zondag 3 maart 2024

Francesco MOSER alsnog primus-inter-pares 

 

Tirreno-Adriatico maakte van ROGER 

meer Italiaan dan Vlaeminck


Roger De Vlaeminck was met zes eindzeges op rij (vanaf 1972) in Tirreno-Adriatico bijna even straf als Sean Kelly met zijn zevenslager in Paris-Nice. Het hadden er voor Roger ook zeven moeten zijn maar in 1979 kreeg hij twee minuten straftijd aangesmeerd omdat hij zich na een bandbreuk op een col had vastgeklampt aan de volgwagen van Lomme Driessens. Roger telde in het eindklassement slechts 1’10” meer dan Knut Knudsen. Dat hij in bloedvorm verkeerde, kwam drie dagen later aan het licht in Milano-Sanremo die hij na 1973 en 1979 een derde keer won. 

Roger was in 1972 van het archaïsche Flandria naar het veel professionelere Dreher overgestapt. Hij werd een italofiel en in dat verhaal was Tirreno-Adriatico de eerste pijler. Het was alsof men de Tweezeeënkoers speciaal voor hem ontworpen had opdat hij uit Frankrijk (meer bepaald Paris-Nice) zou kunnen wegblijven. Hij hield niet van la douce France. Paris-Roubaix vormde de uitzondering op die regel.

Toch is, althans volgens mijn telling, Francesco Moser de primus inter pares. Uit dubbel zoveel deelnames als Roger haalde Checco twee eindzeges, twee 2de, drie 3de, één 4de, vier 5de en één 9de plaats. Zijn geheel werd met slechts vier dagzeges opgelijst. Roger behaalde er vijftien!

 

   PALMARES-RANKING    

TIRRENO – ADRIATICO 1966-2023

 

… op basis van 100 70 50 40 30 25 20 15 10 5 punten.


660MOSER FrancescoIt.
625De Vlaeminck RogerB.
355Saronni GiuseppeIt.
320Rominger TonyZwits.
315Sörensen RolfDeen
310Knudsen KnutNoor
285Nibali VincenzoIt.
270Quintana NairoCol.
270Rebellin DavideIt.
265Zilioli ItaloIt.
265Scarponi MicheleIt.
260Fondriest MaurizioIt.
240Roglic PrimozSlov.
230Freire OscarSp.
220Garzelli StefanoIt.
220Bitossi FrancoIt.
200Pogacar TadejSlov.
200Fuchs JosephZwits.
185Maechler ErichZwits.
185Bettini PaoloIt.
180Contador AlbertoSp.
180Klöden AndreasD.
170Visentini RobertoIt.
170Pinot ThibautFr.
165Baronchelli GibiIt.
160Gimondi FeliceIt.
160Kwiatkowski MichalPool
155Boogerd MichaelNed.
150Colagé StefanoIt.
150Evans CadelAustr.
150Taccone VitoIt.
150Thomas GeraintGr.-Br.
150Verbeeck FransB.
145Casagrande FrancescoIt.
140Di Luca DaniloIt.
140Knetemann GerrieNed.
140Petito GiuseppeIt.
130Landa MikelSp.
125Petito RobertoIt.
125Zandegu DinoIt.
125Alcala RaulMex.
120Pianegonda GianlucaIt.
120Pozzato FilippoIt.
120Bartoli MicheleIt.
115Kreuziger RomanTsjech
110Michelotto ClaudioIt.
110Mutter StefanZwits.
110Yates AdamGr.-Br.
110Zoetemelk JoopNed.
110Colombo GabrieleIt.

 

Maxim VAN GILS is nòg

allrounder dan eerst gedacht

 

Maxim Van Gils, dat is inderdaad die jongen die veertien dagen geleden de 4,9 km. korte 'Ruta del Sol' heeft gewonnen. Daarover werd nogal meewarig gedaan maar een triomf had hij misschien ook voor mekaar gekregen in een normaal verlopen Vuelta a Andalucia. 

Zijn aansluitende resultaten logen er niet om: vijfde in de Faun-Ardèche Classic en derde in de Faun Drôme Classic. Het mooiste moest nog komen: een podiumplaats in de Strade Bianche na een beklijvend duel voor de tweede plaats met de beter doserende Toms Skujiņš

Zie je wel, mocht Maxim luidop verkondigen want deze koers ligt hem net als Liège-Bastogne-Liège en Il Lombardia, waarin hij vorig jaar 11de respectievelijk 14de werd.

Hierna volgen Milano-Sanremo (zonder voorafgaande Paris-Nice), de Volta a Catalunya, de Brabantse Pijl, het drieluik Amstel-Flèche-LBL en de Tour de Suisse als de laatste aanloop naar zijn tweede Tour. 

Wie herinnert zich nog dat Maxim Van Gils twee jaar geleden de Saudi Tour (die vanaf dit jaar de AlUla Tour heet) won. Sindsdien liep zijn pad niet uitsluitend over rozen. Zo moest hij in 2022 op de tweede rustdag wegens Covid-19 uit de Vuelta stappen. In de Tour van 2023 verging het hem een stuk beter, op de Grand Colombier werd hij als tweede (na Michal Kwiatkowski) afgevlagd. 

Maxim had zich dan al onderscheiden in meer andere koersen, inzonderheid de Amstel Gold Race (7de), La Flèche Wallonne (8ste) en in Liège-Bastogne-Liège (11de). Het Critérium du Dauphiné, waaraan hij uitstekend begonnen was met vijfde plaatsen in de eerste twee ritten (en in de tussenstand) moest hij ziek verlaten.

In al die koersen zit er voor dit jaar een verbeterde uitslag dik in maar het is vooral in de Tour dat Maxim zijn limieten wil aftasten. Frankrijk ligt hem overigens al langer: reeds in 2017 won hij als junior La Classique des Alpes, daar moeten veel ideeën in ambities zijn verlengd. 

 

De late ontbolstering 

van Toms Skujiņš

 

Alle macht aan de jeugd? Fout gedacht! Twee Oost-Europeanen staken daar op fraaie wijze een stokje voor: de 34-jarige Sloveen Jan Tratnik en de bijna 33-jarige Let Toms Skujiņš.

In de Omloop vorige zaterdag etaleerde Toms Skujiņš op de Berendries zoveel onverschrokkenheid dat hij het vertwijfelde duo van Aert - Laporte tot een plan B dwong. Jan Tratnik mocht de vlucht vooruit nemen zodat Wout en Christophe er het blok konden op leggen zodat van Aerts eerste overwinning van 2024 tot ’s anderendaags in Kuurne moest uitgesteld worden.

Skujins dwarrelde af naar een anonieme 27ste plaats maar liet zich niet ontmoedigen. In de Strade Bianche was hij na de ongenaakbare Tadej Pogačar the very best of the rest nadat hij als enige nog naar de eveneens uitgebroken Maxim Van Gils toe kon en die hij op de extreem steile via Santa Caterina overmeesterde. Aangezien de Sloveense metronoom hors categorie meedeed mocht dit voor Toms de smaak van de overwinning hebben.

Bij de meeste modale wielerfans doet de naam Toms Skujiņš niet eens een belletje rinkelen. Geen pipo nochtans die 32-jarige Let, van wie ik zelf al vergeten was dat hij als laatstejaarsbelofte in 2013 de Course de la Paix won van onder anderen Jan Hirt en Julian Alaphilippe. Dat jaar werd hij onder meer ook 7de Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde, 3de in het EK in Olomouc (Tsj.) en 6de in het WK in Firenze. 

Die prestatiestaat opende niet meteen de poort naar een topteam, Toms verwijlde eerst bij het Hincapie Devo Team en in 2015 bij het Hincapie Racing Team. Pas op zijn 25ste werd hij op zijn volle waarde getaxeerd bij Cannondale en vanaf 2018 bij Trek-Segafredo, waar hij genoegen nam met een dienende rol, wat hem niet belette om in 2015, 2016 en 2018 een dagzege te behalen in de Tour of California (World Tour!). In 2018 behaalde hij ook zijn mooiste overwinning, de Tre Valli Varesini (1.HC).

Toch werd er van Skujiņš niet meer verwacht dat hij als dertiger nog zo mooi zou opveren. Dat deed hij eigenlijk al in 2023, wanneer hij vijfmaal in aanmerking kwam voor een dagzege in de Giro. In Rivoli was hij er het dichtst bij maar de uitgekookte Duitser Nico Denz was hem daar te vlug af. Een dichtste ereplaats was hem drie jaar eerder ook al beschoren in de Tour. In Loudenvielle had Nans Peters zci voor hem wijselijk uit de voeten gemaakt.

En nu is er dus zijn spraakmakend seizoenbegin dat hij misschien in Tirreno-Adriatico zal voortzetten tenzij de kompanen Andrea Bagioli, Simone Consonni, Tao Geoghehan Hart, Jonathan Milan, … kansrijker zouden zijn om Lidl-Trek aan precieuze successen te helpen.

 

zaterdag 2 maart 2024

Irish God in France

King KELLY 

primus-inter-pares van Paris-Nice

 

Zéven keer op een rij Paris-Nice winnen: Sean Kelly bewerkstelligde het vanaf 1982. Niemand deed het hem (ook in geen enkele andere koers) voor en niemand zal het hem ooit nog nadoen.

Parijs-Nice was er voor het eerst in 1933 met Alfons Schepers als eindwinnaar. De Tweede Wereldoorlog verdreef Paris-Nice tijdens de eerste helft van de jaren veertig. Pas vanaf 1951 stond de koers naar de zon steevast op de kalender met een pleiade van ronkende winnaarsnamen, onder wie zeven Belgische: Roger Decock (1951), Raymond Impanis (1954 en 1960), Fred De Bruyne (1956 en 1958), Jef Planckaert (1962), Eddy Merckx (loepzuivere hattrick vanaf 1969), Freddy Maertens (1977) en Frank Vandenbroucke (1998). 

Met vijf overwinningen (1957, 1961, 1963, 1965 en 1966) leek Jacques Anquetil de definitieve primus inter pares te zijn. Dat was gerekend zonder de waard - Sean Kelly, die vanaf 1982 een onnavolgbare zevenslager uitbouwde. De Ier was, na Eddy Merckxle trait d’union tussen ééndagswedstrijden en de rittenkoersen.

Het was een verrassing van formaat dat de bijna 36-jarige Raymond Poulidor in 1972 en in 1973 Eddy Merckx van zijn sokkel stootte. Bernard Sainz, zijn nieuwe mentor, bezorgde hem de impulsen om als rijpe dertiger een mooie nazomer aan zijn carrière te breien.

Opmerkelijk dat Bernard Hinault er geen enkele keer in slaagde om Paris-Nice op zijn palmares bij te schrijven, hij bleef steken op de tweede (1978) en de derde (1984) plaats. Voor de Bretoen kwam de koers naar de zon en bijgevolg ook Milano-Sanremo te vroeg, in tegenstelling tot voor Laurent Fignon die de Primavera in 1988 en in 1989 won.  

 

   PALMARES-RANKING    

PARIS – NICE 1933-2023

 

… op basis van 100 70 50 40 30 25 20 15 10 5 punten.


700KELLY SeanIer
605Anquetil JacquesFr.
585Merckx EddyB.
500Poulidor RaymondFr.
490Jalabert LaurentFr.
485Roche StephenIer
480Zoetemelk JoopNed.
380Contador AlbertoSp.
325Knetemann GerrieNed.
295Rebellin DavideIt.
285Rominger TonyZwits.
255Archambaud MauriceFr.
255Ocana LuisSp.
250Impanis RaymondB.
250Indurain MiguelSp.
250Porte RichieAustr.
240Sanchez Luis-LeonSp.
235Janssen JanNed.
230Planckaert JefB.
220Laurent MichelFr.
220Vinokourov AlexandreKaz.
215Wolfshohl RolfD.
210Yates SimonGr.-Br.
205Bernard Jean-FrançoisFr.
205Vandenbroucke FrankB.
200De Bruyne FredB.
200Schachmann MaximilianD.
200Simpson TomGr.-Br.
190Hinault BernardFr.
190Valverde AlejandroSp.
190Zülle AlexZwits.
185Duclos-Lassalle GilbertFr.
185Jaksche JörgD.
180Klöden AndreasD.
170Lapébie RogerFr.
170Maertens FreddyB.
165Altig RudiD.
165Voigt JensD.
160Bardet RomainFr.
160Izagirre IonSp.
155Mahé FrançoisFr.
150Bobet LouisonFr.
150Julich BobbyV.St.
150Wiggins BradleyGr.-Br.
145Frigo DarioIt.
145Schleck FränkLux.
135Anglade HenryFr.
130Kuiper HennieNed.
130Pensec RonanFr.
130Spilak SimonSlov.
130Thomas GeraintGr.-Br.

 

vrijdag 1 maart 2024

Il ciclismo italiano blijft 

huilen met de pet op

 

Tijdens de eerste twee maanden van 2024 behaalde Italia amper vier overwinningen: Alessandro Tonelli en Jonathan Milan een dagzege in Volta Valenciana (2.PS), de 21-jarige Davide Piganzoli een dag- en de eindzege in de Tour of Antalya (2.1). 

Elf andere landen, aangevoerd door België (21 zeges!) wonnen vaker.

 

In de diverse rankingen werd, behalve door de al genoemde Pizangoli, de dienst totnogtoe vooral uitgemaakt door twee 26-jarigen: Christian Scaroni en Vincenzo Albanese plus de ook al genoemde 32-jarige Tonelli. Van hen zal het wellicht niet duurzaam komen.

