In Memoriam
Finlay TARLING
°2 oktober 2006 - +14 augustus 2026
| Finlay Tarling hier op weg naar een knappe zevende plaats in de tijdrit van de Guido Reybrouck Classic 2024 op 16"49 van de aanstaande Franse eindwinnaar Louis Chaleil. |
In afwachting van een beslissing aangaande het voortbestaan van mijn Wielerjaarboek start ik na een onderbreking van ruim vijf jaar mijn Wielerdagboek herop. Ideeën en aanvullende of corrigerende reacties zijn welkom om er samen iets representatiefs van te maken. Wij mij een materieel steuntje in de rug wenst te geven mag dat zeker doen.
Hoge vertikale meters lijken toch niet z’n ding…
Soen LE PANN: steekt hij
Paul SEIXAS naar de kroon?
Soen Le Pann, rare naam maar die van Tadej Pogačar klonk acht jaar geleden ook vreemd maar vliegensvlug vertrouwder.
Laten we Soen Le Pann evenwel liever verbinden met de 21 maanden oudere Paul Seixas, die hem in 2024 voorreed als ’s werelds best presterende u19. Seixas maakt amper twee jaar later reeds deel uit van de wereldtop der elite. Kan Le Pann het hem in 2028 nadoen? Het is weinig waarschijnlijk.
Soen (betekent zacht en vriendelijk) lijkt er alvast de intrinsieke kwaliteiten voor te hebben. Ook hij maakt deel uit van de Decathmon CMA CGM - piramide en dat zou op termijn wel eens tot discussies kunnen leiden tenzij Seixas kortelings overstapt naar een ander een meervoud biedend team.
Eindwinst in Aubel-Thimister-Stavelot was zijn meest recente kunstje en dat zal zeker het laatste niet zijn. In zijn boerenjaar 2026 was hij het meest vertrouwd met de dichtste ereplaats die hij opeenvolgend in de Tour du Bocage et de l’Ermée (gewonnen door Winand Breuckers), La Classique des Alpes (gewonnen door zijn kompaan Seff Van Kerckhove, geen deal want het was een manche van de Nations Cup).
Seff won aansluitend drie van de vier manches der Classic Région Sud - Hautes-Alpes en daarin was Soen wel zijn ploegmaat die Veynes-Superdévoluy (de tweede manche) won. Als puncher mangelt het Le Pann wel eens aan explosiviteit bij de finish. Soen herviel in zijn verbondheid met de tweede plaats in de GP Patton (Sebastian Suppi) en de GP de Luxembourg (Karl Herzog). Zijn nationale titel in het tijdrijden te Chantonnay maakte veel goed. Eerder had hij in de Course de la Paix (Tsj.) genoegen moeten nemen met een voor hem verre vijfde plaats. Uit de Ain Bugey Valromey Tour (waar hij in 2025 als 16-jarige nochtans al aardig achtste werd) bleef hij helaas weg. Le Pann zal dus niet op het eindpodium van le petit Tour gestaan hebben zoals wel Seixas in 2024 als voornaamste accessiet van Albert Withen Philipsen en met de regérende WK beloften Lorenzo Finn als ondergeschikte.
Soen veroorloofde zich in juli een competitiepauze van drie weken zodat hij in Aubel-Thimister-Stavelot fris en monter zijn opwachting maakte. Met Decathlon CMA CGM won hij nipt de korte ploegentijdrit en met de assistentie van Van Kerckhove (die niettemin tweede eindigde) kon hij de hardnekkige Sloveense eerstejaars Maj Bohak van zijn sokkel lichten en de Duitser Karl Herzog afhouden.
Zonder een nogal zware val in de openingsrit zou Vic De Smet (Soudal-Quick.Stop) zich nog meer met die debatten ingelaten hebben. Zijn dichte ereplaatsen in de daguitslagen en de vijfde eindplaats leverden hem wel de pole position op in de uci-ranking en dàt als éérstejaars!
Soen Le Pann uit Berrien (Bretagne) is daarenboven een subtopper in het veldrijden (Franse vice-kampioen en vijfde op het WK), al zal zijn focus als neo-belofte in 2027 zich wel meer op de wegcompetitie richten als mogelijk regérend maar niet uitvoerend WK u19 want eind september in Montréal zullen de attractieve trajecten van de tijd- en de wegrit hem niet ongenegen zijn om met groot succes het podium te bestormen, al zullen Vic De Smet, Karl Herzog, Enzo (zoon van George) Hincapie, Benjamin Noval, Sebastian Suppi, (ook) Seff Van Kerckhove en meer anderen in Canada voor Soen Le Pann de rode loper niet zomaar uitrollen.
Voor wie het nog niet duidelijk zou zijn:
Maico DE CREMER is ook voor
mij een overterechte kampioen
De perceptie is ontstaan dat ik het moeilijk heb met Maico De Cremer als BK van het bouwjaar 2011. Niets is minder waar! Maico is géén surrogaat kampioen, verre van zelfs. Aan de vooravond van Iddergem stond hij in mijn Ranking genoteerd als derde eerstejaars. Vijf weken voordien was ik enorm gecharmeerd door zijn sprintzege in de Wapi Classic te Escanaffles, een manche van de Beker van België.
Wat ik bedoelde was dat een ééndaags BK meestal niet de weergave is van het globale verloop van het seizoen, dat Lars Villers aanwees niet als primus maar als performer inter pares. Hij zal er alvast geen moeite mee gehad hebben dat Maico won (sportfoto.be -> Marc Van Hecke). Indien Lars iemand had mogen aanduiden om de driekleur te grijpen dan zou het allicht zijn goede vriend Maico geweest zijn.
Niet dat ik een rabiate fan van landenvlaggen ben maar eigenlijk is het spijtig dat Maico in 2027, als BK van het bouwjaar 2011, geen volle tricolore trui mag dragen en de (aanstaande) BK der aspiranten van het bouwjaar 2012 niet de witte trui met de smalle driekleur.
Het ging in deze evenwel vooral over Maico De Cremer dus die zijn wielerhart nog meer verpand heeft aan het veldrijden en dat terecht zo wil houden.
Bij de 12-jarigen in 2023 werd hij, als één van de kleinsten, vierde in het VK en derde in het BK. Tijdens het seizoenbegin op de weg versierde hij een loepzuivere hattrick op glooiende trajecten (onder meer in Iddergem) en werd knap zevende in het BK tijdrijden te Denderleeuw.
In 2024 verging het hem een stuk minder maar in 2025 herpakte hij zich zodat hij met een goede mindset naar de nieuwelingen kon overstappen. Dat wierp almaar rijpere ruchten af en hij werd niet eens ongeduldig dat die eerste overwinning zo lang uitbleef. Die kwam er op 5 juli dubbel en dik in Escanaffles, waar hij een uitgebreide kopgroep het slimme nakijken gaf. Het was een mooie stijloefening voor wat hem vijf weken later in Iddergem te beurt zou vallen. Het zal hoegenaamd niet de laatste keer zijn dat hij als grote gevierde op het podium wordt geroepen.
Thibault MARCELIS zoals Emil SIEGERS in Hoogstraten 2023
Beduidend verrassender dan die van Maico De Cremer was de titelgreep van Thibault Marcelis. die het seizoen opende met een West-Vlaamse dubbelslag in Staden en in Vlamertinge. Daarna behaalde hij geen enkele overwinning meer, tot zondag in de meest beslagen koers van het jaar.
Nog net in de top 20 van de diverse tijdritten wijzen Thibault Marcelis aan als een matig intrinsiek talent dat evenwel nog kan doorgroeien. Met de driekleur om de lenden is hij alvast supergemotiveerd om dat te waar te maken met dit copieus programma: Porcheresse (15 augustus), Quaregnon (manche Coupe de Belgique), de West-Vlaanderen Tour (20-23 augustus), de Triptyque Ardennais (28-30 augustus), de Tour de la Basse Meuse (5 september) en de nationale tijdrit in Lendelede (6 september).
Stan Jammaer, de absolute favoriet die dit BK enkel kon verliezen, haalde het podium net niet maar dat kan zijn maximale voldoening over heel 2026 allerminst temperen en er komt vast nog aardig wat bij.
De ééndaagse BK's, ze zijn mij wat. Men zou de titel en trui eigenlijk moeten toekennen op basis van het hele seizoen en het BK herkwalificeren tot de GP van België waarin dubbel zoveel punten te verdienen zijn als in de andere sleutelwedstrijden. Daar zou evenwel veel minder publiek op afkomen als gisteren in Iddergem wat een ander gemis met zich zou brengen Misschien moet de traditie het inderdaad blijven halen van de sportieve exactheid.
