donderdag 12 februari 2026

Seppe LEY: november 2025 zal nog langdurig dé koersmaand van zijn jonge leven blijven

 

 

Een week nadat hij in Šamorín (Slowakia) het EK won veroverde hij in Maldegem ook het BK veldrijden, waaraan een sprankelend wegseizoen voorafging.

Frappant is wel dat hij één en ander realiseerde als 12-jarige want pas op 12 december werd hij dertien jaar, een leeftijd waarmee hij heel 2026 met de 14-jarigen mag opdraven. Hij is al een special one met zijn geboortedatum: 12.12.12!

 


Seppe combineert talent met tomeloze inzet wat hem nog beter maakt dan hij intrinsiek al is. Die instelling kwam hem in Šamorín overigens aardig van pas want hij nam er vanop de derde rij een slechte start die hij evenwel al in de eerste bocht driehonderd meter verder had rechtgezet. Tijdens de verkenning had hij uitgekiend waar en wanneer je het best kunt remonteren. 

Van dan af was er geen houden meer aan Seppe die met een technisch en uitdagend parcours op zijn wenken bediend werd maar de concurrentie (waarin onder anderen een kwikzilveren Billie Pauly) Toch moet je het nog altijd doen, zeker als de jongste deelnemer. De zondag daarop won hij ook het BK in Maldegem. In de daar veroverde driekleur zal men hem evenwel niet zien opdraven want die wordt overruled door wit-blauwe Europese met de gele sterren. Ziedaar de highlights uit een serie van 15 overwinningen, waarvan de Noordzee-cross van Middelkerke de meest recente is.  

 

Op de weg was winnen vooralsnog zijn regel niet. Het viel hem in 2025 slechts éénmaal te beurt in het PK tijdrijden, een titel die hij uitdroeg tijdens de proloog van het Limburgs weekend in Tessenderlo (2de) en op een iets mindere dag (toch nog tiende) op het BK in Huldenberg. 

Zijn groeisprint had zich nog maar pas ingezet maar werd meteen een éénparig versnelde move, waarbij geen enkel obstakel hem teveel was. Het korten van de dagen opende kansrijkere perspectieven met de tweede helft van november als delirium. Seppe reed de laatste maanden van 2025 nog voor het WAC Team, waarvoor hij dus ook beide titels behaalde, maar sedert januari wordt hij door Avia-Rudyco in de armen gesloten.

 

Seppe heeft geen familiale voorlopers in de koers maar wel papa Mike en mama Kelly, die zijn beste supporters zijn maar hem als plan A voorhouden zijn studies in het tweede middelbaar aan het GO! KTA da Vinci (richting STEM) van Edegem.

 

dinsdag 10 februari 2026

Avia-Rudyco       

blijft de club met het geringste verloop maar niet ten koste van het rendement

 

Ook 2025 werd un Grand Cru. Niemand had het anders verwacht maar evident is het niet indien je beseft wat eraan voorafgaat en mee gepaard gaat. Avia-Rudyco is klaar voor heden én toekomst!

 

Toch gebeurde het volgens deze duizelingwekkende cijfers:

173 individuele topprestaties, 37 kampioenstitels waarvan 2 Europese (Thor Michielsen en Seppe Ley), 110 medailles op kampioenschappen, 63 gewonnen interclubs en andere méérwaardige koersen, eindwinnaar Topcompetitie en Beker van België nieuwelingen, tweede Beker van België junioren.

 

Avia-Rudyco heeft zichzelf ook voor 2026 het maximum van 150 koersende leden opgelegd om de kwaliteit van de werking te bestendigen. Het recreatieve aspect van de jongsten wordt ondervangen door samenwerkingen met Top Gear BMX en met de gemeenten Hamme en Temse.

 

Avia-Rudyco editie 2026 pakt zowel bij de nieuwelingen als vooral bij de junioren uit met een performante kern.

Bij de aspiranten (u15) zijn er, op basis van behaalde resultaten (die niet àlles verklaren), vooral sterkhouders in het bouwjaar  2012: Seppe Ley (BK en EK veldrijden maar ook een topper op de weg), Thorben Van de Keer, Jérôme Vertongen, Yanis Zaarouri, …

 


Nieuwelingen (34): Brent Biesbroeck, Milo De Loose, Lex Lambrecht, Tibo Redant, Niels Van Acker, Adamou Van Bossche (foto), Thor Van Bulck, Jarne Van der Hoeven, Thomas Van Dijk, …  

 

Junioren (31): het vlaggenschip met onder anderen Senne Bradi, Giel De Nul, Mauro Dierickx, Ian Kimpe, Warre Lambrecht, Robbe Maesschalck, Jonne Meert, Siebe Oliviers, Emiel Osaer, Liam Reynaerts, Finn Tanghe, Tuur Vandevelde, Daan Van Raemdonck, Kobe Vervaet, … 

 

De implementatie der samenwerking met Soudal-Quick.Step en AG Pro CT wordt voortgezet, om de jongens en meisjes nog kansrijker op te leiden als topsporters en doorstroming naar de u23. Ook visueel wordt de samenwerking zichtbaarder. 


Op sportief vlak beleefde Avia-Rudyco meerdere Grand Cru - jaren en veroverde op de jeugdidge wielerkaart een aanzienlijke voetafdruk in binnen- en buitenland. 

Het leverde andermaal enkele renners af aan WorldTour (Devo) of (Pro) continentale teams. Op de UCI-ranking van u19 teams eindigde het in 2025 op een onwaarschijnlijke vierde plaats, met 8416 punten die uitsluitend door Belgen werden behaald. Ziedaar het vlaggenschip van de imposante Avia-Rudyco - vloot


Ook de 40-koppige crew is er helemaal klaar voor, geflankeerd door hondstrouwe sponsors die opnieuw garant staan voor de vereiste investeringen om jong talent te laten ontluiken. 


maandag 9 februari 2026

In memoriam Frans VERHAEGEN

de zelfverklaarde kleine coureur die een Rennersfeest organiseerde en het Kempens Wielermuseum stichtte


Frans Verhaegen is dan toch niet meer. Hij werd op 22 januari 78 jaar. Hij leek nochtans onsterfelijk want 8,5 jaar geleden stond hij op uit de doden, weken nadat hij met een metershoge ladder te pletter stortte, al door de dokters opgegeven was maar zowaar op de dag van zijn Rennersfeest wonderbaarlijk uit een diepe coma ontwaakte.

 

Suske noemde zichzelf steevast een kleine coureur en inderdaad: hij was géén internationale topper, hoezeer hij dat ook probeerde maar niet ten allen prijze. Suske wilde liever een bereikbare papa blijven voor zijn drie dochters en één zoon, die met een tussentijd van vijf jaar geboren werden.

Frans was bij de jeugd een veelwinnaar: 7 overwinningen als onderbeginneling in 1963, 11 als nieuweling in 1964, 33 als junior in 1965 en 1966, 30 als liefhebber van 1967 tot en met 1970.

Na een verbluffende lente 1970 (winst in de Omloop Het Volk, de GP van Affligem, Kortrijk-Galmaarden en nog méér ereplaatsen) kon hij - op aanbevéling van zijn aangetrouwde neef Roger Rosiers - vanaf augustus terecht bij het grote Bic. Dat leek niet te hooggegrepen want Suske won in 1971 meteen de Luis Puig in Valencia vòòr Domingo Perurena. Toch gedijde hij er niet en zette vanaf augustus een stap terug bij Goldor. Het zou allemaal anders gelopen zijn indien Jean-Pierre Monseré niet verongelukt was. Frans had een concreet voorstel om van diens team deel uit te maken. Rik Van Linden leek een even-waardig alternatief maar met zijn illustere generatiegenoot kwam er geen samenwerking. Frans zou Kamiel nochtans op de schouders hebben gedragen om te helpen winnen. 

Suske belandde in 1972 bij Hertekamp en daarna voor drie seizoenen bij Ijsboerke. Hij leek vastgekluisterd aan het kermiscircuit tot hij in 1975 Kuurne-Brussel-Kuurne won vòòr Tino Tabak, Freddy Maertens, Alain Santy, Marc Demeyer en Michel Pollentier. Hij realiseerde het volledig op eigen kracht en het illustere trio van Flandria zag in hem meteen een bruikbare schakel voor het rode raderwerk. 

Het tweede wat Frans deed, was zijn triomf in Kuurne overdoen, daags na een zevende plaats in de Omloop “Het Volk”. Hij werd dat jaar zelfs voor de Tour geselecteerd, overleefde l’Alpe d’Huez waarop de ploeg niet had gerekend en er zich aan ergerdewant Marc Demeyer (die hij nochtans in 1974 Paris-Brussel had helpen winnen) maande hem aan om op te hoepelen met als bijsluiter dat hij toch niet zou delen in de grote extra premie die co-sponsor Velda had toegezegd. Suske zette nog wel aan in de tiende rit maar de overlevingsdrang was op en hij gaf er snel de brui aan. Hij verkeerde nochtans in goede doen en won acht dagen later in Sleidinge. 

Bij Flandria was het evenwel over and out, waarna hij zoveel beter terechtkwam bij Marc Zeepcentrale, waarvan hij de patron “mijnheer” De Windt bleef noemen en met wie hij de samenwerking zich na zijn rennerscarrière voortzette als ambulant verkoper van onderhoudsproducten. Marc betaalde hem elke dag een overwinningspremie uit en dat zeventien jaar lang. De waardering was wederkerig. Frans bleef eerst nog enkele jaren coureur, behaalde in 1977 een interessante overwinning in het kampioenschap van Vlaanderen te Koolskamp, die sportief niet kon tippen aan Kuurne maar waar hij geregeld aan herinnerd werd. 

Hij specialiseerde zich dan al in het kermiscircuit, waarin schoon geld kon verdiend worden als winnaar maar meer nog als lachende tweede of derde. Suske ervaart het niet als een verwijt dat hij, geïnspireerd door die vermetele Fonske De Bal, de curator van dat circuit werd genoemd. Mee zijn in de goede ontsnapping was essentiëler dan de koers winnen. Men moest langs Suske passeren om naast ‘de beste’ te zijn ook de winnaar te worden. Voor wat hoort toch wat?!

Frans moest al op zijn 31ste afhaken na een vreselijke val in Boom, waar hij in volle spurt aan een paaltje haperde, weggecatapulteerd werd en met een verbrijzelde knieschijf en afgescheurde quadriceps werd opgeraapt.

Zijn mooiste overwinning behaalde hij toen hij op 28 september 2017 bij een huishoudelijke klus van een hoge ladder viel en een doodsmak maakte met behalve acht-en-der-tig breuken ook een hersenbloeding, een zware schedelbreuk, klaplongen, vitale organen (lever, milt en pancreas) geraakt, ….. Hij bleef in leven maar was een hopeloos geval aan de machines en dat in de aanloop van het jaarlijks door hem georganiseerd Rennersfeest dat effectief doorging en waarvoor men het afkoppelen van de kunstmatige beademing nog even uitstelde. Het was een letterlijke deadline die Suske aangreep om alsnog uit zijn coma te ontwaken en aan een langdurige revalidatie te beginnen.

Frans kwam er, met de enorme steun van zijn Liliane, vrijwel helemaal bovenop om de mooie nazomer van zijn leven te hernemen. Zijn vier kinderen en negen kleinkinderen genoten voort van hun goddelijke stamvader die zijn geesteskind, het Kempens Wielermuseum, helaas moest opgeven en dat deed hem veel pijn.

Twee foto's (van de hand van Peter Remmerie) van Suske als jonge renner vind je terug op mijn Facebook.


Zeker voor Viktor SOENENS is uitblinken essentiëler dan winnen


De tiende eindplaats van Viktor Soenens in de Volta Valenciana niet veronachtzamen, maande ex-renner Steve Seigneur mij zondagavond aan. Dat was ik ook niet van plan maar tussen de vele info kan één en ander wel eens tussen de plooien vallen, dit niet dus.


Viktor verdient maximale aandacht, ook al winnen is hoegenaamd zijn regel niet. Indien je zijn zeges uit negen seizoenen op één hand telt dan nog hou je zowaar nog één vinger over. Hij zegevierde als nieuweling op 3 augustus 2021 in Kooigem, als junior op 26 maart 2022 in Orroir en op 10 april 2023 in Mopertingen de slotrit van de Ster van Zuid-Limburg, als neo-belofte op 6 september 2024 in Honnelles-Angreau.

 


Winnen is evenwel voor Viktor geen noodzaak om opmerkelijk te zijn. Zijn veelvoud aan (dichte) ereplaatsen en de manier dat hij die afdwong maken dat dubbel en dik goed. De laatsten uit die lange rij dateren van vorig weekend: als 19-jarige van het Soudal-Quick.Step Devo Team tiende in de kroonrit naar Teulada Moraira én in het eindklassement der Volta Valenciana, nadat de beslagen wegkapitein Yves Lampaert hem op de slotdag afzette aan de voet van de zwaarste col. Viktor was immers de best geklasseerde van zijn team.     

En of Viktor glunderde bij dat overweldigend gevoel. Hij ging er niet van uit dat zoiets al binnen zijn bereik lag zeker niet nadat hij tijdens de tweede helft van vorig seizoen geen deuk meer in een pakje boter kreeg. Hij kon die nare herinnering verdringen om zich tijdens een rimpelloos winterreces herop te laden voor meer en beter.

 

Het werd al meteen beloond met een aanwezigheid tussen renners die hij tot dan toe enkel op televisie had kunnen bewonderen. Voor alle zekerheid kneep hij zich toch even in de armen. Daaruit afleiden dat dit hem voortaan in elke koers zal te beurt vallen doet Viktor niet want hij maakt tot nader order verder deel uit van het Devo Team. Hij heeft wel een statement geplaatst waarmee hij in aanmerking voor volgende selecties in de Pro Tour. Haast moet hij daar overigens niet bij hebben, hij wordt pas op 5 oktober éénentwintig jaar en was niet eens voorzien voor Valencia zodat de verkenning van de koninginnenrit aan zijn neus voorbijging. Het bleef onbekend terrein dat hem anders misschien teveel ontzag had ingeboezemd en terughoudender had doen koersen met anonimiteit voor gevolg?

 

Welk type renner Viktor is? Moet hij dat eigenlijk nu al weten en houden we het niet beter bij: polyvalent en paraat voor diverse parcoursen met als bijsluiter dat het wringen op Vlaamse en Waalse Ardennen niet bepaald zijn favoriete bezigheid is. Meerdaagsen tot rittenkoersen van een week schrikken hem daarentegen niet af, dat heeft zijn kort verleden al uitgewezen. Zo werd hij vooral tweede (na de sterke Noor Patrick Boje Frydkjær) in de Ster van Zuid-Limburg  2023, vierde in Aubel-Thimister-Stavelot 2023, vierde in de Tour de Bretagne 2024, achtste in de Circuit des Ardennes 2025, … Als junior blonk hij met rendement uit in de E3 Harel-beke (9de en 4de), Liège-Bastogne-Liège (5de en 7de als belofte), de Ronde van Vlaanderen (6de), … Zelfs in de Ain Bugey Valromey (Fr.) hield hij (17de) niet onaardig stand na een sterke prestatie in de derde rit (5de), al wilde hij ootmoedig toegeven dat bepaalde cols hem letterlijk te hooggegrepen waren, wat door de Giro Next Gen 2025 bevestigd werd.

Tijdrijden is zijn werkpunt maar dat kan nog evolueren net als zijn actieradius in het hooggebergte. 

 

Tussentijdse conclusie: met Viktor Soenens (Aalter) een adept van VC Meetjesland Knesselare en Onder Ons Parike, dient zich in de breedte een zoveelste verrijking aan voor de Vlaamse aanwezigheid op de internationale wielerbühne.

zondag 8 februari 2026

Joppe HEREMANS de doorzetter 

haalde eerste mooie slag thuis


Bij het brede publiek, dat vooral kickt op overwinnningen, geniet hij nog weinig bekendheid maar daar zou over afzienbare tijd wel eens verandering in kunnen treden. 

Joppe Heremans heeft zaterdag die “campagne” zaterdag opgestart met (toch wel) verrassende winst in de voorlaatste rit van de Etoile de Bessèges. In Vauvert (departement Gard) werd het een chaotische sprint van een uitgedund peloton, waaruit Joppe met een explosief slotakkoord als winnaar naar voor trad. Verrassend inderdaad indien je beziet wie hij op de hellende aankomst onmiddellijk achter zich liet: would be eindwinnaar Lukáš Kubiš, Paul Lapeira, Matteo Moschetti, … stuk voor stuk meer beslagen concurrenten.

De 22-jarige Joppe (Heist-op-den-Berg) koerst voor het Franse team Van Rysel Roubaix, waar hij op zijn ware bestemming lijkt aangekomen, al voelde hij zich ook comfortabel bij het VolkerWessels van ploegleider Wim Feys

Joppe had nog andere aanbiedingen maar opteerde voor de Franse slag en dat blijkt geen miscast. Flanders-Baloise leek logischer maar gezien de onzekerheid omtrent het voortbestaan maakte Joppe een andere keuze, gestoeld op de professionele structuur, het aantrekkelijke programma en de uitstekende verloning, zelfs al hebben we het in deze over een continentaal team.

 

Joppe is nog maar 22 jaar en is toch al aan een twaalfde seizoen begonnen als coureur. Een winnaar kun je hem niet bepaald noemen, hij komt niet aan gemiddeld één succes per seizoen. Bij de aspiranten waren er dat slechts vijf en toch behoorde hij er tot de beteren. Zo werd hij in Grandglise 2016 tweede in het BK na Noah Detalle, die qua uitslagen torenhoog boven de anderen uitstak maar op 31 mei 2024 stopte met koersen. Bij de nieuwelingen werd Joppe vooral PK in Ramsel. 2020 en 2021 werden door Covid-19 overschaduwd en beletten Joppe om zich als junior door te zetten, al won hij op 12 juni 2021 wel de sterkbezette verlate openingskoers van dat seizoen.

Het was evenwel vooral als belofte dat Joppe moest solliciteren voor de beroeps-categorie, wat hij vanaf 2022 almaar nadrukkelijker deed maar waarbij uitblinken essentiëler was dan winnen.  

Zijn papa werd er wat nerveus bij en keerde zich tegen mij tijdens het ultravlakke BK in Putte 2023, dat ik geen spek naar de bek van zijn zoon vond, wat de brave man als een miskenning interpreteerde. Goed dat Kenny Terweduwe mijn statement toelichtte. Joppe werd in de obligate massaspurt, gewonnen door Simon Dehairs, alsnog twaalfde.

Joppe had na twee campagnes u23 nog steeds géén zegestreepje achter zijn naam, wel meerdere opmerkelijke prestaties. En indien hij uitblinken en winnen nu eens combineerde. Dat lukte zowaar met Urbano-Vulsteke in 2024. Op 1 september brak hij de langverbeide zegeban in de interclub van Erpe, de GP John Hannes. Vijf dagen later na de voorlaatste manche in Honnelles, waar hij achtste werd, bleek dat hij niet meer kon onttroond worden in de U23 Road Series. Uit die nazomer van 2024 mocht hij zich ook een ijzersterke Tour de Moselle herinneren.


En toen kwam 2025, het jaar van Joppe Heremans’ openbaring. Zijn overstap naar het continentale VolkerWessels (Ned.) met Wim Feys als ploegleider genereerde een nieuwe dynamiek. Joppe stelde zich al meteen op zijn gemak met een tweede plaats (na Mathis Avondts) in Brussel-Opwijk. Ook enkele overwinningen lieten niet al te lang op zich wachten, in het buitenland nog wel op meer geaccicenteerd terrein: een dagzege in de Flèche du Sud (Lux.) en in de Solidarnosc Champions (Polen). Ook één in eigen land die ertoe deed: Kemmel Koerse, een elite ind. met contractrenners die hij stuk voor stuk achter zich liet.

Joppe had zijn portfolio dus aardig bijgekleurd, maar hield toch een plan A achter de hand: studies (vier jaar) voor een bachelor in de bouw. Alle theorievakken werden met uitstekend gevolg afgerond, zijn stage(s) zet hij nog even on hold omdat je volgens hem geen twee dingen tegelijk optimaal kunt doen.

First things first dus en dat zijn de opdrachten die hem met Van Rysel Roubaix aanspreken op heuvelachtig terrein. De Tro-Bro Léon op 9 mei is één van de volgende aangestipte uitdagingen en  Paris-Tours zal half oktober de laatste zijn.

Tussendoor betracht hij nog meer spraakmakende feiten tijdens een verkennings-jaar dat hij très au serieux neemt.

zaterdag 7 februari 2026

Lowie NULENS: da’s pas 

out of the blue, denk je dan 

 

Enkele jaren geleden dartelde Lowie Nulens vrijwel dagelijks op het BMX-parcours in Zolder met de zijdelingse blik op de zich concipiërende wielerpiste. Toen die klaar was, zocht hij een baanfiets om zich met een klein hartje aan een proefrit te wagen. Zijn behoedzaamheid bleek al meteen ongegrond want het verging Lowie zo goed dat Jonathan Mitchellde toenmalige baancoach, het in de gaten kreeg en er hem over aansprak. 

De switch was snel gemaakt en er kon ook werk van gemaakt worden want zijn thuishaven Kortessem bevindt zich op geen dertig kilometer van Zolder. Harrie Lavreysen kon zijn stichtend voorbeeld zijn, ook hij stamt uit de BMX.

En zie waartoe dat leidde: Lowie Nulens (sportfoto.be) werd op donderdag 5 februari 2026 in het EK keirin derde na Matthew Richardson en Harrie Lavreysen

De goegemeente vroeg zich af: Lowie wie? Nulens! Neen, geen familie van de uitstekende wegrenner Guy, een modelhelper uit de jaren tachtig van vorige eeuw.




Lowie kon ontspannen aan de ontknoping van zijn avontuur beginnen want hij was één van de overlevende zes, zijn initiële objectief. Al wat er nog bijkwam zou als pure winst verwelkomd worden. En het viel ook zo uit voor de kersverse 20-jarige. En zeggen dat hij in oktober 2025 op het WK in Santiago (Chili) nog op de 25ste plaats was blijven streken.

 

Lavreysen leek op de Konya Velodrome (Turkije) de perfecte lead-out voor Nulens maar het was om Richardson met een blitzaanval te verrassen, wat bijna lukte. Lowie kon zich vanuit zijn gunstige startpositie zowaar in Harrie’s hete spoor handhaven maar niet steunen om de late terugkeer van Matthew te verijdelen. De drie werden glunderend verenigd op een fonkelend podium.

 

Deze bronzen medaille kan, met de wijze steun van de nieuwe sprintcoach Theo Bos, de stroomstoot kan zijn in een mooie carrière, al beseffen beiden dat er, voor nòg méér en béter, een behoorlijk traject dient afgelegd zoals meer body ontwikkelen wat gelijk betekent dat er nog heel wat rek opzit om in de komende Wereldbeker-manches de vereiste uci-punten te sprokkelen. Lavreysen en Richardson worden straks 29 respectievelijk 27 jaar. Op het podium stond de 20-jarige Nulens als een novice bij hen. Ook in de teamsprint heeft Lowie volgens insiders meer dan wat te zoeken. De Olympiade 2028 in Los Angeles doemt almaar meer als een verre stoute droom op.

In het algemene leven is Lowie Nulens geen bleu maar een beslagen student aan de Universiteit Hasselt die industrieel ingenieur wil worden maar die bereid is om die vijf jaar, in combinatie met ‘dat andere’, over acht jaar uit te smeren.

 

In de wegkoersen was Lowie nog niet te zien en indien het van hem afhangt zal dat ook zo blijven. Daarin wil hij zich dan onderscheiden van Theo Bos, die aan Olympisch zilver (sprint) in Athene 2004 vijf wereldtitels toevoegde op de baan (sprint Melbourne 2004, Bordeaux 2006, Mallorca 2007 / kilometer Los Angeles 2005 / keirin Bordeaux 2006), ook een veertigtal koersen op de uci-kalender won.

donderdag 5 februari 2026

Tom CRABBE: zat dat er niet meteen aan te komen? Toch wel!


Een blasfemie eigenlijk dat ik over Tom Crabbe hier nog niets gebracht heb, temeer ik zijn papa Hans al kende toen zijn zoon bij de aspiranten reed. Zo herinner ik mij 21 mei 2017, de laatste keer dat er aan de Haaghoek in Sint-Kornelis-Horebeke onder het toeziend oog van Peter Van Petegem een koers voor die categorie werd georganiseerd maar waarin Tom helemaal zoek werd gereden. Hans had er geen erg in, kan gebeuren. 

De Let Toms Ustups, één van de velen uit de Baltische staten die van mecenas Francis Van Mechelen de kans kreeg om zich in onze kontreien als renner te ontwikkelen, werd die dag de bejubelde winnaar maar hij koerst al niet meer sinds 2021. Zo zie je maar hoe futiel dergelijke  momentopnames kunnen zijn. Corentin Delhaye, dat seizoen vèruit de best prestérende van het bouwjaar 2005, koerst ook al niet meer.

 



Maar de insteek was Tom Crabbe. Hij behaalde bij de 13-jarige aspiranten een sant in eigen Merchtem naast elf andere top vijven waaronder het PK (derde) en het VK (vierde). Bij de 14-jarigen werd hij tweede (na Chepe Flussie) in de openingskoers te Boortmeerbeek. 

Als nieuweling in 2020 en 2021 zat ook Tom met Covid-19 opgescheept met een late dichtste ereplaats in Herne als enig vermeldenswaardig feit.

 

Niet het schrijnend competitietekort maar vooral zijn toelating tot de Topsport-school (richting Moderne Talen) voerde hem naar de Blaarmeersen, waar hij bescheiden van wal stak door zesmaal rond de tiende plaats te eindigen in de diverse BK’s. Het was zijn verkenningsronde want tijdens de winter 2022-2023 kwam hij er voor elk podium in aanmerking en op dat van de keirin stond hij zowaar op het hoogste schavotje met zijn goede vriend Stan Dens als voornaamste accessiet en met wie hij in de Gentse Toekomstzesdaagse tweede werd na Jasper Bertels - Milan Van den Haute

Het jaar daarop werden Tom en Stan vierde. Ze hadden hun switch naar de weg kennelijk al ingezet. Tijdens de zomer had Tom met Milan Van den Haute nog zilver behaald op het WK madison in Cali (Col.), waar Matthew Brennan - Ben Wiggins wonnen.

 

Tom kwam in 2024 als neo-belofte uit voor het continentale Bingoal WB Devo Team. Een derde plaats (na Sente Sentjens en Senne Hulsmans) op het BK in het snikhete Brasschaat, waar hij de sprint nochtans inleidde voor zijn kompaan Joes Oosterlinck die evenwel stilviel. Twee dagzeges in de aansluitende Ronde van Vlaams-Brabant daarbovenop vormden de hoekstenen van zijn overstap naar Team Flanders - Baloise. 

 

2025 werd meer dan een leerjaar met dichtste ereplaatsen in Helchteren (waar Simon Dehairs won) en in de tweede rit van de Tour of Britain (Olav Kooij won). Bovenal was er zijn titel in de afvalling op het EK in Anadia (Portugal). In die hoedanigheid werd hij voor de Gentse zesdaagse gekoppeld aan de Brit Mark Stewart. Ze werden zevende in het algemeen maar focusten zich vooral op de sprintnummers (baanronde en 500 meter) waarvan Tom er een dozijn won. 


Het waren mooie stijloefeningen om 2,5 maanden later toe te slaan op de openingsdag van de Etoile de Bessèges in Bellegarde, waar Tom de onklopbaar geachte Lukáš Kubiš afgetekend over de knie legde. Met die Slovaak had Crabbe nog een eitje te pellen. Snode Lukáš had Tom in een kansrijke positie in de laatste bocht van de tweede rit der Tour of Denmark gekwakt zodat hij bijna letterlijk naar de zesde plaats terugviel. Bijna een half jaar later had dit de zoete smaak van de sportieve revanche. In die euforie zeker niet te veronachtzamen: kompaan en ontsnappingskoning Victor Vercouillie had in Bellegarde voor Tom op onnavolg-bare wijze de rode loper uitgerold. Tom had het Viktor even graag had gegund als zichzelf.