dinsdag 6 oktober 2020

 Vijf jaar ouder dan gedacht ... 

Jonathan CAICEDO:  

vluchtige passant of blijvertje?  

 

Het overkomt mij niet gauw maar van Jonathan Klever Caicedo Cepeda had ik nog niet gehoord. Het moest een piepjong iemand zijn die zich op de Etna voor het eerst meldde. 

Toch niet, hij is al 27 jaar maar streek pas vorig jaar op het oude continent neer. Met loepzuivere hattrick van tweede plaatsen in de Vuelta a Asturias en een derde in de Volta de Madrid in 2018 had hij zich in de gunst gefietst van Jonathan Vaughters die hem in de armen sloot bij Education First. In de Giro leverde hij zich helemaal uit aan kansrijker geachte ploegmaten Hugh Carter (11de), Joseph Dombrowski (12de) en Tnael Kangert (18de). 

Dat hij ansluitend, bij afwezigheid van de illustere Richard Carapaz, de dubbele kampioen van Ecuador was slechts een voetnoot. In de Adriatica Ionica Race, waarin Mathias De Witte zo vreselijk ten val kwam, bewees Jonathan met de vierde eindplaats zelf ook wat in zijn mars te hebben. Hij hield er zelfs Remco Evenepoel achter zich zoals hij (derde) in de Tour Colombia begin dit jaar deed met Tourwinnaar Egan Bernal.

Joanthan Caceido bevestigde het vermoeden ten overvloede op het slagveld van de Etna, waarop hij met de tien jaar oudere Giovanni Visconti een vroege vlucht overleefde en slechts van een niet la maglia rosa rateerde want in de overwegend neerwaartse tijdrit van Palermo en ’s anderendaags naar Agrigento beperkte hij de schade. Vraag is of hij dat ook zal kunnen tijdens de vele overgangsritten in de aanloop naar de loodzware slotweek, waarin hem misschien meer gefundenes Fressen kan weggelegd zijn.

Harm VANHOUCKE:  

het volgende Vlaamse goudhaantje?!  

 

Eigenlijk is de opmars van Harm Vanhoucke geen totale verrassing maar al evenmin een aangekondigde kroniek dat Harm al in de eerste klimetappe van zijn eerste Giro zo fors zou uithalen.

Harm was tussen de plooien van de aandacht gevallen, waarbij men vergat dat hij als belofte op zijn 19de verjaardag in 2016 een dagzege had behaald in de Tour des Pays de Savoie (Enric Mas werd daar vierde). Die voltreffer werd bevestigd in de Ronde de l’Isard (12de), de Giro della Valle d’Aosta Mont Blanc (14de), de Tour Alsace (4de), de Tour de l’Avenir (9de) en bovenal met een eclatante triomf in de Piccolo Giro di Lombardia, waarin hij zelfs wijlen Bjorg Lambrecht (3de) afhield en 3’20” vòòr Benoît Cosnefroy arriveerde. 

In 2017, het moeilijke jaar van de bevestiging, won hij La Flèche Ardennaise, werd hij vierde in de Ronde de l’Isard, derde in de Tour Savoie Mont Blanc en behaalde hij bovenal met drie minuten (!) voorsprong een dagzege in de de Giro della Valle d’Aosta Mont Blanc.

Eén en ander volstond bij Lotto-Soudal voor een doorstart als contractrenner. In 2019 was het zoeken en tasten maar vooral het rimpelloos voltooien van de Vuelta stelde hem gerust.

In 2020 mocht het iets meer zijn en het werd zelfs véél méér. Zijn goed gevoel spoorde hem aan om tijdens de beklimming van de Etna Jonathan Castroviejo als springplank aan te wenden voor een uitval waarmee hij nog een halve minuut naderde op die andere Jonathan (Caicedo). Een dagzege had gekund maar dat is praat achteraf die de voldoening om de geweldige prestatie niet mag temperen

Harm Vanhoucke laat het verder allemaal op zich afkomen, hij ziet wel waar zijn schip over twintig dagen aanmeert. Een spraakmakend klassement, de jongerentrui, een nieuwe uithaal tijdens de loodzware slotweek? Niets moet, alles mag! Aan de oortjes vanuit de ploegwagen heeft hij (nog) géén boodschap. Hij focust zich liever op zij eigen aanvoelen en zie waartoe dat op de Etna leidde.

maandag 5 oktober 2020

 Hij weet het nu helemaal zeker ...

Mathieu van der POEL 

kan àlle ééndagskoersen aan

 

De vergelijking doortrekken met Jacques Anquetil (die in 1965 binnen hetzelfde etmaal én het achtdaagse Critérium du Dauphiné en 557 km. lange Bordeaux-Paris won), dat gaan we niet doen maar de combinatie BinckBank Tour - Liège-Bastogne-Liège mag er in moderne(re) tijden toch ook zijn. 

Marhieu’s zesde plaats in Liège-Bastogne-Liège mag de smaak van de overwinning hebben en genereerde toch een dubbel gevoel. Hij mocht overtevreden zijn en toch vond hij het gelijk een gemiste kans: hij had moeten doen wat Matej Mohoric deed = alsnog aansluiten bij de vier koplopers en meespurten voor het podium.

 

Duurzamer is het besef dat hij àlle klassiekers aankan, de vijf monumenten en de meeste daar net onder. In Sanremo was hij er nog niet bij omdat die tekort volgt op zijn lange winter in het veld. In Vlaanderen werd hij, na een onmogelijk inhaalmanoeuvre in 2019, vierde. Roubaix moet hem, als veldrijder, theoretisch nog het best van al liggen. En met Lombardia (tiende) en vooral Liège-Bastogne-Liège (zesde) maakte hij deze zomer op aangename wijze kennis.  

 

Mathieu probeert nu tijdens de dre overblijvende weken nog meer adelbrieven te verzamelen in de Brabantse Pijl (waarin hij overmorgen de titelverdediger is), Gent-Wevelgem (11 oktober), de Ronde van Vlaanderen (18 oktober) en Paris-Roubaix (24 oktober), waarbij hij voor die laatste zijn hart vasthoudt of die wel doorgaat. De Scheldeprijs - Schoten (14 oktober) en Brugge - De Panne (21 oktober) lijkt hij er van tussen te laten omdat die zich al te zeer richten op de bolides, waartoe hij zichzelf dus niet rekent.

 

In 2021 wordt het dan hoogtijd (Mathieu is dan al 26 jaar) voor het debuut in een grote ronde die hem verder zou oplijsten als coureur. Zijn team Alpecin-Fenix zal ook dan geen World Tour Team zijn zodat een deelname aan de Giro, de Tour of de Vuelta onzeker blijft. Eindwinst in de Europe Tour Team Ranking, waarin ze Arkea-Samsic tijdens de voorbije week van de leiding hebben verdrongen. Mathieu kan die pole position morgen al kracht bij zetten met een sprekend resultaat in ‘zijn’ Brabantse Pijl.

De rollercoaster van

Primoz ROGLIC

 

Primoz Roglic heeft nogal een doldwaze quinzaine achter de rug: eerst op de valreep de Tour verloren, een week later op het WK weer (ten onrechte) de ‘kop van Jut’ omdat hij zich in een landenwedstrijd niet uitleverde aan zijn dagdagelijkse ploegmaat Wout Van Aert en gisteren op een diefje de sluwe winnaar van Liège-Bastogne-Liège. Eind goed, alles goed?!

“Verliezer wordt winnaar”, vond de bijna 31-jarige Sloveen daarvan met veel dank aan zijn ‘beschermheer’ Tom Dumoulin en opgedragen aan Wout Van Aert, die hem verbaal uit de wind zette toen hij door een pak kortzichtige Belgen ten onrechte van grove ondankbaarheid beschuldigd werd. Kan men het hem misgunnen, zelfs al was het al met al een accidentele overwinning?


Primoz Roglic en de klassiekers, het was vooralsnog geen goede combinatie. Een zevende plaats in de Giro di Lombardia 2019 was zijn enig ander noemenswaardig ééndagsfeit. Rittenkoersen liggen hem zoveel beter. Daarvan won hij al de Tour de Azerbaidjan 2015, de Tour de Slovénie 2015 & 2018, Volta a Algarve 2017, de Volta al Pais Vasco 2018, de UAE Tour 2019, Tirreno-Adriateco 2019, de Tour of Romandie 2019, de Vuelta 2019, de Tour de l’Ain 2020. En wordt hij niet ziek in de slotweek van de Giro van 2019 dan is Richard Carapaz nog niet klaar met hem.


Primoz Roglic is na Ferdi Kübler (1951 en 1952), Jacques Anquetil (1966), Eddy Merckx (1969, 1971, 1972,1973 en 1975), Bernard Hinault (1977 en 1980) en Alejandro Valverde (2006, 2008, 2015 en 2017) de zesde notoire klassementsrenner die la cité ardente inpalmt. Hij bevindt zich dus in uitstekend gezelschap maar hij zal in de Vuelta zijn titel niet verdedigen. De gewonnen La Doyenne zou zijn laatste koers van 2020 geweest zijn, al totaliseert hij nog maar 32 (weliswaar stresserende) koersdagen.


Hoe moet het met hem in 2021? Blijft hij voor Jumbo-Visma de uitgesproken kopman voor de Tour? Die had hij kunnen winnen indien zijn dominant team niet zo afwachtend gekoerst had en waarmee het ook Tadej Pogacar ontzag en zo de kans bood om op zijn superdag op La Planche des Belles Filles een dubbelslag te slaan. Of wordt er volgende zomer een ander strijdplan uitgerold met Tom Dumoulin als speerpunt? De Nederlander liet in september geen credibele indruk als potentiële winnaar van de Tour zoals Primoz Roglic wel deed.

Julian, Julian, Julian: 

wat doe je nu ?

 

… eerst een Van Looyke en daarna een Zabelke

 

Alles stond in de steigers voor de zegevierende bevestiging van de nieuwe wereldkampioen: Liège-Bastogne-Liège op zijn wassend palmares bijschrijven!


Hij had, zoals de andere favorieten, nog geen trap te veel gegeven tot hij (puik ingeleid door Dries Devenyns) op de Roche-aux-Faucons de forcing voerde. Marc Hirschi kon moeiteloos aanpikken maar de twee gingen niet vol door zodat Michal Kwiatkowski, Tadej Pogacar en Primoz Roglic aansloten. De Pool viel af, Matej Mohoric kwam in zijn plaats voorin zodat ze toch met hun vijven spurtten. Alaphilippe, nerveus als altijd, trok de spurt op gang, maakte (zoals Rik Van Looy op het WK 1963 in Ronse) een zwieper naar links, waarmee hij Hirschi aantikte waardoor die uit zijn klikpedaal schoot. Ook Pogacar werd daardoor voor de zege uitgeteld. Alaphilippe was zich van geen kwaad bewust, behield de pole position en gooide (zoals Erik Zabel in Milano-Sanremo 2004 met Oscar Freire in de rol van Primoz Roglic) de armen te vroeg in de hoogte. Een alerte Roglic zoefde hem op de finishlijn voorbij. Alaphilippe werd niet veel later terecht gedeklasseerd en naar de vijfde plaats teruggezet.

Daar sta je dan: from hero to zero! De regenboogtruidrager ging tweemaal in de fout waarbij hij boft dat zijn eerste blunder zijn tweede verzacht want indien als winnaar gedeklasseerd worden zou oneindig harder aangekomen zijn dan als domme verliezer.


Met zijn ontoelaatbare move voerde Alaphilippe niet in het minst zichzelf. Het is niet de eerste keer dat deze zenuwpees een ongeleid projectiel werd. Dat moest eens slecht aflopen en misschien had Julian dit nodig om zichzelf bij te sturen. Het mag zich in geen geval herhalen of er waait nog heel wat meer bij de koersjury én bij de eigen ploegleiding.


De vergelijking met de clash Groenewegen - Jakobsen gaat in géén geval op. Een dubbele elleboog is veel kwaadaardiger dan een onverhoedse zwieper, waarvoor Julian zich na de koers ootmoedig schuld bekende en zich oprecht verontschuldigde. Toch was er de onnozele reactie van nogal wat lieden die zich afvragen hoe Patrick Lefevere hiermee omgaat. Wat denken ze? Voor Jakobsen kwam hij op als voor een eigen zoon, zoals hij nu die andere ‘eigen’ zoon Alaphilippe op het matje zal hebben geroepen. Of moet Patrick dat misschien en plein public doen om zich bij zijn anti’s te verantwoorden? 


Julien Alaphilippe gaat gepast met zijn cauchemar liégeois en waarvan er dus weinig zal blijven hangen. In de aanloop naar de Ronde van Vlaanderen zou hij de Brabantse Pijl (waarin hij vorig jaar tweede werd na Mathieu van der Poel) van overmorgen aan zijn programma toevoegen, een godgeschenk voor de inrichters. Het biedt Julian de kans om met zichzelf helemaal in het reine te komen

 

zondag 4 oktober 2020

In 106de Liège-Bastogne-Liège …

Julian ALAPHILIPPE 

voor exposure én resultaat

 

Liège-Bastogne-Liège (°1892) is toch ‘slechts’ aan zijn 106de editie toe en voor mij pas vanaf 1930 voorbehouden aan beroepsrenners.

Van de vijf monumentale klassiekers is hij, samen met Il Lombardia, beduidend minder populair dan Milano-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen en Paris-Roubaix.

Eddy Merckx spant de kroon met vijf overwinningen. Deze koers was hem op de buik geschreven en toch ontlokte dat ook mixed feelings. In 1967, zijn eerste topjaar, kon Walter Godefroot in de gietende reden gelijke tred met hem houden. De finishlijn werd verlegd naar de belendende assepiste waarop de intrinsiek snellere Oost-Vlaming het probleemloos haalde zoals hij ook op de piste zou hebben gedaan. Toch werd zijn overwinning geringschat want de Merckx-mania begon toen al irritante vormen aan te nemen. Dat kon Walter héél terecht niet hebben. 

Van de Merckx-mania viel vier jaar later veel minder te merken. Eddy had aangevallen op een kleine honderd kilometer van Rocourt en reed tot vijf minuten van de gauw berustende anderen weg. Georges Pintens ging op zestig km. van de finish op zoek naar de dichtste ereplaats en schrok zich een hoedje toen hij stelselmatig naderde op Eddy die hij op de Mont-Theux bijhaalde. In plaats van op zijn elan door te gaan vertraagde hij en zette zich à la Vic Van Schil op kop zodat Merckx weer op zijn effen kon komen om de spurt van de stervende zwanen te winnen. Pintens’ eerdere nipte overwinning in Gent-Wevelgem had veel minder draagkracht dan zijn tweede plaats in la cité ardente. Deze Pyrrusoverwinning was voor Eddy na 1969 de tweede zege en er zouden er nog drie volgen (1972, 1973 en 1975).

Moreno Argentin (1985, 1986, 1987 en 1911) en Alejandro Valverde (2006, 2008, 2015 en 2017) wonnen één keer minder.

Fred De Bruyne, de beste klassieke coureur van de tweede helft van de jaren vijftig, was eveneens een coryfee met triomfen in 1956, 1958 en 1959.

 

Meest beklijvend was de winterse 66ste editie op 20 april 1980 die werd omgedoopt tot Neige-Bastogne-Neige en door Bernard Hinault met ruim negen minuten voorsprong gewonnen op Hennie Kuiper, die anders net als Rik Van Looy, Eddy Merckx en Roger De Vlaeminck de vijf monumentale klassiekers (minstens één keer) zou hebben gewonnen.

 

Julian Alaphilippe kan de vijfde renner worden die in de regenboogtrui (en in zijn geval op een gepersonaliseerde fiets) Liège-Bastogne-Liège wint. Ferdi Kübler (1952), Rik Van Looy (1961), Eddy Merckx (1972 en 1975) en Moreno Argentin (1987) deden het hem voor.

Julien krijgt het nièt op een schoteltje geserveerd, al past het traject hem als gegoten. Vorig jaar moest hij wijken voor de overmacht van Jakob Fuglsang (vijfde in het WK), die hem opnieuw in verlegenheid kan brengen. Beide antagonisten verzaakten aan La Flèche Wallonne, in tegenstelling tot hun jongere concurrent Marc Hirschi, de Le Mur du Huy soeverein naar zijn pedalen zette.

De kakelverse wereldkampioen zal niet geïsoleerd staan. Hij kan vooral rekenen op Bob Jungels (die LBL in 2018 won) en op Mauri Vansevenant, de morele winnaar van La Flèche Wallonne, en op diens Italiaanse equivalent, de nòg een half jaar jongere Andrea Bagioli

De iets minder jonge Hirschi behoort nu al tot de happy few die ook het zesde koersuur aankan. Dat bewees hij (derde) vorige zondag uitvoerig in het loodzware wereldkampioenschap van Imola. Hij kan ontwikkelen tot een veelzijdiger versie van Fabian Cancellara, die voor Liège-Bastogne-Liège en Il Lombardia de neus ophaalde.

Ook Michal Kwiatkowski maakte van La Flèche Wallonne (zesde) het bindteken tussen het WK (vierde) en LBL, waarin hij zowel in 2014 als in 2017 derde werd.

Adam Yates koerste niet meer na de Tour, waarin hij na vier dagen gele trui wegzakte naar de negende eindplaats. Hij maakt dus uitgerust zijn opwachting in Liège-Bastogne-Liège, de enige monumentale klassieker waarvoor hij zich kan opladen en waarin hij al achtste (2017) en vierde (2019) werd. 

Good old Michael Woods zal het zichzelf al meermaals aangerekend hebben dat hij zich na het atletiek (1500 meter) en een aanslepende kwetsuur pas als gerijpte twintiger geroepenvoelde voor het wielrennen. De klassiekers, bezwangerd met de nodige hoogtemeters, bleken meteen zijn ding, in Liège-Bastogne-Liège werd hij in 2018 zelfs tweede na Bob Jungels. En vorige woensdag werd hij, drie dagen na een twaalfde plaats in het WK, zelfs derde in La Flèche Wallonne, nadat hij te vroeg aanging. Dat zal hem in de anders geprofileerde Doyenne niet overkomen, al zal een top vijf daar wel zijn hoogste goed zijn.

Hou ook maar rekening met Primoz Roglic, voor wie ik hoop dat niemand zich in het hoofd haalt om hem uit te jouwen.

Er zijn wel meer klassementsrenners die in LBL meer dan wat kunnen forceren: Tadej Pogacar (al lijkt die na zijn gewonnen Tour aan decompressie toe), Tom Dumoulin en Rigoberto Uran zijn goed maar niet meer zoals enkele jaren geleden.

Maximilian Schachmann vrijwaarde in Il Lombardia met een gebroken sleutelbeen de zevende plaats. Men is het kennelijk al vergeten dat hij vorig jaar derde werd in LBL. Voor de energieke Duitser, die vòòrvde lockdown Paris-Nice won, zijn deze klassiekers gefundenes Fressen.  

Benoît Cosnefroy schoof tijdens zijn puntenjacht voor de bergprijs zijn limieten vèr voor zich uit en dat leverde hem al de dichtste ereplaats op in La Flèche. 

Daniel Martin was zichzelf als titelverdediger in 2014 aan het opvolgen tot hij in de laatste bocht onderuitschoof. Met een vijfde plaats in Huy onderstreepte hij zijn conditionele paraatheid.

Tim Wellens kan in het voorspelde hondenweer verrassen.

Ook Warren Barguil, Mikel Landa, Daniel Felipe Martinez en Richie Porte verschijnen op het ééndaagse rendez-bous van de klassementsrenners.

zaterdag 3 oktober 2020

 Mathieu van der POEL 

is waar hij wilde / moest zijn

 


Helemaal in de donkere schaduw gezet van Wout Van Aert en er nog een schepje bovenop gedaan door te verzaken aan het loodzware wereldkampioenschap in Imola. Gooide Mathieu van der Poel de handdoek wat betrof zijn aansluiting naar de wielertop 2020?

De BinckBank Tour heeft dat dubbel en dik weerlegd met als fraaie bijsluiter: kan ‘koers’ mooier zijn dan de apotheose van deze ingekorte rittenkoers was?


Het was al straf dat de BinckBank Tour (2.WT.2) de concurrentie van La Flèche Wallonne, de Giro en Liège-Bastogne-Liège pareerde. Mathieu van der Poel maakte er een huzarenstuk van met een aanval op ruim vijftig kilometer van de finish, waarmee hij tenslotte ook Sören Kragh Andersen op de knieën kreeg. Er was werk aan de Deen die kon terugvallen op gezellen die Mathieu als ballast schijnbaar te voortvarend van zich afgeschud zodat het nog een dubbeltje op zijn kant werd. Lucide Mathieu wist evenwel waarmee hij bezig was: bonficatieseonden sprokkelen onderweg die hem bij de finish aardig van pas kwamen.

 

Mathieu is daarmee helemaal waar hij wilde zijn: deze boostende zege die uitzicht biedt op nòg véél méér! Dan denk je de periode van 7 (Brabantse Pijl) tot met 25 oktober (Paris-Roubaix) tot je verneemt dat hij er ’s anderendaags ook nog Liège-Bastogne-Liège bijneemt en het zal ook daar niet voor een acte de présence zijn. Nog zo gek want hij is het, dankzij het velrijden, gewoon om twee dagen na mekaar een uur vol in het rood te draven.


Ook La Doyenne moet binnen zijn bereik vallen na wat hij op 8 augustus met een minder genadige conditie voor het voetlicht bracht in Il Lombardia, de zwaardere Italiaanse versie van LBL, waarin hij op karakter een verdienstelijke tiende plaats afdwong. Zijn conditie was wassend, anders eindigt hij dichter dan 15de in de Strade Bianche, 13de in Milano-Torino en in Milano-Sanremo. Il Lombardia was het scharniermoment naar meer spraakmakende resultaten: vierde in het Europees kampioenschap, derde in de Druivenkoers - Overijse en een dagzege in Tirreno-Adriatico (zijn allereerste World Tour - rittenkoers). Hij rolde met groots vertoon het Jumbo-Visma collectief op in het kampioenschap van Nederland, waarin enkel de Nils Eekhoff (de onweerlegbare beloften-wereldkampioen van Harrogate 2019) hem eventjes partij kon geven, hij eindigde op 'slechts' anderhalve minuut. De anderen arriveerden op minstens ruim drie minuten.


Julian Alaphilippe, Sören Kragh Andersen en Wout Van Aert zijn dé ééndagscoureurs en dé dagwinnaars van deze nazomer. Mathieu van der Poel heeft ten hunnen opzichte een meer dan fraaie inhaalbeweging uitgevoerd met wat hij terecht omschrijft als één van zijn strafste prestaties ooit en waaraan in de regio van Geraardsbergen nog langdurig zal herinnerd worden. Dat zal hij tijdens de Ronde van Vlaanderen niet kunnen herhalen want Kabouter Wouter laat de Muur en deBosberg harvochtig links liggen.