vrijdag 2 oktober 2020

In een schaars bezette 103de Giro

 

Thomas - Kruijswijk - Yates

wie van de drie?

 

Peter SAGAN: méérwaarde of overbetaalde attractie

 

Je kunt er niet om heen: de Giro van 2020 is, inzake bezetting, één van de de schraalste ooit met weinig uitgesproken kandidaten op de eindzege, met niet al te veel spurters noch klimmers.

Toch zal ook dit jaar de eindtop tien ingevuld worden zo ook de dagwinnaars maar er zullen sowieso verrassende namen tussen staan. 

 

De drie meest recente winnaars (Tom Dumoulin 2017, Chris Froome 2018 en Richard Carapaz 2019) zijn er niet bij. Vincenzo Nibali (vincitore in 2013 en in 2016) wel maar hij wordt niet langer als een topfavoriet aanzien.

Steven Kruijswijk en Simon Yates (die in 2016 respectievelijk 2018 de Giro hadden moeten winnen) willen dit rechtzetten.

Geraint Thomas wil op zijn 34ste (en twee jaar na de Tour) de Giro winnen. De drie tijdritten zullen hem daarbij helpen.

 

Wie kan dit trio in verlegenheid brengen? Een jonge beeldenstormer zit er nièt tussen of het zou de 24-jarige Aleksandr Vlasov moeten zijn. De andere (theoretische) kanshebbers zijn (rijpe) dertigers: Pello Bilbao (30), Jakob Fuglsang (35), Rafal Majka (31), Domenico Pozzovivo (38) en Ilnur Zakarin (31).

Domenico Pozzovivo (ook zesde in de Vuelta van 2013) is één van de standvastigstedeelnemers aan de Giro: negende in 2008, achtste en dagzege in 2012, negende in 2013, vijfde in 2015, zwaar gevallen in 2015, zesde in 2017, vijfde in 2018

Nòg wat stràffer is Rafal Majka, die in de Giro opeenvolgend zevende (2013), zesde (2014), vijfde (2016) en zesde (2019) en in de Vuelta derde (2015) en zesde (2019). 

Pozzovivo en Majka hebben daarmee als het ware recht op een career achievement awardmaar zo werkt het dus niet.  

 

Er is inderdaad ook nog Miguel Angel Lopez maar rond hem bestaan er gegronde twijfels. Hij is met Pello Bilbao en Ilnur Zakarin de enige klassementsrenner die er veertien dagen na de Tour aanzet in de Giro. Na een ontluisterende afsluitende tijdrit naar La Planche des Belles Filles (45ste op 6’17” van Tadej Pogacar) rolde hij van het podium naar de zesde eindplaats. In deze Giro zijn er drie tijdritten waar hij als de dood voor is. Het wordt dus wellicht weer een ereplaats  zoals in 2018 (derde) en in 2019 (zevende). Ook in de Vuelta (achtste in 2017, derde in 2018, vijfde in 2019) en dit jaar in de Tour (zesde) haalde hij vlotjes de top tien. Op zijn 27ste is het nog te vroeg om al in de richting van een career achievement award te denken.

 

De 103de Giro dacht eraan om zich op te schalen met het aantrekken van Peter Sagan, die na negen (overwegend groene) keren de Tour op zijn 30ste voor het eerst aanzet in Giro. Hij tempert de verwachtingen met de melding dat hij na zijn (niet voor himself) mislukte Tour weinig bijtrainde.  Het is dus meer de vraag hoeveel dagen hij het zal uitzingen dan hoeveel ritten hij zal winnen. De best betaalde van het peloton (L’Equipe maakte eind mei gewag van een jaarloon van vijf miljoen) zal voor zijn Italiaanse deelname een extra fortuintje hebben opgestreken maar of dat hem vrolijker zal stemmen dan in de Tour is zeer de vraag. Voor eventuele dagzeges krijgt hij vooral te maken met Davide Cimolai, Arnaud Démare, Fernando Gaviria, Alvaro Hodeg, Michael Matthews, Elia Viviani, …

 

De kans is aanzienlijk dat de 103de Giro begint en eindigt met dezelfde dagwinnaar: de kakelverse wereldkampioen Filippo Ganna die op zijn wenken wordt bediend op de openings- en de slotdag. Zelfs de tijdrit op de veertiende dag is een haalbare kaart voor de boomlange Italiaan van Ineos. Op het eerste podium la maglia rosa mogen aantrekken boven de regenboogtrui zou hem een kick van jewelste geven. Of zou werelduurecordhouder Victor Campenaerts daar één of meer keren een stokje voorsteken?

 

Bij de jongeren wordt het, behalve de reeds aangehaalde Aleksanr Vlasov, ook uitkijken naar Joao Almeida, Tobias Foss en Harm Vanhoucke.


RANKINGS:

• die van 1909-2019 op basis van 150 75 42 24 12  punten;

• die van 1946-2019 op basis van 200 160 140 120 100 80 72 64 56 48 40 36 32 28 24 20 16 12 8 4  punten.


 1909 - 2019   1946 - 2019
1424COPPI FaustoIt. 1780GIMONDI FeliceIt.
1392Gimondi FeliceIt. 1360Coppi FaustoIt.
1368Bartali GinoIt. 1288Simoni GilbertoIt.
1172Binda AlfredoIt. 1240Moser FrancescoIt.
1040Merckx EddyB. 1192Magni FiorenzoIt.
1020Simoni GilbertoIt. 1124Tonkov PavelRus
996Brunero GiovanniIt. 1120Merckx EddyB.
992Magni FiorenzoIt. 1044Bartali GinoIt.
948Moser FrancescoIt. 1036Baronchelli GibiIt.
880Anquetil JacquesFr. 1028Nibali VincenzoIt.
840Nibali VincenzoIt. 1016Adorni VittorioIt.
792Tonkov PavelRus 1000Anquetil JacquesFr.
768Saronni GiuseppeIt. 996Saronni GiuseppeIt.
744Gaul CharlyLux. 956Panizza WladimiroIt.
720Adorni VittorioIt. 920Gaul CharlyLux.
692Balmanion FrancoIt. 916Balmanion FrancoIt.
648Zilioli ItaloIt. 900Zilioli ItaloIt.
644Baronchelli GibiIt. 836Savoldelli PaoloIt.
612Savoldelli PaoloIt. 816Chioccioli FrancoIt.
600Contador AlbertoSp. 716Chiappucci ClaudioIt.
600Hinault BernardFr. 712Koblet HugoZwits.
596Valetti GiovanniIt. 708Honchar SerhiyOekr.
580Girardengo CostanteIt. 700Nencini GastoneIt.
552Belloni GaetanoIt. 640Giovannetti MarcoIt.
552Koblet HugoZwits. 640Lejarreta MarinoSp.
540Galetti CarloIt. 632Gotti IvanIt.
512Basso IvanIt. 624Basso IvanIt.
508Chiappucci ClaudioIt. 612Visentini RobertoIt.
508Chioccioli FrancoIt. 600Hinault BernardFr.
504Nencini GastoneIt. 600Contador AlbertoSp.

Of blijft hij toch liever een momentencoureur?

Mads PEDERSEN

heeft het nog steeds om de opvolger 

van Rolf SÖRENSEN te worden

 

Alsof hij van de vloek van de regenboogtrui bevrijd was (zijn titel van Harrogate heeft hij in Imola niet eens verdedigd), begon Mads Pedersen vrijwel feilloos aan de BinckBank Tour. In Ardooie werd hij nog kansloos geklopt door Jasper Philipsen (die daar zijn beste spurt ooit reed) maar in Aalter deed Mads haasje over en maakte hem ook de groene leiderstrui afhandig. 

Met de stimulans van de leiderstrui moet Mads Pedersen deze namiddag in Riemst kunnen bevestigen als tijdrijder want in de tijdrit (21 km.) van de Tour du Poitou Charentes 2017 deed hij zelfs beter dan Jonathan Castroviejo (+26”), wat hij verlengde in de eindzege. Drie weken later in de Danmark Rundt volstond een vierde plaats in de tijdrit voor een nog precieuzere eindzege. 

Mads leek vertrokken toen hij tijdens de aansluitende lente tweede werd na de beter omringde Niki Terpstra maar bevestiging bleef uit tot hij anderhalf jaar later de verrassende wereldkampioen van Harrogate werd.

