zondag 22 februari 2026

Isaac DEL TORO is nog maar de derde Mexicaan in Wielerland

 

Ook al was het op de Olympische wielerbaan van Mexico City dat Eddy Merckx op 25 oktober 1972 het werelduurrecord van Ole Ritter (10 oktober 1968) met 778 meter verbeterde, dan nog kun je Mexico allesbehalve een notoir wielerland noemen maar wat niet is kan op termijn nog komen.

 

Vanaf 2023 doemde out of the blue ene Isaac Del Toro voor wie meteen een container superlatieven werden bovengehaald. De Tour de l’Avenir was zijn ultieme tussenstap naar de beroepscategorie bij het UAE Team Emiraties, dat meteen ondervond wat voor een goudhaantje ze in huis hadden gehaald. 

 

In 2024 was hij nog zoekende maar vorig jaar verloor hij als 21-jarige pas op de voorlaatste dag de Giro aan de ouwe rot Simon Yates, die in het uitgedunde peloton kennelijk meer invloeden kon aanwenden dan zijn falende ploegleiders Fabio Baldato en Manuele Mori. Manager Mauro Gianetti had er kennelijk geen erg in, hij suste met “we hadden inderdaad beter kunnen doen” en waarbij hij in één adem verwees naar het uitvallen van Juan Ayuso en Jay Vine.

Maglia rosa Del Toro reed geïsoleerd de Finestre op. Zijn kompanen Rafal Majka, Brandon McNulty en Adam Yates waren in geen velden te bekennen terwijl in de kopgroep Wout van Aert zich de longen uit het lijf reed om zijn kopman Simon Yates aan zoveel mogelijk voorsprong te helpen. En of dat lukte: bij de finish in Sestrière waren ruim vijf minuten meer dan voldoende om Del Toro alsnog van zijn sokkel te lichten. Opmerkelijk: Isaac zelf maakte er zich niet al te druk om alsof hij zich te jong achtte om reeds een grote ronde op zijn palmares in te schrijven.

 

Dat manco werd tijdens de nazomer en herfst door Del Toro niet helemaal goedgemaakt met een reeks van zeven (!) Italiaanse overwinningen in anderhalve maand en een vijfde plaats in de door zijn kopman Tadej Pogačar voor de vijfde opeenvolgende keer gewonnen Il Lombardia.

 

Isaac Del Toro is nog maar de derde Mexicaan die zich profileert op de internationale wielerbühne. Raul Alcala deed het hem 35-40 jaar geleden voor. Hij was voor PDM een leuke subtopper, goed voor twee dagzeges en driemaal top tien in de Tour (ook twee keer in de Vuelta) plus een voltreffer in de Clasica San Sebastian 1992.  

Diens illuster voorbeeld kreeg begin deze eeuw enige navolging door Julio Alberto Pérez Cuapio die voor het bescheiden Panaria drie ritten (waarvan de eerste in 2001 zowaar op de Pordoi) won in de Giro. Het jaar daarop werden er dat twee en waaraan hij de bergprijs toevoegde maar daar bleef het bij.

 

Het ziet er ijzersterk naar uit dat de slechts 22-jarige Isaac Del Toro een copieuzer palmares zal aanleggen dan zijn twee landgenoten opgeteld. Hoe langdurig zal hij daarbij aan de zijde van Tadej Pogačar blijven? Isaacs contract loopt alvast tot eind 2029, dat van Tadej nog een jaartje meer. Pogi is dan nog maar 31 jaar en allicht nog niet opgebruikt noch verzadigd. Een contract-verbreking voor één van beiden is een utopie. Die twee zullen dus sterk omringd nog langdurig samenspannen waaruit ik vooral afleid: arme kijkcijfers!


vrijdag 20 februari 2026

 Tadej POGAčAR een bonus en UAE Team Emirates een malus voor het wielrennen

UAE behaalde vorig jaar op de uci-kalender net geen honderd overwinningen, één vijfde daarvan kwam op naam van ene Tadej PogačarFebruari 2026 is amper over halfweg of UAE topt alweer die teamranking met elf stuks terwijl de tycoon nog niet eens in actie is gekomen. Dat doet hij pas vanaf de Strade Bianche, waarvan hij na die van 2022 ook de twee vorige edities won.

Die soevereiniteit steekt de ogen uit, bij zoverre dat men er alles en nog wat bijsleurt om de integriteit ervan in twijfel te trekken. Beseft men evenwel hoe gigantisch de pakkans en hoe nòg gigantischer de bestraffing is? Dergelijk meesterschap van een collectief is op zich niet nieuw, maar wel de gradatie.

De vroegere absolutisten hadden het eigenlijk gemakkelijker om hun wetten te stellen: kleinere pelotons, minder teams, meer renners per team (soms 10 à 12) en minder betekenisvolle landen.

Nooit heeft een team een seizoen meer gedomineerd als UAE in 2025 deed. Behalve Pogačar waren ook zijn luitenanten JoãAlmeida, Juan Ayuso, Isaac Del Toro (bijna winnaar van de Giro), Jhonatan Narvaez, Marc Soler, Jay Vine, Adam Yates en last but not least Tim Wellens uitstekend aan zet. De 34-jarige Limburger reed zijn beste seizoen in jaren, werd BK en behaalde in die driekleur een dagzege in de Tour na twee in de Giro en de Vuelta.

Voor het 23-jarige woelwater Ayuso was de comfortzone niet goed genoeg. Hij won vooral al de Itzulia Basque Country 2024 en Tirreno-Adriatico 2025 maar wil over Pogačar heen nog meer zijn eigen kans gaan, wat hem zijn selectie voor de Tour kostte en waarvoor hij overstapte naar Lidl-Trek. Als hij daar maar niet van de klaver in de biezen belandt want daar zijn voor de klassementen de opkomende waarden Derek Gee-West (4de  in de Giro 2025) en Mattias Skjelmose (winnaar Tour de Suisse 2023). Het homogene UAE is deze Ayuso liever kwijt dan rijk. In de Algarve sloeg Juan al een eerste keer de bal mis door zich op Foia (Monchique) in een sprint met twee te laten vloeren door de 19-jarige Fransman Paul Seixas.

 



Behalve Wellens maken sedert 2025 nog twee Vlaamse bofkonten deel uit van deze grootmacht: Rune Herregodts (bovenste foto) en Florian Vermeersch die getalenteerd zijn maar liever één vogel in de hand hebben dan tien in de lucht, wat eigen successen niet helemaal uitsluit, dat wordt geïllustreerd door Tim Wellens.

 

Een ijzersterk team is trouwens van alle tijden maar nooit in die mate als tijdens het huidige tijdvak.

 

Vanaf de late jaren vijftig lieten vooral Jacques Anquetil en Rik Van Looy (de Rode Garde) zich omringen met de beste helpers. Eddy Merckx volgde hun voorbeeld in de late jaren zestig (Faema) en de vroege jaren zeventig (Molteni). 


 

Tien jaar later was Freddy Maertens de volgende tycoon maar vanuit een archaïsche Flandria-structuur bleef dat niet duren. 

Roger De Vlaeminck (inzonderheid Brooklyn), Bernard Hinault (Renault), Sean Kelly (Skil en PDM), Raymond Poulidor (Mercier) en Stephen Roche (Carrera) maakten zich meer waar vanuit zichzelf dan vanuit een hecht blok.

 

Manager Peter Post zwoer met TI-Raleigh en Panasonic bij een collectief met meerdere kopmannen, wat Bernard Tapie hem kortstondig nadeed met het tijdelijke trio Bernard Hinault - Laurent Fignon - Greg LeMond

 

In de jaren negentig was er de Latijnse machtsgreep met Miguel Indurain die met Banesto de Tour monopoliseerde en de Italianen met Ariostea en Gewiss-Ballan die ongeveer hetzelfde deden in de klassiekers met clandestiene kerosine als brandstof. 

 

Goed dat Patrick Lefevere er met Mapei vrijwel onberispelijk bijkwam en de ethiek herstelde. Vanaf 2003 koos hij voor een eigen uitvalsbasis met de overname van Domo - Farm Frites plus het betere restant van Mapei riep hij Quick.Step-Davitamon in het leven. Na enkele moeilijke à turbulente beginjaren was hij gedurende zowat twintig jaar met hoegenaamd niet het hoogste budget de goede maat der dingen inzake het runnen van een team tot hij in 2024, aan de vooravond van zijn 70ste verjaardag, abdiceerde. Hij was dan reeds lang de meervoudige Merckx in die sector maar kon het moeilijk helemaal loslaten. Zich moeien doet hij enkel nog op aanvraag. Ik denk dat hij er meer arbeids- en levensvreugde aan beleefde dan de financieel almachtigen, voor wie winnen evidenter was dan verliezen. The Wolfpack had en heeft meer aanhang dan het UAE Team Emirates ooit zal hebben en stuwde de kijkcijfers.

maandag 16 februari 2026

 

Ook in 2025 reden er in België minstens een stuk of vijf van het bouwjaar 2011 rapper dan Louis Meul en volgens mijn ranking zijn het er dat zelfs dubbel zoveel.

Et alors?! Louis neemt zichzelf als de maat van de dingen en weet dat hij op twee wielen in 2025 een aanzienlijke progressie heeft geboekt.

Hij kende slechts één moeilijk moment: per sinksenmaandag op de Toverheksenberg van Brakel, waar hij helemaal zoek werd gereden door zijn in optima forma verkerende medevluchter Mats Becqué. Louis incasseerde daar een klap van jewelste doch vermande zich meteen, haalde zijn mentale veerkracht boven en won op verse grinta de sprint voor de dichtste ereplaats.Hij was op slag terug van heel kort weggeweest.



Louis pakte het seizoen 2025 gerichter aan dan de twee vorige.Zelfs het winnen van de stevige openingskoers in zijn favoriete Bellegem, waar hij een volle minuut wegreed van Thibe Vandenheede, Simon Ververken, Tibo Redant, Warre De Braeckenier, Ilian Braeckevelt, ... werd niet aanzien als een voorbode van een topseizoen.

 

Meest genoegen beleefde hij aan de escapades naar la douce France: in Auriac-l'Eglise en vooral in de Tour de l'Aisne beleefde hij met zijn kompaan Ilian Braeckevelt de koerspret van zijn leven al ging die fun niet ten koste van inzet en rendement.

 

Ook in eigen land waren er beklijvende momenten.Zowel op het BKin Huldenberg als in Maarkedal deed Louis er alles aan om zich uit de voeten te maken voor snellere concullega’s maar zover is hij nog niet, al was er telkens het gevoel dat hij er almaar dichter bijkomt.

 

Het winterreces werd niet in ledigheid doorgebracht doch andermaal benut voor atletiek. 


(foto Agones Media)

Half oktober 2025 won Louis met de maats van AC Eendracht Aalst de eerste manche van de CrossCup in Berlare, een estafette waarin hij veelbetekenend de snelste tijd klokte. 

In de tweede manche eind oktober trapte iemand Louis’ spike uit in de eerste bocht. Louis werd niettemin derde op één been, pardon op één schoen en één kous maar het kostte hem wel kostbare punten in de tussenstand.

Vanaf dan was het simpel: het gashendel open en feilloos racen wat een imposante reeks voor gevolg had: Belgisch kampioen in Hulshout, Oost-Vlaams kampioen in Oudenaarde, winst na een indrukwekkende solo in de derde manche in Hannut, waardoor hij de leiding heroverde in de tussenstand. 

Als verfrissend tussendoortje veroverde hij de Belgische titel crossduatlon (3 km lopen, 7 km mountainbiken en nog eens 3 km lopen), een kolfje naar zijn benen.

Zondag 15 februari was de opdracht loud and clear: een dubbelslag slaan in Diest ofte dag- en meteen eindwinnaar worden van de CrossCup. Louis voelde zich aangesproken door het dogma ‘aanval is de beste verdediging’maakte het af in de sprint en bekroonde zo zijn droomwinter. 

 

Na een uitgesponnen seizoen is de emmer lang niet helemaal leeg. Er werd immers gedoseerd: achtmaal knallen op vijf maanden tijd. Trainer Christophe Roosen heeft behoedzaam  gewaakt over omvang en intensiteit in functie van wat volgt.

