zaterdag 21 maart 2026

In 2024 eindwinnaar der Guido Reybrouck Classic en gisteren 2de in Youngster Coast Challenge

Louis CHALEIL dan toch géén vluchtige passant maar wel een zoveelste referentie?

 

Louis Chaleil hield in de Guido Reybrouck Classic 2024 dankzij een betere tijdrit zeven seconden over op Aldo Taillieu, die in de zondagrit tevergeefs alles op alles zette om de Fransman alsnog van zijn sokkel te stoten. Het was een gunstig voorteken van de Fransman, die zes maanden later op dezelfde concept de Keizer in Koksijde won, niettegenstaande hij in de tijdrit van Wulpen door de Deen Carl Emil Just Pedersen (-4”) geklopt werd.


Louis Chaleil als winnaar van de tijdrit der Guido Reybrouck Classic.

Louis gedijt op Vlaamse grond, mocht je dan al zeggen. Tussendoor reed hij een onderhoudend seizoen dat hij afsloot met een elfde plaats op het WK tijdrijden en een vierde in de Chrono des Nations. Zijn debuut bij de beloften liep niet van een leien dakje, een derde plaats in de Frans kampioenschap tijdrijden was zijn enige noemenswaardig resultaat.


Eliot Boulet wist dat hij Louis Chaleil moest volgens om in Koksijde de Youngster Coast Challenge te winnen.

Die unieke podiumplaats heeft hij (Groupama) gisteren al verbeterd in de Youngster Coast Challenge te Koksijde, in een sprint met elf moest hij enkel voor zijn een half jaar jongere landgenoot Eliott Boulet (Decathlon) wijken. Die had een maand eerder al twee dagzeges behaald in de Plages Vendéénnes. Als junior was hij, qua uitslagen, de duidelijk de mindere van Chaleil. Toch werd Boulet opmerkelijk in 2024 tweede in het Frans kampioenschap tijdrijden met slechts drie seconden meer dan Paul Seixas. In 2025 viel Boulet terug naar de vijfde plaats met rum driekwart minuut meer dan Arthur Blaise. Ook Chaleil (-37”) deed in La Tour-du-Pin aanzienlijk beter.

Eliott Boulet en Louis Chaleil zijn, voorlopig in de schaduw van Paul Seixas, de zoveelste veelbelovende youngsters du cyclisme français, van wie er nogal wat na een tijdje niet meer beter worden.


Eddy MERCKX wist er 7x raad mee ...

 

MILANO-SANREMO

de gemakkelijkste om te rijden

de moeilijkste om te winnen

 

Milano-Sanremo zou voor Eddy Merckx de moeilijkste klassieker zijn om te winnen want hij zou op de via Roma keer op keer door snellere concurrenten overruled worden. Dat heb ik, zoals niet weinig anderen, zestig jaar geleden abusievelijk gedacht. De Primavera werd zowaar de grote koers die hij het vaakst won. 

Eddy liet er van meet af aan geen twijfel over bestaan: zijn eerste twee deelnames (in 1966 en 1967) zette hij in klinkende overwinningen om. 

Eddy ging bij zijn eerste deelname op 19 maart 1966, drie maanden vòòr zijn 22ste verjaardag, van vrij vèr aan. Van vrij vèr, was letterlijk te nemen = op 100 km. van de finish toen hij met ruime groep achtervolgers de vroege vluchter Guido Carlesi opraapte en dat gezelschap tot 15 eenheden uitdunde onder wie Lucien Aimar (die vier maanden later de Tour zou winnen), Franco Balmamion (winnaar van de Giro 1962 en 1963), Michele Dancelli (die zes weken later La Flèche Wallonne zou winnen en in 1970 de Italiaanse ban in Sanremo zou breken), Roberto Poggiali (winnaar van La Flèche Wallonne 1965, waarin Merckx zijn profdebuut maakte), Raymond Poulidor (de winnaar van 1961), Herman Vanspringel, … Eddy lokte ze allemaal mee in een eerste groot offensief. Zoals hij vijf jaar eerder Rik Van Looy lapte, zo probeerde Poulidor zich ook voor Eddy Merckx uit de voeten te maken maar tevergeefs. In een langgerekte krachtspurt haalde Eddy het nipt van het duo Durante-Dancelli, waartussen Vanspringel zich wurmde voor een precieus plekje op het 57ste podium van de Primavera

Ook in 1967 koos Merckx voluit voor het offensief, dit keer vanaf de Capo Berta (op 50 km. van de finish) met Gianni Motta als enige compagnon de route. Het goed samenwerkende duo werd toch nog in de laatste kilometer achterhaald door Franco Bitossi en Felice Gimondi. Eddy moest vooral de intrinsiek snellere Franco vrezen maar na een koers van bijna 300 km. aan de recordsnelheid van 45 km./u. waren de restérende krachten bepalend.

Merckx won de eerste twee keer op atypische wijze.

Van dan af werd Eddy efficiënter door als puncher de slaagkansen van de sprinters te anticiperen, waarbij zijn behendigheid en zijn durf, met dank aan zijn opleiding als pistier, hem aardig van pas kwamen om de geslagen kloof op de Poggio in de afzink te consolideren of zelfs uit te bouwen. Op de duur was het verbazender als Eddy niet won dan wanneer wel.

 

Roger De Vlaeminck, volgens mij (ook qua palmares) de beste ééndagscoureur na Merckx, benaderde Eddy in Sanremo het dichtst. 

 

Rik Van Looy hield Miguel Poblet in 1958 van een loepzuivere hattrick. In 1954 had Rik Van Steenbergen in een massaspurt gewonnen.

 

Het laatste wat je mag doen is Milano-Sanremo laagdunkend tot een vluchtklassieker decimeren. La Primavera werd nooit gewonnen door Vlaamse vluggerds als Walter Godefroot, Freddy Maertens, Eddy-Jo-Walter-Willy Planckaert, Guido Reybrouck, Ward Sels, Patrick Sercu, Rik Van Linden, Willy Vannitsen, Frans Verbeeck, ….. ook Dylan Groenewegen niet. 


Dylan Groenewegen, die gisteren in de Bredene Koksijde Classic zijn 85ste overwinning als contractrenner behaalde, is er vandaag in La Primavera niet bij. Zijn team Unibet Rose Rockets werd niet geselecteerd. Dylan heeft ook geen 'match' met Sanremo, waaraan hij slechts één keer deelnam en 78ste werd in 2019.

Zij haalden niet eens het podium zoals Tom Boonen, Eric Leman, Johan Museeuw, Leon Van Daele, Eric Vanderaerden, ….. wel deden.

 

Ook merkwaardig dat vier winnaars geboren werden op 18 maart daags vòòr de geijkte datum (Sint-Jozefsdag) van Milano-Sanremo: Costante Girardengo in 1898, Miguel Poblet in 1928, Rudi Altig in 1937 en Fabian Cancellara in 1981. 

 

Gemiste bijdragen die u graag had gelezen 


Indien u bepaalde bijdragen zou gemist hebben en u wenst die alsnog door te nemen dan kun je die opvragen door de naam of het begrip in te tikken in het 
rechthoekje in de linkerbovenhoek.

Zo is er bijvoorbeeld de Inventaris 2025 van het nationale tienerwielrennen (junioren, nieuwelingen, aspiranten), waarvan je de vijf  PDF’s kunt opvragen en openen.


donderdag 19 maart 2026

GP Jean-Pierre Monseré in Roeselare, 

de eerste interclub van de nieuwelingen 

 

Lex LAMBRECHT en Lars VILLERS, 

de keizers van de aspiranten, voor het eerst met oudere klasgenoten onder wie 

Boes, Dekkers, Heuninck, Jammaer, …

 


Zondag zijn de tieners van de bouwjaren 2010 en 2011 met hun Grote Prijs Jean-Pierre Monseré aan de eerste binnenlandse interclub toe. Aangezien het geen manche voor de Beker van België is mogen de 24 clubs vijf in plaats van vier renners inzetten.

De meeste (navenant hun uitslagen) beteren zijn op de afspraak en dan heb ik het vooral over onder anderen over Miel Heuninck (Onder Ons Parike), die vooral te maken krijgt Lex Lambrecht (Avia-Rudyco) en Lars Villers (Crabbé-Dstny), de keizers van de aspiranten. Beiden namen al deel aan de GP Mont-Noir en haalden de top tien in een karikatuur van een uitslag, want gedubbelde renners werden erin opgenomen. Ik vrees dat er in maart 2027 veel zullen wegblijven uit Saint Jans Cappel.