Ook deze BinckBank Tour zal Mads' status van momentencoureur (nog) niet oplijsten, daarvoor is meer nodig. Door de lockdown kon hij zijn regenboogtrui niet valoriseren maar ook daarna bracht hij te weinig: een dagzege in de Tour de Pologne en een tweede plaats in zowel de eerste als de laatste rit van de Tour.

Mads Pedersen, die op 18 december nog maar 25 jaar wordt, heeft het in zich om de betere versie te worden van Rolf Sörensen, die (tenzij in de WK ploegentijdrit voor junioren in 1983) geen wereldkampioen werd maar wel een standvastige uitblinker in de mooiste ééndagskoersen: winnaar van Paris-Tours 1990, Liège-Bastogne-Liège 1993 en de Ronde van Vlaanderen 1997; derde in Gent-Wevelgem 1989, tweede in Milano-Sanremo (1991), vierde in de Giro di Lombardia 1995, zesde in Paris-Roubaix (1997 en 1998). In de Tour behaalde hij een dagzege in 1994 en 1996 en tussendoor één in de Giro 1995.


Sören was er minder vroeg bij dan Mads maar het duurde. Mads is beduidend minder goed op de hoogtemeters zodat je hem niet hoeft te verwachten in Bastogne of in Lombardia. Niettemin zal Mads Pedersen wel een meervoud verdienen dan Rolf Sörensen twintig jaar geleden. Misschien is Mads té mooi, teveel teddybeer om zijn illustere landgenoot in Sanremo, Vlaanderen en Wevelgem naar de kroon te steken en in Roubaix zelfs te overtreffen.


Mads had het reeds als tiener in zich. Zelfs als klassementsrenner leek hij in 2012 veel in zijn mars te hebben: eindwinnaar van de Tour of Istria (vòòr Sören Kragh Andersen), de Trofeo Karlsberg, de Sint-Martinusprijs - Kontich, Aubel-Thimister-Stavelot, vierde in de Course de la Paix. Eén en ander realiseerde hij als ... 16-jarige eerstejaarsjunior zodat er van hem als tweedejaars nòg méér werd verwacht en opnieuw excelleerde hij: als winnaar van de Course de la Paix (vòòr Mathieu van der Poel) en de Trofeo Karlsberg (bis).  De Sint-Martinusprijs van Kontich liet hij aan zijn kompaan Mathias Krigbaum (die al jaren niet meer koerst), een dichtste ereplaats die hem zwaarder viel op het wereldkampioenschap in Firenze, waar Mathieu van der Poel met kleine voorsprong won.

Als belofte maakte hij de switch naar momentencoureur: winnaar van de Eschborn-Frankfurt 2014 (vòòr Nils Politt) en Gent-Wevelgem 2016. De klassementen liet hij varen voor dagzeges (ZLM Tour, Tour de l’Avenir).

Af en toe wurmde hij zich al met bijval tussen de contractrenner.

donderdag 1 oktober 2020

Lotto-Soudal in vrije val ...

 John LELANGUE

waant zich de Kompany van de koers

 


Sander Armée, Nikolas Maes, Rémy Mertz, Tosh Van der Sande en Jelle Wallays zullen in 2021 allicht niet langer in de gewaden van Lotto-Soudal te zien zijn.

Vier van die vijf zijn inderdaad dertigers maar John Degenkolb en vooral Philippe Gilbert toch ook? De Waalse tycoon kreeg vanaf dit seizoen nog een contract voor drie seizoenen a rato van één miljoen per jaar en dat, ook al door het hoog verbruik / laag rendement, begint te wringen. Miljonair Gilbert (het rijmt nog ook) nam zowaar één dag deel aan de BinckBank Tour maar versmaadt na de Waalse klassiekers ook de Ronde van Vlaanderen en Paris-Roubaix. Zijn knieschijf die hij brak tijdens de openingsrit van de Tour zou weer onhoudbaar opspelen. Misschien probeert hij het nog eens in de Vuelta, 'mooi' van hem! Zijn overkilled contract lijkt dus door pech te worden gehypothekeerd. Onderwijl loopt Phils ‘pensioensparen’ netjes ononderbroken door.


Ceo John Lelangue beklemtoont dat de ontslagen niet met de leeftijd maar met de filosofie verband houden. De ... Kompany-filosofie zal hij bedoelen: alles buiten borstelen wat niet in zijn kraam past en aanwerven wat wel. Zelfs Tosh Van der Sande moet, ondanks aandringen van Thomas De Gendt (die zowaar moest inleveren) en Tim Wellens, opkrassen. Eerder al liet ‘mister John’ Stan Dewulf ontglippen. Dat hij Carl Fredrik Hagen (-> Israel Start Up Nation) loste is dan wel begrijpelijk: de 29-jarige Noor bracht er na zijn achtste eindplaats in de Vuelta 2019 niets meer van terecht.


Er is ook het onmiskenbare communautaire aspect. Let er maar op dat de Arlonnees Rémy Mertz ter elfder ure alsnog behouden wordt bij La Loterie Nationale. En zouden Sébastien Grignard en Sylvain Moniquet ingehaald zijn indien zij Vlamingen waren? Zie maar hoe langdurig Florian Vermeersch en Viktor Verschaeve, die al meer bewezen hadden, moesten op een contract wachten in tegenstelling tot Xander Vervloesem die na zijn demonstratie in de Ronde de l’Isard incontournable was. Arne Marit (weliswaar goed terechtgekomen bij Sport Vlaanderen - Baloise net als nu ook Rune Herregodts en Ward Vanhoof) wachtte tevergeefs. Wordt dit ook het alternatief voor Henri Vandenabeele, tweede in de Ronde de l’Isard zoals eerder in de Giro d’Italia. De 22-jarige Filippo Conca moest met amper adelbrieven minder geduld opbrengen en ook dat zal wel zijn onderliggende reden hebben.

Er was ook de manier waarop de ontslagen gecommuniceerd werden met een mail en een aangetekend schrijven niettegenstaande de ploegleiding de renners op de wedstrijden zag én ziet. Men zag meer heil in een “administratieve formaliteit”, waarmee Jelle Wallays veel moeite had. Hij had het veel liever recht voor de raap vernomen maar daar is John Lelangue kennelijk te laf voor.


Wat houdt Lotto-Soudal behalve Thomas De Gendt en Tim Wellens nog aan parate middenvelders over? Bovenal is er de topper Caleb Ewan, juist ja met het bangelijk korte sprinttreintje Jasper De Buyst - Mike Kluge bangelijk kort is. Misschien wordt Gerben Thijssen eraan gekoppeld, zo ook de Australiër Harrison Sweeny (uit het eigen opleidingsteam), al zijn z'n resultaten als laatstejaarsbelofte ondermaats. Weer stel ik mij vragen over het motief van zijn doorgroei naar het World Tour Team.

Volgens de huidige stand van zijn zaken telt Lotto-Soudal 2021 een dozijn discipelen van nog geen 25 jaar. Kun je daarmee naar de oorlog (van de World Tour)? Zouden ze zich bij Soudal nog geen vragen stellen? 

Lotto-Soudal behaalde in 2020 amper negen overwinningen, waarvan zes met Caleb Ewan. Vraag is hoe vaak de Asian-Aussie dit seizoen nog in actie zal komen? Zelfs in Wevelgem en in De Panne is hij (nog) niet aangekondigd. 


Het zal de uitgewezenen worst wezen. Ik hoop alvast dat Nikolas Maes, Tosh Van der Sande en Jelle Wallays bij Circus - Wanty Gobert terecht komen en dat ze er in 2021 kunnen toe bijdragen dat hun nieuwe team hun oude overtreft.

190 km. in pole position tot 'n uitschuiver hem nekte

 

Mauri VANSEVENANT:

dit màg / moét de smààk 

van de overwinning hebben !

 

Mauri Vansevenant won in 2019 de Giro della Valle d’Aosta Mont Blanc (It.) en bijna ook de Tour de l’Avenir (Fr.). Op zijn 21ste verjaardag beloonde hij zichzelf met een graduaat industriële onderhoudstechnieken. Hij debuteerde op 15 juli als contractrenner voor Deceuninck-Quick.Step in de Tour de l'Ain waarna het zesdaagse Critérium du Dauphiné, waarin hij evenwel ziek diende af te stappen.


Het was een kleine anticlimax maar het kwam goed en zijn deelachtigheid aan de gewonnen ploegentijdrit in de Settimana Coppi & Bartali. Niemand die er bij stilstond dat hij gisteren in La Flèche Wallonne aan zijn eerste klassieker toe was maar daar heeft hij daadwerkelijk op gewezen door de vroege vlucht te overleven en 190 km. uit te zingen tot hij op luttele kilometer van le Mur de Huy buiten beeld een bocht te snel nam, uitschoof en in het decor belandde. Hoe snel hij ook rechtkrabbelde en zijn weg vervolgde, eer hij weer in zijn ritme was zal het al gauw een oponthoud van driekwart minuut geweest zijn. Toch behield hij een kleine voorsprong op Rigoberto Uran en nog wat meer op de hoofdgroep. Het was niet totaal uitgesloten dat hij zou gewonnen hebben zoniet in de top tien geëindigd. Het resultaat is evenwel ondergeschikt aan de knalprestatie die perspectieven opent voor de toekomst die komende zondag al begint wanneer hij wereldkampioen Julian Alaphilippe aan de zege wil helpen in Liège-Bastogne-Liège.


Mauri wordt net als Remco Evenepoel aanzien als het goudhaantje van het Vlaamse wielrennen. Ook hij was onder de indruk van Remco en zal dus de laatste zijn om te beweren dat hij in het hooggebergte al meer bewezen heeft en toch is het zo. Daarmee wil ik hoegenaamd niet geïnsinueerd hebben dat Mauri een betere klimmer is dan Remco. Geen mens die dat al kan weten. Wel is het zo dat de beide witte merels de volgende jaren geregeld partners in crime kunnen zijn in de zwaarste rittenkoersen.

Wielerflits.be kopte enkele weken geleden: “Krijgt Evenepoel in de toekomst een Belgische meesterknecht?”. Daarmee bedoelde het Mauri Vansevenant die zich aangesproken voelde en “dat fantastisch zou vinden want ongelooflijk hoe sterk Remco toch wel is”. Loopt men daarmee niet vèr op de feiten vooruit? Bij The Wolfpack wordt de hierarchie bepaald door het koersverloop. Remco staat op zijn 20ste in het algemeen al héél vèr maar in de echte cols niet verder dan Mauri

Het zal de meesten niet onbekend zijn dat Mauri’s papa ook koerste. Wim was een modelhelper van onder anderen Peter Van Petegem en van Axel Merckx tijdens de Olympische wegrit van Athene 2004, waar de zoon van Eddy brons veroverde. Eddy liet het gisteren tijdens Extra-Time Koers niet na om Wim te prijzen voor de rol die hij daarin gespeeld heeft.

Wim behaalde als contractrenner slechts één overwinning, de kermiskoers van Ninove. Vanaf 2004 reed hij de Tour vijfmaal op een rij uit met een loepzuivere hattrick van … rode lantaarns. Doe daar evenwel vooral niet al te meewarig en zeker niet meelijwekkend over want daar gingen hand- en spandiensten voor kansrijkere maats aan vooraf. En na die gerichte inspanningen liet hij zich wijselijk uitbollen in plaats van nodeloos krachten te verspelen voor een veel beter maar nutteloos eigen eindklassement.

Toch even de detail van die hekkensluiter onder de loupe nemen:

2006: 137ste met 4u02’01” meer dan de verbannen eindwinnaar Floyd Landis, die een uurgemiddelde haalde van 40,7 km. en Wim 39,03 km.*;

2007: 141ste met 3u52’54” meer dan eindwinnaar Alberto Contador, die een uurgemiddelde haalde van 39,23 km. en Wim 37,62 km.*;

2008: 142ste met 3u55’45” meer dan eindwinnaar Carlos Sastre, die een uurgemiddelde haalde van 40,5 km. en Wim 38,77 km.*

*** Nogmaals benadrukken dat de eersten plankgas gaven terwijl de laatsten er, na hun noeste arbeid, genoegen mee namen om binnen de tijdsgrens te arriveren.