Lars VILLERS géén sant in eigen land
Het dubbele gevoel bij de ééndaagse kampioenschappen
Laat om te beginnen voor een goed begrip duidelijk zijn: ik gun hen maximaal hun titel en driekleur maar Rune Herregodts (contractrenners), Sieben Roggeman (elite 2), Duarte Marievoet Scholiers (u23), Simon Van der Voort (junioren), Maico De Cremer (nieuwelingen °2011) noch Thibault Marcelis (nieuwelingen °2010) zijn nièt de kampioenen van het seizoen 2026 maar van die ene namiddag waarop ze afdwongen dat alles in de juiste plooi viel.
Ook voor mij zijn die BK’s een magneet om bij te wonen maar hun uitkomst dikwijls sportief een sportieve aanfluiting van de maanden die eraan voorafgaan en erop volgen.
Steven Mory en zijn crew moeten zich in deze niet aangesproken voelen. Zij bezorgden Iddergem een ongekende dynamiek want dit gebeuren is inderdaad véél méér is dan een louter sportevenement.
“Het is een verhaal over erfgoed, vrijwilligerswerk, dorpsidentiteit en een gedeelde passie die generaties verbindt. Een verhaal waarin geschiedenis en wielersport samenkomen”, aldus Mory. “Iddergem of Eregem, zoals de inwoners het al generaties lang noemen, is het dorp van de Tovenaars, een bijnaam die ontstond na de grote brand van 1876, toen een verzekeringsinspecteur bewonderend uitriep dat ze in Eregem kunnen toveren. Vandaag staat dat begrip symbool voor een hechte gemeenschap die samen het onmogelijke mogelijk maakt. Diezelfde verbondenheid leeft ook in de wielersport.”
Zo horen we de zoete waarheid ook eens van iemand anders.
In Iddergem, een bloeiende deelgemeente van Denderleeuw, was het op de zomerse zondag 9 augustus niet anders. Gastrenner Lars Villers was er de gesollicteerde kampioen maar hij ontkwam niet uit de omknelling van de schaduwfavorieten die hem inderdaad als zijn … schaduw volgden.
Dat was koren op de molen van de vrijbuiters Sébastien Deprée, Jules Mathieux, Louis Meul, Tibo Redant en Thibe Vandenheede die bij het ingaan van de laatste ronde gewonnen spel leken te hebben tot laatstgenoemde pechvol wegviel, wat de slagkracht van de anderen reduceerde en de flukse aansluiting van de achtervolgers Mats Becqué, Maico De Cremer en de verrezen Lex Lambrecht inluidde. Die drie zouden het hele podium innemen en met De Cremer kreeg men de ideale alternatieve kampioen voor zijn in het peloton gegijzelde vriend Villers.
Dat Lars Villers geen sant in eigen land werd doet niets af van zijn sprankelend sezoengeheel. Zoals Stan Jammaer bij de tweedejaars is hij van het bouwjaar 2011 nu al dé kampioen van het hele seizoen 2026 en er zal ook nog aardig wat bijkomen.
AUBEL-THIMISTER-STAVELOT
de mooiste maar ook de ongenadigste voor junioren
Aubel-Thimister-Stavelot kan met zijn 60 edities bogen op een exquise erelijst. Van 1970 tot en met 1981 ging die niet door. De Italiaan Francesco Miele, een bescheiden prof in de jaren zestig van vorige eeuw, opende die in 1955. Zijn opvolgers waren vooral Georges Vanconingsloo (1958), Eddy Merckx (1962), Ronny Vlassaks (1983), Karl Pauwels (1989), Frank Vandenbroucke (1992), Leif Hoste (1995), Kim Van Bouwel (1996), Jurgen Van Goolen (1998), Preben Van Hecke (1999), Stijn Ennekens (2001), Thomas Dekker (2002), Yannick Eijssen (2007), Wilco Kelderman (2008), Zico Waeytens (2009),… in Liège - La Gleize, die gaandeweg een sprankelende meerdaagse werd.
Vanaf 2014 werd Thimister ertussen geschoven voor nog meer hoogtemeters met David Gaudu (2014), Ottavio Dotti (2015), Mikkel Bjerg (2016) en Mark Donovan (2017) als rechtmatig trotse laureaten. Vanaf 2018 werd La Gleize als terminus verdrongen door Stavelot en dat leverde Remco Evenepoel (2018), de zowaar reeds gestopte Amerikaan Jared Scott (2019), Cian Uijtdebroeks (2021), de Rus Roman Jermakov (2021), Cédric Keppens (2023), de allesbelovende Italiaan en regérende WK beloften Lorenzo Finn (2024) en de Nederlander Gijs Schoonvelde (2025) als eindwinnaars op.
| De jonge Sloveen Maj Bohak, hier in de tijdrit van de Guido Reybrouck Classic, waarin hij op de 43ste plaats bleef steken. |
Gisteren in de openingsrit van en naar Aubel (97 km met 1241 verticale meters) ging men er meteen vol (45,392 km/u.) tegenaan. Het peloton demarreerde en deed de achterdeur meer openwaaien dan de voordeur. De Sloveense eerstejaars Maj Bohak (Team Grenke – Auto Eder) haalde het in de sprint van de Est Sebastian Suppi (de Cannibal die de heropgestarte Ledegem-Kemmel-Ledegem won). Alessandro Battestoni (It.) werd derde vòòr de Fransman Soen Le Pann die op zijn zeventiende even veelbelovend is als Paul Seixas maar meer verknocht blijkt aan de tweede plaats. In de kopgroep van dertien werd Emil Siegers als enige landgenoot teruggevonden, kort (+17”) gevolgd door eerstejaars Emile Boitte, die nog net uit de greep bleef van de hoofdgroep die nog honderd eenheden telde onder wie een respectabel landgenoten met Seff Van Kerckhove en Vic De Smet in de voorwacht en die dus voor een spraakmakend klassement in aanmerking blijven.
Enkele Vlamingen werden genadeloos zoekgeklommen zoals Daan Wilmsen (+11’30”), die hoegenaamd geen klimmer is maar die vooral voor de ploegentijdrit van deze morgen werd geselecteerd. Daan had wel de euvele moed om met vier anderen in de eerste ontsnapping mee te schuiven, wat hem zuur opbrak maar hij probeerde het tenminste. Mauro Keppens (+14’44”) incasseerde tijdens un jour sans nog rakere klappen. Aan hem om tijdens het weekend mentale veerkracht te etaleren om niet verder in een neerwaartse spiraal te belanden.
Miel DECOCK, Lucaz RAEYMAEKERS en vooral René MESSELY voerden
kabinetstukjes op in Egem respectievelijk Dadizele
Merkwaardig: het parallelle verloop van de koers voor nieuwelingen vorige zondag in Egem (57 starters) en van de wedstrijd voor junioren woensdag in Dadizele (87 starters). Telkens koos een duo voor de vroege vlucht vooruit die warempel standhield tot het einde.
In Egem waren Miel Decock en Lucaz Raeymaekers de vermetelingen, in Dadizele René Messely en de Australiër Lachlan Stewart.
Wat bezielde de respectieve uitdunnende pelotons om geen formatie te vormen om de vluchters tot de orde proberen te roepen. Afstoppingswerk van maats kwam er nauwelijks aan te pas.
En neen, die gedrevenheid hield geen verband met zijn niet-selectie voor Aubel-Thimister-Stavelot, waarin hij zeker in de ploegentijdrit van groot nut had kunnen zijn voor Soudal-Quick.Step, aangevoerd door Vic De Smet. Er wenken voor René een rist andere kansen: zaterdag in Heestert, woensdag in Beernem, de Limburgse Pijl in Tongeren (16 augustus), Les Boucles de l’Oise (Fr., 22-23 augustus), de Druivenkoers in Overijse (26 augustus), La Route des Géants in Ieper (30 augustus), de nationale tijdrit in Lendelede
Een selectie voor het EK tijdrijden op 7 oktober in Ljubljana (Slov.) zit er voorlopig niet aan te komen omdat René tijdens een door allerlei omstandigheden mislopen voorjaar slechts achtste werd in het BK tijdrijden in Maarkedal.
Optelsom van dit alles is dat René begripvol aankijkt tegen het feit dat hij als neo-belofte niet kan meestappen naar het Devo Team van Soudal - Safety Jogger. Een alternatief heeft zich nog niet aangediend vandaar dat hij zo hypergemotiveerd is voor de nazomer en de herfst om met spraakmakende prestaties een precieus plaatsje boven het clubniveau af te dwingen.