zaterdag 10 april 2021

Al het 15de zegestreepje van Deceuninck-Quick.Step

 

Mikkel HONORé zonder gemor van zijn kompaan Josef CERNY


Bij de kansenberekening van de minst zware rit heb ik The Wolfpack schromelijk over het hoofd gezien. Dat doe je maar beter niet, mocht ik ondervonden. Een echappée-bidon is meestal een kansloze onderneming kansloos maar niet met de blauwe tandem Josef Cerny - Mikkel Honoré aan boord die hun medevluchters één voor één op het juiste moment opsoupeerden. Andrey Amador, Julien Bernard, Andreas Leknessund en Ide Schelling  zijn nochtans geen pipo’s. Ik had vooral te doen met de laatste aanklamper, Julien (zoon van Jean-François) Bernard, maar een totaal ander type dan zijn meer illustere papa (halfweg de jaren tachtig van vorige eeuw). Julien vermoedde al dat hij in de sandwich zou genomen worden en dat gebeurde ook. Cerny vertrok als eerste en toen Bernard zonder reactie bleef, zag Honoré zijn kans schoon om naar zijn kompaan de oversteek te maken bij te halen en aan een heuse koppeltijdrit te beginnen. Dat was géén overbodige luxe want het versnellende peloton was tot minder dan een halve minuut genaderd. 

 

Mikkel Honoré is een hardrijder pur sang, die in 2014 de Sint-Martinusprijs van Kontich won, wat hij als titelverdediger herhaalde hij in 2015. Als belofte leek hij te stagneren zodat hij zich moest vergenoegen met een contract(je) bij het Virtu Cycling, waarvan toen ook Kasper Asgreen deel uitmaakte en waarvoor hij de Circuit de Wallonie won. Toch mocht hij als stagair nippen van The Wolfpack en in zijn dienende rol was hij overtuigend voor een tweejarig contract dat al in juli 2020 tijdens de lockdown verlengd werd. Het schonk hem vleugels voor een rimpelloze Giro 2020 en een spraakmakende lente 2021 met ereplaatsen in de Ardèche Classic (4de) en de Drome Classic (3de). In de Settimana Coppi e Bartali leverde hij zijn eerste hoogstandje af. In samenspel met Mauri Vansevenant kreeg hij zijn landgenoot Jonas Vingegaard weliswaar niet klein maar zijn zege in de slotrit in het iconische Forli maakte veel goed. Hij was klaar voor een hogere opdracht, de Itzulia Basque Country, waarin hij de klassementsrenners Mauri Vansevenant en James Knox zoveel mogelijk krachten moest helpen sparen. In de voorlaatste rit waren hij en Cerny daarvan ontheven en die buitenkans grepen ze dus met beide pedalen om in de World Tour een allereerste zege te behalen. Hoe die twee tot een consensus kwamen over wie mocht winnen, zou mij benieuwen. Het is niet zeker  dat er consignes vanuit de volgwagen aan te pas kwamen. Misschien gaf het feit dat Cerny vorig jaar al een dagzege (weliswaar voor CCC) behaalde in de Giro daarbij de doorslag. Bij een volgende kans zal het weer aan hem zijn. Zowel Cerny als Honoré zullen, méér nòg dan ze al deden, door het vuur lopen voor het vincere insieme van The Wolfpack.

Altruïsme is de verheven vorm van aan zichzelf denken.

vrijdag 9 april 2021

 Elke dag om 15.30u. op Eurosport 1 

Ultrakorte slotrit 

zal beslissend zijn

 

MAURI én ILAN handhaven hun riante positie 


Het onverstoorbaar geacht Sloveens onderonsje is door een al of niet opgezette coup-de-théâtre omvergekegeld. Primoz Roglic en Tadej Pogacar lieten hun eerste luitenanten, Jonas Vingegaard respectievelijk Brandon McNulty, met Emanuel Buchmann, Pello Bilbao en Ion Izagirre meeschuiven. De Spanjaard van Astana, de titelverdediger (van 2019), werd de dagwinnaar en het UAE Team heeft, via Brandon McNulty, de pole position van Jumbo-Visma overgenomen en dat kan de ontknoping beïnvloeden. In de tussenstand staan ze nog met een dozijn binnen de honderd seconden geklasseerd. Eén van hen is zowaar Mauri Vansevenant in dezelfde seconde als Maximilian Schachmann, de tweevoudige winnaar van Paris-Nice. Ilan Van Wilder moet amper onderdoen met geen halve minuut meer en 17de in de tussenstand. Nog een derde Vlaming speelt niet onaardig mee: de Limburgse notoire veldrijder Quinten Hermans, die meer gedoseerd zijn beste resultaat (negende) haalde en voor de bergprijs nog altijd bovenaan staat.

De voorlaatste rit zal vandaag normaal op een status quo uitdraaien maar in deze Itzuila Basque Country doen we er goed aan telkens met twee woorden te spreken. Indien het samenblijft, wie kan dan winnen? Alvast geen vluggerd want die rijdt er hier, gelukkig voor hem, niet tussen. 

Zo simpel is voorlaatste rit ook weer niet: glooiend à heuvelachtig met drie col(letje)s van derde categorie. Misschien een kolfje naar de pedalen van Marc Hirschi, die het gisteren (+5’42”) weer liet lopen of gewoon niet beter kon. Ik geloof meer in Alex Aranburu, die wel deel uitmaakte van de ruime groep met de favorieten zoals als vanzelfsprekend ook Alejandro Valverde, die andere kandidaat voor de dagzege van vandaag.

Véél heftiger wordt het op de slotdag morgen met een heuse klimrit van amper 112 km., bezwangerd met zeven beklimmingen in de aanloop naar het Heiligdom van Arrate. Ook de eerste col, de Arribinieta, is een korte kanjer van nog geen drie kilometer maar met een gemiddelde stijging van 7,5%. Deze plot staat garant voor een mooi spektakelstuk, dat vanaf 15.30u. kan aanschouwd worden op Eurosport. 

donderdag 8 april 2021

 Elke dag om 15.30u. op Eurosport 1

Onverstoorbaar 

Sloveens onderonsje?!

 

Behalve MAURI is ook ILAN uitstekend bezig 

 

Ook de derde rit in de Itzulia Basque Country bracht spektakel van de bovenste plank dat uitdraaide op een Sloveens onderonsje waarbij de jongste het opnieuw haalde van de oudere. 

Toch houdt Primoz Roglic nog stevig de koord, al knaagt Tadej Pogacar traag maar gestaag aan de 28” die hij toegaf in de openingstijdrit. Zowel in de tweede als in de derde rit sprokkelde Tadej (annex dagzege) vier bonificatieseconden meer dan Primoz. Die marstabel zal niet volstaan om de balans helemaal in zijn voordeel te doen omslaan maar de titelvoerende Tourwinnaar heeft vooral nog de koninginnenrit op zaterdag naar het heiligdom van Arrate om orde op zaken te stellen. De rit van vandaag naar Hondarribia, deels op het parcours van de Clasica San Sebastian, zal zich daar veel minder toe lenen, al weet je nooit.

De steile klim naar Ermualde heeft het aantal kanshebbers op de eindtop tien verder gereduceerd. De straks 41-jarige Alejandro Valverde, Adam Yates en Mikel Landa handhaafden zich in de buurt van de Slovenen, zo ook David Gaudu, wiens teleurstellende tijdrit (+1’15”) hem een top vijf kan kosten. De Fransman werd kort gevolgd door het DQT-duo James Knox en Mauri Vansevenant, die opnieuw schokschouderend reveleerde. Jonas Vingegaard en Brandon McNulty deelden hun gezelschap waardoor zij in het klassement wat terugvallen. Maximilian Schachmann (+32”) ging er nog meer van tussen met de verbazende Ilan Van Wilder als compagnon de route. Ik geneer mij dat ik Ilan wel eens uit het oog verloren heb, hij is zowaar nòg een jaar jonger dan Mauri Vansevenant.

Marc Hirschi (+6’20”) liet het helemaal lopen, allicht bewust opdat hij over de nodige reserves zou beschikken om Tadej Pogacar zaterdag voluit te steunen in de beslissende afsluiter.

Wilco Kelderman, negende in de tussenstand, blijft een absolute pechvogel. In de bewogen spurt naar de voet van de slotklim schoof hij met Michael Woods zwaar onderuit en kon met allerlei verwondingen niet verder. De Canadees hernam wel nog en arriveerde met een achterstand van bijna tien minuten.

De Vlaming die driemaal de Scheldeprijs won

 

Piet OELLIBRANDT 

werd vooral kampioen van België in … Herentals

 

Weten wat je (niet) kunt en ernaar handelen, zo luidde het credo van Piet Oellibrandt.

Voor de grote klassiekers (toch twaalfde in zowel Milano-Sanremo als in de Ronde van Vlaanderen in 1959) en zeker voor de rittenkoersen was hij niet goed genoeg en dus moest hij het enkele verdiepingen lager zoeken. In die sector won hij wel de twee koersen die hem het meest aanspraken.

