Als mosterd na de maaltijd, als vijgen na Pasen
Eveneens op één namiddag: ach
het kampioenschap van Europa
Hip-hip-hoera, we hebben een nieuwe kampioen van de wereld: de niet al te welluidende naam Brandon McNulty, een 28-jarige Amerikaan, niet moeders mooiste (ik trouwens ook niet) maar wel een heel verdienstelijke subtopper. Pertinent dat het zijn allereerste overwinning van 2026 is die hem meteen tot (althans nominaal) kampioen van de wereld kroont in opvolging van zijn dagdageliijkse leider Tadej Pogačar die geamuseerd zal hebben toegezien de regenboogtrui in de UAE-familie bleef.
Het was dus weer zover: het WK wielrennen, het ver-ma-le-dijde kampioenschap van de wereld dat in ruim zes uur tijd bepaalt wie de mooiste wielertrui grijpt en zowat 360 dagen mag dragen
Brandon zal alvast géén one hit wonder zijn zoals wel Hans Knecht (1946), Theo Middelkamp (1947), Heinz Müller (1953), Harm Ottenbros (1969), … The big Mac hoort eerder thuis in de opsomming Rudy Dhaenens (1990), Luc Leblanc (1994), Laurent Brochard (1997), Oscar Camenzind (1998), Romans Vainsteins (2000), Igor Astarloa (2003), Rui Costa (2013), …
Onderwijl ziet het er almaar sterker naar uit dat na (in alfabetische orde) Jacques Anquetil, Franco Bitossi, Roger De Vlaeminck, Miguel Indurain, Laurent Jalabert, Sean Kelly, Hugo Koblet, Miguel Poblet, Raymond Poulidor, Herman Vanspringel, Erik Zabel,... ook de intussen 36-jarige Michael Matthews en bovenal de inmiddels 34-jarige Wout van Aert nooit tot kampioen van de wereld zullen worden uitgeroepen, hoezeer zij dat ook verdienen en een career achievement award een meer dan gepast alternatief zou zijn.
De ondraaglijke lichtheid van het wereld-kam-pioen-schap, het is een oud zeer waarover ik nog even langdurig als tevergeefs zal zeuren. Hoe ouder ik word, hoe meer ik er mij aan erger dat deze stuitende onlogica in stand wordt gehouden. In een ideale(re) wereld zou men dit epitheton moeten afvoeren en vervangen door GP des Nations of Nations Cup als klapstuk van het internationale seizoen. De fonkelende regenboogtrui komt enkel de beste van het hele seizoen toe en wie zou daT voor de zoveelste keer op een rij geweest zijn, denk je?
De regenboogtrui na één nanoen uitreiken: welke a-typische nerd heeft dàt ooit bedacht en welke navolgers houden deze quitte ou double (een bizarre exclusiviteit van het wielrennen) in stand? De schatbewaarder van de UCI toch waarnaar de dagdagelijkse teamsponsors zich gratis “moeten” schikken. In 2032 opteren de bonzen van Aigle zowaar voor godbetert Pune in het naar verluidt wielergekke India, de snelst groeiende economie van de wereld dat er een fortuin zal voor over hebben en waarvoor de UCI zich aangesproken voelt.
Het wielrennen gelijkt almaar meer op het vermaldedijde maar zoveel beter gestructureerde voedbol. Hoe dat David Lappartient er nog niet aan gedacht heeft om zich helemaal kaal te laten scheren om beter op de vervloekte Gianni Infantino te gelijken? Als ik le beau vain David maar niet op dat idee heb gebracht, toch niet dus.
Door de pseudo-kampioenschappen is ook de Union Européenne de Cyclisme almaar meer door aangestoken. Tien jaar geleden werd een Europees kampioenschap in het leven geroepen met een weinig fascinerende trui als beloning. Hoe dat men er (sic) nog niet aan gedacht heeft om ook een West-Europees kampioenschap en een kampioenschap van de Lage Landen te organiseren?! Als ik hen nu maar niet op ideeën heb gebracht …
En nu wenkt het kampioenschap van Europa, per definitie zonder de niet-Europeanen maar ook zonder onder de autochtonen Tom Pidcock, Paul Seixas, Wout van Aert, Mathieu van der Poel, Jonas Vingegaard, Jarno Widar, … en bovenal zonder gastheer Tadej Pogačar Remco Evenepoel is er wel bij om vooral de laatste witte vlek op zijn tabel kampioenschappen in te kleuren en die daarom aan de reeds gewonnen tijdrit verzaakt.
"Wie doet hem wat?”, is na vorige zondag in Montréal een riskante vraag maar met een betere vorm van de dag op een gewenst traject in Ljubljana is hij de absolute favoriet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten