woensdag 27 januari 2021

  Franse uitvinding voor de ... Lage Landen

De (voor)geschiedenis 

van het WK veldrijden

 

Het WK veldrijden mag best als een Franse uitvinding aanzien worden. Vanaf 1924 was er Le Critérium International de cross-country op een steevaste locatie in de buurt van Parijs, die vijftien (viermaal Robert Oubron) van de twintig keren door een Fransman gewonnen werd maar de Vlamingen Henri Moerenhout, Sylveer Maes en Maurice Seynaeve (2x) wurmden er zich tussen. Ook Jean Robic zag er, in het jaar dat hij de eerste naoorlogse Tour zou winnen, een opportuniteit in die ene keer dat het in Luxembourg werd georganiseerd.

De Parisien Achille Joinard was in die dagen de voorzitter van de UCI en zijn profileringsdrang lijstte Le Critérium International op tot Le Championnat du Monde, toen al een zwaar opgeklopte titel. Niet topfavoriet Roger Rondeaux, die de twee laatste edities van het officieuze WK had gewonnen, maar wel Jean Robic veroverde, hoewel hij spurtte als een verroest strijkijzer, de eerste regenboogtrui. Voor de perceptie was het beter dat een ex-Tourwinnaar de erelijst opende. 

Voor Rondeaux was uitgesteld niet verloren want de volgende jaren scoorde hij een loepzuivere hattrick, waarna hij werd afgelost door de nòg straffere André Dufraisse die vijf(!)maal op een rij won en die als het God belieft op 30 juni zijn 95ste verjaardag viert.

De Italiaan Renato Longo brak begin 1959 de Franse ban met de Duitser Rolf Wolfshohl als meest geduchte concurrent. Die twee zouden de vroege jaren zestig helemaal naar hun pedalen zetten. Renato haalde het met 5-3 van Rolf, die ook als wegrenner hoog scoorde en toch als de standvastigste veldrijder uit de WK-historie mag aanzien worden.

Het was een verademing dat begin 1966 in het Spaanse Beasain de amper 21-jarige Erik De Vlaeminck het tweelandentornooi doorbrak. Toch moest hij het jaar daarop tijdens een totale offday in Zürich wijken voor het ultieme kunstje van de Italiaanse grootmeester. Erik werd er als titelverdediger pas vijfde op bijna twààlf minuten. Néén, de Eeklonaar was er niet te vroeg aan begonnen want hij triomfeerde de volgende zes jaar. Indien hij zichzelf meer in de hand had kunnen houden dan zouden minstens tien regenboogtruien zijn deel zijn geworden. Erik werd in 1974 afgelost door Albert Van Damme en in 1975 door zijn broer Roger.

Vanaf 1976 werd Albert Zweifel de volgende seriedoder. Na zijn vierde opeenvolgende titel in 1979 was het zeven jaar wachten op de vijfde. Vooral Roland Liboton wurmde er zich met vier titels in vijf jaar tussen. Danny De Bie (1989) en Paul Herygers (1994) waren meer dan one hit wonders. Adrie van der Poel moest vanaf 1988 vier opeenvolgende dichtste ereplaatsen (telkens na een andere overwinnaar) voor lief nemen vooraleer hij in Montreuil 1996 eindelijk triomfeerde. 

De vroege jaren negentig waren die van de éénmalige winnaars als het voorspel van de Vlaamse hegemonie vanaf 1998 met vooral Mario De Clercq, Erwin Vervecken en Bart Wellens. Zij werden globaal ruim overstegen door Sven Nys, die slechts twee titels behaalde omdat hij de hele herfst én winter in het rood crosste en koos voor de zekerheid van lonende eindzeges in de Wereldbeker (7), de Superprestige (13) en de Gva/BPB Trofee (9) in plaats van te pieken naar de onzekerheid van de regenboogtrui, die zijn commerciële waarde niet verder zou opvoeren. Eén en ander promoveert de kanniBaal de grootste verdiener van het veldrijden ooit.

Zdenek Stybar schoof er als enige vreemde eend in de bijt tussen. Vooral hij hield Sven Nys van meerdere wereldtitels. In Hoogerheide 2014 deed hij dat aan het eind van een winter, waarin hij slechts een handvol veldritten reed. 

Behalve de naar Essen ingeweken Tsjech waren het enkel Nederlanders die het Vlaamse monopolie verstoorden: Richard Groenendaal in 2000, Lars Boom in 2008 en de jongste jaren Mathieu van der Poel, die op Wout Van Aert 1-3 achterkwam maar de twee vorige keren heeft gelijkgesteld. Komende zondag is er de belle in Oostende.

Zonder Mathieu zou het Vlaamse overmacht stuitend zijn geweest. In Koksijde 2012 bezetten de Vlamingen de eerste zeven plaatsen van de uitslagen. Ook in Bogense 2019 en in Dübendrof 2020 haalden zeven Vlaamse veldrijders de top tien, straks zal het in Oostende niet anders zijn.

In deze context is het begrip kampioenschap van de wereld misplaatst. Kampioenschap van de Lage Landen of exacter ‘open’ (want de jonge Brit Tom Pidcock zal hoog in de uitslag staan) kampioenschap van de Lage Landen zou past beter als vlag die deze lading afdekt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten