woensdag 4 maart 2026

 Cycling Vlaanderen te beroerd én te hardvochtig om dat aan te kondigen ... 

Zaterdag 7 maart kan de jeugd koersen in Wallonië


Volgens de kalender van Cycling Vlaanderen is zaterdag 7 maart 2026, wat betreft de weg, een koersvrije dag.

Betekent het dat onze renners naar het buitenland moeten om zich op die zonovergoten dag te bewijzen?

Toch niet want in Villers-le-Temple staan er onder de noemer GP Jose Colette drie koersen op de agenda: de nieuwelingen starten om 11u31, de junioren om 11u30, de elite 2 & u23 om 14 uur.

 

Het drieluik in Villers-le-Temple wordt georganiseerd door de Royal Sporting Club Cycliste Nandrinois, niet de eerste beste club maar wel één die een best aardig portfolio kan uitrollen. 

Zo organiseerde het onder meer het BK voor amateurs op 25 juli 1971 door Freddy Maertens gewonnen met 14” voorsprong Ludo Van Staeyen en Ludo Noels

En op 28 mei 1995 organiseerde diezelfde club het BK van de junioren, gewonnen door Jurgen Vandewalle met 40” voorsprong op Michel Vanopdenbosch en ruim een minuut op Cédric Decock.

 

En voor de dames elite is er komende zaterdag een wedstrijd in Escanaffles met start om 15 uur.

 

Cycling Vlaanderen is kennelijk én te beroerd en té hardvochtig om dat op hun site aan te kondigen. Wat moet Anton Smagghe, de nieuwe ceo daarvan denken? Wanneer ik Cycling Vlaanderen daar indertijd op wees, kreeg ik als argument dat FCWB op zijn beurt de koersen van Cycling Vlaanderen niet annonceert. Dat klopt en daar hebben zij hun goede redenen voor: de Waalse renners raadplegen sowieso de site van Cycling Vlaanderen, wat soms leidt tot een overbezet deelnemersveld, terwijl er in Wallonië voor wat betreft de junioren, de nieuwelingen en de aspiranten er overwegend veel te weinig starters zijn. 


dinsdag 3 maart 2026

Van Gabriel VANDEN BERGHE 

ain’t we seen nothing yet


Gabriel voetbalde tot zijn twaalfde zonder al te veel passie bij KOVC Sterrebeek terwijl zijn papa recreatief fietste. Toen de zoon het verschil in beléving opmerkte besloot hij bij de vader te volgen. Dat ging hem zo goed af dat hij kort daarop als aspirant zijn kans ging. Woonachtig in Wezembeek-Oppem dook hij enkele keren onder de nabije taalgrens en behaalde er in 2022 met de 13-jarigen twee bescheiden overwinningen en werd in Jambes vierde in het FCWB-kampioenschap, waaraan hij als lid van de Waalse club Cyelo mocht deelnemen. Het jaar daarop muteerde Gabriel naar GMS CT Glabbeek, reed vaker in Vlaanderen, won er niet maar werd hij wel achtste in het BK te Denderleeuw en daar trok hij zich aan op om in zichzelf te blijven geloven. 

Als neo-nieuweling had hij het in 2024 niet onder de markt maar hij trok zich vooral op aan zijn podiumplaats na Sune De Valck en Floren Appeltants in het lastige PK in Oetingen. Hij kreeg er de trui van beste eerstejaars over de schouders getrokken, en dat symbool hielp mee om zijn stek af te dwingen in de Topsportschool (algemene richting).

Indien hij tijdens de winter 2024-2025 en de aansluitende lente niet door geen al te milde graad van klierkoorts was gekweld dan zou Gabriel reeds in het voorjaar 2025 spraakmakend geweest. Vanaf eind maart was er kentering met in april sporadisch een betere dag. Tussen enkele verre ereplaatsen in interclubs door behaalde hij zelfs een overwinning in Sint-Joris-Weert, die hem een enorme boost gaf maar geen continuïteit opleverde tijdens de zomervakantie. Die viel hem pas te beurt vanaf september toen hij binnen de maand drie overwinningen behaalde. Wat zou het geworden zijn indien hij het volledige seizoen over al zijn krachten had beschikt?



Wim Louage en Natan Duchi vroegen het zich ook af. Ze zochten contact met Gabriel en toen ze zijn testwaarden onder ogen kregen wisten ze genoeg. De ingezetene van Wezembeek-Oppem moest in 2026 één van hun discipelen worden van hun Flanders Academy. En zie reeds op zijn openingsdag bedankte Gabriel met een dot van een sprintzege in Vlamertinge, waarmee hij een vervolg breide aan zijn seizoenslot 2025. 


