In memoriam Frans VERHAEGEN
de zelfverklaarde kleine coureur die een Rennersfeest organiseerde en het Kempens Wielermuseum stichtte
Frans Verhaegen is dan toch niet meer. Hij werd op 22 januari 78 jaar. Hij leek nochtans onsterfelijk want 8,5 jaar geleden stond hij op uit de doden, weken nadat hij met een metershoge ladder te pletter stortte, al door de dokters opgegeven was maar zowaar op de dag van zijn Rennersfeest wonderbaarlijk uit een diepe coma ontwaakte.
Suske noemde zichzelf steevast een kleine coureur en inderdaad: hij was géén internationale topper, hoezeer hij dat ook probeerde maar niet ten allen prijze. Suske wilde liever een bereikbare papa blijven voor zijn drie dochters en één zoon, die met een tussentijd van vijf jaar geboren werden.
Frans was bij de jeugd een veelwinnaar: 7 overwinningen als onderbeginneling in 1963, 11 als nieuweling in 1964, 33 als junior in 1965 en 1966, 30 als liefhebber van 1967 tot en met 1970.
Na een verbluffende lente 1970 (winst in de Omloop Het Volk, de GP van Affligem, Kortrijk-Galmaarden en nog méér ereplaatsen) kon hij - op aanbevéling van zijn aangetrouwde neef Roger Rosiers - vanaf augustus terecht bij het grote Bic. Dat leek niet te hooggegrepen want Suske won in 1971 meteen de Luis Puig in Valencia vòòr Domingo Perurena. Toch gedijde hij er niet en zette vanaf augustus een stap terug bij Goldor. Het zou allemaal anders gelopen zijn indien Jean-Pierre Monseré niet verongelukt was. Frans had een concreet voorstel om van diens team deel uit te maken. Rik Van Linden leek een even-waardig alternatief maar met zijn illustere generatiegenoot kwam er geen samenwerking. Frans zou Kamiel nochtans op de schouders hebben gedragen om te helpen winnen.
Suske belandde in 1972 bij Hertekamp en daarna voor drie seizoenen bij Ijsboerke. Hij leek vastgekluisterd aan het kermiscircuit tot hij in 1975 Kuurne-Brussel-Kuurne won vòòr Tino Tabak, Freddy Maertens, Alain Santy, Marc Demeyer en Michel Pollentier. Hij realiseerde het volledig op eigen kracht en het illustere trio van Flandria zag in hem meteen een bruikbare schakel voor het rode raderwerk.
Het tweede wat Frans deed, was zijn triomf in Kuurne overdoen, daags na een zevende plaats in de Omloop “Het Volk”. Hij werd dat jaar zelfs voor de Tour geselecteerd, overleefde l’Alpe d’Huez waarop de ploeg niet had gerekend en er zich aan ergerdewant Marc Demeyer (die hij nochtans in 1974 Paris-Brussel had helpen winnen) maande hem aan om op te hoepelen met als bijsluiter dat hij toch niet zou delen in de grote extra premie die co-sponsor Velda had toegezegd. Suske zette nog wel aan in de tiende rit maar de overlevingsdrang was op en hij gaf er snel de brui aan. Hij verkeerde nochtans in goede doen en won acht dagen later in Sleidinge.
Bij Flandria was het evenwel over and out, waarna hij zoveel beter terechtkwam bij Marc Zeepcentrale, waarvan hij de patron “mijnheer” De Windt bleef noemen en met wie hij de samenwerking zich na zijn rennerscarrière voortzette als ambulant verkoper van onderhoudsproducten. Marc betaalde hem elke dag een overwinningspremie uit en dat zeventien jaar lang. De waardering was wederkerig. Frans bleef eerst nog enkele jaren coureur, behaalde in 1977 een interessante overwinning in het kampioenschap van Vlaanderen te Koolskamp, die sportief niet kon tippen aan Kuurne maar waar hij geregeld aan herinnerd werd.
Hij specialiseerde zich dan al in het kermiscircuit, waarin schoon geld kon verdiend worden als winnaar maar meer nog als lachende tweede of derde. Suske ervaart het niet als een verwijt dat hij, geïnspireerd door die vermetele Fonske De Bal, de curator van dat circuit werd genoemd. Mee zijn in de goede ontsnapping was essentiëler dan de koers winnen. Men moest langs Suske passeren om naast ‘de beste’ te zijn ook de winnaar te worden. Voor wat hoort toch wat?!
Frans moest al op zijn 31ste afhaken na een vreselijke val in Boom, waar hij in volle spurt aan een paaltje haperde, weggecatapulteerd werd en met een verbrijzelde knieschijf en afgescheurde quadriceps werd opgeraapt.
Zijn mooiste overwinning behaalde hij toen hij op 28 september 2017 bij een huishoudelijke klus van een hoge ladder viel en een doodsmak maakte met behalve acht-en-der-tig breuken ook een hersenbloeding, een zware schedelbreuk, klaplongen, vitale organen (lever, milt en pancreas) geraakt, ….. Hij bleef in leven maar was een hopeloos geval aan de machines en dat in de aanloop van het jaarlijks door hem georganiseerd Rennersfeest dat effectief doorging en waarvoor men het afkoppelen van de kunstmatige beademing nog even uitstelde. Het was een letterlijke deadline die Suske aangreep om alsnog uit zijn coma te ontwaken en aan een langdurige revalidatie te beginnen.
Frans kwam er, met de enorme steun van zijn Liliane, vrijwel helemaal bovenop om de mooie nazomer van zijn leven te hernemen. Zijn vier kinderen en negen kleinkinderen genoten voort van hun goddelijke stamvader die zijn geesteskind, het Kempens Wielermuseum, helaas moest opgeven en dat deed hem veel pijn.
Twee foto's (van de hand van Peter Remmerie) van Suske als jonge renner vind je terug op mijn Facebook.
