maandag 10 april 2023

De Keizer van de Lente 2023 …

 

Mathieu van der POEL: 

briljante momenten werden 

met regelmaat opgelijst

 

 

Hoe dikwijls heb ik van Mathieu van der Poel beweerd dat hij on-klop-baar is wanneer hem een superdag te beurt valt. Dan kunnen zelfs Filippo Ganna, Tadej Pogačar en Wout van Aert met hun samenspannende drietjes niet tegen hem op, zoals in Milano-Sanremo bleek. 

In de Ronde van Vlaanderen sloeg Tadej met een uppercut terug op de Oude Kwaremont. Wout had dat gedaan kunnen krijgen in Paris-Roubaix en zonder eigen brute pech (na het hem ontvallen van Christophe Laporte en Dylan van Baarle) had hij op Mathieu, die op Jasper Philipsen en Gianni Vermeersch kon terugvallen, allicht geklopt.


Eddy Merckx is de enige die het in de eerste drie monumentale klassiekers ooit even goed deed als Mathieu: eerst Milano-Sanremo en vervolgens de Ronde van Vlaanderen winnen en daarna tweede worden in Paris-Roubaix. Eddy deed het in 1969 én 1975 en liet er telkens een zege in Liège-Bastogne-Liège op volgen. Mathieu kan La Doyenne eveneens aan want in 2020 werd hij zesde en zelfs voor de Giro di Lombardia haalde hij dat jaar de neus niet op, hij werd daarin tiende. 

Begrijpelijk maar jammer dat Mathieu van der Poel en Wout van Aert er Liège-Bastogne-Liège niet bijnemen. Ze zouden er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kansloos geweest zijn tegen Tadej Pogačar en Remco Evenepoel. Navenant hun verworven status kunnen zelfs een dichte ereplaats Mathieu noch Wout nog bekoren. Naar de Tour toe liever de spaar- en rustmodus opzetten.


Mathieu van der Poel is ontegensprekelijk de Keizer van de lente 2023. Hij werd ook nog tweede in de E3 Harelbeke en was de assistkoning van Jasper Philipsen in Tirreno-Adriatico en in de Scheldeprijs.

Zijn pad niet uitsluitend over rozen. Bij zijn debuut in de Tour 2021 had hij nochtans de Mûr-de-Bretagne op spraakmakende wijze bedwongen maar tijdens de aansluitende Olympische mountainbike race in Tokyo maakte hij een vreselijke smak die zijn rug onomkeerbaar leek verzwakt te hebben. In de door Covid-19 zes maanden verlate Paris-Roubaix ontglipte hem een wenkende kans op één van zijn meest begeerde triomfen. Toen tijdens de aansluitende winter in het veld zijn rug weer ongenadig opspeelde, leken zijn mooiste koersdagen al op zijn 27ste geteld. Vooral de Tour 2022 werd een pijnlijke afgang. Hij kon zich enkel herpakken in Geraardsbergen, Izegem en de GP de Wallonie, allemaal koersen van beperkte duur die geen comeback garandeerden. Dat deden des te meer zijn vijftien veldritten vanaf eind november, waarvan hij er zeven won en viermaal tweede werd en zich bovenal (in eigen Hoogerheide!) een vijfde regenboogtrui toeëigende.

Mathieu stond op, en hoé?! Enkel zijn die-hards hielden het voor mogelijk dat het zo’n hoge vlucht zou nemen. Zijn concurrenten boffen dat hij niet alle genen van papi Poupou in zich draagt of hij was nog een klassementsrenner ook. De explosiviteit die hij langs vaders kant meekreeg is hem minstens evenveel waard want die kan hij in alle seizoenen uitspelen met als bijsluiter dat 2023 nog niet eens halfweg is.

 

zondag 9 april 2023

Daan STEVENS is fit  

 terug van weggeweest 

 

 

Op de dag dat ik mij afvroeg wat er met de compleet weggedeemsterde Daan aan de hand kon zijn, antwoordde hij ’s namiddags met de pedalen in Wevelgem (waar hij vorig jaar al derde werd), waar hij gisteren 174 concurrenten aan ruim 45 km./u. het nakijken gaf.


 Daan STEVENS haalde het in Wevelgem soeverein van zes medevluchters. 

Daan was een jaar geleden een onverwachte uitblinker tijdens de vroege lente. Hij won op de eerste zondag van maart in Zepperen en versierde het weekend daarop een West-Vlaamse dubbelslag in Meulebeke en Ichtegem.  

Daarna verliep het heel wat stroever en lieten de volgende overwinningen in Kotem (29 mei) en Schuiferskapelle (17 juli) langdurig op zich wachten.

“Ik sukkelde met de rug (beginnen van hernia) en moest er bij een specialist in Veurne zelfs drie infiltraties voor ondergaan”, zucht Daan die dus soelaas vond in de Westhoek, op een slordige 200 km. van zijn woonplaats Balen.

“Mijn vriendin is van Koksijde en zette mij op het juiste medische spoor. Die relatie verklaart ook hoe het komt dat ik vorig jaar vier van mijn vijf overwinningen in West-Vlaanderen won en gisteren ook in Wevelgem.”

Deze overwinning was géén aangekondigde kroniek. In Zepperen en Haringe was hij nog net bij de eerste honderd geëindigd, in Mol-Sluis werd hij 39ste. 

“Ik passeerde net als in 2021-2022 (toen een knie opspeelde) weer geen rimpelloze winter”, weet Daan. “Op tweede kerstdag 2022 ging ik met een hond nogal wild stoeien, kwam zwaar ten val, liep een complexe sleutelbeenbreuk op en kon gedurende een drietal weken geen fiets op zodat 2023 in mineur begon en mijn seizoenbegin compleet de mist inging maar niet mijn geloof in eigen kunnen. Dat hoop ik de eerstvolgende weken tebevestigen met vooral de interclub van Affligem op 23 april als doelwit.”


Daan vertoeft almaar minder in Balen, waarvan hij zich nog meer losmaakte aangezien hij er niet langer deel uitmaakt van Acrog-Tormans, dat zich nog aan uitsluitend tieners wijdt. Hij stapte over naar het Hubo CT, geen gigant onder de clubs waar niettemin alles perfect geregeld is en waar hij zich dus in een comfortzone koestert. 

Daan (°10 mei 2002) is inmiddels aan de tweede helft van zijn termijn als u23 begonnen.

“Mijn ambities zijn intact gebleven maar mijn realisme is toegenomen. Ik droom nog steeds van de beroepscategorie maar besef heel goed dat dit bijna een mission impossible is. Dromen is evenwel niet verboden. Ik werk halftijds in een labo in Tessenderlo en heb het daar best naar mijn zin.”

zaterdag 8 april 2023

Begrijpe wie kan …

Koersende tieners hebben een vrije paaszaterdag


Vandaag staat er op het hele Belgische grondgebied geen enkele koers voor junioren (de internationale Ster van Zuid-Limburg niet te na gesproken) noch voor nieuwelingen geprogrammeerd.

Vooral voor het liefelijke Geluveld met zijn dot van een helling naar de finish is dit een gemiste kans op een maximale bezetting met veel kwaliteit. Ze organiseren volgende zaterdag en krijgen dan bij de junioren te maken met de concurrentie van Tombroek Koerse, een nationale interclub in Rollegem, en in mindere mate van Hakendover (nabij Tienen). Bij de nieuwelingen delen ze de kalenderdag enkel met Burst, een deelgemeente van Erpe-Mere.

Vorig jaar was ik voor het eerst aanwezig op de koersen in de deelgemeente van Zonnebeke. Het werd een voltreffer met 68 nieuwelingen en Siebe (zoon van Peter) Bauwens (de sterkhouder van Tarteletto-Isorex) als winnaar en met 105 junioren en Maurits (jongste zoon van Peter) Van Petegem als winnaar.

Volgende zaterdag zullen er allicht niet minder deelnemers zijn maar de overgebleven volgers van het jeugdwielrennen (onder wie mezelf) zullen moeten kiezen tussen Rollegem en Geluveld, ze allebei kunnen bijwonen was nòg leuker geweest.

Toch een onverkort bravo voor Geluveld, dat er met nog geen tweeduizend inwoners ook een voetbalploeg in tweede provinciale a op nahoudt. Of waarin een kleine locatie groot kan zijn ...

Jonas VOLKAERT andermaal

op zijn paasbest in deze periode


Als aspirant was het meer kruipen dan vooruitkomen. Als nieuweling en als junior waren een sporadische top tien en nog zeldzamere top vijf zijn hoogste goed. Bij de u23 kondigden zich dus moeilijke tijden aan maar Jonas hield vol en verbeterde traag maar gestaag. 



Een derde plaats (na Tom Timmermans en Benjamin Verraes) in de kleine Scheldeprijs 2019 was een opsteker van jewelste maar die ene zwaluw maakte ook zijn lente niet. Het uitgeholde Covid-jaar 2020 was hoegenaamd niet aan hem besteed. In 2021 zette hij met zijn trainer Wim De Wolf mooie stappen en op 26 juni beleefde hij in Berlare zijn D-day met een allereerste overwinning. 

In 2022 evolueerde het van goed naar beter met winst op paaszaterdag in Wevelgem, waar hij een resem vaste waarden achter zich hield. Ook in de meeste andere koersen kwam hij voor de mooie prijzen in aanmerking, zelfs in de interclubs met ei zo na een zege in de openingsrit der Ronde van Vlaams-Brabant maar Jens Bouts was hem in Huldenberg te vlug af. In de herfst breide Jonas er nog een mooi epiloog aan met late overwinningen in Lichtervelde en in Petegem. Eén en ander voerde hem in de betrouwbare ranking van firstcycling.com naar een knappe 17de plaats.

Een feilloze winter 2022-2023 wierp al meteen zijn vruchten af in maart met dichte ereplaatsen in Lierde (3de), Ichtegem (4de) en Slypskapelle (2de) stuk voor stuk koersen met om en bij de 150 starters. En indien daar nu eens overwinning bij aansloot?! En ja hoor, die viel hem te beurt op Witte Donderdag in Bellegem zodat zijn vroege lente nu al geslaagd is wat niet uitsluit dat er nog wat bijkomt. Zo verdedigt hij op paaszaterdag zijn titel in Wevelgem en maandag start hij in Nieuwkerken-Waas.

Jonas is nuchter genoeg om zich niets wijs te maken aangaande zijn toekomst als wielrenner: een vaste waarde worden bij de elite 2, waarvan hij (°15 december 1999) als één van de jongsten deel uitmaakt. De trouwe pion van VDM-Trawobo heeft het ook in zijn dagdagelijks bestaan helemaal naar zijn zin. Als bouwkundig tekenaar liep hij stage bij Danilith en hij is daar graag gebleven. Bij de hoofdsponsor van Nokere Koerse geniet hij immers nogal wat faciliteiten om zijn hobby à sa carte uit te oefenen. Meer moet dat niet zijn om zielsgelukkig in het leven te staan.

vrijdag 7 april 2023

Geen drie die de Helse kasseien beter vertéren als Sep VANMARCKE


Sep Vanmarcke is de Landa van de ééndagskoersen en nog minder een winnaar in het algemeen (slechts tien keer op de uci-kalender). 

De quote "Winning isn’t everything; it's the only thing" klinkt Sep dan ook als satanische muziek in de oren.



Indien die op waarheid zou berusten dan moest Sep allang gestopt zijn met koersen. Niet dus, hij is integendeel een gerespecteerd als een Landa met een goed karakter en bovenal een goedbetaalde coureur met een status die hij op energieke wijze heeft afgedwongen.

De Vlaamse voorjaarskoersen (annex Paris-Roubaix) vormen zijn uitgesproken wingebied. Hij heeft er amper één kanjer van gewonnen: de Omloop al in 2012, waarin hij het in een spurt met drie vrij verrassend haalde van Tom Boonen en Juan Antonio Flecha nog wel. In die Vlaamse openingskoers zou hij ook driemaal (2017, 2018 en 2021) uitkomen op de vermaledijde derde plaats.

Het kondigde zich nochtans totaal anders aan want al in 2010 op zijn 21ste werd hij (na Bernhard Eisel) al tweede in Gent-Wevelgem, een dichtste ereplaats die hij in 2016 (na Peter Sagan) herhaalde en dit jaar werd hij derde.

Bovenal werd Sep tweede in Paris-Roubaix 2013 met het geringste verschil na de meer uitgekookte Fabian Cancellara. Dat was zijn pijnlijkste ‘net niet’, een triomf had zijn portfolio een andere perceptie kunnen toedienen. In de Ronde van Vlaanderen overkwam hem ongeveer net hetzelfde: derde in 2014 en in 2016. En in Paris-Roubaix werd hij nog driemaal vierde en éénmaal zesde.

In de E3 Harelbeke geraakte hij (nog) niet op het podium want zesmaal gestrand tussen de vierde en de achtste plaats.

Dat hij met de Bretagne Classic 2019 nog een manche van de World Tour won, dat zijn de meesten onder ons allicht al vergeten.


De Tour de France dan. Sep zal wel vrijwel elk jaar gepreveld hebben: Heer, laat deze kelk aub aan mij voorbijgaan! Die clementie was hem tussen 2013 en 2018 vijfmaal ontzegd maar hij ledigde die kelk telkens tot op de bittere bodem. In de 105 daguitslagen haalde hij amper vijfmaal nog net de top tien. Na 2018 had men begrepen dat hij daar bitter weinig te zoeken had en al zeker niet tijdens zijn annus horribilis 2022 na een door pech uitgehold voorseizoen met een achtste plaats in de Marcel Kint Classic als enig noemenswaardig resultaat. De eerredder kwam er pas begin september (drie jaar na de Bretagne Classic) in de eerste Maryland Classic (V.St.).


Sep snijdt zondag al voor de tiende keer Paris-Roubaix aan, waarin hij tien jaar geleden heel dicht bij een naamplaatje in de douches kwam. Nòg dichter zou er pal bovenop zijn maar dat zal voor deze beslagen dertiger wel niet meer lukken, al weet je maar nooit, vraag het maar aan Pino Cerami en Mathew Hayman die daar op hun 38ste in 1960 respectievelijk 2016 er alsnog in slaagden. Aan zijn techniek zal het alvast niet liggen want volgens zijn collega's zijn er geen drie die met de Helse kasseien van Noord-Frankrijk beter overweg kunnen.


Mikel LANDA: ronderenner 

die géén klassementen wint


Weer ‘net niet’ gisteren in Santurtzi en dus al evenmin een sant in eigen (Basken)land voor de reeds 33-jarige kopman van Bahrain-Victorious, een uitmuntende klassementsrenner die evenwel (behalve in Burgos 2017 en 2021) geen klassementen wint, sporadisch dagzeges behaald maar des te meer grossiert in dichte ereplaatsen. 

Mikel totaliseert niet meer dan 16 overwinningen, gelijkmatig verdeeld over Spanje en Italië. Bij hem moet je dus niet afkomen met de quote “winning isn’t everything; it's the only thing”, je zou ervan lusten indien je dat riskeerde.

Met zijn algemene staat van verdienste zal hij ongetwijfeld tot de grootverdieners van het huidige peloton behoren. 

In de Giro bezette hij de laagste trede van het eindpodium in 2015 (opgelijst met twee dagzeges op rij en op zijn 24ste meteen derde na Alberto Contador en Fabio Aru) en in 2022, in 2019 werd hij ook nog vierde. In 2017 behaalde hij een derde dagzege en won hij de bergprijs.

In de Tour moet hij het nog zonder dagzeges stellen maar vanaf 2017 eindigde hij opeenvolgend vierde, zevende, zesde en opnieuw vierde (hoewel in dienst van primus Chris Froome op één seconde van het podium). Dit jaar zou hij na twee sabbatzomers op le grand boucle terugkeren.

De Vuelta reed hij, wars van klassementsambities, eveneens zes keer met een dagzege in 2015 als mooiste moment. 2021 werd een nihiljaar met een opgave in zowel de Giro (vol ingereden op een verkeerseiland) als in de Vuelta.

(perempic@rchief - foto Merida)

Als notoir klassementsrenner profileerde hij zich tweemaal in de monumentale klassiekers: met een zevende plaats in Liège-Bastogne-Liège 2019 en vooral met een derde (na Tadej Pogačar en Enric Mas) in de Giro di Lombardia.  

Mikel Landa is niet bepaald de gemakkelijkste jongen van het peloton. Hij verkaste vijfmaal van team omdat hij zich volgens zijn status niet genoeg gewaardeerd achtte. Bij Astana kon hij moeilijk door één deur met Fabio Aru, bij Team Sky niet met Chris Froome, bij Movistar niet met Alejandro Valverde; nochtans brothers in arms die hem ruim overstegen, zo ook Damiano Caruso bij Bahrain, waar eind dit jaar Landa's vierjarig contract afloopt. Tegen dan is hij 34 jaar en is het weinig waarschijnlijk dat het aan dezelfde lucratieve voorwaarden zal verlengd worden, al zitten ze bij Bahrain-Victorious niet verlegen om gedateerde sterkhouders: Damiano Caruso, de tweede van de Giro 2021, is nog twee jaar ouder en diens zesjarig contract loopt pas in 2024 af.

donderdag 6 april 2023

Wat moet Daniel ÅRNES nog meer doen voor 'n kans als contractrenner bij UNO-X?

 

De Noor Daniel Årnes heeft in Bredene zijn vijfde seizoenszege in één maand behaald. Hij reed op vijf ronden (van 7 km.) met zijn zeven jaar oudere landgenoot Kristoffer Skjerping  weg uit een ijlend peloton en hield tegen de verwachtingen in mooi stand.


Daniel Årnes haalt het in Bredene van zijn landgenoot Kristoffer Skjerping.

Daniel zet zijn strooptocht vandaag voort in Bellegem, zaterdag in Wevelgem en maandag in Moorslede-Vierkaven. Daarna verlaat hij zijn bivak in Brakel en weet nog niet of hij daarna nog naar Vlaanderen terugkeert.  

Hamvraag is wat Årnes nog meer moet doen voor een kans als contractrenner. Met het logo van Uno-X op de broek van zijn club Kristiansands is het logisch te denken dat daar een plaatsje voor hem wordt warmgehouden. Daniel ontkent dat, zeggende dat zijn shitjaar 2022 hem daar nog altijd parten speelt voor een overstap naar de beroepscategorie.


De Rappe Sprinters werden in hemels voorjaarsweer op een joekel van een elite 2 koers getrakteerd: 152 deelnemers met de nodige kwaliteit. Er werd constant laaggevlogen met een moyenne van bijna 46 km./u. voor gevolg. Steven Buyse zal er geen spijt van hebben dat hij hemel en aarde bewoog om deze koers na enkele sabbatjaren weer doorgang te doen vinden. Hij pronkte dan ook in zijn Hippo 12 rechtmatig met de winnaar en is ervan overtuigd dat deze jongen kortelings prof wordt. 

Steven zelf, die op 1 januari de Bredense schepen van sport wordt, blijft nauw verbonden met de wielrennerij. Hij stichtte eerst voor wijlen Frank Vandenbroucke en daarna voor Peter Sagan een bloeiende supportersclub. Nu heeft hij met Milan (de kleinzoon van Bredenaar Jean-Pierre) Fretin oog voor meer lokale verbondenheid maar voor 2024 houdt hij ook nog een groot plan in petto.


Bredene Koerse kreeg ook nog een epiloog met een medische controle door de Vlaamse Gemeenschap. Dat was lang geleden en daarvoor werden niet minder dan zes personen ingeschakeld. Enkele mindere goden waren daar blij mee, waarmee zij insinueren dat er in hun peloton aan verschillende snelheden wordt gekoerst. De eerste zes van de uitslag werden met zachte dwang uitgenodigd in het Staf Versluys Center. Ook ik ontkom niet aan de indruk dat dit een gerichte onderneming was. Het wordt dus met enige spanning uitzien naar de resultaten van de analyses.