Zijn absoluut hoogtepunt kwam er op 21 juni 1959 toen hij in het hol van leeuw de titelverdediger Rik Van Looy van diens sokkel stootte met een snedige uitval op 10 km. van de finish. Hij dompelde Herentals, dat zijn 750ste bestaansverjaardag met centraal zijn gloriërende bekendste inwoner, in een diepe rouw. Rik Van Steenbergen was op zijn retour maar wilde zijn troonsopvolger toch nog een ferme loer draaien. Zelf was hij daartoe niet meer in staat en dus schakelde hij Piet Oellibrandt in, zijn dierbare sidekick op de piste. Rik I jutte Peet op om vrankweg zijn kans te gaan en die liet zich in de bakoven geen twee keer zeggen. Hij had zich, in tegenovergesteld weer, minutieus voorbereid in de Tour de Suisse, waarin hij zowel in Wetzikon als in Neuchâtel dicht bij een dagzege kwam. 

Een volslagen verrassing (op die wijze bedongen) kon je zijn Belgische titel  bezwaarlijk noemen want Piet realiseerde vanaf 1960 een loepzuivere hattrick in de achtervolging.

Peet werd in die dagen gesolliciteerd door Carpano maar had al aan zijn woord gegeven om te blijven bij Dr.Mann en daar hield hij zich aan.

Hij was gelijk ook al begonnen aan een andere drieslager in de Scheldeprijs, waarin hij (na 1960 en 1962) in 1963 de eerste en nog steeds enige Vlaamse renner werd die driemaal won. 

Piet Oellibrandt genoot enorm veel empathie. Hij stamde uit een Waas gezin van negen kinderen en was een noeste bouwvakker. Reeds als aktieve coureur runde hij met zijn Simonne het café ‘Sportief’ en dat tot in 1985. Hij overleed op 16 juni 2014 aan een slepende ziekte.

woensdag 7 april 2021

Hét rendez-vous van de sprinters

toch maar niet (té) laag inschatten

 

Krijgt de Scheldeprijs een woelige editie?

 

De Scheldeprijs van Schoten is vanaf 1907 niet de oudste Belgische (dat moet Liège-Bastogne-Liège zijn) maar allicht de oudste Vlaamse koers.

Over de Scheldeprijs wordt wel eens meewarig gedaan als over een uitgesponnen kermiskoers, de speeltuin van sprinters. Er is veel maar niet alles van aan; zelfs al zijn Marcel Kittel (5) en Mark Cavendish (3). 

Piet Oellibrandt, niet bepaald een bolide, reed voor hen uit als recordwinnaar (1960, 1962 en 1963). 

Chocoladefabrikant Alfred Martougin was de créateur-fondateur die het vooral zocht in Antwerpen en de randgemeenten. Vanaf 1926 werd uitgeweken naar Schoten en dat minstens voor een eeuw want deze locatie heeft een contract tot en met 2025.

De Scheldeprijs was in de jaren dertig een regionale koers met enkel lokale ronden, zeg maar een veredelde kermiskoers waarop telkens een volksfeest losbarstte tijdens de hoogzomer. 

Dat belette niet dat vanaf de Tweede Wereldoorlog de winnaarslijst almaar rijker gestoffeerd werd met Achiel Buysse (1939 en 1948), Stan Ockers (1941 en 1946), Eloi Meulenberg (1943), Ernest Sterckx (1951), Roger Decock (1954), Briek Schotte (1955), Rik Van Looy (1956 en 1957), Willy Vannitsen (1965), Ward Sels (1968), Walter Godefroot (1969), Roger De Vlaeminck (1970), Eddy Merckx (1972), Freddy Maertens (1973), Marc Demeyer (1974 en 1977), Frans Verbeeck (1976), Didi Thurau (1978), Ludo Peeters (1980 en 1984), Jan Bogaert (1983), Adrie van der Poel (1985), Mario Cipollini (1991 en 1993), Peter Van Petegem (1994), Frank Vandenbroucke (1996), Erik Zabel (1997), Robbie McEwen (2002), Tom Boonen (2004 en 2006), Alexander Kristoff (2015), Fabio Jakobsen (2018 en 2019), Caleb Ewan (2020), … gaven de Scheldeprijs uitstralende anciënniteit.

In 1995 werd het absolute dieptepunt bereikt toen Rossano Brasi (It.) en Peter Roes al na tien kilometer ontsnapten om niet meer bijgehaald te worden. Eigenlijk kon je stellen dat de 82ste editie slechts twee deelnemers telde. Herentalsnaar Peter Roes kreeg het niet geregeld dat hij sant in eigen land werd. Nog tijdens datzelfde jaar stopte hij op zijn 31ste met koersen. Zijn Italiaanse overwinnaar uit het wielergekke Bergamo won het jaar daarop de HEW Cyclassics van Hamburg. Toch waren zijn twee wereldtitels in de ploegentijdrit zijn mooiste overwinningen:

• in Moskou 1989 (75 km.) als eerstejaarsjunior met Andrea Peron, Davide Rebellin en Cristian Salvato; het jaar daarop werd Brasi met drie anderen (na de Sovjet-Unie) tweede in Middlesborough;

• in Oslo 1993 (100 km.) met Gianfraco Contri, Rosario Fina en (weer) Cristian Salvato.

Een vervroeging van de zomer naar april vanaf 1987 relanceerde de Scheldeprijs en dat leverde veel meer allochtone dan autochtone winnaars op, een welgekomen internationalisering.

In 2007 leek men met een dissonante winnaar geconfronteerd te worden. De nog onbekende Mark Cavendish haalde het in de massaspurt verrassend van Robbie McEwen, Gert Steegmans en wijlen Wouter Weylandt. De Brit won het jaar daarop, als titelverdediger, opnieuw en begon enkele maanden later aan zijn recital van dagzeges in de grote ronden (15 in de Giro en 30 in de Tour). Het zou wat zijn indien hij vandaag, tien jaar later, een vierde keer won maar dat zal niet evident zijn en sentiment zal er niet aan te pas komen om voller in te zetten op zijn Ierse frère-ennemi Sam Bennett

Recordhouder Marcel Kittel overtrof Mark Cavendish vanaf 2012 en klopte hem in een rechtstreeks duel in 2013 en 2016.

De Scheldeprijs werd vanaf 2017 een prooi van Flanders Classics dat enkele ingrijpende wijzigingen doorvoerde met Antwerpen is niet langer als uitvalsbasis. Mol kwam in 2017, ter ere van de afzwaaiende Tom Boonen, éénmalig in de plaats. 

Ook Johan Museeuw, die driemaal op het Schotens podium stond maar niet op de hoogste trede, werd in Schoten uitgeleid in 2004 maar niet vanuit zijn thuisbasis in het veel (te) verre West-Vlaanderen.

Na Mol werd er vanaf 2018 gestart in Terneuzen. Vanuit Zeeland werd gespeculeerd op een windveld om waaiers te trekken en de koers een andere inslag te geven. De eerste drie keren heeft zich dat niet voltrokken en zeker vorig jaar niet toen de coronamaatregelen het gebeuren helemaal in Schoten hielden. 

Het zou best kunnen dat er vandaag, opnieuw vanuit Terneuzen, bij onstuimig weer wel waaiers worden getrokken die de spurt van een sterk uitgedunde hoofdgroep in de hand werken. 

Benieuwd welke vluggerds deze slijtageslag overleven: Pascal Ackermann, Nikias Arndt, Sam Bennett, Cees Bol, Niccolo Bonifazio, (de zowaar nog niet geschorste) Nacer Bouhanni, Davide Cimolai, Bryan Coquard, John Degenkolb, Timothy Dupont, Hugo Hofstetter, Alexander Kristoff, Tim Merlier, Giacomo Nizzolo, Gerben Thijssen, Danny van Poppel, Elia Viviani, …

Onder anderen Arnaud Démare en Mads Pedersen staan daar inderdaad niet tussen want Groupama-FDJ respectievelijk Trek-Segafredo moeten er omwille van een positieve coronatest wegblijven.

dinsdag 6 april 2021

Alex ARANBURU:

uiteindelijke ontbolstering?

 

 

Als er één coureur is op wie je geen peil kunt trekken dan moet het Alex Aranburu zijn!

Hij wordt al sinds jaar en dag de hemel ingeprezen als iemand die het, behalve in de typische Spaanse wedstrijden, ook buiten de grenzen kon maken. Daar blijkt wat van aan want in Milano-Sanremo werd hij dit jaar voor de tweede keer op een rij zevende nadat hij verrassend zesde werd in de Omloop. 

Daarmee verover je evenwel geen wereld. Op zijn 25ste was winnen zijn regel (nog) niet. Daarvoor is meer nodig dan een overwinning in Gexto 2018 en in 2019 een dagzege in zowel de Vuelta de Madrid als in die van Burgos. 

In het gebalde coronajaar stokte zijn zegeteller en in de Vuelta, die hij voor de derde keer op een rij feilloos uitreed, was een vierde plaats in Suances zijn beste uitslag. 

Om de hem toegedichte status te consolideren moest 2021 meer en beter brengen. De Itzulia Basque Country kon dat wel eens ingeluid hebben want op de steile aankomst in Sestao rondde hij ’n knap één-tweetje af met zijn kompaan Omar Fraile. Ei zo na werd het een dubbele ‘sant in eigen (Basken)land’ want hij schoot amper vijf seconden tekort voor de leiderstrui want in de openingstijdrit was hij uitgekomen op de negende plaats met slechts 30” meer dan Primoz Roglic. Het leverde Astana - Pro Tech alvast de eerste seizoenszege op, een welgekomen voltreffer voor een team dat in 2020 slechts vijftien keer won.

 

Mauri Vansevenant hield zich wijselijk gedeisd in de favorietengroep en klimt in de tussenstand naar de veertiende plaats. 

 

De derde rit, naar het Sanctuario de Santa Maria del Yermo in Ermulade, zal allicht nòg ingrijpender zijn dan die van vandaag met meerdere cols onderweg en een korte maar venijnige slotklim van drie kilometer die gemiddeld 11% stijgt met stroken tot 20%.

Hoogtijd om Brandon McNULTY

nòg méér au serieux te nemen

 

In de openings(klim)tijdrit bracht hij Primoz Roglic in verlegenheid door bij het eerste tussenpunt vijf seconden voorsprong te hebben die de Sloveen op de lastige slothelling in een boni van drie tellen omboog.

Brandon McNulty was ook in Paris-Nice aan iets moois bezig. In de tijdrit van Gien was hij (vierde) de beste klassementsrenner met slechts drie seconden meer dan Primoz Roglic en ’s anderendaags maar 21” in de lastige rit naar Chiroubles. Dat leverde een fraaie derde plaats op in de tussenstand die hij evenwel moest loslaten na een zware val die hem in het ziekenhuis van Grasse bracht.

Ook in de Volta a Catalunya werd hij in de tijdrit vierde en daarin gelijk met Joao Almeida de beste klassementsrenner. Zijn hoge notering in de tussenstand kon hij vooral in de vijfde rit niet vasthouden, al werd hij toch nog dertiende met 2’19” meer dan Adam Yates.

In de Itzulia Basque Country hoopt hij beter te doen en de openingstijdrit zette daarvoor de toon. 


De net 23 jaar geworden Amerikaan komt niet uit de lucht gevallen. Vanaf 2015 stond hij constant in de belangstelling en dat vooral maar niet uitsluitend als tijdrijder. 

Als eerstejaarsjunior won hij (ook een dagzege), de Course de la Paix, werd hij (na winst in de tijdrit) vierde in de Driedaagse van Axel, tweede (na twee dagzeges waaronder ‘sowieso’ de tijdrit) in de Tour de l’Abitibi (Can.). Zijn landgenoot Adrien Costa won en bleef hem ook net voor op het WK tijdrijden in Richmond, waar ze geen ‘sant in eigen land’ waren want de Duitser Leo Appelt, een pyrrusoverwinning want hij koerst inmiddels niet meer.

Als tweedejaarsjunior werd het in 2016 nòg méér en béter met vooral eindwinst in de Trofeo Karlsberg (D.) en in de Tour de l’Abitibi (Can.). En als apotheose werd hij de evidente wereldkampioen tijdrijden in Doha, waar hij aan bijna 50 km./u. over de 29 km. 35” minder deed dan de Deen Mikkel Bjerg, die in die discipline als belofte een loepzuivere en unieke hattrick zou versieren. Brandon McNulty werd bij die gelegenheden tweede in Bergen 2017, zevende in Innsbruck 2018 en derde in Harrogate 2019. Onderwijl werd hij in de Tour Alsace tweede in 2017 en derde in 2018. In 2018 maakte hij een uitstekende beurt in het Canadese WB-tweeluik: 24ste in Québec en 16de in Montréal. In 2019 zette hij volgende stappen die hem in het blikveld brachten van het UAE Team, waar hij dit seizoen aan het tweede luik van zijn driejarig contract toe is.

Voor de lockdown van 2020 werd Brandon 4de in San Juan en 7de in de Ruta del Sol. Bij de heropstart vanaf augustus kwam hij schoorvoetend op gang met een ontluisterende 29ste plaats (met bijna drie minuten meer dan Filippo Ganna) op het WK tijdrijden voor gevolg. Dat kon hij meer dan wat rechtzetten in de Giro, zijn eerste grote ronde die hij feilloos uitreed met spraakmakende resultaten in de tijdritten, derde respectievelijk achtste, en een overkoepelende 15de plaats in het tijdklassement. Vergeet daarbij niet dat hij dat voor mekaar bracht als 22-jarige.