Vorig jaar werd de Monseré in Roeselare gewonnen door Moos Mevissen (Nederlander van Isorex) vòòr Jules Vydt en Miel Heuninck, die zijn podiumplaats verdedigt en navenant zijn klinkende zege in Sint-Maria-Lierde (100 starters) wel eens zou kunnen hernieuwen op de hoogste trede. Ook Finn Boes (vorig jaar vijfde) is er, net als Kenzo Vandenabeele (tiende). Er is ook Jens Dekkers (kampioen van Nederland) die Acrog-Tormans aanvoert.

Van hen wordt dat tikkeltje meer verwacht maar ze krijgen te maken met onder anderen Lex Lambrecht (Avia-Rudyco) en Lars Villers (Crabbé-Dstny), de keizers van de aspiranten van het bouwjaar 2010 dat nog meer potentieel talent zijn opwachting laat maken zondagnamiddag in Roeselare: Dayon Breemeersch, Senne Cami, Sebastien Deprée, Tristan Geerardyn, Lucaz Raeymaekers, Simon Ververken, …


Lars Villers in het spoor van Stan Jammaer: podiumkandidaten in de GP Jean-Pierre Monseré in Roeselare. (foto Myla Van Gossum)

Last but very not least is er ook Stan Jammaer, die in 2025 de ideale ploegmaat die kennelijk bijna even graag een kompaan ziet winnen als zichzelf. In de pittige heuvelkoers van Sint-Maria-Lierde verdedigde hij zijn titel maar moest het, zelfs met de nabije Mathiz Tielens in steun, afleggen tegen Miel Heuninck. Youngster Lars Villers werd in hun spoor vierde. Lex Lambrecht moest met maagproblemen afstappen.  

 

Wie zich verongelijkt voelt wegens niet vermelding (onder anderen Xander Buelens, Tibo Bylois, Robin Dooms, Basiel Loose, Trent Meuws, Mathis Praet, Jelle Vanhove) mag mij altijd verrassen, ik zal dat goedmaken als het bij deze al niet is gebeurd.


woensdag 18 maart 2026

Guido Reybrouck Classic

op zoek naar een volgende star

 

Wie doet Soudal-Quick.Step wat?

De Guido Reybrouck Classic werd in 2006 in het leven geroepen als huldebetoon aan de toen zwaar zieke ex-toprenner, die evenwel door het aanwenden van propolis wonderbaarlijk genas. Voorbije winter heeft hij opnieuw levensbedreigende gezondhedsproblemen. Leve de Classic! 

De erelijst spreekt intussen boekdelen met onder anderen Dylan Groenewegen (2010), Taco van der Hoorn (2011), Jasper Philipsen (2016), Remco Evenepoel (2018), Samuel Watson (2019), Vlad Van Mechelen (2022) en Hector Alvarez (2023) als opeenvolgende illustere winnaars. 

In 2023 waren er dat zelfs drie: Sente Sentjens (tijdrit), Steffen De Schuyteneer (wegrit) en de Brit Matthew Brennan (eindzege). Laatstgenoemde is inmiddels bij Visma - Lease a Bike een wereldtopper geworden en op die manier een referentie voor de Reybrouck Classic.

Vorig jaar won de Michiel Mouris de wegrit. De Nederlander zou zes maanden later in Kigali (Rwanda) na EK ook WK tijdrijden geworden maar vorig jaar werd hij in de Damse tijdrit nipt (+2”) geklopt door Vos Coleman, die daardoor eindwinnaar werd maar inmiddels onder de radar verdwenen is.

Ook dit jaar zullen het géén pannenkoeken zijn die op de diverse podia worden geroepen, waarbij ik vooral denk aan:

voor Team Grenke: de  Deen Julius Birkedal (winnaar en derde tijdens het Spaans openingsweekeinde), Karl (broer van Emil) Herzog (D.), Enzo (zoon van George) Hincapie en last but not least Sander Willems (ook knap in Spanje) die in Damme voor lauweren in aanmerking komt een jaar nadat hij er de afwachtingskoers voor nieuwelingen won;

voor Acrog-Tormans: Liam Brugman (Ned. new kid in cycling town) en bovenal Jinze Joris;

Cannibal-Victorious: Mikolay Legiec (Pool) & Sebastian Suppi (Est);

voor Hot Tubes Ineos geleid door Franky Van Haesebroucke en waarin zijn zoon Lasse): Alex Botha (N.-Zeel.) en Matthew Crabbe (V.St., die vorig jaar als nieuweling tussen 1 en 18 augustus viermaal in Vlaanderen won!); 

Onder anderen zijn er ook nog: Lars Caethoven (Flanders Academy), Kyano Cottignies (Van Moer CT), Yasu Vervoort (R.EV Cycling) en bovenal Daan Wilmsen (Crabbé-Dstny). 

Wie zich verongelijkt voelt wegens niet vermeld mag mij altijd verrassen en die kunnen vooral komen uit de gezelschappen van Decathlon CMA CGM (waarin Seff Van Kerckhove helaas ontbreekt) JEGG-Skil-DJR en sowieso de vijf nationale selecties, ik zal het daarna goedmaken.

Victor De Smet en Thur-Emiel David

Hamvraag is evenwel: wie doet Soudal-Quick.Step wat? De creatie van Johan Molly wordt aangevoerd door Simon Defrance, de Zuiderbuur die na Kuurne ook in Nokere won en omringd wordt door de kwikzilveren eerstejaars Vic De Smet, de Pool Maksymilian Matyasik, René Messely (benieuwd naar diens tijdrit zaterdag), Valentin Petillon en de Tsjech Jakub Tesařík.

Nog meer aanstaande coryfeeën maakten in de loop der tijden hun opwachting in Damme maar konden dat niet in een triomf omzetten, alfabetisch zijn dat onder anderen: Ethan Hayter (2de in 2016), Olav Kooij (19de in 2019), Tom Pidcock (5de in 2017), Fred Wright (33ste in 2016) en zowaar ook Tadej Pogačar (23ste in 2016).

 

Oorzaak en gevolg van de vele valpartijen

Misschien is dit (een deel van) de oplossing

 

Fietscomputers on hold tijdens 

de koers en twééde groene vlag

 

Eender waar en wanneer gebeuren er zware valpartijen en ze verminderen niet in aantal, wel integendeel.

 

Hoe komt dat? Ik vind dat er te weinig moeite wordt gedaan om de oorzaak te achterhalen: de snelheid, de lichtheid van materiaal, de omvang van het deelnemersveld, … Het is er allemaal debet aan maar een vierde oorzaak lijkt mij veel probater: het ongepast aanwenden van een fietscomputer, zij het een Garmin of een Wahoo.

 

Vreemd dat het gebruik ervan is toegelaten tijdens de koers, naar verluidt altijd en overal (dus ook in de Nations Cup, op het EK en het WK). Eén seconde naar dat klein schermpje kijken kan al een wereld van verschil uitmaken inzake positionering of sturing in een kleiner of groter peloton. Dat lijkt mij even nefast als het niet handenvrij gebruik van de GSM tijdens het autorijden.

 

Eén van de argumenten is dat het speeltje dient om de coureur die uit koers is de weg naar zijn vervoermiddel te laten terugvinden. Larie en apekool, want de coureur kan gewoon zonder rugnummer het parcours blijven volgen en zijn computertje terug aanzetten, ook om  de koers de opgeslagen data te raadplegen. 

 

Dat men het verboden gebruik tijdens de koers moeilijk kan vaststellen is een volgende dooddoener want dat beweerde men indertijd ook van GSM’en aan het stuur. Intussen is de betrapping sterk geëvolueerd met almaar zwaardere sancties. Men zou ook de coureurs op heterdaad kunnen betrappen door enkele commissarissen langs het parcours op te stellen. Geen heksenjacht maar een beveiligende mentaliteitswijziging om het aantal valpartijen sterk te reduceren. Aangezien het een internationale kwestie is, kan Belgian Cycling in deze enkel adviseren naar de UCI toe.   

 

Valpartijen hebben vaak een langdurig oponthoud voor gevolg met de groene vlag als wachtende hekkensluiter zodat het kruisend doorgaand verkeer op het parcours met langgerekte files te maken krijgt. Men kan dit probleem anticiperen door een tweede groene vlag aan de finish klaar te houden en een GO te geven vanaf het moment dat men geloste renners uit koers begint te nemen. De eerste groene vlag wordt dan on hold gezet. 

Deze maatregel zal wel niet volmaakt zijn maar ik weet zeker dat het een betere oplossing is dan de huidige toestand die almaar meer ergernis, frustratie en zelfs agressie opwekt.

  

Luc RONSSE (WOOP) werd er niet vrolijk van 

 

Kannibalen plegen een putsch in Denderhoutem

 

Vanop afstand was het niet te zien want ze reden hand in hand door de finish. Naderhand bleek dat de Canadees Carter Deveer net vòòr de Litouwer Matas Kubilius de aankomstlijn had overschreden. Een kleine halve minuut later won de Israëlier Ido Dagan van Crabbé-Dstny de sprint om de derde plaats vòòr Mathis De Waele (Onder Ons Parike), Robbe Maesschalck (Avia), Nolan Ladrière (Trust-Up CC Chevigny) en Thur-Emiel David (Pierre & Sol – OG Cycles).  



Frappant dat Cannibal Victorious 2026 monder toppers herbergt dan op andere jaren maar het is juist de kunst om jongens op te sporen die intrinsiek beter zijn dan hun blote uitslagen insinueren. Deveer (wel zevenmaal kampioen van Canada op de piste) en Kubilius bakten er de vorige jaren weinig van. 



Een allochtoon podium in de Weg Motion Drives Classic p/b Atkom Koersteen nationale (1.14) interclub. Luc Ronsse was not amused en heeft het niet over Cannibal-Victorious maar steevast over ... Bahrain. Luc nam er meer dan een beetje aanstoot aan. Ik begrijp hem, de sterkhouder van Onder Ons Parike (WOOP), een typisch Vlaamse 56 jaar jonge familieclub met 180 koersende leden en een globaal budget van 185.000 euro, dat Luc en zijn entourage jaarlijks met almaar meer moeite moeten bijeensprokkelen. En dan word je in eigen regio weggereden door drie verre buitenlanders!

Wat Ronsse minstens nog meer frustreert is dat zijn club komend weekend niet welkom is in de tweedaagse Guido Reybrouck Classic in het wondermooie Damme, waar ze d’office (want in de top vijf van de Beker van België 2025) nochtans toe gerechtigd zouden zijn net als het GMS CT Glabbeek. Luc zal zondag zonder onvertogen woord eens goeiedag komen zeggen in Damme alvorens hij één en ander laat nakijken door Belgian Cycling, dat eigenlijk dit soort situaties zou moeten anticiperen in plaats van bij te sturen.

Het was een geweldige koers in Denderhoutem, spijtig genoeg ontsierd door een zware valpartij in de aanvangsronde en in de massasprint voor de derde plaats. Desondanks werd er een moyenne gehaald van bijna 44 km./u, de schrik zat er dus niet bepaald in bij de overgretige 17- en 18-jarigen. Hoe het komt dat er in alle categorieën zo vaak gevallen wordt? Moet er eerst een tiener het leven laten eer men draconische maatregelen neemt? Zou het weren van of het in koers verbieden te gebruiken van de fietscomputertjes Garmin en Wahoo geen deel van de oplossing zijn? Daarover in een aparte bijdrage meer.

 

De meeste Belgische junioren kwamen er voor het podium in Denderhoutem niet aan te pas. Niet onlogisch want de beteren hadden daags voordien gekozen voor Nokere Koers, dat in de aankomstzone hooguit een honderdtal toeschouwers lokte terwijl het er in Denderhoutem daarvan een veelvoud meer waren. 

Misschien moeten we voor interclubs, die geen manche zijn van de Beker van België, schakelen naar (zoals bij de nieuwelingen) een soort Topcompetitie, die beter Interprovincie zou heten met een onbeperkt aantal starters per club en desgevallend zonder buitenlanders. Het zou soelaas bieden aan onder meer Onder Ons Parike, dat niet minder dan veertig junioren telt.

 

WOOP neemt zondag in La Roche-sur-Yon (Vendée) wel deel aan de 33ste La Bernaudeau waaraan ze, bij ontstentenis van de Reybrouck, daardoor hun sterkste zestal kunnen afvaardigen. Dat is fout gedacht. Ga er maar eens aan staan om enkele deelnemers aan de Bernaudeau te vertellen dat ze plaats moeten ruimen voor een kompaan die aanvankelijk voor Damme voorzien was. 

Frappant is ook dat er in Damme meerdere Belgische clubs starten die daar kansarm veel minder te zoeken hebben dan Onder Ons Parike