Gabriel VANDEN BERGHE begint perfect omringd aan de slotronde.

Bizar dat zijn Vlaamse kompanen Lars Caethoven en Emiel Maelbrancke derde respectievelijk vierde werden. Tussen hen wurmde zich de 16-jarige Brit Oliver Gunn (Shibden Apex RT), misschien wel de beste man in koers die in zijn eentje in de achtervolging ging op het uitgebroken duo Mauro De Schrijver en Emiel Maelbrancke. Gunn herzette zich van zijn ferme inspanning en sprintte naar de dichtste ereplaats. Maelbrancke recupereerde ook snel en werd vierde.

Het is evenwel vooral Gabriel Vanden Berghe, die begin april zeventien jaar wordt, die op een wolk leeft en het volste vertrouwen heeft voor wat volgt: volgende zondag de lastige regionale koers van De Klijte in het Heuvelland en de zaterdag daarop Nokere Koerse. Als eerstejaars worden daar van deze puncher (71 kg verdeeld over 1,84 m) nog geen wonderen verwacht maar ze zijn al evenmin verboden.


maandag 2 maart 2026

Met Mathis Vandenheede en Vic De Smet in steun 

 

Triomferende Simon DEFRANCE 

alweer een adept van Johan Molly

 

Het openingsweekeinde van de junioren stond bovenal in het teken van Kuurne-Brussel-Kuurne, de eerste van een respectabele serie Belgische manches (1.1 en 2.1) op de uci-kalender der u19.

Aan ruim 43 km./u. viel de koers, in aanloop naar de Kluisberg, abrupt in de definitieve plooi. Simon Defrance (Fr.), Antoine Salamin (Zwits.) en Tijs Witte (Ned.) namen afstand en hielden dat zo. Defrance, de meest beslagene van het trio, was duidelijk de sterkste in de laatste rechte lijn. 

Simon, alweer een adept van Johan Molly, verdiende vorig jaar al enkele strepen als klassementsrenner met een podiumplaats in de Ronde des Vallées (Fr.) en in de Keizer (beste jongere) van Koksijde. Hij lijkt nu aan scherpte te hebben gewonnen voor het ééndagswerk.


Simon Defrance in de witte trui van beste jongere in de Keizer van Koksijde 2025.

Defrance zou niet de eerste zuiderbuur zijn die een belangrijke schakel wordt voor The Wolfpack. Julian Alaphilippe, Sylvain Chavanel, Paul Magnier (die ik in eerste instantie vergat), Florian Sénéchal en Cédric Vasseur deden het hem voor.

In een elfkoppig internationaal gezelschap zijn Vic De Smet, René Messely en Mathis Vandenheede de Vlaamse vertegenwoordigers. Mathis (12de) en Vic (28ste) waren al deelachtig aan het eerste succes door deel uit te maken van de eerste hoofdgroep en de vlucht van hun Franse kompaan af te schermen. Beiden zijn eerstejaars maar doorstonden hun vuurproef met glans met dank aan een doorgedreven winterse voorbereiding. 

In de koers hadden ze de omstandigheden niet volledig aan hun kant. Mathis geraakte op een cruciaal moment slecht gepositioneerd en dat corrigeren kostte wel wat energie. Vic reed lek op de Holleweg en zijn snelle terugkeer in het peloton kroop hem niet enkel in de kouwe kleren. Nadat hij zich herzet had schoof hij op de Hotond meteen mee met een groepje dat evenwel niet optimaal samenwerkte  

Mathis Vandenheede zal er op 14 maart niet bij zijn in Nokere Koerse, hij koerst in die periode in Italië en Spanje en is tijdens het verlengde paasweekeinde voorzien voor de Ster van Zuid-Limburg.

Vic De Smet rijdt komend weekend met een respectabel aantal maats de selectieve regionale koers in De Klijte in de aanloop naar de Guido Reybrouck Classic in Damme. De vrijdag daarop neemt hij met de nationale selectie deel aan de E3 Saxo Classic van Harelbeke, de openingsmanche der Nations Cup.


Openingsweekend Nieuwelingen

 

Thibault MARCELIS bis le lendemain

Mathiz TIELENS bis in Brustem

Volgens zijn beproefd recept van een late aanval heeft Thibault Marcelis na Staden ook Vlamertinge toegeslagen. Twee dagen tereke winnen is niet meer gebruikelijk in dit tijdvak met minder wedstrijden met meer deelnemers. Een jaar geleden slaagde ook junior Dario Vermaelen in zo’n hoogstandje: hij won op zaterdag in Rijkevorsel en op zondag in Opwijk. Die dubbelslag lag aan de basis van een voortreffelijk seizoen, die nu ook wel Marcelis zal te beurt vallen. Thibault wil ook kwalitatieve prestaties en aangezien hij ook voor het tijdrijden de neus niet ophaalt wil hij ook in de nationale tijdrit van Poperinge op zaterdag 18 april zijn beste beentje(s) voorzetten. 


Van de vier winnende nieuwelingen tijdens het openingsweekend is Mathiz Tielens de minst onverwachte. Hij was al meer dan goed aan zet als éérstejaars met in mei de verovering van zowel de Limburgse als de Vlaamse titel (in het biljartvlakke Elverdinge) op de weg gecombineerd met die beide van het tijdrijden. In de Ardennenkoersen van Herbeumont en Couvin was hem telkens een vierde plaats weggelegd, zo ook in het Limburgse weekend en in het BK te Putte. Eén en ander voerde hem naar de derde eindplaats (tweede jongere na Miel Heuninck) in de Topcompetitie. Meerdaagse inspanningen bleken eveneens aan hem besteed want in het Critérium Européen (Lux.) werd hij de tweede beste jongere.


Eén en ander weerhield er Mathiz niet van om
l’embarras du choix vol te houden en tijdens de winter opnieuw frequent het veld in te duiken met vooral winst in Vilvoorde en Emelgem, de manches voor de Beker van België, met tussendoor een derde plaats in het BK te Beringen.

Aan een korte adempauze had hij nog geen boodschap. In de openingskoers in Brustem, waarvan hij de titelverdediger was, nam hij al in de aanvangsronde hij de vlucht vooruit met Lars Vandeborne. Het Waaltje Noah Rensonnet probeerde met Theo Flamand en Jelle Vanhove in steun bij hen aan te sluiten maar tevergeefs.  Mathiz reed in de slotfase nog weg van zijn compagnon de route Lars. 

Voor de talentvolle ingezetene van Heusden-Zolder is dit de meer dan waarschijnlijke aanhef van een topseizoen.

zondag 1 maart 2026

 Openingsdag  Junioren 

Bo MEIRHAEGHE’s tweede zege 

en Simon VAN DER VOORT 

vroege sant in eigen Rijkevorsel

Win maar eens een koers, je moet de quote van José De Cauwer alvast niet uitleggen aan Bo (zoon van Filip) Meirhaeghe, hij weet er meer van. Hij moest tot 27 april 2025 in Bachte-Maria-Leerne wachten op zijn allereerste zege. Nu is hij er al twee maanden vroeger aan toe en dat moet hem een uitgesponnen goed gevoel geven. 

Bo (zoon van Filip) Meirhaeghe

Niet winnen hoeft niet onverdeeld op een gebrek aan talent te wijzen. Bo is iemand die traag maar gestaag progressie boekt. Dit jaar wil hij dat, aan de vooravond van zijn overstap naar de beloften, in een stroomversnelling doen belanden. Hij is er alvast goed aan begonnen, al maakt één zwaluw ook zijn lente niet.

Simon Van der Voort was er in Rijkevorsel, zoals in Brustem 2024, opnieuw vroeg bij. Die zette de toon voor een fraaie campagne als tweedejaarsnieuweling. Als neo-junior rekende hij zijn tweede plaats (op nog geen seconde van  Rune Boden) als beste eerstejaars in het PK tijdrijden terecht aan als een overwinning. In de lente van 2025 was de gewezen triatleet vrij verdienstelijk als tijdrijder maar na zijn veertiende plaats op het BK in Heusden-Zolder begon een periode van kommer en kwel die zelfs op horror uitdraaide. 


Het begon met aanslepende rugproblemen ten gevolge van zijn felle groeispurt, vervolgde met een zware val voor de start van Liège-Bastogne-Liège met knieperikelen voor gevolg waarna hij op training in Frankrijk andermaal viel en een schouderbarst opliep. Maar het ergste moest nog komen: de massale val tijdens de openingsrit der Vuelta a la Ribera del Duero (Sp.) op 22 augustus waarbij thuisrenner Ivan Melendez het leven liet. Simon lag vlak naast hem en liep daarbij een trauma op dat langdurig nazinderde. De rest van zijn seizoen werd een maat voor niets. Nu hoopt hij dat er hem na zijn vroege zege (met een kleine minuut voorsprong) in Rijkevorsel de heropstanding inluidt en hem lanceert voor een knap seizoen als tweedejaarsjunior.