Het Jeugdpeloton 2027
blijf waar je het goed had!
Het seizoen 2026 zit er nagenoeg op. Voor mij was het er één van vallen en opstaan omwille bepaald door al of niet mobiele autonomie. Het kwam alsnog goed en dus overheerst de gelukzaligheid.
Het jeugdwielrennen dobbert weliswaar in almaar woeliger wateren waarbij veel in het gedrang lijkt maar daarom niet is. Dat hebben de actoren grotendeels zelf in handen.
Eerst nog de editie 2026 afwerken. De aspiranten hebben hun highlights gehad en sluiten, wat betreft de Vlaamse locaties, af op 27 september. De nieuwelingen hebben nog enkele interessante afspraken: de fonkelende GP Roger Baguet komende zondag in Parike en de afsluitende manches van de Topcompetitie: de GP A.R. Gilles in Jemeppe (27 september) en de Affligem Classic (4 oktober).
De junioren serveren nog meer slotakkoorden: komende zaterdag de GP de Angreau-Honnelles (afsluitende manche van de Coupe de Belgique) en ’s anderendaags de Vlaams-Brabant Classic in Zemst-Laar, de tweedaagse Keizer van Koksijde (mooi ingeleid van en naar Pittem) op 19 en 20 september, de GP Haut-Pays in Jemeppe (27 september) en tenslotte de La Philippe Gilbert in Aywaille op 3 en 4 oktober.
Bij de nieuwe opmaak van mijn Rankings (= een proportionele optelling van alle uitslagen) is er zowel bij de aspiranten, de nieuwelingen als bij de junioren een even opvallende als verblijdende vaststelling: de betere renners zijn verspreid over een respectabel aantal verschillende clubs.
Bij de aspiranten van het bouwjaar 2014 torent Laurens Defeyter (Acrog-Tormans) er qua puntentotaal hoog bovenuit. Of hij daarom ook intrinsiek de beste is en zal blijven, staat niet vast. Zoals in het jeugdvoetbal is de topscorer niet per definitie ook de beste speler. De zoon van Ken is evenwel een onmiskenbaar talent, misschien een beetje teveel competitiebeest. Laurens zal in Vlaanderen én in Nederland opgeteld bijna 50 wedstrijden (leeftijdsrecord?!) gereden hebben. Op zijn leeftijd mag hij, in combinatie met luisteren naar zijn lichaam, zijn hart volgen. Hij moet er wel over waken dat er nog andere uitdagingen in zijn jonge leven zijn, anders krijgt hij gauw te maken met metaalmoeheid, iets wat Feel Wouters ten allen prijze wil vermijden.
De aspiranten van het bouwjaar 2013 voeren twee expliciete toonaangevers op: Thibo De Baeremaeker en Sem Boeckx, die in Iddergem de nationale titels verdeelden. Tijdens de winter maakten zij zich ook al waar in het veld respectievelijk op de baan. Sem verloor bijna geen enkele wedstrijd.
Het bouwjaar 2012 leverde een zevental azen op. Benieuwd hoeveel van hen de heikele overstap naar de nieuwelingen zullen pareren. Lenn De Jonge werd al op 1 mei de niet helemaal verwachte BK tijdrijden. Vince Boel werd in de groepssprint van het wegkampioenschap nipt geklopt door Rune De Loor, die na de Antwerp Tour een adempazuze van een kleine maand in acht nam. Dat laadde hem op voor een eclatante augustus, die hem zeven successen waaronder de tricolore opleverde. Ook Merlijn De Wever, Noa Fontaine (die niet van tegenslagen gespaard bleef) en Senne Van Geert scoorden vaak en hoog. De Waal Léo Savoie werd dé veropenbaring. Zijn vijfde plaats in het BK tijdrijden te Maarkedal schonk hem vleugels. In een groep rijden bleef problematisch zodat winnen niet te vaak aan hem besteed was. Daar past hij de komende tijd in een nieuwe omgeving wel een mouw aan. Reken maar: een behendiger Savoie zal tot nòg méér in staat zijn.
Bij de nieuwelingen stond er geen maat op Stan Jammaer en Crabbé-Dstny dat met de ook verwachte Mathiz Tielens en de allesovertreffende eerstejaars Lars Villers nog twee andere hete ijzers in het vuur had. Voor Stan en Mathiz zal de overstap naar de junioren wel geen probleem vormen. Lars blijft niet verweesd achter, hij krijgt nieuwe (en niet van de minste) waarden rond zich, al is het niet evident om (zonder daarom minder goed te zijn) een excellent eerste jaar nog te overrulen. Lars heeft evenwel de coolness in zich om met elke situatie om te gaan. Zie maar hoe hij zich na een nogal zware val in de tweede rit der West-Vlaanderen Tour opveerde om de meubelen te redden.
Bij de junioren deden er met Vic De Smet en Seff Van Kerckhove twee hors concours mee die ook op het WK in Montréal spraakmakend zullen zijn. Goed voor de anderen dat ze vooral in het buitenland aantraden. Daan Wilmsen was, qua resultaten, the best of the very rest terwijl eerstejaars Sander Willems zich (ook veel in het buitenland) als dé revelatie veropenbaarde. De ingetogen Assenedenaar wordt in 2027 de maat van de dingen.
Conclusie: het landschap van het tienerwielrennen was in 2026 niet onaardig verkaveld. Hopelijk blijft dat zo vanaf 2027, al zijn er nogal wat signalen dat meerdere clubs er via mutaties alles deden of aan het doen zijn om overdonderend te zijn. Remember dat mutaties pas vanaf oktober rechtsgeldig zijn, zelfs al zijn die eerder afgesproken. Wie spijt heeft van zijn voortvarende keuze kan die dus nog herroepen. Van een contract met een u18 kan trouwens al helemaal sprake zijn.
Na wat ik de voorbije weken voor en achter de schermen vernam kan ik nu al besluiten dat er veel beweging is en niet weinig commotie, waarbij men soms lichtvaardig vergeet dat men te maken heeft met tieners die zich een niet gemakkelijke weg aan het banen zijn in het algemene leven en die dus als jonge renner, zonder hun plichten uit het oog te verliezen, alle mogelijke recht hebben op begrip in plaats van hardvochtigheid. Van dat laatste zijn er nog meer schrijnende voorbeelden dan ik meende te weten. Dat leidde ik alvast af uit de vele reacties op mijn bijdrage “Bezint er ge begint” van vorige vrijdag die al ruim 35.000 weergaven ontlokte.
