maandag 30 maart 2026

Ook het tijdrijden is nog iets voor hem!

 

Bruno DESIMPELE zal vooral geduldig én vastberaden zijn 


Bruno Desimpele (Kanegem) was een talentvolle voetballer bij Dosko Kanegem, SV Roeselare en zelfs Cercle Brugge. 

Dat Bruno een adept van het voetbal was, spreekt ook het feit dat Thibault Vlietinck (profvoetballer bij OH Leuven) zijn schoonbroer is.

Drie jaar geleden was de lokroep van de koersfiets evenwel te krachtig om er aan te weerstaan. Er volgde in de zomervakantie 2024 een timide debuut bij de nieuwelingen met toch al een tweede plaats (na Daan Van Raemdonck) in Knesselare en een achtste in Kortemark. 



Als neo-junior was het vorig jaar bijzonder zwaar maar dat was voorzien en dus zette Bruno door. De aanduiding DNF stond slechts driemaal vòòr zijn naam. Hij bleef geduldig én vastberaden. De ervaringsdeskundige Kurt (vader van Guillaume) Van Keirsbulck tipte mij over hem.

Na een rimpelloze winter stond Bruno er deze lente meteen. Na clubkampioen van The Lead Out Academy scoorde hij ook in de BZ Fruitroute in Zepperen (vierde) en in Edewalle (derde). De Reybrouck Classic en de E3 Saxo Classic waren leerscholen. Daags na Harelbeke koerste hij, goed herzet, offensief in Werken, waar hij aardig negende werd.



Bruno had Werken nochtans niet voorzien, zijn focus lag ’s anderen-daags op de nationale tijdrit van Borlo waarvoor hij niet aangeduid werd door Patrick Huyghe die daarvoor verwijst naar Kristof Vercouillie, die een dringende medische ingreep moest ondergaan wat Huyghe (naar verluidt) tot een last minute aanpassing noope. Omdat Desimpele in de tijdrit van Damme pas 70ste (wel aan 47,47 km/u.) werd? 

Zijn vervanger Aksel Decaestecker deed het (102de) nochtans nog iets minder goed (ook nog 45,885 km) maar mocht toch naar Borlo, waar hij aan 43 km per uur 29ste (op 34), een meer dan behoorlijke prestatie zij het met 3’32” meer dan de besttijd van Vic De Smet.

 

We moeten uitslagen van en de gehaalde snelheden in de tijdritten voortaan anders benoemen en niet langer beweren: ‘hij was slechts 31ste’ maar ‘er waren er dertig nòg beter’.

 

Decaestecker en Desimpele hebben eigenlijk niets te zoeken in de nationale tijdritten, dacht ik eerst zonder vel op mijn buik maar als je hun moyennes beziet en weet dat er nòg rek op zit dan moeten Aksel en Bruno elke kans krijgen om stijloefeningen te houden. Voor Desimpele is de eerstvolgende er al op paasmaandag in Sint-Truiden met de 6,6 km tijdrit der Ster van Zuid-Limburg.

 

Bruno wil niet geobsedeerd zijn door specifieke doelen maar in oktober zijn groeiende waarde aangetoond hebben. In zijn ideale wereld betekent dat een doorstart in 2027 bij een Devo Team. Iets minder zal ook volstaan om geduldig én vastberaden voort toedoen maar nooit ten koste van zijn studies moderne talen - wetenschappen aan het Sint-Lodewijkscollege Brugge. 

Qua aanpak doet hij mij meer dan een beetje denken aan de één jaar oudere Jasper Verbrugge. Ook hij voetbalde (bij zijn thuishaven, FC Lichtervelde) en is dus een latere roeping die, in een regie van Patrick Huyghe, met spraakmakende prestaties als junior bij Hagens Berman Jayco een precieus plaatsje afdwong. Jammer dat Jasper in de Youngster Coast Classic nogal zwaar viel en met een diepe wonde een tijdje aan de kant moet blijven. Zijn studies zullen er wel bij varen!