Van wie dan wel? Van de gevestigde waarden Andrea Bagioli, de gedateerde Damiano Caruso, Giulio Ciccone, Filippo Ganna (die tot nader order zelfs geen tijdrit meer kan winnen, in die van de Algarve werd hij pas zesde), Matteo Trentin, Diego Ulissi, Simone Velasco, …

Hun actieradius was armtierig aan de vooravond van de quinzaine van de waarheid in eigen land: Strade Bianche, Tirreno-Adriatico, Milano-Torino en Milano-Sanremo.

Wat zij niet konden in de ondergeschikte koersen daar zullen ze ook niet toe in staat zijn in de genoemde topkoersen.

 

Vincenzo Nibali is eind 2022 op zijn 38ste gestopt en Sonny Colbrelli leek de enige die hem als (enige) topper deels kon vervangen moest er al op zijn 32ste noodgedwongen een punt achterzetten.

Italia sputtert dus verder op ramkoers, het deed het enkel in 1989 nòg slechter dan de jongste jaren. Toen herbronde het zich vanaf 1990 en daarop volgden zowaar bijna twintig vette jaren. Hoe ze dat bewerksteligden, laat zich zo raden. Binnen een ‘veranderde cultuur’ werd het de jongste veertien jaar almaar minder met de huidige tijd als absolute dieptepunt. 

Rookies zitten er in de verste verte niet aan te komen, zelfs niet bij de u19.


Strade Bianche zou de speeltuin geweest zijn van Roger DE VLAEMINCK 

 

Wie doet Tadej Pogačar wat?


Correctie: Tom PIDCOCK is titelverdediger!

 

De Strade Bianche (°2007) is een bizarre koers die vanaf 2017 een manche van de World Tour (1.UWT3) werd.

Op de korte erelijst shinen vooral de namen van Fabian Cancellara (2008, 2012 en 2016), Philippe Gilbert (2011), Michal Kwiatkowski (2014 en 2017), Zdeněk Štybar (2015), Tiesj Benoot (2018), Julian Alaphilippe (2019), Wout Van Aert (2020), Mathieu van der Poel (2021), Tadej Pogačar (2022) en Tom Pidcock (2023).

Alaphilippe, Kwiatkowski, Pidcock en Pogačar zijn er als ex-winnaars opnieuw bij en mogen vooral weerwerk verwachten van Andrea Bagioli, Pello Bilbao, Benoît Cosnefroy, Davide Formolo, Valentin Madouas (vorig jaar 2de!), Alexey Lutsenko, Lenny Martinez, Matej Mohorič, Tom Pidcock, Toms Skujiņš, Attila Valter, Tim Wellens, … Zelfs  de toen nog maar 20-jarige Romain Grégoire (8ste) haalde toen al de top tien.

Uitkijken ook wat de bevlogen Lennert Van Eetvelt ervan bakt. De hoogtemeters zullen hem niet afschrikken maar de combinatie met het grind is hem een onbekender gegeven, net als voor Ben Healy.

Indien ik nu nog de aanstaande winnaar niet vernoemd heb dan zal hij een volslagen verrassing zijn.

 

Toch durf ik te bedenken dat ze, qua resultaten, met hun allen ruim overtroffen zouden zijn geworden door Roger De Vlaeminck indien deze koers reeds in zijn tijdvak had bestaan. Oh, wat zou Le Gitan zich gejeund hebben op deze kruisbestuiving van onverharde wegen en pittige beklimmingen, hij zou in Siena een monument hebben gekregen.

 

Een monument dat de koers zelfs na 18 edities nog lang niet toekomt. De 18de editie gaat er prat op dat het zijn traditioneel parcours verzwaard heeft met een lus van 30 kilometer waarop vier supplementaire grindpaden. Dat betekent dat één derde van het 215 kilometer lange traject onverhard is en de stijgingspercentages frequent dubbele cijfers halen. Zwaar, zwaarder, zwaarst: of hoe een curiosum tot een negatieve sensatie vervelt.

 

Op deze geforceerde wijze word je géén monument maar deze koers is sowieso nog decennia te jong, te specifiek en niet exclusief genoeg want in deze periode is het World Tour - peloton opgesplitst in twee groepen: die van Paris-Nice en die van Tirreno-Adriatico (die met de Strade één geheel vormt). Indien men de Strade Bianche tot een monumentale klassieker zou verheven, wat zouden Gent-Wevelgem (°1934), de E3 Harelbeke (°1958), de Amstel Gold Race (°1966) en La Flèche Wallonne (°1936) daarvan vinden?