woensdag 25 februari 2026

30ste Giro di Sardegna met een interessante jeugdige bezetting

 

Ha die Giro di Sardegna, waarvan ik niet eens wist of die nog bestond. Toch wel dus, maar een voorbestaan dat met haken en ogen aaneenhing en nu na een onderbreking van vijftien jaar (Peter Sagan 2011) nog eens en hopelijk duurzaam terug is.

De Ronde van het eiland Sardinië is vanaf 1958 de verre voorloper van Tirreno-Adriatico, de Tweezeeënkoers die in 1966 het levenslicht zag en zelfs Paris-Nice in verlegenheid bracht terwijl het de Giro di Sardegna zo goed als van de kaart veegde.

De Giro di Sardegna beleefde tijdens zijn eerste kwarteeuw mooie tijdens met overwegend (12) Belgische winnaars.

Het was voor mij telkens de geruststeling dat Rik Van Looy, mijn toenmalig idool, in orde zou zijn voor de lenteklassiekers. Hij won (opgelijst met een respectabel aantal dagzeges) in 1959, 1962 en 1965 en het was telkens ook de aankondiging van drie paasbeste seizoenen. Toch werd hij alsnog overtroffen door Eddy Merckx, die laureaat werd in 1968, 1971, 1973 en 1975. 

Zelfs de notoire sprinters Patrick Sercu (1970), Marino Basso (1972) en Rik Van Linden (1974) behaalden de eindzege, wat veel zegt over het aantal voorgeschotelde hoogtemeters. Ook Jacques Anquetil (1966), Roger De Vlaeminck (1976) en Freddy Maertens (1977) smukken de ingekorte erelijst op, die in 1958 geopend werd door de Fransman Antonin Rolland, de oudste nog in leven zijnde coureur van betkenis die op 3 september 101 jaar werd.

Vanaf 1984 bleef het eiland Sardegna verstoken van een rittenkoers. Daarna keerde het met horten en stoten terug waardoor het veel aanzien verloor en nog slechts gecatalogeerd staat als een 2.1.


Gauthier SERVRANCKX

Daardoor is het dit jaar pas aan de 30ste editie toe met een copieus deelnemersveld (21 teams van zeven renners), met als eyecatchers onder anderen Patrick Boje Frydkjær (Lidl-Trek, de Deense winnaar der Ster van Zuid-Limburg 2025), Lorenzo Finn (RedBull-Bora-hansgrohe, WK bij zowel de junioren in 2024 als bij de beloften in 2025), Jan Michal Jackowiak (Pool, Bahrain Victorious), …

Soudal-Quick.Step koestert de absolite favoriet op de eindzege, Filippo Zana (Italiaans kampioen 2022, ritwinnaar in de Giro 2023), die zich ook voor een kort klassement kan smijten want winnaar van de Czech Tour 2021, de Adriatica Ionica Race 2022, de Tour of Slovenia 2023). Hij wordt omringd door zijn landgenoot Gianmarco Garofoli, vier Vlaamse jongens (Gauthier Servranckx, Matijs Van Strijtem, Mauri Vansevenant, Louis Vervaeke) en de Nederlander Pascal Eenkhoorn.

Van Vlaamse kant zijn er ook nog Kamiel Bonneu (Nippo Rali), Thor Michielsen (Lidl-Trek) en Matteo Vanden Wijngaert (UAE Team Emirates), die enkel kunnen verrassen.

 

maandag 23 februari 2026

Wat verdienen de Contractrenners?


Laat hen nog armoezaaiers genoemd worden in vergelijking met andere sporten en spelletjes als daar zijn (gemiddeld inkomen in dollar per individu volgens TopEndSports) basketbal (NBA, bijna 12 miljoen), honkbal (MLB, bijna 5 miljoen), voetbal (Premier League, ruim 4 miljoen), ijshockey (NHL, 3,5 miljoen), American Football (NFL, 2,7 miljoen) toch worden de wielrenners vandaag de dag behoorlijk betaald navenant hun niveau volgens internationale regels en met duidelijke verschillen tussen categorieën. 

 

De UCI hanteert deze vaste minimumbedragen: ruim 42.000 euro per jaar (hetzij 3.500 euro bruto per maand) voor de renners in de World Tour en 33.000 euro per jaar (hetzij 2.750 euro bruto per maand) voor de renners in de World Tour.

Neo-contractrenners valllen uiteraard onder een verlaagd instapniveau, wat opleidingsploegen en Devo Teams in staat stelt om talent gedurende de eerste twee seizoenen te laten doorstromen zonder al te hoge financiële druk.

Een vettige vetpot is één en ander niet maar die wordt doorgaans aangezwengeld met prijzen en premies. De meeste coureurs zijn niet slecht af waarbij men moet zich afvragen wat ze op hun leeftijd zouden verdienen indien ze een ander weliswaar mindervergende stiel zouden uitoefenen.

Over de grootverdieners is er geen duidelijk beeld (zijn ook onze zaken niet). Hun lonen, prijzen en premies belopen sowieso de miljoenen euro’s. Vooral in de grote ronden en in de korte(re) rittenkoersen vallen er, uitgesmeerd over meerdere dagen, meer extra’s te verdienen. Die worden vaak gedeeld binnen de ploeg, waarvan de ondersteunende renners mee profiteren. En dan hebben het we nog niet over de externe sponsors-contracten die de toprenners afsluiten.

Het laat zich raden wie de best betaalde coureurs in het huidige peloton zijn (in niet heel exacte orde): Tadej Pogačar, Remco Evenepoel, Mathieu van der Poel, Jonas Vingegaard, Primož Roglič, Tom Pidcock, Wout van Aert, Jasper Philipsen, Mads Pedersen, Egan BernalJoão Almeida, Adam en Simon Yates, Richard Carapaz, ... waaraan met stip* dienen toegevoegd: Juan Ayuso, Isaac Del Toro, Jonathan Milan, …

Het is allemaal onlosmakelijk verbonden met de budgetten van de teams, waarvan zwart op wit niet al te veel bekend is. Wat wel geweten is dat die van de WorldTour de jongste jaren aanzienlijk gestegen zijn naar een totaalbudeget van 663 miljoen of een gemiddelde van ruim 33 miljoen per team. UAE Emirates zal ongeveer het over het dubbele beschikken terwijl Team Visma | Lease a Bike, Ineos Grenadiers en RedBull-Bora-hansgrohe dicht tegen de 50 miljoen zullen aanleunen. Runners up in dat verhaal zijn Lidl-Trek en Decathlon CMA CGM. Soudal-Quick.Step doet het al jaren met beduidend minder maar haalt verhoudingsgewijs het hoogste rendement, al kan daar zonder Remco wel eens verandering in treden.


Kianni DE PAEPE en Stan VERNAILLEN in Kachtem de eerste winnaars van betekenis

 

Decennia geleden stond eind februari bol van de vele overwegend schraal bezette clubkampioenschappen. In het huidig tijdvak blijven er slechts enkele over waarvan het gemengde exemplaar van Kachtem, een creatie van ex-renner Pieter-Jan Debackere, het meest voorstelt: 153 starters, een pittige koers van 115 km. in regen en wind beslecht aan een moyenne van bijna 47 km./u. en met Kiany De Paepe, (foto Bart Vandenbroucke) één van de jongste deelnemers op het hoogste schavotje. 

 


Kiany (Nieuwerkerken-Aalst) muteerde tijdens het tussenseizoen van Urbano-Vulsteke-Bumaco naar VDM-Trawobo en mikte meteen in de roos, wat hij het hele vorige seizoen als 18-jarige nog niet kon. 2025 werd een verkenningsjaar met een vijfde plaats in Lede en een tiende in Ninove als beste resultaten. Hij maakte er wel een erezaak van om vrijwel al zijn wedstrijden (ook de zwaarste) te voltooien en onderwijl de ogen de kost te geven. Die kwamen hen goed van pas om in Kachtem af te rekenen met beslagen medevluchters als Jasper Dejaegher, Enrico Dhaeye en Ben Squire alsook zijn tijdgenoot Corneel Vanslembrouck.

Kiany wil verder want één zwaluwtje maakt ook zijn lente niet. Komende zondag zet hij zijn zinnen op Brussel-Opwijk, dicht bij thuis de ouverture van de U23 Road Series, waarin hij minstens hoopt uit te blinken. 

Kiany was als één van de jongste tweedejaarsjunioren ook al goed aan zet in 2024 met zowaar zes overwinningen (Ninove, Dikkebus, Hingene, Borsbeke, Rumst en Sint-Denijs), telkens in de sprint, zijn handelsmerk waarop nog heel wat rek moet zitten.


De bezetting bij de junioren was in aantal amper een kwart van dat der eliten en u23. De afsluitende week krokusverlof waarin veel buitenlandse stages was daar debet aan. De kwaliteit maakte aan ruim 43 km. per uur veel goed, inzonderheid de vier vroege vluchters waaruit niet-winnaar Stan Vernaillen verrassend naar voor trad. De Denderhoutemnaar was op stap met local hero Kyano Cottignies (pas zaterdagavond teruggekeerd van de stage met Van Moer in Spanje) en het Cannibal-Victorious - duo, Fraser Oertel en Lander Opstaele. In dat gezelschap vierde worden ware al niet min geweest maar hij graaide met een sluwe late uitval de volle pot. 



Stan stak als tweedejaarsnieuweling een eerste keer de kop op met een late overwinning in Machelen (1 september), opgelijst met podiumplaatsen in het Oostvlaamse PK (2de na Giel De Nul), de Wapi Classic in Escanaffles (3de) en de vijfde rang in de Weg Motion Drives Classic in zijn thuishaven. 

Als neo-junior werd Stan andermaal de Oost-Vlaamse vice-kampioen (ditmaal na Matteo Grypdon) maar even belangrijk waren zijn verre ereplaatsen in enkele mooiste koersen als Nokere en Harelbeke (telkens 13de), de slotrit van de Keizer in Koksijde en de GP Haut-Pays in Jemeppe (telkens 9de). 

Die doen Stan dromen van nog meer en beter de komende periode vanaf Kuurne en met Nokere Koerse extra aangestipt. De E3 Saxo Harelbeke en Paris-Roubaix zijn manches van de Nations Cup waarin hij tot de nationale of de Vlaamse selectie hoopt te behoren.


zondag 22 februari 2026

Isaac DEL TORO is nog maar de derde Mexicaan in Wielerland

 

Ook al was het op de Olympische wielerbaan van Mexico City dat Eddy Merckx op 25 oktober 1972 het werelduurrecord van Ole Ritter (10 oktober 1968) met 778 meter verbeterde, dan nog kun je Mexico allesbehalve een notoir wielerland noemen maar wat niet is kan op termijn nog komen.

 

Vanaf 2023 doemde out of the blue ene Isaac Del Toro voor wie meteen een container superlatieven werden bovengehaald. De Tour de l’Avenir was zijn ultieme tussenstap naar de beroepscategorie bij het UAE Team Emiraties, dat meteen ondervond wat voor een goudhaantje ze in huis hadden gehaald. 

 

In 2024 was hij nog zoekende maar vorig jaar verloor hij als 21-jarige pas op de voorlaatste dag de Giro aan de ouwe rot Simon Yates, die in het uitgedunde peloton kennelijk meer invloeden kon aanwenden dan zijn falende ploegleiders Fabio Baldato en Manuele Mori. Manager Mauro Gianetti had er kennelijk geen erg in, hij suste met “we hadden inderdaad beter kunnen doen” en waarbij hij in één adem verwees naar het uitvallen van Juan Ayuso en Jay Vine.

Maglia rosa Del Toro reed geïsoleerd de Finestre op. Zijn kompanen Rafal Majka, Brandon McNulty en Adam Yates waren in geen velden te bekennen terwijl in de kopgroep Wout van Aert zich de longen uit het lijf reed om zijn kopman Simon Yates aan zoveel mogelijk voorsprong te helpen. En of dat lukte: bij de finish in Sestrière waren ruim vijf minuten meer dan voldoende om Del Toro alsnog van zijn sokkel te lichten. Opmerkelijk: Isaac zelf maakte er zich niet al te druk om alsof hij zich te jong achtte om reeds een grote ronde op zijn palmares in te schrijven.

 

Dat manco werd tijdens de nazomer en herfst door Del Toro niet helemaal goedgemaakt met een reeks van zeven (!) Italiaanse overwinningen in anderhalve maand en een vijfde plaats in de door zijn kopman Tadej Pogačar voor de vijfde opeenvolgende keer gewonnen Il Lombardia.

 

Isaac Del Toro is nog maar de derde Mexicaan die zich profileert op de internationale wielerbühne. Raul Alcala deed het hem 35-40 jaar geleden voor. Hij was voor PDM een leuke subtopper, goed voor twee dagzeges en driemaal top tien in de Tour (ook twee keer in de Vuelta) plus een voltreffer in de Clasica San Sebastian 1992.  

Diens illuster voorbeeld kreeg begin deze eeuw enige navolging door Julio Alberto Pérez Cuapio die voor het bescheiden Panaria drie ritten (waarvan de eerste in 2001 zowaar op de Pordoi) won in de Giro. Het jaar daarop werden er dat twee en waaraan hij de bergprijs toevoegde maar daar bleef het bij.

 

Het ziet er ijzersterk naar uit dat de slechts 22-jarige Isaac Del Toro een copieuzer palmares zal aanleggen dan zijn twee landgenoten opgeteld. Hoe langdurig zal hij daarbij aan de zijde van Tadej Pogačar blijven? Isaacs contract loopt alvast tot eind 2029, dat van Tadej nog een jaartje meer. Pogi is dan nog maar 31 jaar en allicht nog niet opgebruikt noch verzadigd. Een contract-verbreking voor één van beiden is een utopie. Die twee zullen dus sterk omringd nog langdurig samenspannen waaruit ik vooral afleid: arme kijkcijfers!


vrijdag 20 februari 2026

 Tadej POGAčAR een bonus en UAE Team Emirates een malus voor het wielrennen

UAE behaalde vorig jaar op de uci-kalender net geen honderd overwinningen, één vijfde daarvan kwam op naam van ene Tadej PogačarFebruari 2026 is amper over halfweg of UAE topt alweer die teamranking met elf stuks terwijl de tycoon nog niet eens in actie is gekomen. Dat doet hij pas vanaf de Strade Bianche, waarvan hij na die van 2022 ook de twee vorige edities won.

Die soevereiniteit steekt de ogen uit, bij zoverre dat men er alles en nog wat bijsleurt om de integriteit ervan in twijfel te trekken. Beseft men evenwel hoe gigantisch de pakkans en hoe nòg gigantischer de bestraffing is? Dergelijk meesterschap van een collectief is op zich niet nieuw, maar wel de gradatie.

De vroegere absolutisten hadden het eigenlijk gemakkelijker om hun wetten te stellen: kleinere pelotons, minder teams, meer renners per team (soms 10 à 12) en minder betekenisvolle landen.

Nooit heeft een team een seizoen meer gedomineerd als UAE in 2025 deed. Behalve Pogačar waren ook zijn luitenanten JoãAlmeida, Juan Ayuso, Isaac Del Toro (bijna winnaar van de Giro), Jhonatan Narvaez, Marc Soler, Jay Vine, Adam Yates en last but not least Tim Wellens uitstekend aan zet. De 34-jarige Limburger reed zijn beste seizoen in jaren, werd BK en behaalde in die driekleur een dagzege in de Tour na twee in de Giro en de Vuelta.

Voor het 23-jarige woelwater Ayuso was de comfortzone niet goed genoeg. Hij won vooral al de Itzulia Basque Country 2024 en Tirreno-Adriatico 2025 maar wil over Pogačar heen nog meer zijn eigen kans gaan, wat hem zijn selectie voor de Tour kostte en waarvoor hij overstapte naar Lidl-Trek. Als hij daar maar niet van de klaver in de biezen belandt want daar zijn voor de klassementen de opkomende waarden Derek Gee-West (4de  in de Giro 2025) en Mattias Skjelmose (winnaar Tour de Suisse 2023). Het homogene UAE is deze Ayuso liever kwijt dan rijk. In de Algarve sloeg Juan al een eerste keer de bal mis door zich op Foia (Monchique) in een sprint met twee te laten vloeren door de 19-jarige Fransman Paul Seixas.