Geliefde neef van Kristof TROUVE

 

 Luca LAGAISSE: langverbeide openingszege lonkt naar méér


Op basis van zijn uitslagen kun je Luca Lagaisse (Poesele) bezwaarlijk een coryfee noemen, hij is veeleer een duurzame traagbloeier. Vooral die eerste overwinning liet al te lang op zich wachten maar zaterdag werd het, na een tweede plaats in Staden (waar Bo Meirhaeghe won) en een achtste in De Klijte, in Orroir zijn D-day op de steile Mont-de-l’Enclus nog wel, één met een duidelijke meerwaarde.



Winnen is zijn regel dus hoegenaamd (nog) niet maar nu er één schaap over de dam is volgen er misschien meer.

Luca’s opgang liep niet van een leien dakje. Als aspirant was hij blij met een dozijn keer top tien, die hij ook als tweedejaarsnieuweling bijeen-sprokkelde. Bij de junioren verliep de aanpassing niet enkel moeilijk, ze werd ook doorkruist door een tsunami aan tegenslagen. Zware valpartijen in Bury en Veldegem werden en bovenal mycoplasma haalden de lijn uit de opbouw van zijn conditie. Hij moest met één podiumplaats (derde in Taintignies) en nog viermaal een top tien genoegen nemen. Hij versaagde niet en zijn mentale veerkracht deed wonderen.

 


Poesele, een deelgemeente van Nevele, vanwaar kennen wij dat nog? Juist van Kristof Trouvé, de illustere broer van Luca’s mama Els. Kristof werd BK bij de junioren in Peer 1994 en dat jaar ’s lands beste 18-jarige, wat opgelijst werd met de Kristallen Fiets. Als contractrenner kon Kristof zich niet waarmaken maar dat had zijn kwalijke oorzaken. Er was in de schielijke dood van zijn mentor Rudy Dhaenens in 1998. 

Kristof was er amper van bekomen of hij werd in 2003 op de Kemmelberg het slachtoffer van een zeer zware valpartij: neus gebroken, onderlip tot moes herleid, vier tanden kwijt, rechterelleboog helemaal open, linkermiddenhandsbeentje gebroken, kraakbeen van beide knieschijven geraakt, barst in de rechterenkel, … Een maandenlange revalidatie betekende het begin van het einde voor de 26-jarige trots van Poesele. Vooral daardoor bleef het bij twee overwinningen in niet te onderschatten kermiskoersen: de Textielprijs in Vichte 2000 en de Mosselkoers van Houtem-Vilvoorde 2005.

 

Kristof, bijna vijftiger en een geslaagd zelfstandig electricien, ziet meer dan wat in zijn lichtgebouwd neefje, die hij er gelijk van weerhoudt om alles op het wielrennen te zetten. Luca moest dat niet eens aangezegd worden: hij is een prima student aan de campus Sint-Hendrik - Leiepoort Deinze, waar hij na vier jaar Latijn koos voor wiskunde-wetenschappen.

 

Is Poesele een magneet voor onheil? Je zou het bijna denken want na Rudy en Kristof overvalt ook Luca (gelukkig in mindere mate) tegenslag na tegenslag. In La Bernaudeau (Fr.) tien dagen geleden kwam hij tweemaal ten val zodat een spraakmakende uitslag foetsie was. Nu hij op een benijdenswaardig vormpeil drijft en hij zijn opmars wil voortzetten is hij opeens zwaar verkouden. De Ster van Zuid-Limburg wordt even on hold gezet maar de medische staf van Isorex waakt angstvallig over hem. Dat komt wel goed want zoals ene (sorry Gilbert) Rik Van Looy ooit orakelde ‘topconditie is een ziekte die snel geneest’. 


zondag 29 maart 2026

Jammer dat Orroir en Werken samenvielen …

 

Matthias BOGAERT na meerdere moeilijke weken efficiënt in Werken

 

Werken, een liefelijke deelgemeente van Kortemark waar veel mooie huizen als eyecatchers, kreeg (merci Marnix Decock en Kristof Willaert) opnieuw de 17-en 18-jarigen over de vloer voor veertien keer een race van 6,8 km door overwegend open vlakten. Je zag het kaf meteen van tussen het koren opwaaien. 

Geen modaal regionaal koersje dus zoals decennia geleden toen men al tevreden was geweest met 37 starters. Nu werd dat cijfer omgekeerd en nog waren het er minder dan verwacht mede doordat 70 km daarvandaan de junioren ook waren uitgenodigd in Orroir met finaal driemaal de steile beklimming van de voor velen te hooggegrepen Mont de l’Enclus. 

Het zijn evenwel de coureurs die, op eender welk trajact, de koers maken of kraken. In Werken werd, met toch meerdere reeds gevestigde waarden die de strakke wind als een natuurlijke bondgenoot benutten, gekozen voor de mooiste optie en dus werd de beuk er van meet af aan ingegooid aan bijna 42 km per uur. Dat had een uitslag die mocht gezien worden voor gevolg.



Matthias Bogaert vloerde in een krachtsprint de intrinsiek snellere eerstejaars Jules Vydt (nu nij JEGG-Skil-DJR) en Bas Vandenbulcke (die mentaal veerkrachtig terugvocht na enkele tegenslagen). Bogaert moest vorig jaar als neo-junior tot 25 juni wachten op zijn eerste overwinning, nu is die er drie maanden eerder na een nochtans moeilijk seizoenbegin (ziek geweest en derailleur stuk tijdens Nokere Koerse). Matthias zal de komende weken en maanden wel vaker spraakmakend zijn.

Tille Vergalle (winnaar in Ursel), die mee was in het offensief van de eerste koershelft, werd alsnog vierde.



Ook Matteo Toortelboom (een vat vol grinta) onderscheidde zich (mee in de eerste aanval tot hij ten val kwam) en werd toch zevende.

Bruno Desimpele veerde op na zijn opgave in de E3 Saxo Classic Harelbeke, al had ik hem gisteren liever in de nationale tijdrit in Borlo gezien. Meten is wetenen een scherpe tijd had hem een volgende boost gegeven. Zien we hem over een kleine drie weken in de chrono van Poperinge?

Mateo Desmul, vorig jaar a new kid in cycling town, werd na een offensieve koers knap twaalfde. Als eerstejaars kijkt hij op geen inspanning. Liever strijdend ten onder gaan dan flauwtjes een resultaat behalen. 

 

zaterdag 28 maart 2026

Italia zal hem kunnen gebruiken voor z'n remontada

 

Brandon FEDRIZZI, dikke sant in eigen land, moet na Harelbeke nu in Europa zien te bevestigen


De laatste veertig kilometer waren naar verluidt identiek aan die van de contractrenners en toch sprintten, na een koers die een fraaie moyenne van 41,6 km haalde, 57 junioren voor het podium, met de Italiaan Brandon Fedrizzi als verrassende winnaar. (foto Geert Tresignie) 


Brandon Fedrizzi raakt als eerste de finish die hij overschrijdt alsof er nog een ronde dien te worden afgelegd.

In eigen land won Brandon vorig jaar een respectabel aantal keren maar in de uci-koersen was hij, net als zijn landgenoten, in weinig velden te bekennen. Dat leek zich dit jaar te herhalen tot Brandon (na twee regionale Italiaanse zeges) vrijdag de ban brak. Die schreeuwt nu om bevestiging die het ciclismo italiano best kan gebruiken. Van het compacte eerste peloton maakte nog slechts één andere Italiaan deel uit: de aanklampende Marco Pierotto

Bij de contractrenners was de 36-jarige Matteo Trentin (tiende) de enige azzuri die er aan te pas kwam. Voor de volgende Italiaan, de 25-jarige Sergio Meris  (Unibet - Rose Rockets), werd pas teruggevonden op de 85ste plaats. In hun Milano-Sanremo was het amper beter, daarin sloten (weer) Trentin en Edoardo Zambanini de top tien af. Povero Italia!

 

Vier andere nationaliteiten haalden de top vijf onder wie geen enkele Vlaming. Daan Wilmsen, de meest prominente in de mooiste uitslagen totnogtoe, werd knap zesde.

Andere Vlamingen onderscheidden zich onderweg. Wiebe Kimpe was de smaakmaker bij uitstek. Hij deed er met Daan Van Raemdonck en Stan Vernaillen alles aan om de koers open te breken. Misschien waren de weersomstandigheden finaal iets te mild om dat te doen lukken ondanks de bijstand van de Deen Elias Andersen, de Sloveen Vanja Kuntaric en de Nederlander Delano Heeren. Gaandeweg dunde de kopgroep uit. Wiebe en Stan, occasionele kompanen in de Vlaamse selectie, demarreerden beurtelings. Beiden beléven een onderhoudend seizoenbegin en wilden dat toetsen aan een internationaal gezelschap. Het rendeerde niet maar dit soort ondernemingen maakt hen wel beter als coureur.

 

Eerstejaars Mathis Vandenheede, in de nationale selectie, liet zich al evenmin onbetuigd. Er had meer in gezeten dan een behoorlijke vijftiende plaats indien hij in de aanloop naar de Paterberg niet van achter een valpartij was moeten terugkeren. Hij kon pas in de buurt van de cruciale Karnemelkbeekstraat nog wat opschuiven iets forceren zat er niet meer in. Dit stelt hem wel gerust voor hetgeen er de komende weken.

 

Mauro Keppens, die ik zowaar vergat in mijn voorbeschouwing, werd 23ste. Volgens zijn aanvoelen zat er meer in maar hij moest al te vaak in de clinch met het windveld en mede daardoor bevond hij zich bij het inzetten van de sprint te ver. Door de hapering van een concurrent moest hij ook nog in de remmen en terug optrekken stond een spraakmakende uitslag nog meer in de weg.



donderdag 26 maart 2026

Tadej POGAčAR en Wout van AERT:

les absents ont tort!

 

E3 Saxo Classic HARELBEKE 

Vlaanderens meest excentrieke klassieker


De E3 Saxo Classic is voor mij een mix van jeugdsentiment en spitsvondige innovatie. Zoveel Bourgondische belévenissen destijds op gang getrokken door wijlen Nesten die in de publiekstent tot groot vermaak van velen stond te karikaturen. Rik Delneste (al 7,5 jaar niet meer onder ons) was ook de gangmaker van de après-course, het verlengstuk van een waar volksfeest.  


 


Misschien wel het meest beklijvende momentum was op 1 april 1978, de huwelijksdag van wijlen Pierre Lano, medesponsor van Freddy Maertens, die dankte met een overwinning en door de kersverse bruid Myriam Deryckere gefeteerd werd.

 

De grote koers van Harelbeke werd in 1958 gekerstend onder de noemer Harelbeke-Antwerpen-Harelbeke. Het begroette de regional hero Armand Desmet als opener van de erelijst. De Waregemnaar, die op het eindpodium van de drie grote ronden had kunnen staan, was een passende lijsttrekker.

 

Het epitheton E3 had er op dat moment nog geen uitstaans mee maar was wel al een autosnelweg tussen Harelbeke en Antwerpen en dus achtte de organisatie het een goed idee om vanaf 1970 uit te pakken met ‘E3 Prijs Harelbeke’.

 

Rik Van Looy had dan al viermaal zijn welluidende naam neergeplant op de uitpuilende erelijst, hij was er het eerste vlaggenschip van. 

De tsunami van ronkende winnaarsnamen zette zich voort met Roger De Vlaeminck in 1971 (11 jaar later geklopt door Jan Bogaert!), Herman Vanspringel in 1974, Frans Verbeeck in 1975, Walter Planckaert in 1976, Didi Thurau in 1977, Freddy Maertens in 1978, Jan Raas (loepzuivere hattrick vanaf 1979), Eric Vanderaerden in 1986, Eddy Planckaert in 1987 en 1989, Guido Bontempi in 1988, Johan Museeuw in 1992 en 1998, Peter Van Petegem in 1999, Andrei Tchmil in 2001, Filippo Pozzato in 2009, Fabian Cancellara (bijna hattrick vanaf 2010), Peter Sagan in 2014, Geraint Thomas in 2015, Michal Kwiatkowski in 2016, Greg Van Avermaet in 2017, Wout van Aert in 2022 & 2023 en Mathieu van der Poel in 2024 & 2025.

Eddy Merckx  en Walter Godefroot ontbreken in die bloemlezing, daar stak zowaar de excentrieke Hubert Hutsebaut een stokje voor op die voorzomerse zaterdag 25 maart 1972.

 

Weinigen die het voor mogelijk hielden dat iemand ooit de loepzuivere hattrick (plus één) van Rik Van Looy zou kunnen evenaren, laat staan overtreffen. Dat was dan zonder de waard - Boonen gerekend, die vanaf 2004 zelfs een vierslager realiseerde en in 2012 (na twee dichtste ereplaatsen op rij) zelfs een vijfde keer won. Tom Boonen is de ontegensprekelijke monsieur E3.

 

De ‘grote koers’ van Harelbeke ondernam een gestage klim in de hierarchie van de ééndagskoersen (1.1 -> 1.HC -> 1.WT2). Indien de veel jongere Strade Bianche aanspraak maakt om het zesde monument te zijn, wat dan met de E3 Harelbeke met vier keer zoveel anciënniteit en een heterogener deelnemersveld, waarmee het veel oudere Gent-Wevelgem onmiskenbaar is bijgebeend. En foei zij die het riskeren om de E3 Saxo Classic Harelbeke te decimeren tot een mini - Ronde van Vlaanderen. Het is blasfemie van de hoogste graad. 

 

De E3 Saxo Classic is Vlaanderens meest excentrieke en mijn mooiste, maar 42 jaar jonger en een uur korter dan de Ronde van Vlaanderen, het heeft geen uitgesponnen finale nodig om te boeien. Het blinkt liever uit in exposure en originaliteit maar bovenal draagt het de veiligheid torenhoog in het vaandel.

Tycoon Jacques Coussens en zijn keurkorps blinken ook jaar na jaar uit qua inventiviteit en innovatie. Naar aanleiding van hun 60ste editie was er hun diamanten boek ‘E3 Harelbeke, excentrieke klassieker’.


Hand in Hand Harelbeke verdient ook dit jaar een laureaat die naadloos aansluit bij de vorige coryfeeën. Wout van Aert deed dat in 2022 en 2023, Mathieu van der Poel volgde hem tweemaal op, hij komt vandaag voor een loepzuivere hattrick. Liever Tadej Pogačar? Graag maar het zal niet voor dit jaar zijn. Van zijn aangekondigde abdicatie lagen er weinigen wakker zoals vorig jaar wel Jacques Coussens wel die zijn 25.000 E3 gazetten met de Sloveen op de front als gedateerd opzij mocht schuiven.


Met 18 nationale selecties op 24 zestallen

 

E3 Saxo Classic voor Junioren

Hattrick voor Simon DEFRANCE 

in de Vlaamse ééndaagsen? 


 

De E3 Saxo Classic voor junioren (1.1) is de openingsmanche van de Nations Cup waardoor 17 der 24 zestallen nationale selecties zijn. 

De Belgische selectie is door bondscoach Serge Pauwels met grote kennis van zaken samengesteld: Vic De Smet (Soudal-Quick.Step), Jinze Joris (Acrog-Tormans), Mathieu Levaque (R.EV Cycling Team) en Mathis Vandenheede (Soudal-Quick.Step) en Sander Willems (Team Grenke - Auto Eder) en moet, zonder daarom te winnen, met Crabbé-Dstny een prominente rol kunnen spelen.


Simon Defrance in de Guido Reybrouck Classic: matig 16de in de tijdrit en zich 's anderendaags helemaal gericht op zijn Tsjechische kompaan Jakub Tesařik, die hij piloteerde naar de tweede plaats in de sprint van de wegrit.

 

De 17 andere naties in alfabetische orde:

Denemarken (zònder Julius Birkedal en Malthe Risbjerg), DuitslandEstlandFrankrijk (aangevoerd door Simon Defrance, die na Kuurne en Nokere een derde Vlaamse 1.1 op zijn portfolio kan bijschrijven),  Groot-Brittannië (waarin vooral Leon Atkins winnaar van de tijdrit in de Reybrouck Classic), ItaliaLetlandLuxembourgNederland (waarin van Acrog-Tormans the new kid in town Liam Brugman die in Kuurne vierde en in Nokere derde werd en Heeren Delano, de regérende WK veldrijden), Noorwegen (met Sindre Orholm-Lonseth, vijfde eindplaats in de Reybrouck), OostenrijkPolen (waarin Igor Juszczak, winnaar in Edewalle), Slovenia (helaas zonder de zieke Gal Stare van Soudal-Quick.Step), Spanje (met de alomgeprezen Benjamin Noval reeds in het bezit van een tweejarig profcontract bij Ineos maar behaalde dit jaar nog geen enkele uitslag), de Verenigde Staten (aangevoerd door Enzo zoon van George Hincapie, tweede in de GP Les Franqueses en zevende in de Reybrouck), Zuid-Afrika (met Joshua Johnson, tweede in de wegrit der Reybrouck Classic, Zweden en Zwitserland (met Antoine Salamin, derde in Kuurne en in de tijdrit van de Reybrouck Classic).

Nogal wat starters hebben in 2026 nog niet veel resultaten achter hun naam staan zodat de kansenberekening wat koffiedik kijken is.

 

Aan de nationale selecties werden toegevoegd die van Cycling Vlaanderen (Kyano Cottignies, Bruno Desimpele, Wiebe Kimpe, Simon Van der Voort, BK veldrijden Jari Van Lee en Stan Vernaillen), Wallonië (met onder anderen Thur-Emiel David en Florian Pirlot), Avia-Rudyco (Senne Bradi, Ian Kimpe, Robbe Maesschalck, Finn Tanghe, Tuur Vandevelde en Daan Van Raemdonck) en een mixed team Cannibal B Victorious - Java-Start. 

Bovenal is er het ijzersterke zestal van Crabbé-Dstny met Nand De Bois, Arnaud Delimont, Yorbe Deroye, de Griek Nikolaos Georgousakis, Joren Van Hemelrijk en Daan Wilmsen (11de in Kuurne, 7de in de BZ Fruitroute, 2de in Nokere Koerse en winnaar van de wegrit der Reybrouck Classic).

Alweer géén Onder Ons Parike dus en dat is meer dan een beetje blasfemisch want de troepen van Luc Ronsse waren in de uitslagen en hadden op het uiterst selectieve traject van en naar Harelbeke zeker wat te zoeken.

 

Ook de Tour du Bocage et de l’Ermée 53 (Fr.)

