend weekend koerst hij dus niet maar focust op het PK tijdrijden in Ruddervoorde (16 april), waarna hoopt hij op een selectie voor de Omloop van Borsele (26 april), de GP André Noyelle (Ieper, 10 mei), de Driedaagse van Axel (22-24 mei),…

 

Het bovenstaande is vooral het relaas van de toegewijde vader Vince. Het zal dus wel wat geromantiseerd zijn maar de prestaties én de resultaten van zoonlief liegen er niet om. Winnen is voorlopig zijn regel niet maar lang kan dat toch niet meer uitblijven. Uitblinken is essentiëler om in het alerte blikveld van een Devo Team te belanden.

 

En wat die (te) vele tegenslagen betreft: je moet ze daarom nog niet voorhebben maar ze sterken je wel voor een almaar zwaardere toekomst. En wat orakelde ene Friedrich Nietzsche ook weer in 1888, juist: all what doesn't kill me, made me stronger. Welaan, Kyano!