 

Om te beginnen is er zijn debuut bij de nieuwelingen als vrijbuiter van Isorex. De omschakeling van atleet naar renner wordt behoedzaam genomen. Eerst wat rusten en dan, met reeds eind januari een tweedaagse stage in Waregem als aanhef, stelsel-matig opbouwen. Verwacht Louis dus de eerste weken niet in de voorwacht van de pelotons, dat zal eerder vanaf mei zijn.

 

En wat doet Louis nu eigenlijk het liefst: lopen of koersen? Dwing hem niet tot een onomkeerbaar antwoord.

Onomkeerbaar zijn wel de vele opgebouwde vriendschappen in de koers, in de atletiek, in de triatlon, ... die pakt hij voor altijd mee. De winter van 2025-2026 is er één om en majeur in te kaderen.

Bovenal zijn er de zelfgekozen studies latijn-wiskunde, de duurzame joker waarvan het welslagen zijn mindset op de koersfiets mee bepaalt tijdens het lengen der dagen en de zomervakantie. Papa Kristof (docent en interviewer voor Sporza) en mama Charlotte (opleider lerarenopleiding) moeten hem ook in deze academische opdracht niet aanporren.

 

Last but not least is Louis een hevige supporter voor zijn drie jaar jonger zusje Juliette, dat na een respectabel aantal loopwedstrijden nu met nog meer gedrevenheid voetbalt bij de u13 van AA Gent en sowieso ook een knappe studente is.


zaterdag 14 februari 2026

 Avia-Rudyco       

de club met het geringste verloop 

kon niet eeuwig achterblijven 

inzake versterkende transfers

 

Op mijn bijdrage over de troepenshow van Avia-Rudyco is nogal wat reactie gekomen. Met de club met het geringste verloop bedoelde ik eigenlijk dat er weinig renners uit onvrede of voor lotsverbeteing deze club verlaten. Daartegenover stond dat er ook een beperkt aantal nieuwkomers uit andere clubs waren.

Verschillende mensen wezen er mij op dat het in 2025-2026 helemaal anders kwam te liggen. En inderdaad, er kwamen behoorlijk wat spraakmakende overgangen bij.


Thorben VAN DE KEER, één van de jongste nieuwkomers bij Avia-Rudyco.

Zelfs bij de aspiranten ging men shoppen en dat leidde tot de komst van onder anderen BK en EK veldrijden Seppe Ley (WAC Team), Thorben Van de Keer (AS Construct – Castaar), Yanis Zaarouri (VC 't Meetjesland Eeklo), …

 

De op zich al sterke nieuwelingenkern (Brent Biesbroeck, Lex Lambrecht, Tibo Redant, Adamou Van Bossche, …) werd opgelijst met onder anderen Thor Van Bulck (Antwerp CT Kontich), Thomas Van Dijk, (Isorex CT) …  

 

De junioren zijn opnieuw  het vlaggenschip met aan boord vooral Senne Bradi, Giel De Nul, Ian Kimpe, Warre Lambrecht, Robbe Maesschalck, Jonne Meert, Siebe Oliviers, Finn Tanghe, Daan Van Raemdonck, Kobe Vervaet, … 

Mauro Dierickx (DLS Invigo), Seppe Loquet (Van Moer CT), Emiel Osaer, (JEGG - DJR Academy), Tuur Vandevelde (Wieler-team Waregem) … werden erbij gehaald om te kunnen roteren binnen het druk binnen- en buitenlands programma. 

Dat de implementatie van de samenwerking met Soudal - Quick.Step-AG Pro CT wordt voortgezet, wordt met lede ogen aanzien door sommige clubleiders die ook in de competitie een voorbedachte entente vrezen maar ik zou zeggen: dan kennen ze Johan Molly niet die zoiets nooit zou toestaan.

Avia-Rudyco is overigens lang niet de enige club die zich aan expansiedrang bezondigt. Vooral Acrog-Tormans, Dakwerken Crabbé - Dstny, Isorex, … zijn daar al langer en uitvoeriger mee bezig. En het is, hoe weinig stichtend ook, hun goede recht, al hypothekeert het vanzelfsprekend de motivatie van de minder vermogende clubs

Het wielerlandschap is het jongste decennium grondig veranderd.


Ook de ouders die gretig op die ‘gouden’ kar springen moeten we begrijpen. Het is niet elke vader en/of moeder gegeven om voor hun telg(en) één of meer kostbare fietsen en andere zware onkosten uit eigen budget op te hoesten. En kan men zijn kind beter aanlokkelijke kansen zomaar ontzeggen? Wat als die jaren later te horen krijgen: pa, het is jouw schuld dat ik als coureur niet ben doorgebroken, zelfs als dat niet zo is. De expansiedrang van de happy few is niet zaligmakend maar voor wie er in gedijt is het de ideale weg naar de beroepscategorie, al zijn er ook nog steeds die zich langs een traditioneel traject waarmaken.


De nieuwe realiteit heeft natuurlijk ook gevolgen voor het deelnemersveld dat een hogere drempel heeft. Normaal toch dat wat betreft de junioreskoersen 2.1 en 1.1 de beste clubs prioriteit genieten op de minder gestoffeerde.

Voor de betere renners van de minder vermogende clubs zou men kunnen overgaan tot clustervorming, een selectie Vlaanderen of een provincial selectie zoals in de Guido Reybrouck Classic.

 

Ik ben een rabiaat voorstander van het (voort)bestaan van meer bescheiden clubs, waarvan sommige er misschien goed zouden aan doen hun werking volledig te focussen op u17 en u15. 

Meer koersen organiseren onder de noemer Topcompetitie (ook voor junioren!) die men beter Interprovincie zou heten.

 

Tenslotte erger ik mij dood aan het feit dat er al van bij de aspiranten afgestopt wordt om een kompaan aan de overwinning te helpen. Aan de clubleiders om die jonge tieners aan te manen mekaar bekampen om beter te worden: bumperen in plaats van pamperen.


Paul SEIXAS, het veulen dat men niet al lopende mag beslaan zoals men ook niet deed met Kévin VAUQUELIN

 

Voor wie het al wat meer mag maar (nog) niet echt is Paul Seixas, die eind september pas 20 jaar wordt.

In 2025 gooide hij vooral hoge ogen met de achtste eindplaats in het Critérium du Dauphiné, als derde in het EK en als zevende in Il Lombardia. Men haastte zich zowaar om er aan toe te voegen "maar winnen deed hij geen enkele keer", alsof dat nog altijd het enige is wat telt. Het journaille zal hem daarvoor toch niet opzadelen met extra druk? Overigens won hij de Tour de l’Avenir van de bijna één jaar minder jonge Jarno Widar.

In 2026, het altijd moeilijke jaar van de bevestiging, zal hoe dan ook (onnodig) veel van de Lyonnais verwacht worden. Hopelijk koestert Decathlon - CMA CMG hem met engelengeduld in zijn comfortzone.

In zijn voorbereiding werd hij alvast niet ontzien. Zo trok hij onder meer op hoogtestage naar de Sierra Nevada, waar hij (gezien het barre winterweer) veel trainingen op rollen moest afwerken. Nog ingrijpender is dat deze 19-jarige zijn ouders en zijn vriendin twee maanden niet meer kon knuffelen maar zelfs dat heeft hij er voor over om in de Volta ao Algarve, de Ardèche - en de Drome Classic, de Strade Bianche, de Itzulia Basque Country en de Ardense klassiekers zo hoog mogelijk te scoren. Ereplaatsen zouden daarin al heel ferm zijn.

 

Hetzelfde verwachtingspatroon werd niet zo lang geleden opgebouwd rond Romain Grégoire en Lenny Martinez uit het bouwjaar 2003. Ze stelden hoegenaamd niet teleur maar de steilste verwachtingen hebben ze al evenmin voluit ingelost. Als potentiële klassements-renners reden ze al drie grote ronden. Romain (23) werd 42ste in de Vuelta 2023, 41ste in de Tour 2024 en 34ste in de Tour 2025; Lenny (bijna 23) 24ste in de Vuelta 2023, 124ste in de Tour 2024 en 79ste in de Tour 2025 in hun eerste grote ronden. Allesbehalve spraakmakend maar hun objectief is (nog) niet gedateerd

Herinner u hoe Louison Bobet pas op zijn 28ste bij zijn zesde poging in 1953 een eerste keer de Tour won maar dat dan wel driemaal op een rij deed.

Benieuwd of men de steeds 19-jarige Seixas dit jaar al voor de leeuwen van een grote ronde gooit, ik hoop én denk van niet.



In dat verband kan men een voorbeeld nemen aan de aanpak van de verdienstelijke 25-jarige Kévin Vauquelin, die in 2024 in de Tour debuteerde met al op zijn tweede dag een ritoverwinning in Bologna (It.) en die zich vorig jaar met succes focuste op een klassement: zevende net vòòr Primož Roglič nadat hij in de Franse championnats tweede werd in de tijdrit en derde in de wegrit. Kévin (een Normandiër uit Bayeux departement Calvados) werd daarenboven tweemaal op rij tweede in La Flèche Wallonne (in 2024 na de Brit Stephen Williams en in 2025 na Tadej Pogačar). 

Eén en nog meer ander leverde hem een lucratieve overstap op naar de Ineos Grenadiers, dat hem samen met de vertwijfelde Egan Bernal als eerste klassementsrenner naar voor zal schuiven. Vauquelin maakte de voorbije drie seizoenen deel uit van het bescheiden en intussen geabdiceerde Arkéa - B&B Hotels.

 

In alle landenrankings staat la douce France prominent voorin maar het worstelt al veertig jaar (sedert Bernard Hinault in 1985) met één cruciaal gemis: het winnen van de Tour. Hopelijk voelt Paul Seixas zich niet al te zeer aangesproken om daar overhaast verandering in te brengen. Kévin Vauquelin alvast niet, diens volgend objectief zal de top vijf maar het mag altijd (zoals bij de ... keurslager) nog ietsje meer zijn.

 

18 teams met 525 renners uit 46 landen in de

World Tour 2026

met  Vlaanderen  boven

 

 maar slechts één (bij ons bekende) Zweed

 

(APT)       Alpecin - Premier Tech (B.)

(AST)       XDS Astana (Kaz.)

(TBV)       Bahrain -Victorius (Bahr.)

(DAT)       Decathlon CMA CGM (Fr.)

(TPP)        Team Picnic - PostNL (Ned.)

(EFE)        EF Education - EasyPost (V.St.)

(GFC)        Groupama - FDJ (Fr.)

(IGD)        Ineos Grenadiers (Gr.-Br.)

(LOT)        Lotto – Intermarché (B.)

(JAY)       Jayco - AIUla (Austr.)

(LTK)       Lidl - Trek (V.St.)

(MOV)      Movistar Team (Sp.)

(NSN)       NSN Cycling Team (Zwits.)

(RBH)       Red Bull - Bora - hansgrohe (D.)

(SOQ)        Soudal - Quick-Step (B.)

(UNX)       Uno-X Mobility (Noorw.)

           (TVL)        Visma - Lease a Bike (Ned.)

(UAD)       UAE Team Emirates (Emirates)

 

BelgiëFrankrijk en Italië zijn van oudsher de meest traditionele wielerlanden. Ook in het World Tour - peloton 2026 blijven zij als de Grote Drie het sterkst vertegenwoordigd met 188 renners op 525 of 36%.

 

België (lees Vlaanderen) telt daarin 76 vertegenwoordigers. Het bijna 18x grotere Frankrijk dat zijn WorldTeams naar twee zag gehalveerd worden, telt er 56, evenveel als Italia.

Nederland (45) houdt mooi stand. Groot-Brittannië (32), Spanje (29), Australia (27) en Duitsland (26) bivakkeren rond zone dertig. 



Scandinavië is het meest expansief met 59 vertegenwoordigers, uit hooguit twee landen (29 Denen, 29 Noren en zowaar 1 Zweed, zijnde Jakob Söderqvist (foto) (WK tijdrijden u23 in 2025 en die in 2023 de dit jaar hernemende Flanders Tomorrow Tour van Bert Pattyn won).

Slovenia komt aan 10 vertegenwoordigers met Matej Mohorič, Tadej Pogačar en Primož Roglič als Grote Drie plus Zak Erzen, Gal Glivar, Matevz Govekar, Luka Mezgec, Domen Novak en good old Jan Tratnik (36). Helaas is er amper opvolging. Bij de u19, de parameter van de toekomst, is Slovenia in geen velden te bekennen

Misschien is Gal Stare de hoop in aanstaande bange dagen. Hij maakt deel uit van Soudal-Quick.Step, wat al een referentie op zich is om door Johan Molly binnengehaald te worden en behaalde in De  Klijte een mooie vroege overwinning, die hij (zonder nieuwe zeges) met sporadische flitsen bevestigde op de uci-kalender. In 2026 mag én zal het héél wat méér zijn. 


vrijdag 13 februari 2026

Billie PAULY: allrounder wil zich iets meer op de weg richten

 

 

Billie Pauly (Overijse) leek gedoseerd met de diverse kalenders om te springen. Dat klopt maar behalve in het veld en op de weg scoorde hij aan de basis bovenal in het mountainbiken dat hem in 2024 zowel het PK, het VK als het BK opleverde. Allrounder kun je bezwaarlijk zijn en dat zouden er op die leeftijd nog meer mogen zijn.

 

Billie deed dat alvast cum laude.Eind mei en begin juni behaalde hij de eerste titels op de weg, het PKen vooral het VKin Liedekerke met Senne Van Geert (de aanstaande puntenkoning) als voornaamste accessiet op het podium.

Zelfs voor het tijdrijden haalt Billie de neus niet op: in Huldenberg strandde hij in zijn allereerste chronorace op één tel van het BK-podium. In Maarkedal 2026 wil hij op dat podium staan.

 


Wat hij aanpakt wil hij goed doen en dus sloot hij zijn winter 2025-2026 in het veld af met een overtuigende zege (één minuut voorsprong) in de Doendercross van Hoeilaart. Ook in deze discipline hoort hij grensoverschrijdend bij de top. Op het EK in 
Šamorín (Slowakia) werd hij tweede luttele seconden na zijn landgenoot Seppe Ley en de zondag daarop op een mindere dag vijfde in het BK te Maldegem.

 

De komende tijd geniet het mountainbiken (in de kleuren van het Vanomobil MTB Team) tijdelijke prioriteit, waarin hij zijn Belgische titel van Tessenderlo wil verdedigen en beter doen op het EK eind juli in Cheile Gradistei (Roemenië) dan vorig jaar in Jönköping (Zweden), waar hij pas negende werd omdat hij in de aanloop ziek werd.

 

Het mountainbiken zal in 2026 meer verdrongen worden door de wegkoersen met Olympia Tienen. Dennis Vanendert coacht en loodst het wel allemaal in goede banen, ook hij benadrukt de prioriteit van de studies (GO! tienerschool VONK! Hoeilaart).

 

Merkwaardig dat Billie Pauly 13 cm. korter is en zes kilo lichter dan met zijn illustere tijdgenoot Seppe Ley. Toch houden beiden er ongeveer dezelfde BodyMassIndex op na: 17,3. Maten en gewichten zijn een kwestie van verhoudingen. Het gaat hem veeleer om de kracht en de uithouding die ontwikkeld wordt vanuit de zuurstofopname. 

Zowel bij Billie als bij Seppe zit dat helemaal snor en dus zullen zij, ook qua resultaten op de weg, in 2026 korter aansluiten bij de puntenkoningen van 2025: Senne Van Geert, Thorben Van de Keer, Vince Boel, Nick Dewit, Noa Fontaine, Merlijn De Wever, … 

Hamvraag is hoeveel rek er op hen blijft zitten en hoe fris ze het koppeke houden, een optie waarbij de combinatie met waardevolle studies aardig toe kan bijdragen.


Hopelijk koersen ze in 2026 met open vizier om mekaar onderling beter te maken in plaats van mekaar voor te zijn in de uitslag, al blijft winnen de prettigste (maar futiele) bijkomstigheid. Vooral de kampioenschappen nodigen uit tot een pittige strijd: het BK tijdrijden (1 mei) en het Vlaams kampioenschap (7 juni) beide in Maarkedal, het BK (23 augustus) in Liedekerke, waaraan Billie goede herinneringen heeft.