 

Soudal-Quick.Step u19 ontbreekt eveneens in Harelbeke. Johan Molly trekt met Marwan Barhoumi (Zwits.), Victor Devos (Fr.) René Messely, Maksymilian Matyasik (Pool) en Jakub Tesařik (Tsjech) naar de Tour du Bocage et de l’Ermée 53 (Fr.), twee dagen en drie ritten (met een matinale tijdrit van 14,5 km. op zondag) in het Franse departement Mayenne (regio Pays de la Loire), één der mooiste en veiligste koersen die er kunnen zijn. Ook Trustup - CC Chevigny (met onder anderen Emile Boitte, Nolan Ladriere en Emil Siegers) en Heist CT (met Tibe Meynen, Ibe Smeets, de Nederlander Thomas Panken en de Noren Sondre Aarflot en Magnus Grundt Grossmann) reisde naar de Mayenne af. Tenslotte maakt Lasse Van Haesebroucke deel uit van Hot Tubes Devo Team van Ineos (waarin ook de Canadees Matthew Crabbe).


woensdag 25 maart 2026

Ronde van Brugge werd een sportieve hoogvlieger: waaieren én (toch) sprinten maar 

 

Wat je ook voorziet en mee koketteert, toch heb je niet alles in de hand 

 

Zelfs één groene fossiel kan alles omvergooien


Vanaf dit jaar is er dus de Ronde van Brugge, door eigenaar Golazo initieel bedoeld als een sprintklassieker, een voortvarende speculatie want de helse weersomstandigheden metamorfeerden (al viel het al bij al nog mee) tot een keihard namiddagje Flandrien-gebeuren, een onbedoelde meerwaarde.

 


Golazo was naar eigen zeggen genoodzaakt om  de Classic Brugge - De Panne, wars van De Moeren, helemaal naar het Brugse te verhuizen omdat hun koers in De Panne meermaals geteisterd werd door zware valpartijen, met als anticlimax de editie 2025 met in de finale meerdere crashes en gigantische averij maar ook de editie 2026 bleef hoegenaamd niet brandschoon


De voornaamste slachtoffers waren Amaury Capiot bij de hyperveilige finish (met breuken van heup, sleutelbeen en ribben als zware tol) en onderweg titelverdediger Juan Sebastián Molano op de kasseien van de Brieversweg in Sint-Kruis, waar een subversieve fossiel zich op de rijweg had gezet. Ceci n’est pas un mouton werd met zachte dwang opgepakt en niet hardhandig in de boeien geslagen zoals men pleegt te doen met betreders van het geiligdom voetbalspeelveld. Hij verkreeg er de beoogde gigantische aandacht mee terwijl men hem beter had doodgezwegen zoals men pleegt te doen met hooligans on the pitch. Voor de sensatiezuchtige media is dat gefundenes fressen. De onverlaat werd bestuurlijk 12 uur aangehouden en riskeert gerechtelijke vervolging maar krijgt allicht een vettige premie van het groene kalifaat en kan theoretisch vandaag, morgen of zondag recidiveren. Dat men hem dan maar ter beschikking stelt van het publiek om hem enkele straffeloze zetjes te geven die langdurig nazinderen en hem weerhouden nog naar de koers te komen of zou men hem daartegen zowaar in bescherming nemen?

 

Golazo en Brugge voorzagen naar eigen zeggen de juiste maatregelen "om horrorcrashes als in De Panne" te anticiperen en via obstakelvrije wegen aan te meren op een veiliger finish in Brugge ter brede Gulden-Vlieslaan. Zo zie je maar dat je altijd met twee woorden moet spreken omdat er altijd imponderabilia kunnen zijn. Na hun voortvarende grootspraak krijgen Golazo en Brugge de gebeurtenissen niet zomaar uitgelegd. Excuses aan Panne Sportief zouden op hun plaats zijn.

 

Globaal werd het sportief een voltreffer met een kwikzilveren Dylan Groenewegen die een loepzuivere West-Vlaamse hattrick versierde. Ter brede Gulden-Vlieslaan werd het geen massasprint maar een finish met slechts dertig, van wie er niettemin één zwaar viel. De Amsterdammer is daarmee aan zijn 81ste profzege op de uci-kalender toe, is daarmee is daarmee 40ste in de all time wins ranking en de Nederlandse nummer twee na Joop Zoetemelk (80).