 



Behalve Wellens maken sedert 2025 nog twee Vlaamse bofkonten deel uit van deze grootmacht: Rune Herregodts (bovenste foto) en Florian Vermeersch die getalenteerd zijn maar liever één vogel in de hand hebben dan tien in de lucht, wat eigen successen niet helemaal uitsluit, dat wordt geïllustreerd door Tim Wellens.

 

Een ijzersterk team is trouwens van alle tijden maar nooit in die mate als tijdens het huidige tijdvak.

 

Vanaf de late jaren vijftig lieten vooral Jacques Anquetil en Rik Van Looy (de Rode Garde) zich omringen met de beste helpers. Eddy Merckx volgde hun voorbeeld in de late jaren zestig (Faema) en de vroege jaren zeventig (Molteni). 


 

Tien jaar later was Freddy Maertens de volgende tycoon maar vanuit een archaïsche Flandria-structuur bleef dat niet duren. 

Roger De Vlaeminck (inzonderheid Brooklyn), Bernard Hinault (Renault), Sean Kelly (Skil en PDM), Raymond Poulidor (Mercier) en Stephen Roche (Carrera) maakten zich meer waar vanuit zichzelf dan vanuit een hecht blok.

 

Manager Peter Post zwoer met TI-Raleigh en Panasonic bij een collectief met meerdere kopmannen, wat Bernard Tapie hem kortstondig nadeed met het tijdelijke trio Bernard Hinault - Laurent Fignon - Greg LeMond

 

In de jaren negentig was er de Latijnse machtsgreep met Miguel Indurain die met Banesto de Tour monopoliseerde en de Italianen met Ariostea en Gewiss-Ballan die ongeveer hetzelfde deden in de klassiekers met clandestiene kerosine als brandstof. 

 

Goed dat Patrick Lefevere er met Mapei vrijwel onberispelijk bijkwam en de ethiek herstelde. Vanaf 2003 koos hij voor een eigen uitvalsbasis met de overname van Domo - Farm Frites plus het betere restant van Mapei riep hij Quick.Step-Davitamon in het leven. Na enkele moeilijke à turbulente beginjaren was hij gedurende zowat twintig jaar met hoegenaamd niet het hoogste budget de goede maat der dingen inzake het runnen van een team tot hij in 2024, aan de vooravond van zijn 70ste verjaardag, abdiceerde. Hij was dan reeds lang de meervoudige Merckx in die sector maar kon het moeilijk helemaal loslaten. Zich moeien doet hij enkel nog op aanvraag. Ik denk dat hij er meer arbeids- en levensvreugde aan beleefde dan de financieel almachtigen, voor wie winnen evidenter was dan verliezen. The Wolfpack had en heeft meer aanhang dan het UAE Team Emirates ooit zal hebben en stuwde de kijkcijfers.

maandag 16 februari 2026

 

Ook in 2025 reden er in België minstens een stuk of vijf van het bouwjaar 2011 rapper dan Louis Meul en volgens mijn ranking zijn het er dat zelfs dubbel zoveel.

Et alors?! Louis neemt zichzelf als de maat van de dingen en weet dat hij op twee wielen in 2025 een aanzienlijke progressie heeft geboekt.

Hij kende slechts één moeilijk moment: per sinksenmaandag op de Toverheksenberg van Brakel, waar hij helemaal zoek werd gereden door zijn in optima forma verkerende medevluchter Mats Becqué. Louis incasseerde daar een klap van jewelste doch vermande zich meteen, haalde zijn mentale veerkracht boven en won op verse grinta de sprint voor de dichtste ereplaats.Hij was op slag terug van heel kort weggeweest.



Louis pakte het seizoen 2025 gerichter aan dan de twee vorige.Zelfs het winnen van de stevige openingskoers in zijn favoriete Bellegem, waar hij een volle minuut wegreed van Thibe Vandenheede, Simon Ververken, Tibo Redant, Warre De Braeckenier, Ilian Braeckevelt, ... werd niet aanzien als een voorbode van een topseizoen.

 

Meest genoegen beleefde hij aan de escapades naar la douce France: in Auriac-l'Eglise en vooral in de Tour de l'Aisne beleefde hij met zijn kompaan Ilian Braeckevelt de koerspret van zijn leven al ging die fun niet ten koste van inzet en rendement.

 

Ook in eigen land waren er beklijvende momenten.Zowel op het BKin Huldenberg als in Maarkedal deed Louis er alles aan om zich uit de voeten te maken voor snellere concullega’s maar zover is hij nog niet, al was er telkens het gevoel dat hij er almaar dichter bijkomt.

 

Het winterreces werd niet in ledigheid doorgebracht doch andermaal benut voor atletiek. 


(foto Agones Media)

Half oktober 2025 won Louis met de maats van AC Eendracht Aalst de eerste manche van de CrossCup in Berlare, een estafette waarin hij veelbetekenend de snelste tijd klokte. 

In de tweede manche eind oktober trapte iemand Louis’ spike uit in de eerste bocht. Louis werd niettemin derde op één been, pardon op één schoen en één kous maar het kostte hem wel kostbare punten in de tussenstand.

Vanaf dan was het simpel: het gashendel open en feilloos racen wat een imposante reeks voor gevolg had: Belgisch kampioen in Hulshout, Oost-Vlaams kampioen in Oudenaarde, winst na een indrukwekkende solo in de derde manche in Hannut, waardoor hij de leiding heroverde in de tussenstand. 

Als verfrissend tussendoortje veroverde hij de Belgische titel crossduatlon (3 km lopen, 7 km mountainbiken en nog eens 3 km lopen), een kolfje naar zijn benen.

Zondag 15 februari was de opdracht loud and clear: een dubbelslag slaan in Diest ofte dag- en meteen eindwinnaar worden van de CrossCup. Louis voelde zich aangesproken door het dogma ‘aanval is de beste verdediging’maakte het af in de sprint en bekroonde zo zijn droomwinter. 

 

Na een uitgesponnen seizoen is de emmer lang niet helemaal leeg. Er werd immers gedoseerd: achtmaal knallen op vijf maanden tijd. Trainer Christophe Roosen heeft behoedzaam  gewaakt over omvang en intensiteit in functie van wat volgt.

 

Om te beginnen is er zijn debuut bij de nieuwelingen als vrijbuiter van Isorex. De omschakeling van atleet naar renner wordt behoedzaam genomen. Eerst wat rusten en dan, met reeds eind januari een tweedaagse stage in Waregem als aanhef, stelsel-matig opbouwen. Verwacht Louis dus de eerste weken niet in de voorwacht van de pelotons, dat zal eerder vanaf mei zijn.

 

En wat doet Louis nu eigenlijk het liefst: lopen of koersen? Dwing hem niet tot een onomkeerbaar antwoord.

Onomkeerbaar zijn wel de vele opgebouwde vriendschappen in de koers, in de atletiek, in de triatlon, ... die pakt hij voor altijd mee. De winter van 2025-2026 is er één om en majeur in te kaderen.

Bovenal zijn er de zelfgekozen studies latijn-wiskunde, de duurzame joker waarvan het welslagen zijn mindset op de koersfiets mee bepaalt tijdens het lengen der dagen en de zomervakantie. Papa Kristof (docent en interviewer voor Sporza) en mama Charlotte (opleider lerarenopleiding) moeten hem ook in deze academische opdracht niet aanporren.

 

Last but not least is Louis een hevige supporter voor zijn drie jaar jonger zusje Juliette, dat na een respectabel aantal loopwedstrijden nu met nog meer gedrevenheid voetbalt bij de u13 van AA Gent en sowieso ook een knappe studente is.


zaterdag 14 februari 2026

 Avia-Rudyco       

de club met het geringste verloop 

kon niet eeuwig achterblijven 

inzake versterkende transfers

 

Op mijn bijdrage over de troepenshow van Avia-Rudyco is nogal wat reactie gekomen. Met de club met het geringste verloop bedoelde ik eigenlijk dat er weinig renners uit onvrede of voor lotsverbeteing deze club verlaten. Daartegenover stond dat er ook een beperkt aantal nieuwkomers uit andere clubs waren.

Verschillende mensen wezen er mij op dat het in 2025-2026 helemaal anders kwam te liggen. En inderdaad, er kwamen behoorlijk wat spraakmakende overgangen bij.


Thorben VAN DE KEER, één van de jongste nieuwkomers bij Avia-Rudyco.

Zelfs bij de aspiranten ging men shoppen en dat leidde tot de komst van onder anderen BK en EK veldrijden Seppe Ley (WAC Team), Thorben Van de Keer (AS Construct – Castaar), Yanis Zaarouri (VC 't Meetjesland Eeklo), …

 

De op zich al sterke nieuwelingenkern (Brent Biesbroeck, Lex Lambrecht, Tibo Redant, Adamou Van Bossche, …) werd opgelijst met onder anderen Thor Van Bulck (Antwerp CT Kontich), Thomas Van Dijk, (Isorex CT) …  

 

De junioren zijn opnieuw  het vlaggenschip met aan boord vooral Senne Bradi, Giel De Nul, Ian Kimpe, Warre Lambrecht, Robbe Maesschalck, Jonne Meert, Siebe Oliviers, Finn Tanghe, Daan Van Raemdonck, Kobe Vervaet, … 

Mauro Dierickx (DLS Invigo), Seppe Loquet (Van Moer CT), Emiel Osaer, (JEGG - DJR Academy), Tuur Vandevelde (Wieler-team Waregem) … werden erbij gehaald om te kunnen roteren binnen het druk binnen- en buitenlands programma. 

Dat de implementatie van de samenwerking met Soudal - Quick.Step-AG Pro CT wordt voortgezet, wordt met lede ogen aanzien door sommige clubleiders die ook in de competitie een voorbedachte entente vrezen maar ik zou zeggen: dan kennen ze Johan Molly niet die zoiets nooit zou toestaan.

Avia-Rudyco is overigens lang niet de enige club die zich aan expansiedrang bezondigt. Vooral Acrog-Tormans, Dakwerken Crabbé - Dstny, Isorex, … zijn daar al langer en uitvoeriger mee bezig. En het is, hoe weinig stichtend ook, hun goede recht, al hypothekeert het vanzelfsprekend de motivatie van de minder vermogende clubs

Het wielerlandschap is het jongste decennium grondig veranderd.


Ook de ouders die gretig op die ‘gouden’ kar springen moeten we begrijpen. Het is niet elke vader en/of moeder gegeven om voor hun telg(en) één of meer kostbare fietsen en andere zware onkosten uit eigen budget op te hoesten. En kan men zijn kind beter aanlokkelijke kansen zomaar ontzeggen? Wat als die jaren later te horen krijgen: pa, het is jouw schuld dat ik als coureur niet ben doorgebroken, zelfs als dat niet zo is. De expansiedrang van de happy few is niet zaligmakend maar voor wie er in gedijt is het de ideale weg naar de beroepscategorie, al zijn er ook nog steeds die zich langs een traditioneel traject waarmaken.


De nieuwe realiteit heeft natuurlijk ook gevolgen voor het deelnemersveld dat een hogere drempel heeft. Normaal toch dat wat betreft de junioreskoersen 2.1 en 1.1 de beste clubs prioriteit genieten op de minder gestoffeerde.

Voor de betere renners van de minder vermogende clubs zou men kunnen overgaan tot clustervorming, een selectie Vlaanderen of een provincial selectie zoals in de Guido Reybrouck Classic.

 

Ik ben een rabiaat voorstander van het (voort)bestaan van meer bescheiden clubs, waarvan sommige er misschien goed zouden aan doen hun werking volledig te focussen op u17 en u15. 

Meer koersen organiseren onder de noemer Topcompetitie (ook voor junioren!) die men beter Interprovincie zou heten.

 

Tenslotte erger ik mij dood aan het feit dat er al van bij de aspiranten afgestopt wordt om een kompaan aan de overwinning te helpen. Aan de clubleiders om die jonge tieners aan te manen mekaar bekampen om beter te worden: bumperen in plaats van pamperen.