woensdag 13 november 2019

Toen ik Raymond Poulidor nog niet kende …
“Philidor” won 
Milano-Sanremo

Ach, Raymond Poulidor: de kennisname van zijn bestaan als coureur maakte mij niet bepaald vrolijk. Ik was in 1961 op mijn elfde een rabiaat supporter van Rik Van Looy en op 19 maart 1961 hoopte ik dat hij een tweede keer Milano-Sanremo zou winnen. Hij werd tweede op drie tellen van godbetert Philidor (dacht ik). Philidor, een typetje uit de toen waanzinnig populaire televisie-sitcom “Schipper naast Mathilde”. Ik moest het meemaken pal onder de toren van de Oudenburgse Onze-Lieve-Vrouwekerk bij Gerard en Gerarda, die wel al een televisie bezaten. Zij hadden het niet voor Van Looy en dus werd ik vierkant uitgelachen en fietste wenend naar huis.
De 52. Milano-Sanremo was de tweede waarin de Poggio di Sanremo was opgenomen, een scherprechter na bijna driehonderd kilometer. Het jaar voordien won een andere Fransman van Mercier-BP-Hutchinson, René Privat. Ook Raymond Poulidor moest er in die Primavera al bij zijn maar manager Antonin Magne, die in 1931 en in 1934 de Tour had gewonnen, nam Raymond niet mee onder het voorwendsel dat hij na een goed begin helemaal teruggevallen was in Paris-Nice. Zo kon Magne met een man minder de kosten drukken. 
“Antonin was nogal zuinig”, vond Poulidor van hem. 
Dat moest hij zeggen, hij die wanneer Jeroen Denaeghel en Jelle Vermeersch van het weergaloze magazine Bahamontes op bezoek kwamen zelfs te beroerd was om een glas water aan te bieden terwijl hij gelijk koketteerde met zijn fabuleuze wijnkelder. 
Je kunt gierig zijn en zuinig. Met dat laatste is er niets fout. En of Poupou dat besefte. Zo kocht hij in 1980 een Mercedes type 280SE, waarmee hij in vijftien jaar 740.000 km. aflegde zonder vitale onderdelen te moeten vervangen. Waarom zou hij dat duurzame wondertuig dan moeten wegdoen? Het gebeurde toch, toen de Duitse constructeur de oldtimer ruilde voor een splinternieuwe Mercedes-Benz E-klasse E320 met automatische versnellingsbak en nog meer andere opties. De oude wagen staat als een referentie tentoongesteld op de Franse hoofdzetel van Mercedes-Benz in Paris.
Raymond Poulidor was nòg stràffer dan Alejandro Valverde want hij was véértig jaar en 94 dagen toen hij op 18 juli 1976 met Lucien Van Impe en Joop Zoetemelk op het eindpodium werd geroepen van de 63. Tour de France. Tot zoiets acht ik de Murciaan in juli volgend jaar niet meer in staat.
Poulidor staat vooral geboekstaafd als de “eeuwige tweede” maar hij had daar kennelijk meer lust dan last van want hij koketteert er als het ware mee want het bracht minder kosten mee dan een overwinning. Dat winnen “een onderneming” is, die boodschap was aan hem niet besteed. In de Tour was het altijd iets. De gele trui droeg hij niet één dag. Dat deed hij des te meer in zijn verre nadagen als ambassadeur voor Credit Lyonnais in het vip-dorp van de Tour. Van een contradictio in terminis gesproken. Als renner stond hij acht keer het eindpodium, driemaal als tweede en vijf keer als derde. 
Meewarig doen over het zogenaamde lot van Poulidor was totaal uit den boze. Raymond was een gelukkig man die 159 koersen won waarbij vooral ook: La Flèche Wallonne 1963, de G.P. des Nations 1963, de Vuelta 1964, het Critérium du Dauphiné 1966 & 1969,... 
Als 35-plusser kon hij zijn carrière vanaf 1972 relanceren en er een ferme epiloog aan toevoegen. Het begon met een verbazende eindzege in Paris-Nice op Eddy Merckx, die nochtans in bloedvorm verkeerde aangezien hij de zaterdag daarop voor de vijfde keer Milano-Sanremo won. Raymond deed zijn stunt in de koers naar de zon het jaar daarop onverkort over en keerde tijdens de pare jaren terug naar het podium van de Tour: derde in 1972 en in 1976, tweede in 1974 (na Eddy Merckx, zo ook in het wereldkampioenschap in Montréal). Het was dezelfde Poulidor die Jacques Anquetil tien jaar eerder amper in verlegenheid had kunnen brengen. Zijn late revival viel samen met de komst van docteur Mabuse Bernard Sainz naar Gan-Mercier-Hutchinson, waarvan Raymond Poulidor deel uitmaakte. Hiermee wil ik niets insinueren maar vind het wel pertinent dat de media dat altijd stilgezwegen hebben, bewust of uit onwetendheid?
De 83,5 jaar geworden Raymond Poulidor kreeg tijdens de recente Tour te maken met een longoedeem, dat zich manifesteert wanneer er bloedvaten in de long beschadigd raken. Hij haalde nog de Champs Elysées maar hij was helemaal op en werd eind september opgenomen in het ziekenhuis van Saint-Léonard-de-Noblat (Haute-Vienne), waar hij gisteren overleed. Hij had tot op het laatste kunnen genieten van "zijn" wielrennerij met als apotheose de steile opmars van zijn kleinzoon Mathieu die men ten bate van de verwijzing beter van der Poelidor zou noemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten