zaterdag 20 juni 2026

Wout van AERT werd vooral door 

Chute en Crash gedwarsboomd

 

Wout van Aert naamtekende halfweg september 2024 bij Visma | Lease a Bike een contract van onbepaalde duur. Hij had er al een verbintenis lopen tot eind 2026. Het klonk als een vaste benoeming die hem de opportuniteit bood om op zijn lauweren te rusten. 

Zo steekt Wout evenwel niet in mekaar. Vorstelijk verloond worden betekende voor hem: zoveel mogelijk in de plaats stellen en zijn palmares verder uitbouwen, het liefst met een triomf in de Ronde van Vlaanderen en/of Paris-Roubaix, die hij op zijn 31ste nog lang niet wilde opgeven.

Ook het WK, waarin hij zowel in 2020 als in 2023 tweede werd, blijft een gegeerde prooi. En niet in het minst zijn loyale betaalheer aan eigen dagzeges en een volgend delirium (Jonas Vingegaard) in de Tour helpen.

 

Na een rimpelloze winter 2025-2026, opgelijst met enkele uitschieters in het veldrijden, zou dat nog haalbaarder worden. De donkerste dagen van de kalender waren hem evenwel niet gunstig gezind. Op 2 januari in de veldrit van Mol sloeg zijn noodlot een zoveelste keer toe. Wout schoof er weg in de sneeuw, plofte pardoes neer en werd met een complexe enkelbreuk opgeraapt. 

Hij moest zich vele weken gedeisd houden, haalde alsnog het Vlaamse seizoenbegin maar werd aan de vooravond van de Omloop (zoals meer anderen) ziek. Weer moest hij zijn planning herzien maar ook dat deed hij met bravoure. In de gegeven omstandigheden mochten een tiende plaats in de Strade Bianche en een bijna dagzege in Tirreno-Adriatico de smaak van de overwinning hebben. In Sanremo moest hij enkel wijken voor Tadej Pogačaren Tom Pidcock.

 

Wout was back en helemaal klaar voor april op zijn niveau. Vooral in Waregem balanceerde hij op de dunne koord tussen winnen en net niet. Hij werd in de laatste meters door Filippo Ganna geremonteerd. Vier dagen later was zijn vierde plaats in de Ronde van Vlaanderen aannemelijker. In Paris-Roubaix kon hij zich als enige bij Pogačar handhaven én te vlug af zijn op de iconische piste. Zo’n uitgelezen kans om zijn monumentaal vijfluik vol te maken krijgt de Sloveense tycoon niet gauw. Dat van Aert hem die buitenkans ontfutselde zal Tadej geeneens erg hebben gevonden.

 

Wout op zijn wolk, waarop hij helaas niet mocht blijven. In de aanloop naar de Tour Auvergne - Rhône-Alpes viel hij met de tijdritfiets hard op de rechterelleboog die infecteerde en die hem, daags na zowaar een dagzege, zowel voor het verdere verloop van het vroegere Critérium du Dauphiné als voor de Tour deed passen. 

Een zoveelste terug naar af die Wout zal trotseren voor een mooie nazomer in de Vuelta en op het WK in Montréal. Het lijkt in zijn geval almaar vanzelfsprekender maar dat is het zelfs voor de Multatuli in hem hoegenaamd niet. Ga er in gedachten maar eens in zijn plaats aan staan. Chute en Crash rijden ook dan mee en hebben het op hem, zelfs tijdens zijn trainingen, gemunt. Fingers crossed dus.

Waar zou Wout van Aert in de hierarchie gestaan hebben met een meer aanvaardbare portie brute pech? Niettemin rolt hij nu reeds, althans volgens mijn persoonlijke berekening, één van de veertig mooiste naoorlogse palmaressen uit. Hij was nochtans geen klassementsrenner en dus leverde hij zich liever uit aan een kansrijkere kompaan, in casu Jonas Vingegaard.

Ledegem-Kemmel-Ledegem mist zijn rentrée niet! 

Daan WILMSEN eyecatcher

in een knap deelnemersveld

 


Nogal wat sterkhouders in een best aardig deelnemersveld van de heropstartende Ledegem-Kemmel-Ledegem.

De meest prominente deelnemer is Daan Wilmsen die reeds maandenlang knappe uitslagen verzamelt: 2de Nokere Koerse, winnaar wegrit Guido Reybrouck Classic, 6de in de E3 Harelbeke, 9de Paris-Roubaix, 2de in de Vlaams-Brabantse Pijl, 4de in de GP André Noyelle alover de Kemmelberg in Ieper, 9de in het BK te Rollegem, … 


Daan Wilmsen wil dit beeld in Damme (sportfoto.be - Marc Van Hecke) maar graag overdoen in Ledegem, waar de spurtende groep wellicht kleiner zal zijn.

Ook in Ledegem zal de Olmenaar derhalve een voorname podiumkandidaat zijn die onverkort mag rekenen op de bijstand van zijn kompanen bij Crabbé-Dstny: Jitse Bullen, Victor Falise, Kobe Vanhoudt, Seppe Vinken en bovenal Arnaud Delimont, de Vlaams-Brabantse titelvoerder die zich eveneens onderscheidde in het tijdrijden: zevende in Borlo, vijfde in Poperinge en in BK te Maarkedal.

 

Flanders Academy rekent vooral op vice-kampioen Axel Van Dijck. Ook Sprint 2000 Charleroi, VC ’t Meetjesland Eeklo (met een gedreven Mateo De Smul), het GMS CT Glabbeek (met Sander Vansweevelt en Stan Velleman), Isorex CT, Team Kempen, de Lead Out Academy, het Sport & Steun CT (met Wiebe Kimpe, Limburgs kampioen tijdrijden), Molenspurters Meulebeke, Onder Ons Parike (met Bo Meirhaeghe), de Jonge Renners Roeselare en het Van Moer CT wentelen zich in geen favorietenrol en kunnen dus eerder verrassen dan teleurstellen.

Het mixed team Houtland-Westkust - AS Construkt Fiscosurplus en het Australische Ara Skip Capital Team (aangevoerd door Hamson Shannon, winnaar op de Torhoutse wijk Rozeveld en ei zo na ook in Kester) hopen op een inbreng in het koersverhaal.

 

Tenslotte is er de West-Vlaamse selectie waarvoor coach Patrick Huyghe een beroep deed op Thur-Emiel David (FCWB-kampioen), Aksel Decaestecker, Andres Decrock, Thor Desmedt, René Messely (PK-tijdrijden en winnaar in Zulzeke, 8ste in het BK-tijdrijden en alover de Kemmelberg 3de in de GP André Noyelle) en revelatie TuurVandevelde (winnaar in Geluveld, 3de in de Morgan Blue, 4de in het BK te Rollegem en 2de in de Muur Classic). Vooral die twee laatsten zijn op hun terrein tuk op een knalprestatie. 

 

Collectief sterk en daardoor ook individueel moeilijk te kloppen zijn de kannibalen van Francis Van Mechelen die zes verschillende nationaliteiten aanduidde: de Duitser Julian Kadrispahlic, de Litouwer Matas Kubilius, de Ier Rian McCrystal, de Australiër Fraser Oertel (winnaar in Hakendover), de Est Sebastian Suppi en Drongenaar Jannes Opstaele (winnaar in Sleidinge en Tremelo, tussendoor na Sander Willems tweede in zijn PK).

 

Er is tenslotte de Nederlander Yentl Ruijgh van het TigeRR CT. De zoon van ploegleider Rob behaalde tussen 30 mei en 13 juni vier zeges op een rij en verkeert dus in de vorm van zijn leven. Voor zijn landgenoot en kompaan Nick Koenis werd het daarentegen zesmaal net niet: eerst driemaal op rij tweede en daarna evenveel keer derde. Opmerkelijk dat Yentl en Nick uitsluitend aan zet waren in de regionale koersen maar (nog) niet in de mooiere wedstrijden.


De verblijdende remontada van 

Ledegem-Kemmel-Ledegem

 

 

De wonderen zijn de wereld kennelijk nog niet helemaal uit. Ledegem-Kemmel-Ledegem keert zowaar 18 jaar later terug op de nationale juniorenkalender. Op zondag 21 juni neemt het de datum in van de gevlogen Arend van Rekkem, dat zijn sponsoring niet meer op orde kreeg. Jelle Seys, Pieter Soete, Peter Vansteenkiste en Bert Selschotter zetten er hun gebundelde schouders onder, met de vakkundige steun van Dirk Expeel, eveneens de sterkhouder van Menen-(Kemmel)-Menen, dat dit jaar op 12 juli zelf nog eens een betere datum kreeg wars van de concurrentie der meerdaagse Sint-Martinusprijs van Kontich.

 

Velen zullen zich Ledegem-Kemmel-Ledegem herinneren als een topkoers voor 17- en 18-jarige junioren, die na een oeverloze discussie met de wielerbond ophield te bestaan vanaf 2009. 


De erelijst mag best gezien worden met deze ronkende namen als primus: Corneille Daems (1982), Tom Steels (1990), streekidool Davy Commeyne (1998), de jarige Kevin De Weert (2000), Kobe Vanoverschelde (2005) en Julien Vermote (2007). Simon Verhamme werd in 2008 de afsluitende laureaat. Henk Vogels (die zowel de Australische als de Nederlandse nationaliteit had) was in 1991 de enige winnende buitenlander.

 

Ledegem-Kemmel-Ledegem is eigenlijk nooit helemaal verdwenen uit de West-Vlaamse hoofden en al zeker niet uit die van burgemeester Bart Dochy die wist dat de topkoers enkel on hold stond. Het stond dus in de sterren geschreven dat er zich vroeg of iets later een remontada zou voltrekken. Die werd dit jaar nog niet verwacht tot de abdicatie van de Arend van Rekkem dat versnelde.

 

Het moest allemaal vlug gaan maar het werd geen vluggertje maar een kabinetstukje. 18 teams en een West-Vlaamse selectie (geleid door Patrick Huyghe) van elk zes renners garanderen een spetterend vertoon. In tegenstelling tot Menen-(Kemmel)-Menen is er, na één verkennende plaatselijke ronde, wel een doorsteek naar het Heuvelland met de Kemmelberg als het dak van de koers. Bij de terugkeer in Ledegem zijn er nog twee lokale ronden voorzien naar de nostalgische finish aan Café Sportwereld. Noblesse oblige!

 

Koken kost geld en deze organisatie is geen dagschotel maar een copieuze streekmenu van 15.000 à 20.000 euro. Logistiek en financieel zal het lokaal bestuur graag bijspringen om de continuïteit en met nostalgie te verbinden. Hopelijk is de inmiddels 80-jarige tijdgenoot van Eric Leman maar immer kwieke Frans Vandeweghe, de sterkhouder van weleer, als eregast aanwezig om samen met burgemeester Bart Dochy en Patrick Lefevere de renners op pad te sturen om 14u30.


donderdag 18 juni 2026

Enkel hun respectief palmares is voor vergelijking vatbaar …

 

Eddy MERCKX noch Tadej POGAčAR zouden van tijdvak willen wisselen

 

Eddy Merckx werkte tussen 29 april 1965 (La Flèche Wallonne) en 19 maart 1978 (Omloop van het Waasland in Kemzeke) 1800 koersen van de officële kalenders af. Tadej Pogačar komt vanaf 2019 uit op ruim 400 starts.

Eddy reed er elk jaar ruim over de honderd. Tadej komt meestal niet aan de helft. Hij behaalde in de openingsrit van de Tour de Suisse zijn 118de overwinning. Voor Eddy moeten het ongeveer 400 geweest zijn en geen 525 indien men zijn vele gewonnen criteriums en andere exhibities niet meetelt. Geen hapjes want hij was er langdurig van en naar onderweg. Zijn helpers deelden in die extra’s.

Typisch voorbeeld: Merckx telde 120 koersdagen in 1971, Pogačar hield het vijftig jaar later op 61.

Waarom deed Eddy dat zichzelf aan? Om de (eigen) brode en die van zijn helpers die niet van de minsten waren en door andere teams gesolliciteerd werden voor een betere verloning. Pogačar moet zich daar geen zorgen over maken. Geen enkel ander team kan opbieden tegen de loonbrieven die UAE uitrolt. 

 

Wie de beste van de twee is, daar wens ik mij niet uit te spreken. Dat kun je niet weten. Merckx heeft in elk geval overvloedig het meest copieuze palmares op de weg dat hij oplijstte met onder meer hét Werelduurrecord en 17 overwinningen in zesdaagsen.

Rationele Pogačar kan zijn imperium opbouwen vanuit een precieuze comfortzone. De Sloveen zal dus de laatste zijn om Merckx’ portfolio te benijden. Eddy heeft daar ten opzichte van Tadej meer reden toe: de Sloveen verdiende oneindig meer voor veel minder inspanningen. Toch kan ik mij niet voorstellen dat het competitiebeest in Merckx zou gedijd hebben in een cultuur van weinig koersdagen en meer verplichtingen (hoogestages) buiten competitie. Gulzige Eddy koerste met hart en ziel terwijl voor Tadej de derde Tourweek er almaar meer teveel aan lijkt. Die kwalijke reflex kan voor hem op termijn de voornaamste weerstand opleveren. 

 

De gewenning aan successen genereert verzadiging naarmate minder jong wordt. Niet bij Merckx, die op zijn 32-33ste na enkele heikele jaren toch nog wilde doorgaan. Pogačar zal het hem niet nadoen, hoewel hij slechts één keer zwaar ten val kwam: in Liège-Bastogne-Liège 2023 met een complexe hand- en polsbreuk voor gevolg die zijn voorbereiding op de Tour ontredderde en kansloos stelde tegen Jonas Vingegaard, die hem op 7’29” zette. Eddy incasseerde meer én zwaardere uppercuts: een levensverachtende val in Blois 1969, een slag in de lever en een kaakbeenbreuk tijdens de Tour 1975 waarin hij, om tweede te worden, ook op de barricaden bleef om Thévenets triomf te eren. Want de Tour winnen met Merckx als tweede bood voor de Fransman een gigantische meerwaarde.

 

Tadej Pogačar zou zo goed als zeker niet gedijd hebben tussen 1965 en 1975. Zou men hem toegestaan hebben om er de beste brokken (monumentale klassiekers en grote ronden) uit op te diepen zoals in het huidige tijdvak, waarin hij uit amper vijf koersen een magistrale lente opbouwde met exquise triomfen in de Strade Bianche, Milano-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen, Liège-Bastogne-Liège en ei zo na ook in Roubaix, waar hij in Wout van Aert zijn meerdere moest erkennen zoals op de slotdag van de Tour 2025.

 

In weerwil van zijn zuinige aanpak kunnen Pogačars vijf beste jaren die van Merckx alsnog naar de kroon steken. In totaliteit kan Eddy evenwel nog steeds dubbel zoveel adelbrieven voorleggen als zijn Sloveense versie voor wie er dit seizoen nog een pak kan bijkomen: een eerste eindzege in de Tour de Suisse, een vijfde triomf in de Tour, een derde regenboogtrui op rij en een zesde opeenvolgende in Il Lombardia. En zou het, al acht ik de kans klein, totaal uitgesloten zijn dat Tadej er de Vuelta (waarin hij in 2019 na drie dagzeges al derde werd) alsnog bijneemt? Let wel: zelfs in dat geval zal hij in 2026 niet eens aan zestig koersdagen komen!

 

De onzin van Thijs Zonneveld loopt almaar meer de spuigaten uit


Dat Thijs Zondervel voor zijn dikke quatsch geregeld een forum krijgt, ditmaal in de Tourspecial van Wielerrevue, is reeds langer niet meer voor rede vatbaar.

 

Daarin viseert hij het UAE Team Emirates dat al jaren het Worild Tour - peloton domineert, maar waarvan volgens hem de macht van de ploeg veel verder reikt dan enkel om sterke benen, maar bovenal om een uitgekiende strategie. Hij refereert daarbij naar confidenties van Nils Politt, die hoewel deel uitmakend van het team eerder onthullende quotes zou hebben gedaan over een (zogenaamde zwarte) lijst van renners die tijdens de koersen extra in de gaten moeten worden gehouden en absoluut geen ruimte mogen krijgen in een ontsnapping. Vraagje: wat zou daar clandestien aan zijn?!

Zondervel noemt daarbij één iemand bij naam: Matteo Jorgenson aan die het volgens hem na enkele riskante uitspraken over UAE bijzonder moeilijk heeft om opnieuw grote successen te boeken. Pro memorie: de bijna 27-jarige Amerikaan won vorig jaar én dit seizoen Paris-Nice en Dwars door Vlaanderen 2024. Het is dus niet meer dan normaal dat voor Matteo de rode loper niet uitgerold wordt in één of andere cruciale ontsnapping met eventueel een verbeterd klassement voor gevolg? Overigens zou Matteo niet de enige geviseerde zijn, ook andere concurrenten mogen zich daarmee vereerd voelen. Wedden dat onder anderen ook Remco Evenepoel, Felix Gall, Florian Lipowitz, Tom Pidcock, Paul Seixas, Mattias Skjelmose, Jonas Vingegaard, … op die lijst figureren. Of hoe anders dacht je dat Pogačar en zijn gevolg de koers konden winnen indien ze concurrenten van formaat zomaar de vlucht vooruit laten nemen?

Zondervel laakt ook de collectieve sterkte van UAE Team Emirates-XRG die allesbepalend is, zelfs welke concurrenten in Tadejs plaats mogen winnen. Dat zijn er dit seizoen alvast amper twee geweest: Wout van Aert in Paris-Roubaix, Dorian Godon in de ultrakorte proloog en in de derde rit van de Tour de Romandie. Tadej won tien van de dertien koersen waarin hij dit seizoen aanzette en de drie die hij niet won waren alvast geen presentjes voor Wout noch Dorian.

woensdag 17 juni 2026

Als REMCO geen ambities meer mag hebben voor een spraakmakend klassement in de Tour, wie (behalve Tadej Pogačar en Jonas Vingegaard) dan nog wel?!


Remco Evenepoel won, opgelijst met vijf dagzeges, de Vuelta 2022. In zijn eerste Tour in 2024 werd hij derde na Tadej Pogačar en Jonas Vingegaard. Vorig jaar gooide hij totaal ontmoedigd en toch voortvarend de handdoek na un jour sans in de Pyreneeën. Hij stond op dat moment derde in de tussenstand en had nog veel meubelen kunnen redden: een top vijf à tien, opgelijst met enkele dagzeges zoals hij realiseerde in de Vuelta 2023 na het loslaten van het tijdklassement.

Remco werd op basis van zijn abdicatie afgerekend dat hij de Tour beter uit zijn hoofd zou zetten om zich vol te focussen op de grote ééndagskoersen. Als Remco al geen ambities meer mag hebben voor een spraakmakend klassement in de Tour, wie dan nog wel?!

Dan mag de Tour enkel gereden worden met Tadej Pogačar, Jonas Vingegaard en eventueel de bijna 20-jarige Paul Seixas, als die deze zomer niet meteen van zijn wolk dondert, hopelijk niet (zoals hem letterlijk overkwam in de Tour Auvergne - Rhône-Alpes, beter bekend als het Critérium du Dauphiné).

Bij één en ander moet ik ook terugdenken aan Louison Bobet, die op zijn 28ste de Tour vanaf 1953 driemaal op een rij won na vijf (!) vergeefse pogingen. Dit kan ook het verhaal worden van de 26-jarige Remco, die de Tour minder nodig heeft dan de illustere Bretoen die na zijn carrière enkele jaren in Knokke bivakkeerde.

Het is cru om te zeggen maar de Tour heeft Evenepoel meer nodig dan Evenepoel de Tour. Remco kan de voorspelbaarheid van Tour 2026 (een duel Pogačar-Vingegaard) verstoren en inzake visibiliteit zal hij zeker niet hun mindere zijn.  

Waarom zou hij zijn ambities op een spraakmakend klassement opgeven? Wat zou er mis zijn aan een vierde plaats of een diepere top tien, in combinatie met meerdere dagzeges? Staat hij, zoals twee jaar geleden, op het podium: des te beter!

Deel uitmakend van RedBull-BORA-hansgrohe is Evenepoel op papier beter omringd dan voorheen, al moet dat in praktijk nog altijd blijken. Zelfs in het beste geval kunnen Remco en de zijnen in geen geval op tegen de machtsblokken van het UAE Team Emirates - XRG en Visma - Lease a Bike (al zal het ontbreken van Wout van Aert een enorme aderlating zijn).

Remco is ook wijselijk gematigder geworden in zijn prognoses: het eindpodium na enkele dagzeges met naast de tijdrit ook één of meer etappes in lijn. Dat zou al heel wat zijn maar Remco zal onverkort streven naar nòg méér, wat hij ook zàl afdwingen.

Het is hier al herhaaldelijk vermeld maar Remco zou, zijnde meer allrounder dan gevleugelde klimmer, zijn seizoen moeten indelen zoals indertijd Rik Van Looy en Sean Kelly (én zoals Roger De Vlaeminck met de Giro in de plaats van de Tour) dat deden, wat voor Remco aangaande de Tour niets zou uitsluiten.

Evenepoel had trouwens in een gunstiger tijdvak kunnen belanden dan in deze jaren 20, waarin Vingegaard en Pogačar de soevereine heersers zijn in de Tour. Ga er maar eens aan staan om hen van hun sokkel te stoten. Op hun 29ste respectievelijk 27ste bevinden zij zich nog steeds in hun sterkste jaren.

Het siert Remco dat hij de gigantische uitdaging toch aanging om met die tyconen in de clinch te gaan. Hij had het zich veel gemakkelijker kunnen maken maar de eenvoudigste optie was niet aan hem besteed, anders was hij in de meer comfortabele zone van het voetbal gebleven.

Hij koos liever onbevangen voor avontuurlijke beléving en vooral daarom verdient hij maximaal respect. Het zal dan maar zo zijn indien hij de Tour tenslotte niet gewonnen heeft zoals wel vooral de dubbele Olympische titel in Paris 2024, vier WK’s, de Vuelta, de Amstel Gold Race, Liège-Bastogne-Liège (2), negen dagzeges in de grote ronden, … En wie weet wat er nog allemaal bijkomt.

En dus kan hij zich een grote droom veroorloven, zelfs al blijkt het tenslotte een illusie. Het zal er dan één zijn met een dikke gouden rand en een zware voetafdruk op de fragmentale gebeurtenissen.

 

dinsdag 16 juni 2026

Voor Finn DE BACKER mogen 

de wegkoersen wat lastiger zijn

 

Finn De Backer (foto’s Hannes) mag apetrots terugblikken op een uitmuntende lente. Dat hij ‘slechts’ tweemaal won doet daar niets van af want zijn recital aan dichte ereplaatsen maakt dat dubbel en dik goed.



Finn eindigde niet buiten de eerste vier en meestal op het podium. Het scheelde maar weinig of hij had in het glooiende Ronse de beide Oost-Vlaamse titels te pakken. Die van de tijdrit gunde hij graag aan Juul Audooren, in de wegrit was het net omgekeerd.  

In de Driedaagse van Limburg zat Finn gebeiteld op de derde plaats en als slotakkoord was er een precieuze vierde plaats in het pittige Vlaams kampioenschap in Maarkedal.

Zijn openingszege op 10 mei in het Waalse Grandmetz (na drie opeenvolgende tweede plaatsen) was er ook geen met minwaarde. Toch is winnen (nog) niet aan hem besteed maar dat doet niets af van zijn verdiensten. Met zijn 38 kg verdeeld over 1,56 m rijdt Finn er vrijwel het hele seizoen als 11-jarige tussen want hij is pas jarig op 16 september. 

 


Als kersverse 12-jarige zal hij ook in het veldrijden overwegend te maken krijgen met 13-jarigen maar dat schrikt hem geenszins af. Op het terrein zijn er voor hem meer stroken die behendigheid vergen om het beoogde resultaat af te dwingen. Op de weg kreeg hij enkel in Ronse en Maarkedal te maken met zijn favoriete hellingen en tijdritten. 

Om zijn sportieve trilogie vol te maken voetbalt Finn ook nog bij SK Berlare.

 

Toch is Finn vooral een adept van de koers met zowaar een stamboom. Papa Koen koerste ook maar won geen enkele keer in schril contrast met zijn broer Willy die globaal ruim honderd zegestreepjes achter zijn naam kreeg. Finn woont in het koersgekke Zele, een locatie die in de loop der tijden een resem renners en organisaties voortbracht.

Finn is evenwel, en gelukkig maar, geen jonge sportidioot want na het VK in Maarkedal laste hij, in overleg met de papa, een sportieve pauze van enkele weken in om zich, zelfs al zit hij nog maar in het zesde leerjaar, wat meer te focussen op zijn ontluikende studies.

 

Er is ook zijn jongere broer laatstejaarminiem Ibe, die speelser door zijn jonge leven stapt maar met een inspirerende grote(re) broer in de buurt kan dat snel veranderen.