vrijdag 13 september 2019

Vuelta streek neer in Toledo, 
Federico Bahamontes’ thuishaven

Ik zag hem tweemaal met een tussentijd van ruim 45 jaar. 
De eerste keer in Snaaskerke, ter Torhoutse steenweg op de brug over het kanaal Passendale-Nieuwpoort, waar de Tour 1960 koers zette richting Dunkerque/Malo-les-Bains. De publiciteitskaravaan met musette speelster Yvette Horner als eyecatcher baarde opzien in schril contract met Bahamontes, de titelverdediger, die een klein kwartier na het peloton voorbijstrompelde. Ik wist niet wat ik zag en deelde die verbazing met niet al te veel anderen want het was nog geen congé payé. Hooguit vijftig mensen keken ademloos toe. Bahamontes zou even later opgeven. 
De tweede keer in oktober 2005 was het een echte ontmoeting in het Wielermuseum van Roeselarewaar Federico te gast was met Jan Wauters (+4 juni 2010) , die ik toen ook voor de laatste laatste keer zag.

Fe-de-ri-co Ba-ha-mon-tes, de Arend van Toledo, was een imposante verschijning en niet van ijdelheid gespeend. 1960 was één van zijn zwakste seizoenen met een dagzege in de Vuelta als enig noemenswaardig wapenfeit. Hij had allicht de hele winter de teugels gevierdna zijn triomf in de Tour van 1959, met onder meer een audiëntie bij dictator Franco. Ook 1961 werd een quasi nuljaar maar vanaf 1962 maakte hij zijn comeback en stond hij zowel in 1962 en 1963 (telkens als bergkoning) naast Jacques Anquetilop het eindpodium.  

Het stoort mij dat Bahamontes het nodig vond om er in vrijwel elk interview op te wijzen dat hij zuiver op de graat  was terwijl de anderen zich mateloos dopeerden, waardoor hij de Tour slechts één keer op zijn voorts schraal palmares kon bijschrijven. L’enfer, c’est les autres! Hij zag in alles en nog wat een complot: te weinig aankomsten op de top van een col, té veel kilometers tijdrijden en te weinig omringd in het Spaanse team (dat laatste mocht hij wel beweren). Zijn eigendunk was onbegrensd: vanzelfsprekend was hij de beste klimmer ooit, wie anders?! Volgens hem zeker Charly Gaul niet, over wie hij weinig goeds wist te vertellen. Lucien Van Impe misschien, die hij eind mei 1969 zag excelleren in de Vuelta a Navarra en die hij nadrukkelijk aanspoorde om een maand later alsnog deel te nemen aan de Tour, wat de toenmalige Merenaar ook deed met gunstig gevolg. Federico Bahamontes was een adept  van Fausto Coppi en mede daardoor voelde hij zich als een Adelaar verheven boven het gewone gevogelte.
Bahamontes debuteerde in de Tour 1954. Louison BobetFerdi KüblerStan OckersFritz Schaer,… waren daar ook maar konden hem niet beletten om de eerste van zes keren de bergprijs te veroveren. Dat hij slechts 25ste werd in het tijdklassement op ruim anderhalf uur van Bobet, dat wimpelde hij af als een fait divers waarmee hij niet bezig was. Toch kreeg Coppi het van hem gedaan dat hij, nadat hij in 1956 vierde en in 1958 achtste werd, zich in 1959 wel focuste op de eindzege, die hij ook behaalde.

Federico Bahamontes vierde op 9 juli zijn 91ste verjaardag. Hij maakte in zijn thuishaven Toledo zijn opwachting op het podium en feliciteerde Primoz Roglic, die een bizarre en verre van koosjer verlopen etappe ternauwernood overleefde. In dat soort nerveuze ritten zou Bahamontes het in zijn tijd ook bijzonder moeilijk hebben gehad maar het deelnemersveld was toen een stuk homogener. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten