Lars VILLERS géén sant in eigen land
Het dubbele gevoel bij de ééndaagse kampioenschappen
Laat om te beginnen voor een goed begrip duidelijk zijn: ik gun hen maximaal hun titel en driekleur maar Rune Herregodts (contractrenners), Sieben Roggeman (elite 2), Duarte Marievoet Scholiers (u23), Simon Van der Voort (junioren), Maico De Cremer (nieuwelingen °2011) noch Thibault Marcelis (nieuwelingen °2010) zijn nièt de kampioenen van het seizoen 2026 maar van die ene namiddag waarop ze afdwongen dat alles in de juiste plooi viel.
Ook voor mij zijn die BK’s een magneet om bij te wonen maar hun uitkomst dikwijls sportief een sportieve aanfluiting van de maanden die eraan voorafgaan en erop volgen.
Steven Mory en zijn crew moeten zich in deze niet aangesproken voelen. Zij bezorgden Iddergem een ongekende dynamiek want dit gebeuren is inderdaad véél méér is dan een louter sportevenement.
“Het is een verhaal over erfgoed, vrijwilligerswerk, dorpsidentiteit en een gedeelde passie die generaties verbindt. Een verhaal waarin geschiedenis en wielersport samenkomen”, aldus Mory. “Iddergem of Eregem, zoals de inwoners het al generaties lang noemen, is het dorp van de Tovenaars, een bijnaam die ontstond na de grote brand van 1876, toen een verzekeringsinspecteur bewonderend uitriep dat ze in Eregem kunnen toveren. Vandaag staat dat begrip symbool voor een hechte gemeenschap die samen het onmogelijke mogelijk maakt. Diezelfde verbondenheid leeft ook in de wielersport.”
Zo horen we de zoete waarheid ook eens van iemand anders.
In Iddergem, een bloeiende deelgemeente van Denderleeuw, was het op de zomerse zondag 9 augustus niet anders. Gastrenner Lars Villers was er de gesollicteerde kampioen maar hij ontkwam niet uit de omknelling van de schaduwfavorieten die hem inderdaad als zijn … schaduw volgden.
Dat was koren op de molen van de vrijbuiters Sébastien Deprée, Jules Mathieux, Louis Meul, Tibo Redant en Thibe Vandenheede die bij het ingaan van de laatste ronde gewonnen spel leken te hebben tot laatstgenoemde pechvol wegviel, wat de slagkracht van de anderen reduceerde en de flukse aansluiting van de achtervolgers Mats Becqué, Maico De Cremer en de verrezen Lex Lambrecht inluidde. Die drie zouden het hele podium innemen en met De Cremer kreeg men de ideale alternatieve kampioen voor zijn in het peloton gegijzelde vriend Villers.
.jpg)
Maico won (sportfoto.be -> Marc Van Hecke) vlotter dan drie weken geleden de groepssprint de Wapi Classic in Escanaffles. Naderhand werd hij zesde in Dikkebus (Topcompetitie), derde in Parike en in Denderwindeke (twee drukbezette regionale koersen op geaccidenteerde trajecten). Maico heeft zijn koershart evenzeer verpand aan het veldrijden en dit BK zou één van zijn laatste wegkoersen zijn in 2026. Voortaan komt daar wel enige veranderig in, vermoed ik, maar nooit helemaal ten koste van de cyclocross.
Dat Lars Villers geen sant in eigen land werd doet niets af van zijn sprankelend sezoengeheel. Zoals Stan Jammaer bij de tweedejaars is hij van het bouwjaar 2011 nu al dé kampioen van het hele seizoen 2026 en er zal ook nog aardig wat bijkomen.