donderdag 18 juni 2026

Enkel hun respectief palmares is voor vergelijking vatbaar …

 

Eddy MERCKX noch Tadej POGAčAR zouden van tijdvak willen wisselen

 

Eddy Merckx werkte tussen 29 april 1965 (La Flèche Wallonne) en 19 maart 1978 (Omloop van het Waasland in Kemzeke) 1800 koersen van de officële kalenders af. Tadej Pogačar komt vanaf 2019 uit op ruim 400 starts.

Eddy reed er elk jaar ruim over de honderd. Tadej komt meestal niet aan de helft. Hij behaalde in de openingsrit van de Tour de Suisse zijn 118de overwinning. Voor Eddy moeten het ongeveer 400 geweest zijn en geen 525 indien men zijn vele gewonnen criteriums en andere exhibities niet meetelt. Geen hapjes want hij was er langdurig van en naar onderweg. Zijn helpers deelden in die extra’s.

Typisch voorbeeld: Merckx telde 120 koersdagen in 1971, Pogačar hield het vijftig jaar later op 61.

Waarom deed Eddy dat zichzelf aan? Om de (eigen) brode en die van zijn helpers die niet van de minsten waren en door andere teams gesolliciteerd werden voor een betere verloning. Pogačar moet zich daar geen zorgen over maken. Geen enkel ander team kan opbieden tegen de loonbrieven die UAE uitrolt. 

 

Wie de beste van de twee is, daar wens ik mij niet uit te spreken. Dat kun je niet weten. Merckx heeft in elk geval overvloedig het meest copieuze palmares op de weg dat hij oplijstte met onder meer hét Werelduurrecord en 17 overwinningen in zesdaagsen.

Rationele Pogačar kan zijn imperium opbouwen vanuit een precieuze comfortzone. De Sloveen zal dus de laatste zijn om Merckx’ portfolio te benijden. Eddy heeft daar ten opzichte van Tadej meer reden toe: de Sloveen verdiende oneindig meer voor veel minder inspanningen. Toch kan ik mij niet voorstellen dat het competitiebeest in Merckx zou gedijd hebben in een cultuur van weinig koersdagen en meer verplichtingen (hoogestages) buiten competitie. Gulzige Eddy koerste met hart en ziel terwijl voor Tadej de derde Tourweek er almaar meer teveel aan lijkt. Die kwalijke reflex kan voor hem op termijn de voornaamste weerstand opleveren. 

 

De gewenning aan successen genereert verzadiging naarmate minder jong wordt. Niet bij Merckx, die op zijn 32-33ste na enkele heikele jaren toch nog wilde doorgaan. Pogačar zal het hem niet nadoen, hoewel hij slechts één keer zwaar ten val kwam: in Liège-Bastogne-Liège 2023 met een complexe hand- en polsbreuk voor gevolg die zijn voorbereiding op de Tour ontredderde en kansloos stelde tegen Jonas Vingegaard, die hem op 7’29” zette. Eddy incasseerde meer én zwaardere uppercuts: een levensverachtende val in Blois 1969, een slag in de lever en een kaakbeenbreuk tijdens de Tour 1975 waarin hij, om tweede te worden, ook op de barricaden bleef om Thévenets triomf te eren. Want de Tour winnen met Merckx als tweede bood voor de Fransman een gigantische meerwaarde.

 

Tadej Pogačar zou zo goed als zeker niet gedijd hebben tussen 1965 en 1975. Zou men hem toegestaan hebben om er de beste brokken (monumentale klassiekers en grote ronden) uit op te diepen zoals in het huidige tijdvak, waarin hij uit amper vijf koersen een magistrale lente opbouwde met exquise triomfen in de Strade Bianche, Milano-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen, Liège-Bastogne-Liège en ei zo na ook in Roubaix, waar hij in Wout van Aert zijn meerdere moest erkennen zoals op de slotdag van de Tour 2025.

 

In weerwil van zijn zuinige aanpak kunnen Pogačars vijf beste jaren die van Merckx alsnog naar de kroon steken. In totaliteit kan Eddy evenwel nog steeds dubbel zoveel adelbrieven voorleggen als zijn Sloveense versie voor wie er dit seizoen nog een pak kan bijkomen: een eerste eindzege in de Tour de Suisse, een vijfde triomf in de Tour, een derde regenboogtrui op rij en een zesde opeenvolgende in Il Lombardia. En zou het, al acht ik de kans klein, totaal uitgesloten zijn dat Tadej er de Vuelta (waarin hij in 2019 na drie dagzeges al derde werd) alsnog bijneemt? Let wel: zelfs in dat geval zal hij in 2026 niet eens aan zestig koersdagen komen!

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten