zaterdag 31 januari 2026

Een record is veeleer een curiosum dan een dogma

 

ERIC én MATHIEU, de allerbesten 

in hun tijdvak, net als Sven NYS

 

 

Mathieu van der Poel zal vandaag in Hulst quasi zeker met een achtste regenboogtrui in de beroepscategorie Eric De Vlaeminck, die tussen 1966 en 1977 het veldrijden tot kunst verhief zoals Mathieu het hem vanaf 2015 nadoet, passeren als unieke recordhouder. Rondt hij vervolgens in Oostende 2027 en Hoogerheide 2028 of desnoods in Treviso 2029 en Namur 2030 de kaap van tien of wordt Hulst een terminus?

 

Eric begon er op 27 februari 1966 aan in het Spaanse Beasain (24 dagen vòòr zijn 21ste verjaardag, wat voor die tijd exceptioneel jong was). Hij zong het uit tot 30 januari 1977 in Hannover (waar hij derde werd na Albert Zweifel en Peter Frischknecht). Eric moest op dat ogenblik nog 32 jaar worden maar had het beste dan al meer dan gehad. Dat hij in Londen op 25 februari 1973 (een maand vòòr zijn 28ste verjaardag) een zevende en ultieme keer het WK won, werd als een mirakel aanzien want hij had zijn slechtste winter ooit achter de rug. Vrijwel niemand geloofde in zijn kansen na een langdurige periode, waarin hij van de ene persoonlijke crisis in de andere belandde. Hij kon niet leven met de smartelijke dood van zijn boezemvriend Jean-Pierre Monseré op 15 maart 1971 en Eric viel niet uitsluitend op de juiste mensen om hem over dat trauma heen te helpen.

 

Mathieu, de zoon van Adrie van der Poel en de kleinzoon van Raymond Poulidor, leidde daarentegen een een kommerloos bestaan. Als veldrijder in de profcategorie begon hij ermee op 1 februari 2015  in Tabor (waar hij met 20 jaar en 13 dagen de jongste WK veldrijden ooit werd). Negen jaar en drie dagen later was hij op dezelfde locatie al aan zijn zesde regenboogtrui toe. In Liévin volgde een zevende exemplaar en nu wenkt het exclusief record dat nooit een initieel doel was maar het spontaan werd. Op 31 jaar en 13 dagen heeft hij het stevig in zijn bezit. Moet daaruit onverkort afgeleid worden dat Mathieu béter is dan Eric? Néén, het betreft slechts een record waarop ze onderling geen vat hadden of hebben, tenzij dat er voor beiden nòg meer regenboogtruien hadden of inzitten.

 

Inzake records in WK’s kan er niemand op tegen de Japanner Koichi Nakano die vanaf 1977 tienmaal op een rij het WK snelheid won. Zou iemand durven te beweren dat hij daarom béter was dan Patrick Sercu, die bedoelde regenboog-trui slechts tweemaal (in Amsterdam 1967 en in Antwerpen 1969) veroverde? 

Indien Eric De Vlaeminck na 1971 bij zijn zinnen was gebleven dan had hij het cijfer van Nakano naar de kroon gestoken maar dan nog zou een tien op een rij er nooit ingezeten hebben zoals nog wel voor Mathieu van der Poel. Dat houdt hem evenwel niet bezig, hij wil winnen tout court en dan volgt de rest als vanzelf. 

 

Ik ben zo vrij er een derde tycoon bij te nemen, de genaamde Sven Nys, de meest gelauwerde veldrijder aller tijden, zelfs al werd hij ‘slechts’ tweemaal WK. Het één heeft met het ander te maken want Sven huldigde het principe “beter tien vogels in de hand dan één in de lucht” ofte: hij piekte nooit naar een WK. 

Zelfs indien Mathieu van der Poel intrinsiek beter zou zijn, dan nog zal hij het globaal palmares van de KanniBaal niet benaderen want Nys (die men abusievelijk als Nijs uitspreekt) won als professional 292 veldritten (ruim honderd meer dan Mathieu totnogtoe), behaalde twee mondiale (Sankt Wendel 2005 en Louisville 2013) en negen Belgische titels (2000, 2003, 2005, 2006, 2008, 2009, 2010, 2012 en 2014). Hij won daarenboven:

• dertien keer de SuperPrestige (1999, 2000, 2002, 2003, 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2011, 2012, 2013, 2014), opgelijst met  64 dagzeges;

• zevenmaal de Wereldbeker (2000, 2002, 2005, 2006, 2007, 2008, 2009), opgelijst met 50 dagzeges;

• negen keer de GvA / Bpost Bank Trofee (2003, 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2014), opgelijst met 50 dagzeges.

Daarenboven werd Sven vijfmaal BK mountainbike (2005, 2007, 2013, 2014, 2015).

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten